Recensie cd

 
Een overzicht van recensies, zoals besproken door Fons daamen (Moulin Blues). Klik op de betreffende link voor de tekst en hoes.

De recensie op 24 september 2017 wordt: Billy Price - Alive and Strange

En vervolgens in chronologische volgorde terug in de tijd:

JEFFREY HALFORD AND THE HEALERS

LOFI DREAM
Singer-songwriter/gitarist Jeffrey Halford, geboren in Dallas Texas maar tegenwoordig opererend vanuit San Francisco , California, debuteerde al in 1998 met het album KEROSENE . Zijn nieuwe album: LO FI DREAMS is inmiddels zijn achtste langspeler. Halford en zijn mannen staan normaliter garant voor soulvolle, blues-georiënteerde americana.
De titel van het album doet misschien vermoeden dat het hier om een aan alle kanten rammelend gebeuren gaat, maar toch is dat niet zo. Het album dankt zijn titel aan het feit dat Halford, bassist Bill Macbeath, multi-instrumentalist/producer Adam Rossi plus de ingehuurde pedalsteelvirtuoos Tom Heyman bij de opnames vooral van oude instrumenten en buizenversterkers gebruik hebben gemaakt.
 

Hoe dit alles klinkt moeten jullie nu maar eens gaan beluisteren bij: DOOR # 3
 

Op het album worden in een kleine 37 minuten in rap tempo door Halford, die gezegend is met een stem die het ergens het midden houdt tussen Tom Petty en John Mellencamp, tien nummers voorgeschoteld met voor mij als hoogtepunten TWO JACKSONS, THE GREAT DIVIDE, DOOR #3.
Halford en zijn companen blijken op het album niet zo van het experiment te zijn. Maar voor mij hoeft dat ook niet. Zolang er maar een mooi evenwicht is tussen lekker in het gehoor liggende songs, muzikaal vuurwerk en voldoende avontuur, hetgeen de aandacht makkelijk vasthoudt ben ik dik tevreden. Aan de andere kant wordt het is daarmee niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat zo goed is aan het nieuwe album, want zoals gezegd hele spannende dingen doen Jeffrey Halford & The Healers niet.
LO FI DREAMS is eigenlijk veel meer dan een degelijke rootsplaat. Daarvoor zijn het gitaarwerk en de rest van de instrumentatie te mooi, zingt Jeffrey Halford te goed en bevat het album te veel songs die flink boven de middelmaat uitsteken. Voor mij behoort LO FI DREAMS dan ook tot een van de best klinkende platen die ik de laatste tijd heb gehoord.
Maar nog mooier; jullie kunnen hem spoedig zelf gaan beluisteren; 28 september speelt hij bij Cultuurpodium De Speelplaats; Ik zou zeggen mis deze kans niet; je zult er geen spijt van krijgen.
 

Ik sluit af met: THE GREAT DIVIDE
 

 

Mercy John - THIS AIN’T NEW YORK

De naam van de artiest en de titel van de cd, THIS AIN’T NEW YORK, horend zou je niet denken dat wij hier met een Nederlandse artiest te doen hebben. En toch is dit het geval; om precies te zijn: Mercy John is het pseudoniem voor John Verhoeven, hij is afkomstig uit het Brabantse Erp. Naast muzikant is John docent music marketing aan Fontys Hogeschool in Tilburg.
Het is niet voor het eerst dat John een andere identiteit aanneemt. In 2013 bracht hij onder de naam John Henry al het goed ontvangen album FIVE MORE DAYS & A MATTER OF SOMEWHERE uit. Zijn roots mogen dan in Nederland liggen, zijn muziek, die zich kenmerkt door invloeden van zangers als Ryan Adams, Wilco, Jason Isbell en Tom Petty klinkt zo Amerikaans als het maar kan zijn.

Ga luisteren naar het titelnummer: THIS AIN’T NEW YORK

Op het album staan twaalf nummers; de productie was in handen van Gabriël Peeters (ook bekend van zijn samenwerking met: JW Roy, Normaal, Denvis & The Real Deal). John wordt begeleid door zijn eigen band, bestaande uit Rolf Verbaant op gitaar, Kirsten Boersma op toetsen, Tom Zwaans op bas en John Maasakkers op drums. De zelfgeschreven nummers gaan over eenzaamheid en verdriet, hoop en liefde, angst en heimwee. Het is een zeer persoonlijk album; heel mooi geschreven en gemusiceerd en een grote aanrader voor een ieder die houdt van Americana.
Een paar van mijn favoriete nummers op het album wil ik wel noemen te weten: het zojuist gehoorde THIS AIN’T NEW YORK; THE RAIN en STRANGERS

Naast de lading aan emoties bevat THIS AIN’T NEW YORK een grote diversiteit aan klanken. Dit maakt het album een uiterst aangrijpend muziekstuk. Het album voelt als een daadkrachtig geheel, waarin elk nummer een stukje weergeeft van zijn dagelijkse gedachtevorming. Met het nieuwe album bewijst Mercy John weer eens dat hij een prominente plek in het muzieklandschap meer dan waardig is.
Al met al is THIS AIN’T NEW YORK daarmee verrassend te noemen. Op het eerste oor klinkt het als een leuk Americanaplaatje, maar hoe vaker je het album beluisterd hebt hoe meer dingen er opvallen; voor mij is dat kenmerkend voor een goed album met veel goede muziek van een prima muzikant.
 

Ik sluit af met: STRANGERS


Prettige vakantie en tot de volgende keer.
 

Fons.

 

Ryan Adams - Prisoner

Er valt veel te zeggen over de persoon Ryan Adams, maar niet dat het iemand is die stilzit.
PRISONER is namelijk alweer zijn zestiende album in de afgelopen zeventien jaar. Inmiddels is er ook al weer een ander nieuw album uit met de titel PRISONER – B SIDES. Je mag dus gerust spreken van een enorm werktempo van deze voormalige frontman van de alt. Countryband Whiskeytown. Dit werktempo resulteerde weliswaar ook nog weleens in ondoordachte, afgeraffelde platen.
In al die jaren heeft Ryan Adams echter ook bewezen van vele markten thuis te zijn. Te beginnen in 2000 toen hij verraste met zijn geweldige debuut HEARTBREAKER, waarvan het prachtige duet met Emmylou Harris (Oh My Sweet Carolina) nog steeds in menig geheugen staat gegrift; of in 2015 toen hij zelfs het volledige album 1989 van Taylor Swift coverde, hetgeen menigeen de wenkbrauwen deed fronsen.
Niet alleen in de muziek maar ook in zijn gedrag heeft Adams in al deze jaren laten zien van vele markten thuis te zijn variërend van zeer inspirerende tot hoogste irritante en korte optredens. De laatste jaren lijkt hij weer meer de controle over zichzelf te hebben gevonden.
Ga eens luisteren naar: TO BE WITHOUT YOU
Soms worden albums geboren uit liefdesverdriet; een verbroken relatie. Denk bijvoorbeeld aan Nick Cave die vorig jaar het verlies van zijn zoon verwerkte in een van zijn beste albums. Ook met PRISONER heeft Ryan Adams zijn inspiratie gevonden in een gebroken hart. De scheiding met de actrice Mandy Moore die vorig jaar rond was heeft hem de inspiratie geleverd om zo’n tachtig nummers te schrijven. Twaalf van deze nummers staan op het nieuwe album. En tussen deze twaalf nummers staan een aantal prachtige liedjes zoals Doomsday (met een prachtrol voor de mondharmonica), Shiver And Shake en We Disappear. Hierin bewijst Adams maar weer eens zijn talent als schrijver van authentieke liedjes. Eigenlijk is dat ook wat zijn debuutalbum en het nieuwe album met elkaar gemeen hebben. De country en roots invloeden die op veel van zijn vorige platen op de voorgrond traden zijn op het nieuwe album zeker aanwezig, maar lijken tegelijkertijd iets meer plaats te hebben gemaakt voor meer rock-invloeden.
PRISONER is een vakkundig uitgedacht en afwisselend album met voldoende kwaliteitsmuziek geworden; het is een bijzonder toegankelijke plaat, die stilistisch nog wel het meest doet denken aan GOLD (2001) – niet voor niets zijn meest succesvolle werkstuk tot nu toe. Sterke songs zijn er genoeg En dat maakt van PRISONER een van de meest genietbare en krachtige platen uit een inmiddels behoorlijk imposant oeuvre van Ryan Adams.
Ik sluit af met: WE DISAPPEAR

 

Sean Webster Band - Leave Your Heart At The Door

LEAVE YOUR HEART AT THE DOOR, is het zesde album van de Britse zanger/gitarist Sean Webster. In 2004 bracht Webster zijn debuutalbum COMING LONG TIME uit. Het album werd vooral in Engeland heel goed ontvangen; met name het fijne gitaarwerk van Webster, dat een combinatie is van vele invloedrijke gitaristen, werd bejubeld. Er was zelfs het gerucht dat Sean als gitarist mee zou mogen op tournee in de Eric Clapton Band. Zover is het echter niet gekomen; de uiteindelijke keuze viel destijds op Robert Cray, waardoor Webster tweede keus werd.
Sean Webster toerde nadien nog veelvuldig in Amerika en Europa en er volgden ook nog een paar albums. Daarna trok hij met zijn gezin voor enkele jaren naar Australië, om daarna terug te keren naar het Verenigd Koninkrijk om zich volledig toe te leggen op zijn muzikale carrière. Tegenwoordig woont Webster al enige tijd in Giethoorn en pendelt hij regelmatig op en neer tussen Nederland en Engeland.

Ga luisteren naar: BROKEN MAN

Er staan elf nummers op het album, waarvan Webster er zelf tien schreef. Het album wordt afgesloten met de cover TIL SUMMER COMES AROUND , origineel van de Nieuw Zeelandse countryrock zanger Keith Urban. Dit nummer ontbreekt zelden op de setlist van Webster, omdat hij vindt dat dit nummer hem op het lijf geschreven is.
LEAVE YOUR HEART AT THE DOOR werd opgenomen in de Superfly Studios in het Engelese Ollerton. Joel Purkess neemt het slagwerk voor zijn rekening; Greg Smith de baspartijen en Bob Fridzema het toetsenwerk. De muzikale invloeden komen vooral van Mark Knopfler, Stevie Ray Vaughan, Eric Clapton en Albert Collins.
Sean Webster en zijn band bewegen zich muzikaal gezien tussen pop en bluesrock, zijn stem zit ergens tegen Joe Cocker aan en net als bij Cocker zijn de ballads vaak ijzersterk. De snellere en steviger songs blijven ook erg beschaafd.
LEAVE YOUR HEART AT THE DOOR is eigenlijk geen verkeerd album; Webster heeft een aangenaam stemgeluid en kan op de gitaar ook prima uit de voeten. Helaas begint echter ergens halverwege het album mijn aandacht toch wat te verslappen. Er zijn weliswaar een aantal goedgeschreven pop - / rocknummers te horen, maar het klinkt toch wel een beetje vlak. Misschien net iets teveel van hetzelfde.
Voor de vele fans van Sean Webster hoeft dit echter niet te betekenen dat zij teleurgesteld zullen worden in dit album; ik kan ze verzekeren dat er sterke nummers op het album staan die naar mijn idee ook live prima overeind blijven.

Ik sluit af met: LEAVE YOUR HEART AT THE DOOR

Julie Byrne - Not Even Hapiness

De vanuit New York opererende singer-songwriter Julie Byrne leverde in 2014 haar eerste album ROOMS WITH WALLS AND WINDOWS af met daarop 12 nummers die kunnen worden ondergebracht in het hokje akoestische folk. Muziek waarvan beschreven werd dat deze een kalmerende werking had door Byrne’s rustgevende stem. Maar ook als muziek voor bij een lekker kopje koffie, terwijl het buiten somber weer is en je zelf blij bent dat je binnen zit. Begin dit jaar heeft haar tweede album NOT EVEN HAPINESS het levenslicht mogen zien.
Daarvan kunnen jullie nu eerst gaan luisteren naar: MELTING GRID.
Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Het is niet bepaald de gemakkelijkste muziek om te beluisteren. Het nieuwe album lijkt een logisch vervolg op haar eerste album, want ook nu weer zijn het uiterst sobere maar lang niet altijd even makkelijk te doorgronden songs, die Julie Byrne laat horen. Soms met bijzonder fraai akoestisch gitaarspel en met een net zo bijzondere stemgeluid. Een stem die, denk ik, niet bij iedereen in de smaak zal vallen maar wel altijd iets met de luisteraar zal doen.
Byrne zingt over verlangen, liefde, eenzaamheid en twijfel; maar dan wel op een warme, geruststellende toon, waardoor ook meteen de indruk wordt gewekt dat het uiteindelijk allemaal wel goed komt. Tekstueel zit het album goed in elkaar, maar het laat geen blijvende indruk achter. Dit komt doordat de luisteraar zich eerder zal laten meevoeren door klanken en sfeer. Julie Byrne heeft een voorkeur voor sobere folksongs waarin haar akoestische gitaar en haar stem centraal staan. Daarmee is het echt muziek geworden waar je je eigenlijk in hoort onder te dompelen.

Julie Byrne is zo'n typische artiest die niet met haar tijd lijkt mee te zijn gegaan. Je zou haar muziek eerder in een oudere tijd plaatsen, bijvoorbeeld het hippietijdperk. Zelf lijkt zij daar echter absoluut geen problemen aan te ondervinden.

Ik heb al gezegd dat ik mij afvraag of dit album een blijvende indruk zal achterlaten. Echte uitschieters staan er niet op NOT EVEN HAPPINESS; en vernieuwend is het evenmin. Rustgevend daarentegen is het zeker, maar dat lijkt mij niet de maatstaf te zijn.

Ik sluit af met: I LIVE NOW AS A SINGER

Levi Parham - These American Blues


Levi Parham groeide op in Mc Alester, in Zuid Oost Oklahoma. Voor velen is hij misschien nog onbekend, maar in eigen land geniet hij toch al een behoorlijke status. Zijn carrière als muzikant dankt hij voornamelijk aan de uitgebreide platencollectie van zijn vader. Die carrière begon overigens in 2013 met zijn debuutalbum AN OKIE OPERA; in 2014 gevolgd door een, in eigen beheer, uitgebrachte EP, AVALON DRIVE, met daarop zes tracks. Toen hij in 2015 intensief tourde in de States, werd Parham opgemerkt door singer-songwriter/ folk muzikant/ producer Jimmy LaFave. Deze twijfelde geen moment; nam hem onder zijn hoede en werd producer voor het nieuwe album: THESE AMERICAN BLUES.
Ga luisteren naar: STEAL ME
Het album bevat dertien nummers in het genre ‘singer-sonwriter met band’. Twaalf songs zijn door Parham zelf geschreven. Alleen CHEMICAL TRAIN is een compositie van zijn goede vriend Wink Burcham. Parham heeft voor de opnames van THESE AMERICAN BLUES een uitstekende band samengesteld die fors kan rocken, maar ook ingetogen kan spelen.
De hand van Jimmy LaFave is op het album duidelijk te horen. Hij heeft zijn stempel weten te drukken op zowel het geluid, de opbouw en de dynamiek.
Het titelnummer zet meteen de toon. Rockende americana, met een lekkere slide, catchy refrein en fraaie samenzang. De liedjes van Parham zijn overwegend observerend van aard; kleine verhaaltjes, deels autobiografisch getint, vaak met een romantische inslag; meestal handelend over de liefde. De backing vocals die regelmatig te horen zijn op het album zijn, vanwege hun fraaiheid, een aparte vermelding meer dan waard.
Het nieuwe album is gebaseerd op uitstekende songwriting, goed in het gehoor liggende (soms wat melancholische) melodieën en aanstekelige ritmes.
De muzikale uitvoering van alle songs klinkt zeer vertrouwd; weliswaar niet vernieuwend, maar desalniettemin mag je hier gerust spreken van heerlijke, tijdloze muziek.
Het talent van Parham hoor je er al vanaf de eerste akkoorden van afspatten, hetgeen, voor diegenen die hem nog niet kennen, zeker een nog te ontdekken artiest maakt, die daarnaast een album heeft gepresenteerd dat je eigenlijk niet aan de aandacht voorbij kunt laten gaan.
Ik sluit af met: YOUR BLUE EYES GIVE YOU AWAY

Thorbjorn Risager & The Black Tornado - Change My Name

De uit Kopenhagen afkomstige zanger en gitarist Thorbjorn Risager wordt gezien als een erg bezige muzikale bij. Voor zijn inmiddels al weer elfde album dook hij met Black Tornado opnieuw de studio in. In 2006 maakte Risager met Blue 7 al een tijdje furore in het Deense clubcircuit toen hij in de nasleep van zijn debuutalbum FROM THE HEART ook op de grotere podia van de bluesfestivals belande. Sindsdien is zijn faam ook bij bluesliefhebbers in onze contreien gegroeid. Er echt van opkijken hoeft niet want hij weet te imponeren met zijn krachtige soepele stembanden (die wel eens worden vergeleken met… Bob Seger, Delbert McClinton en Ray Charles) en zijn swingende repertoire dat aanknopingspunten heeft met oude blues en R&B uit de jaren vijftig.
In 2014 werd het album TOO MANY ROADS uitgebracht dat volgens velen hun beste album tot nu toe is. Nu ruim twee jaar later komen ze met een nieuw studio album; de verwachtingen zijn zeer hoog.
Tijd dan ook om te gaan luisteren naar: HOLLER N MOAN
Met CHANGE MY NAME trekt Risager de productie voor het eerst helemaal naar zich toe om samen met zijn uitgebreid combo, dat al bij de voortreffelijke voorganger TOO MANY ROADS, het eerste schijfje voor Ruf, tot The Black Tornado werd omgedoopt, de sound te creëren die al een tijdje door zijn hoofd spookte. Voor Thorbjørn Risager & the Black Tornado was het zoeken naar nieuwe muzikale mogelijkheden, die vooral drijven op de, eigenzinnige, muzikale magie van dit Deens gezelschap.
Risager is op meerdere muzikale markten thuis, dat blijkt op het nieuw album nog eens overduidelijk. Het perfect ingespeelde septet kan moeiteloos alle stijlen aan en zorgt voor een puike ondersteuning bij de gevarieerde aanpak. CHANGE MY NAME zal zeker veel veranderen voor deze band. Er wordt maar weer eens bewezen dat ze veel in hun mars hebben en met dit album levert de band hun beste album af tot nu toe.
Thorbjørn Risager & the Black Tornado zijn te zien en te horen op Moulin Blues in Ospel op 5 mei. Zorg dat je er bij bent.
Wetend hoe goed deze band live is, kan ik in elk geval niet wachten om dit album live te horen. Ik kijk er erg naar uit!

Aaron Keylock - Cut Against The Grain

Aaron Keylock is een 18-jarige blues en rock gitarist afkomstig uit Oxford in Engeland. Natuurlijk worden er meteen de nodige vergelijkingen gemaakt. Zo wordt er al gezegd dat hij nu al een betere gitarist is dan Rory Gallagher, toen die 18 jaar was. Hij wordt ook al steeds aangekondigd als een ‘teenage guitar sensation’. Normaal gesproken heb ik met dit soort retoriek niet veel; liever hou ik me aan de feiten en die zijn dat hij al jong begon met gitaarspelen. Op zijn zestiende kwam hij in contact met Joe Bonamassa die hem ook van advies voorzag. Maatschappij Mascot heeft hem voor CUT AGAINST THE GRAIN gekoppeld aan een stel oude rotten zoals bassist en co-producer Fabrizio Grossi (Supersonic Blues Machine); drummer Mike Hansen; bluesharpist Chris Hansen en toetsenist Sam Lustig.

Ga maar eens luisteren naar: AGAINST THE GRAIN
 

Keylock’s debuutalbum is best een opmerkelijk album met een mooie tweedeling. Vanaf opener ALL THE RIGHT MOVES is het allemaal up-tempo en hoor je een mix van Britse sixtiesblues en heavy, bijna grungy passages, waarna MEDICINE MAN ergens tussen ZZ Top en de Black Crowes hangt; terwijl FALLING AGAIN juist weer meer richting de Stones uitgaat. En dan ben ik pas bij de vierde van elf songs. Maar dit zijn niet mijn favoriete tracks. Die bevinden zich in het tweede gedeelte van het album dat vooral zeer eigentijds is en meer de richting van goede pop-rock opgaat. Op het album is dat enerzijds het titelnummer dat opvalt vanwege het furieus slidewerk, en anderzijds THAT’S NOT ME en TRY, twee laidback, bijna lui uitgevoerde mid-tempo songs
Eigenlijk ben ik geen fan van termen als sensatie, maar in het geval van Aaron Keylock wil ik wel een uitzondering maken. Met CUT AGAINST THE GRAIN kom je bijna vijftig minuten moeiteloos door. Keylock lijkt inderdaad een aanwinst voor het blues en rock circuit, maar hij durft ook nog eens buiten de hokjes te kleuren. Hij schrijft aanstekelijke nummers. Uiteraard zal hij zijn oeuvre nog moeten uitbreiden, maar het begin is, in ieder geval, meer dan goed; gewoon een lekker album!
 

Ik sluit af met: SPIN THE BOTTLE

Ben Granfelt - Another Day

De Fin Ben Granfelt, wordt getypeerd als één van hedendaags hardst werkende rockmuzikanten. Hij heeft al een behoorlijk aantal albums op zijn naam staan en zijn loopbaanontwikkeling laat zien dat hij, alvorens in 1993 te starten met zijn solocarrière, heeft gespeeld in een aantal toch wel gerenommeerde bands. Zeker niet de minste want we hebben het hier over o.a. Wishbone Ash en The Leningrad Cowboys.
Voor zijn nieuwe album ANOTHER DAY heeft hij nu weer de krachten gebundeld met zijn oude vriend, en drummer bij zijn eerste 10 solo-albums, Miri Miettinen (Laurence Jones, Erja Lyttinen) en bassist John ‘ Groovemaster’ Viherva,

Ga luisteren naar: het titelnummer: ANOTHER DAY.

ANOTHER DAY, werd in zijn geheel in 3 dagen opgenomen. Vanaf het eerste moment gaat het er stevig aan toe, het album kenmerkt zich door progressieve bluesrock van het soort stevig doorhalen en niet achterom kijken. Het nummer WAYWARD CHILD is het eerste nummer wat opvalt en tegen rock aanleunt en waar de gitaar meer in toom gehouden wordt.
ENDLESS is het instrumentale rustpunt op de plaat en is geheel gedragen met het heldere gitaarspel van Granfelt, die onder ander Jeff Beck, Jimi Hendrix en Peter Frampton als zijn voorbeelden noemt.
Het is een album waar eigenlijk niet zo heel veel over te vertellen valt, buiten dat je alles dat aan bluesrock gelieerd is, op het album tegenkomt. Dus recht toe recht aan muziek zonder al te veel opsmuk; en veel gitaarwerk.
Nadeel is alleen dat er zo wel 13 in het dozijn zijn. Soms dus wel lekker om naar te luisteren; Maar volledig inwisselbaar met elke andere goede bluesrockband. Het album vind ik dan ook feitelijk niet veel toevoegen; en kan in mijn ogen dan ook niet echt bijzonder worden genoemd.
Conclusie daarom: Aan de productie van het album zal het niet liggen, maar ANOTHER DAY zal binnen het bluesrock genre geen hoofdprijzen winnen.

Ik sluit af met YOU ARE WHAT YOU IS

Laurence Jones - TAKE ME HIGH

Laurence Jones wordt wel eens gekscherend de Britse hoop in bange bluesdagen genoemd. Vreemd is dat niet want, hoewel nog geen 25 jaar oud, heeft deze gitarist en zanger twee jaar op rij (in 2014 en 2015) de prijs voor ‘Young Artist Of The Year’ gewonnen tijdens de uitreikingen van de British Blues Awards. Hij mag Walter Trout, die hem een kruising tussen Eric Clapton en Buddy Guy noemde, tot zijn fans rekenen. Voor de productie van zijn nieuwe album ‘TAKE ME HIGH’ wist hij Mike Vernon te strikken. Laatstgenoemde is bekend van zijn werk als producer bij onder andere John Mayall, Peter Green’s Fleedwood Mack; Ten Years After, David Bowie en niet te vergeten de Nederlandse band Focus (toen nog met Jan Akkerman).

Tijd om te gaan luisteren naar: LIVE IT UP

Met zijn nieuwe album laat Jones horen wat hij zoal kan op zijn gitaar. En het moet gezegd hij heeft heel wat in zijn mars. Jones bewijst daarop ook nog eens een prima bandleider en bekwaam songschrijver te zijn. Het album leunt sterk op het gitaarwerk van Jones. Sommige nummers zijn weliswaar onnodig heftig en hard, bij weer andere nummers horen we een Jones van een meer subtielere. Op het album wordt Jones ondersteunt door drummer Phil Wilson (ooit drummer bij de Spin Doctors); bassist Roger Inniss (iemand die weet dat je in een band als deze niet ingetogen maar uitbundig en stevig aangezet moet spelen) en toetsenist Bob Fridzema die zijn toetsen gebruikt als lekker vet smeermiddel. Verder speelt er nog een bijzondere gast mee op het album. Niemand minder dan Paul Jones geeft acte de presence bij het nummer THE PRICE I PAY .
Een minpuntje van ‘TAKE ME HIGH’ is er ook wel te noemen, namelijk dat er hier en daar gebruik wordt gemaakt van geluidstrucjes. Het zal ongetwijfeld met zijn jeugdig enthousiasme te maken hebben, maar feitelijk heeft Jones dat niet nodig. Het hoeft niet altijd breed uitgemeten te worden en het kan ook subtieler. Dat bewijst hij immers ook bij de nummers: THINKING ABOUT TOMORROW; DOWN & BLUE en I WILL.
Het album sluit af met HIGHER GROUND van Stevie Wonder. Een nummer dat door The Red Hot Chili Peppers onsterfelijk is gemaakt en waar Jones en zijn band een mooie draai aan geven met tempowisselingen en breaks en een lekkere Fender-sound.
Af en toe treedt Jones buiten de gebaande paden qua structuren en melodielijnen. Maar het zal duidelijk zijn; liefhebbers van heavy bluesgitaarwerk zullen zeker aan hun trekken komen.

Ik sluit af met HIGHER GROUND

 

Imperial Crowns - The Calling

Het heeft een tijdje geduurd alvorens er weer eens een nieuw album van The Imperial Crowns verscheen. Negen jaar om precies te zijn. Het bluesrocktrio, dat in 2000 ineens een hype werd, bracht tot 2007 vier succesvolle albums uit. Een en ander wil natuurlijk niet zeggen dat de band de afgelopen negen jaar stil heeft gezeten; het drietal was met diverse projecten bezig en deelde de podia met een flink aantal collega’s. Het optreden in 2015 op Moulin Blues als begeleiders van de jonge Kent Burnside, de kleinzoon van R.L, vormde de aanzet voor een nieuwe start. Wood en gitarist J.J.Holiday besloten toen om de krachten weer te bundelen en trommelden drummer Billy Sullivan op.
Op het nieuwe album: THE CALLING wordt het trio in de studio ondersteund door toetsenman Benmont Tench; Bob Glaub en Andre Berry zorgen beurtelings voor de baspartijen. Terwijl de immer aanwezige Rachel C. Wood haar man vocaal ondersteunt.

Ga luisteren naar LIBERATE

THE CALLING bevat twaalf zelfgeschreven nummers en eigenlijk kun je wel stellen dat met dit album de draad weer wordt opgepakt die in 2007 werd neergelegd. Het is weer gewoon ouderwets rockende blues. De muziek op het album is een mengeling van ontspannen blues, weliswaar netjes uitgevoerd maar zonder steriel te worden. Naast de genoemde instrumenten beheersen de heren er nog wat meer. Zo bespeelt Holiday ook de cümbüs (een soort Turkse luit) en tiple (een kleine gitaar) en Sullivan neemt ook keyboards en djembé voor zijn rekening. Verder zijn op diverse andere instrumenten en voor de achtergrondzang wat gasten ingehuurd. Mijn favoriete nummer is het zojuist gehoorde LIBERATE wat bij momenten sterk herinnert aan bluesshouter Peter Wolf.
Met regelmatig slidegitaar, mondharmonica (van Jimmie Wood), achtergrondzang (van mevrouw Wood) en nog wat aanvullende muzikanten waaronder blazers, wordt op THE CALLING blues neergezet die in de verte wel aan de Stones doet denken. Maar dan wat netter.
Het zou iets te gemakkelijk zijn om het album daarmee weg te zetten als blues, gericht op het grote publiek. Daarmee zou deze heren toch teveel onrecht worden gedaan, want volgens mij weten zij heel erg goed waar ze mee bezig zijn en slagen zij erin ontspanning en een gelikte productie te combineren met energie en precies genoeg rauwheid om overtuigend te blijven.

Ik sluit af met: PAPA LAWD

 

Matt Harlan & Rachel Jones - In The Dark

De Texaan Matt Harlan is een troubadour die grossiert in beeldende roadsongs over het leven en de dood. In zijn liedjes maakt hij je deelgenoot van zijn reiservaringen over het asfalt en de zanderige landweggetjes van het Amerikaanse platteland en dan voornamelijk die in het zuiden van de VS; op zijn Texaanse geboortegrond en de omringende staten. Het zijn liedjes zoals we die ook kennen van legendes als Townes Van Zandt en Guy Clark. Rachel Jones , buiten zijn muzikale partner ook zijn vrouw, was op eerdere albums van Matt Harlan al te horen in de achtergrondzang. Op zijn nieuwe (vierde) album: IN THE DARK heeft zij een prominentere plaats en prijkt zij ook op het albumhoesje naast Harlan.

Ga luisteren naar het titelnummer: IN THE DARK

De eenvoudige, grotendeels akoestische instrumentatie leunt inderdaad dicht aan bij de troubadourstraditie van illustere Texaanse voorgangers als Townes Van Zandt en Guy Clark. Voor het opnemen van het album heeft het duo vrijwel alles voor zijn rekening genomen; zowel zang als productie als begeleiding en natuurlijk ook het schrijven van de songs (er is bij de acht songs in totaal één cover, MY MOTHER’S SONG’ (AT SEVENTEEN)’van Steve Dodson/Danny Jones.
Meestal geeft fingerpicking op akoestische gitaar de toon aan, zoals in het knappe duet WARM NOVEMBER en SOMETHING BIGGER waarin Jones alleen voor de zang zorgt. In combinatie met de sobere instrumentatie komt het verhalende songwerk uitstekend uit de verf.
De muziek is heel intiem, ook al zit er een enkel steviger nummer bij (MOVE SLOW) waarin Matt pittig elektrisch uitpakt; Voor het overige is er slechts incidentele hulp op accordeon, keys, drums en lap steel.
Maar hetgeen blijft hangen is het feit dat dit tweetal voor verrukkelijke muziek zorgt, vanaf de opener, de titelsong, tot aan de afsluiter, de prachtige ballad MOZART, is het enkel genieten. Misschien het mooiste nummer is THE TIME IS NOW, de samenzang is in dit nummer het mooist.
Een echte langspeler kan je dit schijfje van Matt Harlan en Rachel Jones, dat nauwelijks zesentwintig minuten in beslag neemt, eigenlijk niet noemen maar ondanks het maar
acht nummers tellende, plaatje; ben ik toch behoorlijk onder de indruk geraakt. En dat is op zich ook een verdienste.

Ik sluit af met: MOZART

 

The Walcotts - Let The Devil Win

De groep The Walcotts bestaat sinds 2012; aanvankelijk verspreidden zij hun muziek via diverse clips op tv – stations; tegelijkertijd wisten zij zich ook een reputatie als een prima live-act op te bouwen. De basis van de band bestaat uit 4 personen; Tom Cusimano , op gitaar en zang; Laura Marion, zang; Jim Olson op drums en Devin Shea op viool. Echter als het ook maar even kan wordt de band uitgebreid tot een negenkoppige formatie compleet met blazers en pedal-steel. Ze stonden al in het voorprogramma van o.a. Steve Winwood en Chris Isaak; maar een en ander raakte pas echt in een stroomversnelling voor hen toen ze werden toegevoegd aan de tour die Chris Stapleton langs de West Kust van Amerika hield. Sinds september vorig jaar is hun debuutalbum LET THE DEVIL WIN uit.

Ga luisteren naar: HANGING TREE

Met LET THE DEVIL WIN bestrijken the Walcotts meerdere genres. Enerzijds zijn er de invloeden van het rootsy terrein van de 70 er jaren; en anderzijds de Americana klanken van het afgelopen decennium. De nummers van het album zijn opgenomen in de legendarische FAME Studio's in Muscle Shoals, Alabama en de Fonogenic Studios in Los Angeles, de privé studio van Rami Jaffee ( bekend van The Wallflowers / Foo Fighters). De nummers op het album klinken gevarieerd; fris en verfijnd en zijn over het algemeen erg aantrekkelijk.
Ik heb nog geprobeerd om de Walcotts te vergelijken met een andere band of artiest, maar daarin kom ik niet ver. De stem van Tom Cusimano doet me weliswaar soms denken aan Tom Petty, maar overall vind ik hetgeen ik hoor redelijk uniek. Daardoor is het album nog het beste te omschrijven met hetgeen je daadwerkelijk hoort en dat is een samensmelting van Rock'n'Roll, Folk, R & B, en Country ondersteund door de volledige energie van een big band.
Voor mij maakt dit alles van LET THE DEVIL WIN een prima debuut album met daarop twaalf tracks. Het enige wat nog rest is het verlangen naar veel meer mooie muziek van deze band.

Ik sluit af met CURIOUS AND KIND.

Richard Shindell - CARELESS

Het gebeurt wel eens. De naam van de artiest komt je bekend voor, maar eigenlijk kun je niets over zijn muziek zeggen. Enig speurwerk was dus nodig om hier voor vandaag een verhaal van te maken. Richard Shindell is een voormalig filosofiestudent die ook nog een uitstapje naar het Zen boeddhisme heeft gemaakt. Hij heeft al een lange carrière achter de rug. In het americana-genre heeft hem dat dan ook een zekere status opgeleverd. Joan Baez nam aan het begin van haar carrière al enkele nummers van Shindell op. CARELESS is zijn achtste album in bijna vijfentwintig jaar tijd.

Ga luisteren naar: THE DEER ON THE PARKWAY

De opnames voor het album duurden drie jaar en vonden afwisselend plaats in de Argentijnse hoofdstad (waar zijn vrouw een topbaan heeft) en in New York waar Shindell ook zo nu en dan verblijft. Het album bevat elf liedjes die qua niveau, zowel in tekst als muziek, bovengemiddeld goed zijn. De eerste helft is gevuld met een mengeling van blues, rock ’n roll en folk. CARELESS kan de competitie met het werk van John Hiatt wel aan, maar ook met moderne muzikanten als Jason Isbell en Ryan Bingham. De verhalen op het album worden mooi muzikaal ondersteund. Soms is het een jankend Hammond orgel en andere keren een subtiel stukje gitaarspel dat voor inkleuring zorgt. Shindells stem is zacht en netjes en valt niet echt op. Mogelijk dat dit een van de redenen is waarom Richard Shindell zich tot nog toe nooit zo onder de aandacht heeft weten te spelen; en of hem dat met dit album gaat lukken durf ik te betwijfelen. Natuurlijk is CARELESS een goed en degelijk album waar genoeg moois op staat. Maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat het album mij niet altijd kan boeien. Dat is gelukkig niet van toepassing op het hele album, maar gezien de tijd die hij ervoor heeft genomen; hoor je liedjes van misschien wel een perfectionist. Hierdoor biedt het album geen grote verrassingen. Ik moet mij dan ook alleen maar tevreden stellen met datgene wat Shindell mij voorschotelt. Niks meer, maar ook niks minder.

Ik sluit af met: ABBY

Ronnie Earl & The Broadcasters - Maxwell Street

Ronnie Earl (in 1953 geboren als Ronald Horvath) mag eigenlijk geen onbekende worden genoemd. Ooit maakte hij deel uit van de legendarische Roomful of Blues om acht jaar later zijn eigen band The Broadcasters te beginnen. Mijn eigen herinneringen aan Ronnie Earl gaan terug naar zijn optreden op het Moulin Blues Festival in 1997 waar hij samen met een trio ft. Joe Beard stond geprogrammeerd. Het meeste is mij daarvan bijgebleven dat Earl niet van het podium was af te slaan. Of het nu het in de grote of kleine tent was. Overal kwam je Earl wel ergens tegen en speelde hij zijn rol als gastmuzikant met verve.
Nu heeft hij weer zijn zoveelste album uitgebracht. De titel hiervan verwijst niet zozeer naar een van de beroemdste straten van Chicago waar het een ontmoetingspunt is van blues muzikanten maar het is eerder een ode aan David Maxwell, de blues pianist en voormalig lid van The Broadcasters die op 13 februari 2015 is overleden.

Ga luisteren naar: IMAGINATION

De begeleiders van Earl, the Broadcasters, bestaan uit zangeres Diane Blue, gitarist Nicholas Tabarias, toetsenspeler Dave Limina, drummer Lorne Entréss en bassist Jim Mouradian. Er zijn tien nummers opgenomen, zes daarvan zijn door de bandleden zelf geschreven. Daarnaast zijn er 4 gepaste covers bij gezocht. Vijf nummers zijn instrumentaal en op vijf nummers neemt Diane Blue de vocalen voor haar rekening. Het album balanceert tussen blues en jazz. Er wordt geopend met een aantal instrumentale nummers. De verrassing zit niet zo zeer in het opgenomen materiaal, maar meer in het feit dat Ronnie Earl na al die jaren nauwelijks inboet aan kwaliteit. We horen Earl zoals we hem kennen, fraai gitaarwerk, een mooie toon en hoewel hij bij tijd en wijle kan vlammen hoor je nergens een noot te veel. Echt een gitarist van het type ‘minder is meer’.
Sommige critici zijn van mening dat ondanks de kwaliteit van de muziek het album hier en daar net iets te glad en perfect klinkt. Dit mag dan zo zijn, maar als ik alleen al naar een nummer als ‘BLUES FOR DAVID MAXWELL’ luister, gaan de haartjes op mijn armen toch echt omhoog. En mede daardoor is het nieuwe album van Ronnie Earl & The Broadcasters voor mij dan ook een mooi album dat ik de liefhebber van uitstekende blues alleen maar kan aanraden.

Ik sluit af met BROJOE

 

Mandolin Orange - Blindfaller

Op Spotify was ik de naam Mandolin Orange al eens tegengekomen, maar om eerlijk te zijn heb ik daar toen verder niet veel aandacht aan geschonken; ook al omdat de naam me eigenlijk weinig zei. Mandolin Orange blijkt een duo uit Chapel Hill, North Carolina, te zijn dat bestaat uit Andrew Marlin en Emily Frantz en dat Amerikaanse rootsmuziek maakt. Beide muzikanten kunnen op meerdere instrumenten uit de voeten en beiden beschikken bovendien over een fraaie stem. Blindfaller is hun vijfde album. Voor dit album heeft het duo zich laten versterken door enkele gelouterde muzikanten

Luister maar eens eerst naar: Picking Up Pieces

Op het album staan tien liedjes in de stijl van bluegrass/folk-country tot licht bluesy-gospel. Tekstueel handelen de songs over een rechtvaardiger wereld. Het is muziek die opvalt door een prachtige instrumentatie, met een hoofdrol voor akoestische en elektrische gitaren, de mandoline en een zeer trefzeker vioolwerk. Het zijn rustige, bedachtzame songs die zwaar leunen op de harmonieën van Marlin en Frantz; hun stemmen zijn misschien wel de allermooiste delen van het arsenaal instrumenten.
De intieme, grotendeels akoestische liedjes die op het bedeesde af worden uitgevoerd leveren fraaie hoogtepunten op, vooral te horen in de nummers: Wildfire, Pickin’ Up Pieces, Echo en Gospel Shoes.
Deels ben ik dan ook aangenaam verrast door dit nieuwe album. Toch wil ik ook wel een minpuntje aan het album benoemen; namelijk het feit dat het tweetal nergens uit de bocht schiet. Op het album voel je eigenlijk een spanning opgevoerd worden; je verwacht dan ook ieder moment dat het tweetal los gaat. Echter dat gebeurt helaas niet. Daarnaast zijn niet alle nummers even sterk waardoor eenvormigheid op de loer ligt. Pas als er een beetje gerockt wordt, en dan leg ik de nadruk op ‘beetje’, zoals op het nummer Hard Travelin’, merk je pas echt dat de band is uitgebreid. De inbreng van de extra leden wordt echter vooral gebruikt om de arrangementen van de nummers te verrijken, zonder dat ze meteen gespierder gaan klinken. Een beetje meer pit had het album dus geen kwaad gedaan, maar ondanks dit minpuntje maakt het de eerdergenoemde momenten er niet minder prachtig op.

Ik sluit af met: Hard Travelin’

 

Little Steve & The Big Beat - Another Man

Steven van der Nat oftewel Little Steve is geen onbekende in het blues circuit. In eerdere jaren was gitarist bij The Backbones, de band die met Hook Herrera door Nederland toerde. The Big Beat worden gevormd door Bird Stevens (voorheen The Jitterbugs) en Jody van Ooien (The Strikes) aangevuld met Martijn van Toor op tenor sax en Evert Hoedt op bariton.
In 2013 werd een promo EP uitgebracht; een jaar later in december 2014 gevolgd door de single BRAND NEW MAN. De band heeft de afgelopen jaren heel aardig aan de weg weten te timmeren. Zij hebben ook al de grotere podia (BRBF in Peer en Moulin Blues) bezocht. Nu is er een nieuwe cd van hen verschenen met de titel ANOTHER MAN.

Ga luisteren naar: THINGS

Vrijwel alle nummers op het album zijn door Steven van der Nat zelf geschreven; met uitzondering van JUST ONE MORE TIME oorspronkelijk van Ike Turner en het instrumentale YES YOU CAN van Martijn van Toor op tenor saxofoon.
Over het algemeen genomen zijn het allemaal uptempo nummers met afwisselende beat, maar ook met een rustpunt. Daarvoor moet het titelnummer ANOTHER MAN maar eens beluisterd worden. Opvallende naam bij het nummer DANGEROUS KIND is die van gastspeler Bas Janssen. Hij speelt piano die op een zeer subtiele wijze in de mix is weggezet.
Er kan van elk nummer wel iets verteld worden. Feit is dat het stuk voor stuk sterke songs zijn; vol pregnante staccato snarenriffsriffs en energieke , wat onderkoelde zang met een goede beheersing van de kopstem. De blazerssectie krijgt voldoende ruimte om te laten horen waar ze goed in is. Het gitaarwerk van Steven is erg goed.
Het geheel heeft een mooie authentieke sound, mooie frasering in de solo’s en prima akkoordenwerk.
Kortom authentieke old school R&B, in combinatie met soulvolle zang en gepassioneerd snarenspel. Een bijzonder aardige cd van een band waar wij nog veel van hopen te horen.

Ik sluit af met: I GOTTA KNOW

 

Bob Weir - Blue Mountain

Bob Weir, inmiddels ook al op de respectabele leeftijd van 68 jaar, is één van de oprichters van de legendarische Grateful Dead. Hoewel zijn nieuwe album BLUE MOUNTAIN zijn eerste soloalbum in 10 jaar is, heeft de muziek altijd in het middelpunt van zijn belangstelling gestaan. Dat is ook zo gebleven na de dood van zijn bloedbroeder en muzikale soulmate Jerry Garcia in 1995. Sinds Garcia’s overlijden is Weir steeds met verschillende muzikale projecten bezig geweest. Een van die projecten is Ratdog, misschien wel de meest bekende band uit de groepen waar hij mee aan de slag is gegaan en die hij samen met Rob Wasserman startte. Maar ook met zijn laatste idee DEAD & COMPANY; de band die hij samen met John Mayer op gitaar vormt, worden in Amerika nog steeds evenementen helemaal uitverkocht en weet hij een nieuwe generatie fans aan te boren die destijds nog te jong waren om hem samen met Garcia aan het werk te zien.

Ga luisteren naar: GONESVILLE

Voor de 12 nummers op het album heeft Weir de hulp ingeroepen van Josh Ritter en Aaron en Bryce Dessner beiden lid van The Nationals .
Weir ontpopt zich op het album als een echte verhalenverteller. Voor deze verhalen liet hij zich inspireren door het werken als ranch-hulp in Wyoming toen hij 15 jaar oud was. Weir noemt de songs op zijn nieuwe album dan ook cowboy-liedjes. Zijn toon en vocale prestaties zijn door de jaren heen zoeter en zachter geworden. Zelf bemerkte ik een opmerkelijke gelijkenis in de stem van Weir met die van Warren Zevon (ook al weer in 2003 overleden). Weird heeft hetzelfde timbre; dezelfde warmte en rust; maar blijft wel bij de kern waar het allemaal om draait; het cowboygevoel.
Op BLUE MOUNTAIN heeft Weir de balans gevonden tussen simpele maar anderzijds ook weer prikkelende muziek en teksten. Wat mij betreft is het resultaat indrukwekkend. Mochten jullie echter twijfelen aan mijn woorden dan raad ik jullie aan om het album maar eens echt te gaan beluisteren. Ik geloof dat jullie dan tot dezelfde conclusie komen.

Ik sluit af met: KI-YI BOSSIE

 

Billy Bragg & Joe Henry - SHINE A LIGHT
(FIELDRECORDINGS FROM THE GREAT AMERICAN RAILROADS)

Billy Bragg is een sociaal en politiek geëngageerde Britse bard. De kans is groot dat er in Nederland maar een beperkt aantal liefhebbers zijn die hem kennen, want door de bank genomen is Bragg nooit echt doorgebroken in Nederland. Dit ondanks het feit dat hij door de jaren heen de nodige plaatjes heeft afgeleverd en zelfs nog twee albums maakte met Wilco (te weten: Mermaid Avenue en Mermaid Avenue II in respectievelijk 1998 en 2000). In 2013 maakte hij zijn laatste album, Tooth & Nail, dat geproduceerd werd door de Amerikaanse liedjesschrijver Joe Henry die eerder al als producer bij talloze projecten o.a. van Elvis Costello, Solomon Burke, Rodney Crowell, Bonnie Raitt en Bettye Lavette, betrokken was. Bragg en Henry ontwikkelden een intense vriendschap; aan het begin van dit jaar resulterend in het gezamenlijk besluit samen op zoek te gaan naar de mystiek achter liedjes over het al dan niet clandestiene zwerven met de trein. In het kort is dit de ontstaansgeschiedenis van het nieuwe album: SHINE A LIGHT.

Ga luisteren naar: LONESOME WHISTLE

Bragg en Henry stapten in Chicago op een trein richting Los Angeles. Gedurende deze reis verkenden ze de begindagen van de Amerikaanse blues, country en rock and roll. Onderweg hielden zij geregeld halt om dertien ‘train songs’ op te nemen van pioniers als Leadbelly, Hank Williams, Glenn Campbell, Gordon Lightfoot en Jimmie Rodgers. Het concept dat werd gehanteerd was feitelijk simpel: twee mensen, twee gitaren. Dat is ook waar het album het van moet hebben: de verhalen en hun geschiedenis. Het opnemen van de songs vond plaats in wachtzalen, treindepots, stationsgangen en hotellobby’s . Bijzonder aan het album is dat bij de opnames op de stopplaatsen ook stationsgeluiden werden opgenomen. Daardoor zijn de raspende remmen van inkomende treinen, druk ratelende intercomstemmen die vertragingen aankondigen en véél deuren die hard dichtvallen duidelijk te horen.

Dit alles maakt het album zo bijzonder. Het is vooral de ambachtelijke old school benadering die dit sfeervolle authentieke veldwerk een tijdloos allure verleent. Dat beiden ervoor kiezen om de omgevingsgeluiden niet weg te filteren, maakt dat deze field recordings hun naam alle eer aandoen.

Ik sluit af met: HOBO’S LULLABY

 

Walter Broes & The Mercenaries - ‘Movin Up’

De naam Walter Broes zal velen niet onbekend in de oren klinken. Jarenlang was hij de frontman van en schreef hij de songs voor de Belgische roots- en rockband The Seatsniffers. Met deze band maakte hij zeven cd’s en toerde hij door heel Europa maar ook werd een groot gedeelte van de Verenigde Staten aangedaan. De band had een status verworven als een van de beste bands op hun gebied. Het is dan ook daarom dat menigeen verbaasd reageerde toen er in 2012 plots een einde kwam aan The Seatsniffers. Na een korte periode van relatieve stilte rond Walter Broes, richtte hij samen met drummer Lieven Declercq en bassist Bas Vanstaen: Walter Broes & The Mercenaries op. Van dit trio is nu een eerste album verschenen dat de titel ‘Movin Up’ meekreeg.

Ga daarvan maar eens luisteren naar: ‘Downtime’

Op de cd staan negen zelfgeschreven nummers en twee covers. Naast het al eerder genoemde trio leveren ook Chantal Acda (vibraphonette), Tom Vanstiphoudt (pedalsteel), Ruben Block (Triggerfinger, backing vocals) en ex-Seatsniffer Roel Jacobs (sax) een bijdrage. Het geluid is rock ’n roll met blues en country als duidelijke basis. En verder is het een mooie mix aan rockabilly, country en rhythm ’n blues en alles wat daar tussen zit. De twee covers van het album zijn ‘I Got My Own Kick Going’ van Ronnie Self en ‘Black Star’ van Elvis Presley als afsluiter. Dit nummer handelt over iemand die weet dat zijn eind nadert. David Bowie, een fan van de King, noemde zijn laatste album mogelijk om die reden Blackstar.
Tot zover de popgeschiedenis. Met de muziek op ‘Movin Up’ putten Walter Broes & The Mercenaries uit de bekende vaatjes van rhythm & blues rootsrock en lekkere rockabilly. In combinatie met de typische stem van Walter maakt dit dat Walter Broes & The Mercenaries klinken zoals je zou verwachten. Het voegt dan misschien niet zoveel aan de geschiedenis toe maar het is wel een lekker plaatje en de muziek zal zeker voor swingende heupen zorgen bij live-optredens van de band.

Ik sluit af met: ‘You and Me’

 

Blackberry Smoke - Like An Arrow

In juli trad Blackberry Smoke op tijdens het Utrechtse Roots In The Park. Daar lieten ze zich al zien als een van de betere nieuwe southern-rockbands. Nou is nieuw niet het juiste woord in dit verband, want de band bestaat al sinds 2001 en ze hebben inmiddels de VS al enkele keren doorkruist. Hun doorbraak is echter pas van de laatste jaren. Sinds het uitbrengen van hun vorige album ‘HOLDING ALL THE ROSES’, heeft hun carrière een behoorlijke boost gekregen. Zo’n kwart miljoen volgers op Facebook, een tot 8.000.000 opgelopen bezoekjes op You Tube en een eerste plaats in de Bilboard Country Album Charts.
Daar bovenop komen nog eens de buitengewone concerttournees en de druk om een minimaal gelijkwaardig, maar liever nog een succesvoller vervolgalbum te produceren. Dat is dan wat ‘LIKE AN ARROW’ moet worden.

Ga luisteren naar: THE GOOD LIFE

Op ‘LIKE AN ARROW’ wordt Southern rock continu gemixt met facetten uit de country, funk, honky tonk en zelfs wat jazz. Het eindresultaat mag er zijn; nergens valt dit samenspel uit de toon. Zelfs rustige tracks zoals het zojuist gehoorde 'THE GOOD LIFE' en het mooie slidenummer 'SUNRISE IN TEXAS' passen in het totaalplaatje. Bijna alle tracks zijn ergens tussen de drie en viereneenhalve minuut. Alleen afsluiter ‘FREE ON THE WING’ (met gast Gregg Allman) komt daar bovenuit. De reden is simpel: Blackberry Smoke knalt steeds bijna meteen de centrale riff in, in plaats van uitgebreide intro’s te fabriceren. Zelfs wanneer ze dan toetsen- en gitaarsolo’s er doorheen gooien komen ze daardoor al vrij snel aan het einde.
Mag je dan over een vernieuwend album spreken? Nee over het algemeen genomen kun je zeggen dat wij het hier, ondanks de vermenging van stijlen, met een klassieke southern-rockband van doen blijven hebben. Blackberry Smoke doet niets nieuws op hun nieuwe album. Ze kleuren binnen de lijntjes door ons een juiste, onweerstaanbare, mix van stevige gitaren en catchy melodieën voor te schotelen. Een combinatie die vanzelfsprekend lijkt, maar waar ze nergens zo goed in zijn als in de southern rock.
Door er echter óók bezieling in te stoppen, tillen ze het album boven de middelmaat uit. Ver daarboven zelfs.

Samengevat: ‘LIKE AN ARROW’ is een verplicht album voor fans van Lynyrd Skynyrd, The Black Crowes, The Allman Brothers of Gov’t Mule. Maar eigenlijk is dit album ook erg geschikt als ‘instapdrug’ voor de beginneling, die geïnteresseerd is in southern sounds.

Ik sluit af met: AIN’T GONNA WAIT

Santana - SANTANA IV

in 1966 richtte Carlos Santana samen met bassist David Brown en toetsenist Gregg Rolie de Santana Blues Band op. Deze band beleefde zijn grote doorbraak in 1969 met het optreden tijdens het bekende Woodstock Festival. In datzelfde jaar verscheen ook het eerste album ‘Santana’. In 1973 volgende hun tweede album ‘ABRAXAS’ met de hits Black Magic Woman en Oye Como Va. Een jaar later bracht de band het album ‘SANTANA III’ uit. Vervolgens ging het mis met de band. Als gevolg van drank, drugs en muzikale meningsverschillen vonden er nogal wat wisselingen in de samenstelling van de band plaats. Menig lid vertrok en Carlos Santana ging ook een iets andere muzikale richting op. Nu, 45 jaar later, is er echter SANTANA IV met bijna dezelfde bandbezetting als toen, dus met: Carlos Santana (gitaar, zang), Neal Schon (gitaar, zang), Gregg Rolie (leadzang, keyboards), Mike Carabello (percussie) en Michael Shrieve (drums). Alleen bassist David Brown en percussionist José “Chepito” Areas die in 1971 ook nog deel uitmaakten van de band ontbreken op het nieuwe album.

Ga luisteren naar: ALL ABOARD

Met het nieuwe album lijkt Santana weer helemaal terug te zijn. Het album voert je terug naar de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het reunie-album is goed voor 75 minuten muziek en zal diegenen die de eerste albums van de band wisten te waarderen, opnieuw weten te raken. Het is allemaal heel herkenbaar; de sound van de oorspronkelijke Santana is duidelijk hoorbaar in vlammende gitaarsolo’s, mooie orgelsolo’s en in de ritmesectie die de bekende latinsferen weer helemaal doet herleven.
Variatie is troef op dit album van Santana en als ik eerlijk ben had ik niet gedacht dat Carlos Santana en co. nog tot zo’n goede plaat in staat zouden zijn. De laatste albums van Santana waren wat mij betreft niet heel bijzonder; met als uitzondering hierop het album SUPERNATURAL (1999). Daarmee maakte Santana ook al eens een comeback dankzij de vocale gastbijdragen van diverse zangers en zangeressen. Met SANTANA IV maakt hij opnieuw een ijzersterke comeback. Het moet wel heel raar lopen als dit album geen hit wordt. Mocht er na dit album geen nieuw meer verschijnen dan is het een grandioos afscheid.

Ik sluit af met: BLUES MAGIC

Margo Price - Midwest Farmer’s Daughter

Margo Price is afkomstig uit het traditionele Middenwesten van de Verenigde Staten. Zij heeft voordat zij solo ging nog een blauwe maandag met Sturgill Simpson in een band gezeten. In haar solocarrière heeft zij de afgelopen 10 jaar een goede reputatie als live act opgebouwd. Maar tot voor kort vertaalde die reputatie zich niet in aandacht van de radiostations of platenlabels. Dat daar nu wel verandering in is gekomen is vooral toe te schrijven aan het feit dat niemand minder dan Jack White Margo Price onder zijn hoede nam. Hij wist haar over te halen een contract bij zijn Third Man Records te tekenen en nam haar vervolgens mee naar de legendarische Sun Studio’s in Memphis waar Margo Price’s debuutalbum: MIDWEST FARMER’S DAUGHTER werd opgenomen.

Ga maar eens luisteren naar: FOUR YEARS OF CHANCES.

Voor het opnemen van dit half autobiografische album moest zij haar trouwring en auto verkopen. Een van de mooiste nummers van het album is het openingsnummer ‘HANDS OF TIME’. Hierin vertelt Price wat zij zoal in haar leven heeft moeten meemaken; hoe haar vader zijn farm kwijtraakte; zij een relatie met een getrouwde man aanknoopte, korte tijd in een gevangenis verbleef en een kind verloor door een miskraam.
. De veelkleurige instrumentatie op de plaat roept al volop herinneringen op aan countrymuziek uit het verleden en deze herinneringen worden nog veel sterker wanneer Margo Price begint te zingen. Zij zoekt geen aansluiting bij de jonge en succesvolle country pop zangeressen van het moment, maar grijpt terug op de platen van Tammy Wynette, Dolly Parton, Loretta Lynn en in iets mindere mate Emmylou Harris.
MIDWEST FARMER’S DAUGHTER is daarmee een plaat die het verleden ademt en is een goede country plaat. Voor een groot gedeelte is dit te danken aan de begeleidingsband; deze weet het 70s country geluid uitstekend te reproduceren, maar het geluid van Margo Price ook te voorzien van invloeden uit de honky tonk en soul.

Nu de grote dames van de country al aardig op leeftijd beginnen te raken (Emmylou Harris (69), Dolly Parton (70) en Loretta Lynn (84!) ) wordt het tijd voor opvolgsters. Met MIDWEST FARMER’S DAUGHTER
als droomdebuut, heeft Margo Price zichzelf op de kaart gezet als een van de, in potentie, upcoming grote dames van de country van nu.

Ik sluit af met: DESPERATE AND DEPRESSED.

 

Jeff Beck - LOUD HAILER

Jeff Beck is inmiddels de leeftijd van zeventig gepasseerd. Zijn carrière begon in 1965 toen hij Eric Clapton ging vervangen bij The Yardbirds. Lang heeft hij binnen die groep niet uitgehouden want na 1,5 jaar verliet hij de band om zijn eigen band, The Jeff Beck Group, te beginnen; toen nog met Rod Stewart op zang. Wat volgde was een carrière met vallen en opstaan. De afgelopen zes jaar hebben we weinig van hem gehoord. EMOTION & COMMOTION , zijn voorlaatste album, dateert inmiddels alweer uit 2010. Stilgezeten heeft hij al die tijd echter ook weer niet. Zo verscheen er in de tussentijd van zijn hand een eerbetoon aan Les Paul als ook een live document dat met een aantal nieuwe nummers werd opgesierd. Daar kan dan ook nog eens zijn fanatiek touren in de afgelopen jaren bij gevoegd worden. Toch was het dan wel weer eens tijd om met een nieuw album te komen. Dat is LOUD HAILER geworden.

Ga maar eens luisteren naar: LIVE IN THE DARK

Opvallend aan het album is de vocale invalshoek; sinds lange tijd is er niet meer zoveel gezongen op zijn studioalbums. Hiervoor heeft hij de samenwerking gezocht Rosie Bones en Carmen van den Berg. Beide dames maken deel uit van de Londense rockgroep Bones. Beck heeft samen met de dames alle songs geschreven. Het trio wordt gecomplementeerd met David Sollazzi (drums) en Giovanni Pallotti (bass). Deze samenwerking heeft er ook voor gezorgd dat er ditmaal geen jazzrock, fusion of experimenten met techno te horen is, maar dat het een rock album is geworden waarbij gebruik van beats niet worden geschuwd.
LOUD HAILER is een synoniem voor megafoon. Die naam is zeker toepasselijk voor het album, omdat de thema’s van de songs een commentaar is op het wereldgebeuren van vandaag. Beck spuit zijn gal tegen de massamedia, de politieke terreur en hij pleit ervoor om de kinderen te beschermen.
De samenwerking met de dames lijkt als een katalysator te werken op de 72-jarige meester. Hij weet de meest merkwaardige geluiden uit zijn gitaar te persen.
Tot zover het meest opvallende aan het nieuwe album van Jeff Beck. Dit neemt helaas niet weg dat ik aan het eind met de vraag achterblijf wat nu de toegevoegde waarde van dit album aan zijn oeuvre is. Wat als zijn naam niet op de cover had gestaan? Was het album dan überhaupt opgevallen of zou, doordat de zang van de dames zo prominent aanwezig is, het dan als cd van de zoveelste meidenrockband worden getypeerd? Goed gitaarwerk, dat wel. Maar daar is dan ook wel veel, zo niet alles mee gezegd.

Ik sluit af met: THE BALLAD OF THE JERSEY WIVES

 

Samuel Beam & Jesca Hoop - LOVE LETTER FOR FIRE

Samuel Beam, de singer songwriter uit Zuid-Carolina, heeft als drijvende kracht achter de formatie Iron & Wine al een indrukwekkend oeuvre opgebouwd . Daarnaast zijn er nog zijn samenwerkingen met Calexico en meer recent met oude vriend Ben Bridwell van The Band of Horses te benoemen. Zangeres Jesca Hoop mag misschien hier in Nederland wat minder bekend zijn, maar in de alternatieve countrywereld van de Verenigde Staten is ook zij ook al een hele dame. Op het album LOVE LETTER FOR FIRE slaan de twee hun handen ineen met dertien songs. Voor de muzikale begeleiding hebben ze zich weten te omringen door leden uit respectievelijk Wilco, Primus en The Decemberists.

Ga maar eens luisteren naar: MIDAS TONGUE

Beam wilde altijd al een lekkere ouderwetse duetplaat maken. In Jesca Hoop vond hij de partner om dit plan te realiseren. Het resultaat is LOVE LETTER FOR FIRE ; een album opgedragen aan de liefde. Na een korte introductie worden we op het album naar een collectie poëtische countrypop geleid.
Een absolute hoofdrol is op het album weggelegd voor de stemmen. Het duo pakt het ambitieus aan met breed uitgezette nummers. Beam en Hoop werken veel met lange vocale uithalen en het grootste gedeelte van de nummers wordt daarbij gelijktijdig gezongen. Echter de muziek voert je daarnaast ook mee in zijn heerlijk trage ritme, dat op de achtergrond rustig voortkabbelt. De begeleiding is niet traditioneel folk; regelmatig wordt er gebruik gemaakt van digitale toevoegingen. De violen die enkele keren gebruikt worden dragen nog verder bij aan de romantische sfeer; want het is en blijft tenslotte een album opgedragen aan de liefde.
Niet alle nummers zijn even origineel, soms rusten ze wel erg op het klassieke songformat, maar desalniettemin; ook al komen de nodige genre's en stijlen voorbij, toch kun je niet zeggen dat het album een samenraapsel is. Dat is dan toch voornamelijk te danken aan de stemmen, die zorgen voor verbinding en maken het daarmee ook weer een geheel.

Inmiddels heb ik al enkele recensies gelezen waarin het album wordt omschreven als te mat en met te weinig passie. Helemaal eens ben ik het daar niet mee. Het is misschien niet een album dat ik elk moment zou afspelen en je hebt er wel even oog /oor voor subtiliteit bij nodig. Als dat er eenmaal is dan hoor je wat mij betreft een aangenaam, ontspannen album.

Ik sluit af met: SAILOR TO SIREN

Moreland & Arbuckle - PROMISED LAND OR BUST

Moreland & Arbuckle is een Amerikaanse electric blues/roots rock trio dat bestaat uit gitarist Aaron Moreland, drummer Kendall Newby en Dustin Arbuckle op de bluesharp. De oprichters Aaron en Dustin ontmoetten elkaar op een open mic sessie in hun woonplaats Wichita, Kansas in 2001. Al snel konden beide muzikanten het goed met elkaar vinden en besloten ze een akoestisch duo te vormen en traditionele en Delta blues te spelen. In 2006 kwam drummer Kendall Newby de gelederen versterken. Hun muziek veranderde ook; van akoestisch ging men naar elektrisch. Tegenwoordig combineert het trio landelijke blues, met Delta en Mississippi Hill Country en rock stijlen.
Inmiddels zijn Moreland & Arbuckle redelijk populair en touren ze over de hele wereld. PROMISED LAND OR BUST is alweer hun vijfde album; maar het eerste voor het vermaarde Alligator Records

Ga maar eens luisteren naar: MEAN AND EVIL

Het album bevat elf nummers, waarvan de helft geschreven zijn door het duo Moreland & Arbuckle. Ook in de helft van de nummers krijgen Moreland & Arbuckle versterking van bassist Mark Foley en toetsenist Scott Williams.
In deze elf compacte songs laten de heren horen waar ze voor staan, namelijk een combinatie van harde, ruige rock en moerassige blues afgewisseld met enkele krachtballads. Het album bevat tevens een vijftal coverversies, waaronder een bondige uitvoering van I’M A KING BEE van Slim Harpo en een dampende vertolking van WOMAN DOWN IN ARKANSAS van Lee McBee.

Het eigen songmateriaal is prima en solide; boogieritmes, gitaarriffs, vette grooves, energieke rauwe zang en intens mondharmonicaspel, het is er meer dan genoeg. Het toont de ontwikkeling die de band heeft gemaakt in de afgelopen jaren.
Toch is er ook een probleempuntje dat ik wil aanhalen; zonder overigens afbreuk te willen doen aan de kwaliteiten van dit trio, want daar beschikt het ontegenzeglijk over. Persoonlijk kan ik mij namelijk niet aan de indruk onttrekken dat dit soort muziek veel beter tot zijn recht komt in een live-omgeving dan in de beslotenheid van de huiskamer met behulp van een cd-speler.

Het is moeilijk te zeggen wat de toekomst voor Moreland & Arbuckle zal brengen. Zelf hoop ik op een al langer gewenst live-album; maar voor het zelfde geld zou het een terugkeer naar de akoestische vorm kunnen zijn; daar hebben ze immers de afgelopen tien jaar eigenlijk niets meer aan gedaan.
Maar laat duidelijk zijn; wat het ook wordt; saai of vervelend wordt het niet.

Ik sluit af met LONG WAY HOME

 

Fantastic Negrito - 'THE LAST DAYS OF OAKLAND'

Achter de Fantatstic Negrito gaat een man met een nauwelijks uit te spreken naam schuil. Voor deze gelegenheid zal ik de naam van Xavier Dphrepaulezz dan wel een keer noemen; gemakshalve schakel ik echter vervolgens maar weer gauw over naar Fantastic Negrito.
Zijn leven is bepaald niet over rozen gegaan. Als één van de veertien kinderen uit een gezin met een Somalische achtergrond liep hij op zijn twaalfde weg van huis en leerde hij zichzelf elk instrument te bespelen dat hij te pakken kon krijgen. Verder is noemenswaardig dat hij een keer met een pistool is bedreigd; hij een lucratief platencontract kreeg aangeboden dat hem niet veel opleverde; hij een ernstig auto-ongeluk kreeg waarna hij 1 maand in coma heeft gelegen en dat hij ook een carrière als wietboer begon. Hij heeft enkele ep’s op zijn naam staan; maar pas nu is er zijn eerste full-length album met de titel: THE LAST DAYS OF OAKLAND verschenen.

Ga luisteren naar: SCARY WOMAN

De ommezwaai lijkt er met de geboorte van zijn zoontje te zijn gekomen. Sindsdien lijkt het geluk Fantastic Negrito weer toe te lachen. Hij hervond in elk geval zijn muzikale inspiratie en begon te werken aan, wat je kunt noemen, zijn muzikale levensverhaal. Met zoveel pech in je leven kom je natuurlijk snel bij de blues uit. Maar Fantastic Negrito gaat nog een stapje verder. Hij beslecht de grenzen tussen blues, (psychedelische) soul, roots en rock. Uit zijn stem die ergens tussen een croon en een schreeuw in hangt klinkt veel passie en dat komt het album zeker ten goede.

THE LAST DAYS OF OAKLAND telt 13 tracks waarin Fantastic Negrito de sociaaleconomische, raciale en klasse problemen behandelt waar hij dagelijks getuige van is aan de Amerikaanse West Coast.
Wat mijzelf betreft; de afgelopen weken heb ik met veel plezier deze cd in de speler geplaatst om hem te beluisteren. Het album kan mij zeer bekoren. Veel variatie en passie; ik heb mij nergens kunnen betrappen op enige verveeldheid. Het album staat vol sterke nummers. Fantastic Negrito verdient het dan ook gewoon om onder de aandacht te worden gebracht. Hij heeft namelijk alles in zich om een wereldwijde sensatie te worden.

Ik sluit af met: NOTHING WITHOUT YOU

Tot de volgende keer

fons

 

Robert Ellis

De Amerikaanse singer-songwriter en gitarist Robert Ellis woont tegenwoordig in Houston Texas. Zijn muziek is een mengeling van country, pop en jazz. In 2009 bracht hij in eigen beheer zijn debuutalbum THE GREAT REARRANGER uit. Dit was nog niet meteen een album waar hij de aandacht mee trok. Dat veranderde echter met zijn in 2011 verschenen album PHOTOGRAPHS en het uit 2014 stammende THE LIGHTS FROM THE CHEMICAL PLANT. Voor zijn nieuwe album keerde Robert Ellis vanuit Nashville terug naar zijn thuisbasis Houston, waar hij met een aantal gastmuzikanten zijn titelloze album opnam.

Ga maar eens luisteren naar ‘HOW I LOVE YOU’

Het nieuwe album volgt op een donkere periode in het leven van Ellis, waarin zijn huwelijk op de klippen liep. Hierdoor is het album dan ook een soort break-up plaat geworden. Maar wie denkt dat een break-up plaat altijd neerslachtig van aard moet zijn, raad ik aan om dan maar eens naar dit album te luisteren, want Ellis bewijst daarop het tegendeel.

Waar Ellis op voorgaande albums nog muziek maakte met vooral invloeden uit de folk en country, trekt hij op zijn nieuwe plaat deze lijn door en worden extra invloeden toegevoegd aan zijn toch al zo veelzijdige geluid. De kracht van het album zit hem niet alleen aan de instrumentatie (van uiterst sober tot vol en groots met flink wat strijkers), mooie vocalen en uitstekende songs, maar ook door de emotie die doorklinkt in de van liefdesleed doordrenkte songs. Daarnaast kent het ook enkele bijzondere nummers zoals het instrumentale, haast ambient klinkende SCREW en afsluiter IT’S NOT OK waarop vlijmscherpe gitaren en wild losbarstende drums te horen zijn.

Ik ga niet zeggen dat ik een kenner ben van het werk van Robert Ellis. Er wordt gezegd dat wie zijn vorige albums kent, ook weet dat deze Amerikaan nog steeds groeiende is. Feit is wel dat Ellis’ nieuwe album mij heeft geïntrigeerd; en dat ik nu na enkele luisterbeurten ook kan zeggen dat het album zeker de moeite waard is. Misschien dat het aanvankelijk even wennen is, maar bij elke luisterbeurt weet het album te verrassen. Daarom verbaast het mij dan ook niet dat Robbert Ellis tot een van de betere singer-songwriters van het moment wordt gerekend.

Ik sluit af met: COUPLES SKATE

 

ISAIAH B. BRUNT - A MOMENT IN TIME

Hij is geboren en getogen in Nieuw Zeeland, waar hij van zijn vader gitaar, ukelele en lapsteel leerde spelen. Om zich verder te ontwikkelen in de muziek verhuisde hij naar het Australische Sydney. Daar bouwde hij zijn eigen studio, waar hij buiten zijn eigen werk ook dat van anderen produceerde. ‘A Moment In Time’ is het derde album van Isaiah B Brunt. Met zijn vorige album ‘That’s Just The Way That It Goes’ uit 2015 wist hij ook internationaal de aandacht op zich te vestigen. Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik mijzelf nog niet zo verdiept had in het werk van Isaiah B. Brunt; ik had zijn naam wel eens horen vallen, maar nu toch enigszins getriggerd door zijn niet voor de hand liggende naam én de titel van zijn album was het een prima aanleiding om er eens goed voor te gaan zitten.

Ga zelf ook maar eens luisteren naar: ‘STILL WAITING’

Het album telt negen zelfgeschreven nummers. Meteen is duidelijk te horen dat Brunt zeer is aangetrokken door de muziek van New Orleans. Hij heeft daardoor zelfs een tijdlang in deze stad gewoond. ‘A Moment In Time’ is ook In New Orleans opgenomen met een keur aan muzikanten.
De negen nummers zijn om het zo maar eens te zeggen interessant; Brunt is een prima tekstschrijver met een heldere stem. Hij neemt zijn luisteraars mee op reis terug in de tijd en weet daarbij de essentie van de traditionele blues goed te vangen. Dat gegeven; in combinatie met uitstapjes naar up-tempo stukken en zelfs een vleugje funk maakt het album zeer gevarieerd. De ritmesectie bestaat uit bassist George Porter Jr, van de Meters, en drummer Doug Belote. Zij houden de zaak in het gareel. Daarnaast is er goed pianospel te horen en nemen de blazers met Jeffrey Watkins op saxofoon en Ian E. smith op trompet een prominente plaats in op het album. De zangstijl van Isaiah B Brunt is heel relaxed en zijn gitaarwerk op de lapsteel erg knap.

Kortom ‘A Moment In Time’ is wat mij betreft een heel aardig en gevarieerd, fraai klinkend en regelmatig lekker swingend bluesalbum. Brunt weet met zijn enthousiasme en de kwaliteit van de nummers van het begin tot het einde te boeien. Mijn persoonlijke favorieten zijn ‘Lost Jacket Blues’ en ‘Travel Back In Time’.

Met een van mijn favorieten sluit ik ook af: ‘LOST JACKET BLUES’

 

Michael Kiwanuka - ‘Love & Hate’

Michael Kiwanuka, in 1987 geboren in Muswell, Londen brak in 2012 door met zijn debuutalbum ‘Home Again’. Met dit album bereikte hij in Nederland de bovenste positie van de album hitlijst, iets dat hem nergens anders - ook niet in zijn thuisland, waar hij de vierde plek bezette - lukte. Vrijwel meteen werd hij in een rijtje met vergelijkbare artiesten, als Lianne la Havas, Ray Lamontagne en Jake Bugg ondergebracht. Maar ook eerder werd hij al eens vergeleken met mensen als Curtis Mayfield en Van Morrison. Het was dan ook opmerkelijk dat het na zijn debuutalbum lange tijd stil bleef rondom Kiwanuka. Naar verluidt zou hij tijd nodig hebben gehad om zichzelf te hervinden. Nu, vier jaar later presenteert hij zijn nieuwe album ‘Love & Hate’, waarvoor hij de productie liet verzorgen door Danger Mouse, ooit bekend geworden als de helft van het hiphopduo Gnarls Barkley.

Ga luisteren naar: ‘One More Night’

Waar ‘Home Again’ nog een vrij sobere soulplaat was heeft Kiwanuka samen met Danger Mouse op ‘Love & Hate’ alle registers open getrokken om een gepolijste soulplaat te maken. daarvoor hebben ze geput uit 50 jaar (voornamelijke) soulroots. Het album is opgenomen in LA en Londen en hoewel het album slechts 10 nummers bevat is de lengte toch een krap uur. De tracks situeren zich qua klank tussen de sounds van grote soul- en jazzklassiekers gemengd met hedendaagse invloeden.
Bij de eerste single ‘Black Man In A White World’ zou je nog kunnen denken dat het een politiek gearrangeerd album was geworden, maar bij het horen van de 10 minuten durende opener ‘Cold Little Heart’ verdwijnt die gedachte weer. Het nummer heeft een bijna Pink Floyd achtig intro van ongeveer 5 minuten. Daarna hoor je ook pas voor het eerst de stem van Kiwanuka. Met zijn teksten bij enkele nummers lijkt hij ons duidelijk te willen maken dat hij een relatiebreuk achter de rug heeft. Daarvoor moeten het openingsnummer en de nummers ‘Falling’ en ‘Rule The World’ maar eens beluisterd worden. Eigenlijk is het de stem waar Kiwanuka het toch wel moet hebben op zijn nieuwe album, want het zijn de mooie liedjes, fraaie teksten en het herkenbare rauwe soulvolle geluid die het album de moeite waard maken. Daarnaast wordt door geregeld gebruik te maken van zijn elektrische gitaar, een aantal songs een meer rockkarakter meegegeven.

Met zijn tweede album slaat Kiwanuka dus gedeeltelijk een andere richting in. Nieuw is de meer elektrische sound. Maar daarnaast zijn ook de invloeden van klassiekers als Jimi Hendrix en Marvin Gaye hoorbaar.

Kiwanuka eert met ‘Love & Hate’ zijn grote voorbeelden en zet een traditie van zwarte protestmuziek voort waarvan het helaas nog steeds nodig is dat deze bestaat. Het laat een plaat van zowel een sterke als een fragiele man horen. Een album dat je niet onberoerd achterlaat. Toch wel indrukwekkend.

Ik sluit af met: ‘I’ll Never Love’

The Waco Brothers - ‘Going Down In History’

Eerst was er de Britse punkband The Mekons waar Jon Langford deel van uitmaakte. Met die band nam hij in 1985 een album op dat door velen als het eerste alt-country-album werd gezien. Langford had daarmee meteen de smaak te pakken en nam zich voor om naast The Mekons tevens een band te starten om daarmee op zoek te gaan naar een meer richting ‘Cash meets The Clash’ geluid. Zodoende ontstond in 1994 in Chicago de band The Waco Brothers. Voor Langford betekende dit dat hij enerzijds zijn geliefde muziekgenre kon blijven spelen terwijl hij zich anderzijds, samen met de overige Mekons, kon blijven toeleggen op het punk / postpunk geluid.
Inmiddels zijn we meer dan twintig verder en is er van The Waco Brothers het album ‘GOING DOWN IN HISTORY’ verschenen.

Ga maar eens luisteren naar: ‘ BUILDING OUR OWN PRISON’.

The Waco Brothers wordt als een alt-country band aangemerkt. Op het nieuwe album staan 10 nummers; allemaal korte nummers waarvan de gemiddelde duur van elke track niet langer dan 3 minuten is. Met het album lijkt de band nog maar eens aan te willen tonen goed te weten waar hun wortels liggen. Met hun muziek verwijzen The Waco Brothers, net als veel andere country bands dat doen, heel duidelijk naar de voorlopers van wat wel de vroege rock ‘n roll genoemd kan worden; Muziek die vooral vanwege haar rebelse karakter door velen werd omarmd. Daarom is het ook niet vreemd dat op het album een sterke coverversie van “ All Or Nothing’ een Small Faces’ single uit 1966 staat.

‘GOING DOWN IN HISTORY’ is wat mij betreft een erg onderhoudend album. Als je het album beluisterd hebt kun je mogelijk ook tot de conclusie komen dat het eigenlijk het beste is om deze band live aan het werk te zien. Die overtuiging heb ik zelf namelijk ook. Wat mij betreft moeten de songs van dit album gehoord worden in een zaal vol mensen die uit zijn op een plezierige avond. The Waco Brothers lijken daarvoor geknipt te zijn. Met dat in gedachten durf ik hier te stellen dat The Waco Brothers zich in de voorhoede van een genre bevinden dat Jon Langford al dertig jaar geleden heeft meehelpen ontwikkelen; namelijk prima, simpele countrymuziek met rockinvloeden. Je hoort dat deze muziek bij deze band ook voor de toekomst in goede handen is.

Ik wens jullie allen een prettige vakantie

en sluit af met: ‘GOING DOWN IN HISTORY’

 

Tedeschi Trucks Band - LET ME GET BY

Susan Tedeschi heeft altijd een bijzondere plaats ingenomen. Al voordat zij samen met echtgenoot Derek Trucks een band ging vormen had zij al een aantal uitstekende soloplaten op haar naam staan. Als organisatie van het MBF hebben wij haar al vanaf het begin van haar carrière gevolgd en heeft daardoor ook al diverse malen in Ospel op het podium gestaan.
De band rond Derek Trucks (die ook nog altijd deel uitmaakt van The Allman Brothers Band) en Susan Tedeschi werd in 2010 opgericht. Hun eerste album ‘REVELATOR’ (2011) werd meteen beloond met een Grammy en de opvolger, ‘MADE UP MIND’ (2013) was eveneens een groot succes. Een jaar daarvoor was het live album ‘EVERYBODY’S TALKING’ uitgebracht. In januari van dit jaar verscheen hun nieuwe studioalbum getiteld ‘LET ME GET BY’. Over de Deluxe versie van dat album ga ik het hier hebben. Die versie bestaat uit 2 cd’s ; de eerste bevat tien nieuwe nummers en op de tweede cd staan 8 bonustracks met daarop naast live opnamen vanuit het Beacon Theatre in New York, ook alternatieve mixen, vroegere opnamen en ander studiomateriaal.

Ga maar eens luisteren naar: ’LAUGH ABOUT IT’

De Tedeschi Trucks is niet zomaar een band, maar een zorgvuldig samengesteld gezelschap van getalenteerde muzikanten waaronder een saxofonist, keyboardspeler, percussionisten, trompettist, een trombonespeler en zangers. Echter voor de opnames van ‘LET ME GET BY’ wist men daarnaast ook nog eens onder andere gitarist Doyle Bramhall II, Tim Lefebvre (bassist op Bowie’s Blackstar), een aantal achtergrondzangeressen en een aantal blazers te strikken. Met dit uitgelezen gezelschap wordt op het nieuwe album rock, roots, soul, americana, country en blues gecombineerd tot een boeiende cocktail waarvan men kan zeggen dat die niet erg verrassend is, maar die daarentegen wel erg goed is gemaakt en waanzinnig lekker klinkt. Een kleine kanttekening hierbij moet wel worden gemaakt. Met de op de jaren ’30 geënte track ‘RIGHT ON TIME’ wordt wel iets afgeweken van het geëffende pad. Dit nummer heeft iets burlesque-achtigs en neemt daardoor een uitzonderlijke plaats in tussen de overige nummers, welke geheel in de bekende stijl van de band worden gepresenteerd.
Verder klinkt de band ondanks de grote omvang nooit te vol of overmatig, de productie is wijds en goed uitgebalanceerd.
Het mag inderdaad bijzonder worden genoemd dat de Tedeschi Trucks Band eigenlijk nooit verrast; de basisritmes zijn al duizenden malen eerder gebruikt, maar door de fraaie, gepassioneerde invulling en het virtuoze gitaarspel van Derek Trucks weet de band altijd weer te boeien.
Dat is dan ook de reden dat ik bij ‘LET ME GET BY’ kan concluderen dat het album vanaf de eerste noten imponeert door muzikaal vuurwerk en daarmee ook een album is dat ademt en vol passie zit.

Ik sluit af met: ‘SATIE GROOVE’

SUPERSONIC BLUES MACHINE - West Of Flushing, South Of Frisco

Een van de leuke dingen aan recenseren is dat er bij tijd en wijle muziek voorgeschoteld wordt waarvan je je afvraagt hoe het toch mogelijk is dat het kan. Iets gelijks doet zich voor bij de Texaan Lance Lopez; al jaren een gewaardeerd bluesrockgitarist en ruim 15 jaar aan de weg timmerend met een eigen band en eigen albums. Samen met de Italiaanse bassist en producer Fabrizio Grossi en drummer Kenny Aronoff richtte hij in 2012 de band Supersonic Blues Machine op. Zoals bij de meeste bands komt er op een gegeven moment een debuutalbum. In dit geval krijgt dat album de titel ‘WEST OF FLUSHING, SOUTH OF FRISCO’ mee. Wat dan weer niet zo gebruikelijk is, is dat er voor dit album ook een enorm blik gastmuzikanten wordt opengetrokken. Gastmuzikanten die stuk voor stuk toonaangevende snarenplukkers zijn, want we hebben het hier over ZZ Top’s Billy Gibbons; Gov’t Mule’s Warren Haynes; Walter Trout; Chris Duarte; Eric Gales en Robben Ford. Toch wel mannen die weten hoe ze met een gitaar moeten omgaan.

Ga maar eens luisteren naar: ‘RUNNING WHISKY’

Het idee om zoveel gastmuzikanten uit te nodigen werd verkregen van bands als The Who en The Rolling Stones die begin jaren zeventig ook hun vrienden uitnodigden in de studio. Die aanpak sprak hen erg aan.
Het album is over de hele linie uitstekend en met de gastbijdragen wordt het allemaal nog net iets beter. Luister bijvoorbeeld naar de track ‘REMEDY’ waarop Warren Haynes het gitaarwerk naar een hoger niveau tilt. Hetzelfde geldt voor: ‘CAN’T TAKE IT NO MORE’ door een andere gigant uit het genre: Walter Trout en Eric Gales doet met een solo op ‘NIGHTMARES AND DREAMS’ sterk aan Hendrix denken.
Op het album komt verrassend genoeg slechts 1 cover voor namelijk ‘AIN’T NO LOVE (IN THE HEART OF THE CITY’) dat oorspronkelijk van Bobby ‘Blue’ Bland is.
Misschien was het album zonder al die extra namen ook wel de moeite waard geweest. Lopez is een traditionele bluesrocker die stevig beïnvloed is door Stevie Ray Vaughan. Aronoff en Grossi zijn typische sessiemuzikanten. Ze zijn veelzijdig en hebben in hun carrière al vaker anderen laten stralen en dat doen ze hier ook.
Ik denk dat aan ‘WEST OF FLUSHING, SOUTH OF FRISCO’ veel bluesliefhebbers heel wat uurtjes luisterplezier zullen hebben. Voor deze liefhebbers zal het ook goed zijn om te horen dat Supersonic Blues Machine niet bedoeld is als eenmalig project. Niet alleen gaat de band dit jaar op tournee, Het album wordt ook nadrukkelijk aangekondigd als debuutalbum. Hoe dan ook, als je niet vies bent van een stevig potje blues met een flinke dosis rock dat is dit album het aanraden zeker waard.

Ik sluit af met: ‘LET’S CALL IT A DAY’

 

MARLON WILLIAMS

Marlon Williams is een in Nieuw Zeeland geboren, maar inmiddels in Australie wonende singer- songwriter. Geheel onbekend is hij niet, door de jaren heen heeft hij al een aantal awards op zijn naam kunnen zetten. Zijn carrière begon in 2007, toen hij met enkele vrienden de band The Unfaithful Ways begon. Zij kregen ze de kans om met Band of Horses en Justin Townes op tour te gaan en werden zelfs genomineerd voor de Critics Choice Award bij de New Zealand Music Awards voor hun debuut album ‘FREE REIN’. In 2011 ging Williams echter verder zonder zijn band en begon hij een samenwerking met country zanger Delaney Davidson. Ook dit duo bracht een album uit dat zo succesvol was dat het in 2013 benoemd is tot Country Album of the year. Momenteel treedt Williams nog steeds op met de groep The Yarra Benders, maar eigenlijk richt hij zich tegenwoordig toch meer op een solo carrière. Daar waar hij voorheen zijn awards moest delen met zijn medemuzikanten, vindt hij het nu toch echt tijd worden voor een solo debuut. Dat is er nu!

Ga maar luisteren naar: ‘AFTER ALL’

Het verhaal is dat Williams’ moeder kunstenares was en zijn vader punkmuzikant. Op een dag kwam vader met een cd van Gram Parsons thuis; dit bleek van grote invloed op zijn zoon.

Het album telt negen overwegend donkere country songs met daarin de nodige porties melodrama en romantiek. Marlon Williams put volop uit de rijke folk- en countrygeschiedenis. ‘LOST WITHOUT YOU’ (dat in 1964 al werd gezongen door Teddy Randozzo) wordt overtuigend neergezet. De droevige strijkers en zelfs een onverwachte synthesyser -solo doen de rest. Het oudste nummer op de plaat is ‘WHEN I WAS A YOUNG GIRL’, een folk-traditional die beroemde versies kent van Nina Simone en Feist. Verder is ’SILENT PASSAGE’ een cover, van Bob Carpenter. Zijn eigen liedjes passen prima bij deze covers. ‘LONELY SIDE OF HER’ klinkt als een vintage sixties tune en de trage afsluiter ‘EVERYONE’S GOT SOMETHING TO SAY’ valt op door de fraai gearrangeerde achtergrondzang.

Het debuutalbum van Marlon Williams zou wel eens een voorbode kunnen zijn voor toekomstige platen. Hij heeft daarbij nog wel een weg te gaan. Nu kunnen we alleen nog maar vaststellen dat Williams een jonge country-artiest is, die het in zich heeft onverwachte richtingen te kiezen. Afgaande wat er op het album te horen is lijken die ook voor hemzelf nog niet helemaal duidelijk. Eigenlijk wil hij zowel een traditionele cowboy als ook een vernieuwer zijn, of op zijn minst iemand die oude ingrediënten volgens een nieuw recept bereidt. Maar goed, Williams is pas 25 en heeft nog alle tijd om echt zijn eigen stempel op de muziek te drukken.

Ik sluit af met: ‘EVERYONE’S GOT SOMETHING TO SAY’

 

MATT ANDERSEN - Honest Man

De uit Canada (Bairdsville) afkomstige Matt Andersen heeft als het goed is eigenlijk geen nadere introductie meer nodig. Je zou hem moeten kennen van zijn vorige bezoekjes aan Nederland. Een van die bezoekjes betreft ook het Moulin Blues Festival vorig jaar. Zonder twijfel kan gesteld worden dat Matt Andersen daar toen een van de smaakmakers in de line up was.

Met meer dan 200 optredens en daarnaast nog minstens 1 nieuw album per jaar probeert deze corpulente Canadees zijn muziek onder de aandacht te brengen van een groter publiek. Deels is hem dat gelukt; hij speelde daardoor ook al samen met onder meer Buddy Guy, Tedeschi Trucks Band, Greg Allman, wijlen Bo Diddley en Little Feat. Een wereldwijde doorbraak is hem tot nog toe echter niet gegund. Misschien dat zijn nieuwste wapenfeit ‘HONEST MAN’ hier verandering in gaat brengen.

Ga maar luisteren naar: ‘QUIET COMPANY’

Wat het meest opvalt aan het nieuwe album is dat Andersen de blues meer lijkt in te ruilen voor de soul. Daarmee zet hij de lijn door met zijn vorige album ‘WEIGHTLESS’. Persoonlijk vind ik dit echter van ondergeschikt belang. Bij Andersen draait het uiteindelijk toch om de muziek en een ding is zeker; muziek maken kan hij. Hij wordt daarbij geholpen door zijn stem die doordrenkt van emotie , teksten rechtsreeks uit het hart en bijzonder overtuigend voor het voetlicht brengt. Het maakt ‘HONEST MAN’ tot een album waar alleen maar goede muziek op te horen is.
Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat er bij het album veel aandacht is besteed aan de productie en begeleiding. Zo zijn er veel blazers en achtergrondkoortjes te horen hetgeen het soulvolle karakter van het album onderstreept. Het album sluit af met het nummer ‘ ONE GOOD SONG’ waarin ironisch genoeg de zoektocht beschreven wordt naar het perfecte liedje. Het is tekenend voor de ambitie van Andersen. En al heeft hij dan misschien zijn perfecte liedje nog niet gevonden; op zijn nieuwe album weet hij de muziek wel helemaal naar zijn hand te zetten en daarmee een soort relaxte soulmuziek te presenteren die ik wel de hele dag zou kunnen draaien. Wat er dan ook van hem gezegd of geschreven wordt; feit blijft dat Andersen een prachtige stem heeft en een geweldige songschrijver is die met zijn muziek voor een mooie vintage sound zorgt.

Ik sluit af met: ‘ONE GOOD SONG’

 

IAN SIEGAL & JIMBO MATHUS - WAYWARD SONS

De inleiding over wie Ian Siegal & Jimbo Mathus zijn, kan wat mij betreft kort zijn. Ian Siegal is een Britse blues muzikant met al een behoorlijke carrière. Deze leverde hem acht Britse Blues Awards; drie Europese Blues Awards en drie nominaties voor de Amerikaanse Blues Music Awards op. De Amerikaan Jimbo Mathus is afkomstig uit Mississippi en is songwriter en multi instrumentalist. Ook hij heeft een lange muziek-geschiedenis en heeft 2x een Grammy gewonnen. Beide heren leerden elkaar kennen in 2013. Jimbo Mathus werkte toen mee aan Ian's album 'THE PICNIC SESSIONS'; een album dat samen met Cody en Luther Dickinson en Alvin Youngblood Hart werd opgenomen in de staat Mississippi. Jimbo Mathus is daarop te horen op de banjo en de mandoline. De twee mannen konden het goed met elkaar vinden en besloten samen te gaan optreden. Een van die optredens vond plaats op 23 november 2014 in Amersfoort. Dat optreden werd opgenomen en is nu uitgebracht.

Ga maar luisteren naar: ’ CRAZY OLD SOLDIER’

De titel van het album is ‘ WAYWARD SONS’. Wayward betekent zoiets als eigenzinnig. In feite is dat iets dat je deze mannen niet kunt ontzeggen; maar op dit album zit de eigenzinnigheid er met name in dat Ian Siegal en Jimbo Mathus nog steeds trouw blijven aan hun liefde voor de country-, traditional-, singer/songwriter-song onder begeleiding van de akoestische gitaar, mandoline en bluesharp.
Iedereen die de muziek van Ian Siegal kent weet dat hij altijd voor een mooie show zorgt met veel oude nummers. Op dit album, samen met Jimbo Mathus, is dat ook zo. Er komen veel oude nummers voorbij, maar wel geheel naar eigen stijl getransformeerd. Zo komen wij songs tegen van Townes Van Zandt; Pete Seeger, Johnny Cash, Bobby Genty, The Dubliners maar ook van de authentieke blueslegende Leadbelly. Daarmee staat de relatie tussen country en blues op dit album centraal. Tijdens het eerste gedeelte van het album wordt vooral country blues gespeeld en op het tweede gedeelte vooral oude blues nummers, afgewisseld met nieuwe nummers.
Dat er ook sprake is van de nodige humor op dit album blijkt wel uit een van de opmerkingen die Jimbo Mathus ergens op het album maakt. Hij laat weten blij te zijn dat hij Siegal heeft meegenomen. Volgens hem is dat goed nieuws voor ons aangezien we hem dan nog kunnen zien voordat hij dood is.
Bijna een uur en een kwartier duurt dit album maar door het mooie samenspel van deze grote talenten en het grote plezier waarmee ze optreden verveeld het absoluut geen seconde. Ik denk dan ook dat dit album een must have moet zijn voor de rechtgeaarde Siegal en Mathus –fan.
Maar bovenal; zij zijn ook nog eens live te bewonderen en wel op Moulin Blues Festival in Ospel op 7 mei .

Ik sluit af met ’ MILLTOWN’

 

The Wood Brothers - Paradise

Zoek naar The Wood Brothers op internet en je komt hun naam tegen in diverse genres zoals: country, indie, folk en rock. De naamgevers van de band zijn de broers Olliver en Chris Wood. Beiden groeiden op in Boulder, Colorado, maar daar hielden zij het na hun highschool periode voor gezien. Voor Olliver betekende dit dat hij naar Atlanta ging; terwijl Chirs uiteindelijk in New York terecht kwam. Olliver speelde gitaar maar kwam er ook al snel achter dat hij het schrijven van songs erg leuk vond. Hij startte een band waarmee veelal in de zuidelijke staten optrad. Chris speelde basgitaar en hield zich voornamelijk in het jazzrock circuit op. De gemeenschappelijkheid ontstond tijdens familiefeestjes waar al jammend bij hen het idee ontstond om samen te gaan werken. Als drummer werd Jano Rix aangetrokken. Sinds 2005 vormt dit trio een band. Hun nieuwste album: ‘PARADISE’ is hun vijfde studio –album en werd opgenomen in de studio van Black Keys voorman Dan Auerbach.

Ga maar eens luisteren naar ‘HEARTBREAK LULLABY’

Op ‘PARADISE’ produceren The Wood Brothers een rootsy sound, opgebouwd met rock en jazzelementen die resulteren in doorleefde folk. Luister maar eens naar de track ‘TWO PLACES’. Zo’n nummer roept dan bij mij onmiddellijk associaties op met The Band want dat waren destijds toch degenen die deze sound introduceerden. Op ‘ NEVER AND ALWAYS’ wordt de band vervolgens ondersteund door het echtpaar Tedeshi/ Trucks. Dit nummer ademt de sfeer van de swamps van het diepe Zuiden. Zo valt voor elk nummer op dit album wel iets te zeggen. Waar het uiteindelijk op neer komt is echter dat de broers, samen met hun drummer weten te plezieren met mooie harmonieën, funky gitaarwerk en catchy teksten. Voor het eerst in hun carrière wordt er ook gebruikt gemaakt van een breed scala aan instrumenten, van een orgel op ‘SNAKE EYES’ en het ingetogen ‘TWO PLACES’, tot blazers op het geestige ‘RAINDROP’.
Ook Jano Rix laat zich gelden op dit album, naast de drums, hoor je hem een aantal keer op piano. Zo ook op het laatste nummer ‘RIVER OF SIN’, een nummer over gedoopt worden in een rivier om je zonden weg te spoelen
Met hun nieuwe album tonen The Wood Brothers aan een band te zijn, die traditionele en nieuwe muziekstijlen tot een geheel eigen genre weet te smeden. Een genre dat enerzijds gedurfd is, maar tevens erg toegankelijk. De liedjes op het nieuwe album zijn allemaal van extra klasse. Luister er maar eens naar en je hoort onmiddellijk hoe bijzonder dit trio is..

Ik sluit af met: ‘WITHOUT DESIRE’

 

Bonnie Raitt - ‘DIG IT DEEP’

Over aandacht heeft Bonnie Raitt nooit te klagen gehad. Ondanks het feit dat zij nooit overactief op het platenfront is geweest, levert zij wel steevast constante kwaliteit. Op haar nieuwe, twintigste, album is dat niet anders. Zij is altijd al de lieveling van de recensenten geweest. Daarom is het wel een beetje vreemd dat het toch nog een aantal jaren heeft geduurd alvorens lovende woorden ook in commercieel succes werd omgezet. Dat was pas in 1989 bij haar 10e album ‘NICK OF TIME’. Inmiddels zijn wij alweer enige tijd verder. De laatste albums van Bonnie Raitt waren goed, maar tegelijkertijd ook wat ingetogen. Om die reden dook zij voor ‘DIG IN DEEP’, de studio met de band waarmee ze net twee jaar lang met veel succes op pad is geweest. Naast Raitt’s vaste begeleiders is de band van producer Joe Henry (hij weer) present.

Ga maar eens luisteren naar: ‘UNITENTED CONSEQUENCE OF LOVE’

Op ‘DIG IN DEEP’ is een belangrijke rol weggelegd voor Raitts belangrijkste wapens: haar doorleefde zang en fenomenale slide-spel. Verder weten we dat Bonnie vijf nummers op dit album zelf heeft geschreven dan wel heeft meegeschreven. Blijven er dus nog 7 over die zij heeft weten te vinden om een compleet album af te leveren.
Van de covers zijn opmerkelijk te noemen: ‘NEED YOU TONIGHT’ oorspronkelijk van INXS maar door Bonnie Raitt omgetoverd tot een echte Stones-rocker. Daarnaast het van Los Lobos’ afkomstige ‘SHAKIN’ SHAKIN’ SHAKES’ waarop zich een duel tussen smerige slides en rauw gitaarspel ontspint. Tussen al dat uptempo geweld worden ook enkele fraaie ballades ingelast zoals een bluesy ‘ALL ALONE WITH SOMETHING TO SAY’ en het intieme ‘UNDONE’ of ‘YOU’VE CHANGED MY MIND’.
Door deze variatie is het nieuwe album een vitale plaat geworden die eigenlijk geen moment inzakt voornamelijk vanwege de vertolking door een artieste die alles gezien en meegemaakt heeft. Wat Raitt op haar 20e album doet is leunen op haar gaves als sensitieve bandleider; bottleneck gitarist en producer. Een slordige 45 jaar na haar debuut en ondertussen ook al in de herfst van haar leven beland, klinkt Bonnie Raitt nog prima en heeft ze een van haar betere albums gemaakt. Een prestatie die maar aan weinigen gegeven is.
Om het album op juiste waarde te kunnen schatten moet je het wel een paar keer beluisterd hebben want het album voor het eerst afgespeeld hebbend vond ik het nogal laid back overkomen.
Eenmaal overtuigd van de kwaliteit van het album staat niets meer in de weg om dit als een absolute aanrader te kwantificeren.
Bonnie Raitt is ook nog voor een eenmalig optreden in Nederland te zien tijdens het nieuwe Holland International Blues festival in Grolloo op 3 en 4 juni.

Ik sluit af met: ‘GYPSY IN ME’

 

BIRDS OF CHICAGO - Real Midnight

Achter de naam Birds Of Chicago gaan twee op Nederlandse bodem al bekende muzikanten schuil, namelijk Allison Russell (naast Po’Girl ook van Carolina Chocolate Drops) en JT Nero (van JT & The Clouds). Hun titelloze album van eind 2012 was het eerste officiële samenwerkingsproject, waar beiden de nummers voor aandroegen en waar ze beurtelings de leadvocals voor hun rekening namen. Het muzikale duo deelde al vaker het podium, voordat in 2012 de band Birds of Chicago werd opgericht. Voor het opnemen van hun tweede studioalbum startte ze een crowdfundingscampagne. Een gedeelte van de opbrengst hiervan stelde hen in de glegenheid om een samenwerking aan te gaan met topproducer Joe Henry, bekend van zijn werk met onder andere Solomon Burke, Bonnie Raitt en Elvis Costello. De band kon op die manier gebruik maken van de expertise en gedrevenheid van Joe om een volwaardig muziekstuk neer te zetten.

Ga maar gauw luisteren naar: ‘ESTRELLA GOODBYE’

Het overgrote gedeelte van de nummers op het album had Nero eigenlijk al eerder voor Allison Russel (waarmee hij overigens in het burgerlijke leven ook een koppel vormt) geschreven. De kracht van JT Nero zit hem in de poëtisch getinte teksten.
Als je het nieuwe album van Birds Of Chicago beluisterd, valt echter nog iets meer op. In de eerste plaats de prachtige stemmen van Allison Russell en Michelle McGrat. Met hun heldere en aangrijpende zang weten zij de emoties te raken.
Daarnaast kun je wel stellen dat het gezegde minder is meer volledig van toepassing is op dit album. De songs gaan gepaard met een minimale instrumentatie, maar desalniettemin straalt de passie er van af.
Soms neemt JT Nero de leadvocals voor zijn rekening. De warme melodieën en aangrijpende harmonieën brengen op die momenten het beste uit de blues, soul, gospel en country samen.
‘Real Midnight’ is wat mij betreft zowel op zangtechnisch, muzikaal als productioneel gebied een prima album. Natuurlijk is hier de invloed van producer Joe Henry mede debet aan, maar het is voornamelijk te danken aan de onbreekbare samenwerking tussen Allison Russell en JT Nero.
Zelf omschrijven zij hun muziek als ‘secular gospel’. Dat is mooi, maar ik zou zeggen: secular gospel + ! Dus als je het mooi vindt: gewoon het album kopen bij een optreden. Dat kan bijvoorbeeld al tijdens het Moulin Blues Festival, want op zaterdag 7mei staan ze op het podium van het Moulin Blues café .

Ik sluit af met: ‘REAL MIDNIGHT’

Lucinda Williams - The Ghost Of Highway 20

Lucinda Williams de in Lake Charles (Louisiana) geboren Amerikaanse singer-songwriter, hoopt binnenkort 63 jaar oud te worden. Eigenlijk staat zij bekend als iemand die jarenlang aan een album kan sleutelen alvorens dat helemaal naar haar smaak is. Op die manier heeft zij al vele prijzen in de wacht gesleept. Aan de andere kant betekent dit echter ook dat zij niet verder is gekomen dan 11 studio-albums in 40 jaar.
Des te verrassender is het dan ook dat er nu, amper anderhalf jaar na haar vorige , over het algemeen genomen goed ontvangen album ‘DOWN WHERE THE SPIRIT MEETS THE BONE’ al een nieuw album van haar verschijnt met de titel: ‘ THE GHOSTS OF HIGHWAY 20’ . Voor dit album heeft zij zich laten inspireren door de Interstate 20; de weg die van Georgia naar Texas loopt. Aan deze weg liggen steden als Atlanta, Macon, Shreveport en Jackson, plaatsen die belangrijke zijn geweest in het leven van Lucinda Williams.

Ga maar eens luisteren naar: ‘DUST’.

‘ THE GHOSTS OF HIGHWAY 20’ is een dubbel-album; het bevat 14 nummers, samen goed voor ruim negentig minuten muziek, waarin ook duidelijk te horen is dat de zuidelijke sfeer diep geworteld is bij Lucinda Williams. Anderhalf uur ook waarin Williams zingt over haar herinneringen aan o.a. Lake Charles, Shreveport en Baton Rouge.
Opvallend aan het nieuwe album is een zekere mate van traagheid; er valt weinig tempo en variatie op het album te bespeuren. En toch; vervelen doet het helemaal niet. Dit komt grotendeels doordat Williams, zich erg kwetsbaar toont, als een vrouw die onzeker is in de liefde, zich schuldig voelt over vreemdgaan en rouwt om de liefde die ze kreeg van de mensen die nu overleden zijn. Op het eerste album lijkt het nog of Williams het over iemand anders heeft; op het tweede album is dit donkere beschouwende meer persoonlijk, want de eerder aangehaalde onderwerpen worden meer betrokken op haar overleden vader en haar man.
De begeleiding van Williams mag in dit geheel niet onbenoemd blijven. Naast een uitstekend klinkende ritmesectie zijn het de gitaristen Greg Leisz (pedal steel), Bill Frisell en Val McCallum die met hun gitaarwerk een belangrijke stempel op het album drukken.

Het album bevat twee covers: de eerste is ‘HOUSE OF EARTH’; met tekst van Woody Guthrie en muziek van Williams zelf. De tweede cover is ‘FACTORY’ van Bruce Springsteen.
‘ THE GHOSTS OF HIGHWAY 20’ is een prachtig album; vol rauwe instrumentatie; een rafelige stem en een donkere sfeer. Met het feit dat zij binnen twee jaar met een nieuw album is gekomen toont Lucinda Williams maar weer eens aan dat haar muziek er nog steeds toe doet.

Ik sluit af met: ‘IF MY LOVE COULD KILL’

 

M Ward  - More Rain

M. Ward is kort voor Matthew Ward; hij komt uit Portland, Oregon en zorgt al meer dan 15 jaar voor mooie, doordachte en vertrouwde folkmuziek die terug te voeren is naar de jaren dertig. Hij beschikt verder over een behoorlijke werkethiek, want inmiddels heeft hij met zijn nieuwe album ‘MORE RAIN’ meegeteld, acht albums onder eigen naam uitgebracht. Daarnaast vormt hij samen met Zoooey Deschanel het nog steeds bestaande Indie-pop-project: She & Him en maakte hij samen met Conor Oberst en Jim James deel uit van de supergroep Monsters Of Folk.
Van vele markten thuis dus zou je kunnen zeggen. Getuige het feit dat zijn albums over het algemeen goed worden ontvangen weet Ward ogenschijnlijk best wel wat goede muziek is. Tot nu toe heeft hij in ieder geval namelijk nog steeds vrijwel moeiteloos een blik met kwaliteitssongs weten open te trekken.

‘MORE RAIN’ is dus zijn nieuwste album: Ga maar eens luisteren naar: ‘CONFESSION’

Voor diegenen die het werk van Ward niet zo goed kennen; ‘MORE RAIN’ is geen typisch Ward album. Zijn kenmerkende geluid is er nog wel maar hij maakt nu iets meer gebruik van elektronische instrumenten. Weliswaar zitten er hier en daar nog wel wat boeiende gitaarsolo’s tussen; maar het is duidelijk dat Ward met zijn nieuwe album zich buiten zijn comfortzone begeeft. Dit getuigt van de nodige lef; want hij loopt daarmee ook het risico dat hij zijn fans daarmee tegen zich in het harnas jaagt.
Iets dat ongewijzigd is gebleven, is Ward’s gave om voor zijn albums steeds uitstekende covers op te nemen. Op zijn vorige albums waren dat bijv. nummers van Hank Williams en David Bowie. Op ‘MORE RAIN’ is dat ‘YOU’RE SO GOOD TO ME’ van the Beach Boys geworden.
Voor het album heeft hij zich laten inspireren door het dagelijkse nieuws in de krant en aangezien dat over het algemeen slecht nieuws is, zal het ook niet verbazen dat het album min of meer een ‘mood-bord’ met een sombere sfeer is geworden. Het is dan ook niet de meest enerverende muziek die te horen is en dat maakt het album misschien ook niet tot zijn meest sterkste. Ondanks de hulp van enkele collega’s als KD Lang; Neko Case en Peter Buck heeft het album gewoon enkele tracks van mindere allure. Dat is wel jammer, want mede daardoor zal het album dan ook, althans naar mijn idee, iets onder de radar zal blijven.

Ik sluit af met: ‘I’M GOING HIGHER’

JULIAN SAS - COMING HOME

Julian Sas is afkomstig uit het Land van Maas en Waal; uit Beneden Leeuwen om precies te zijn. Zelf zegt hij dat zijn leven veranderde toen hij als 13 jarige voor de eerste keer Muddy Waters hoorde. Toen was voor hem duidelijk dat hij voortaan zijn leven wilde wijden aan blues en bluesrock. Het mag gezegd dat hij inderdaad woord heeft gehouden want tegenwoordig wordt hij toch wel gezien als een van de beste en populairste live acts in de Europese club scene. Sas is een actieve Nederlandse bluesgitarist; bij zijn optredens kun je je alles wat bij bluesrock hoort, voorstellen; wapperende haren, beukende boogies en tergende slow blues. Zijn eerste album maakte hij in 1996 en noemde het ‘WHERE WILL IT END’. Zijn allernieuwste en inmiddels negende studioalbum werd dicht bij huis opgenomen; kreeg dus ook de titel ‘COMING HOME’ mee en moet gezien worden als een eerbetoon aan zijn thuisfront.

Ga luisteren naar: ‘DID YOU EVER WONDER’

Op het album wordt gespeeld in de eerste bezetting van de band, met Tenny Tahamata op bas. Dat wil zeggen; er is wel nog een vierde man aan de band toegevoegd in de person van Roland Bakker. Hij bespeelt de Hammond orgel en alles gehoord hebbende blijkt dit een absolute meerwaarde voor het album te betekenen. Bij zijn vorige album: ‘BOUND TO ROLL’ was al een kleine koerswijziging waar te nemen. Toen trokken namelijk voor het eerst de Hammond geluiden de aandacht. En eerlijk is eerlijk; de Hammond orgel maakt wat mij betreft, ook bij zijn nieuwste album weer het verschil. Het gitaarwerk van Sas voert natuurlijk de boventoon, maar met het orgel erbij wordt het geluid voller zonder te overheersen. De ritmesectie is strak en organist Roland Bakker en Sas weten elkaar soms behoorlijk op te stuwen. Overigens is de kleine koerswijziging van Sas geen vreemde zet, want Sas staat er wel om bekend dat hij steeds op zoek is naar de grenzen van het genre.
Op het nieuwe album wisselen uptempo, slow blues en rockers elkaar af. Het is daarmee een album met een beproefd recept waar de fans zeker tevreden mee zullen zijn.

Ik sluit af met: ‘STOP TALKING JIVE’.

 

Fiona Boyes - Box & Dice

De Australische gitariste en zangeres Fiona Boyes wordt door diverse recensenten gezien als een ‘muzikale anomalie’ wat zoveel betekent als muzikaal afwijkend; ook wordt ze wel eens het boze zusje van Bonnie Rait genoemd en vaak ook nog eens als angstaanjagend. Boyes is de eerste vrouwelijke en niet Amerikaanse artieste die The International Blues Challenge in Memphis gewonnen heeft. Mississippi - en Delta blues grootheden als ‘Pinetop’ Perkins en Hubert Sumlin zagen in haar de beste vrouwelijke gitariste sinds Memphis Minnie. Zij namen albums met haar op en deelden het podium met haar op internationale blues festivals.
Boyes’ carrière bestrijkt inmiddels al meer dan 25 jaar; ze heeft meer dan 13 albums op haar naam staan; met 6 daarvan heeft zij internationale prijzen gewonnen; daarnaast werd zij 4x genomineerd voor een Blues Music Award en ontving zij 15 Australische bluesawards.
Haar nieuwste album heet: BOX & DICE

Ga daarvan maar eens luisteren naar: ‘JUKE JOINT ON MOSES LANE’.

Voor de muziek op het album wordt gebruik gemaakt van een uitgebreid assortiment aan elektrische gitaren en andere instrumenten. Zo bedient zij zich van attributen als de cigar box gitaar en een zogenaamde Resolectric Baritone gitaar. Het is duidelijk dat Fiona Boyes zich op haar gemak voelt bij de gitaar, ongeacht of dit nu een elektrische dan wel akoestische is. Haar vaardigheden zijn groot. Je hoort pre war Delta slide; jammerende klaagzangen, diverse fingerpickingstijlen enzovoorts. Dit alles ondergedompeld in een brouwsel van gegrom, swamp en voodoo.

Met zo’n verhaal kan het verder alleen maar goed aflopen zou je denken, maar zo is het niet. Ondanks haar vaardigheden op gitaar ben ik niet echt warm gelopen voor dit album. Ik hoor op het album niet terug dat Boyes een muzikale anomalie is of dat zij het boze zusje van Bonnie Raitt is. In die zin had dan ook iets meer power verwacht. Het nieuwe album is mij te monotoon; zelfs een beetje te gelikt. Liever had ik iets meer afwisseling gezien; meer tempowisselingen of een rauw randje aan de muziek zou welkom zijn geweest. Enkele van haar voorgaande albums gehoord hebbende zou dat geen probleem moeten zijn. Het kan er natuurlijk mee te maken hebben dat zij onlangs van platenlabel is gewisseld en dat er voor het nieuwe album gekozen is voor een meer veilige weg. Wat BOX & DICE betreft acht ik het daardoor echter een gemiste kans.

Ik sluit af met: ‘TINY PINCH OF SIN’.

 

Danielle Nicole - WOLFF DEN

Met haar twee broers vormde Danielle Nicole tot voor enkele jaren de band Trampled Under Foot. Met deze band nam zij vijf albums op. Het meest recente daarvan; getiteld ‘BADLANDS’ bereikte in 2013 snel de nummer 1 positie van Billboard’s Blues Albums. Toen de band na dertien jaar ophield te bestaan leek het Danielle Nicole een goed moment om in haar eentje verder te gaan.
Haar solo debuut album is het resultaat van de samenwerking met Grammy winnend producer en gitarist Anders Osborne, bekend van zijn producerswerk voor Keb Mo’ en wiens muziek werd gecoverd door artiesten als Brad Paisley en Johnny Lang. ‘WOLFF DEN’ want zo heet Danielle Nicole’s album, bevat 12 nummers; daarvan zijn er 6 samen met Anders Osborne geschreven. Danielle schreef er zelf nog eens vier; 1 nummer is van de hand van Osborne en 1 cover van Ann Peebles completeert het aantal.

Ga maar luisteren naar: ‘YOU ONLY NEED ME WHEN YOU’RE DOWN’

De band rondom Danielle bestaat uit Osborne op gitaar; Mike ‘Shinetop’ Sedovic op orgel en Galactic’s Stanton Moore op drums; ook Luther Dickinson van The North Mississippi Allstars is als gastspeler van de partij op twee tracks.
Het is weer typisch zo’n album waar je eigenlijk niet te veel over moet vertellen maar waar je gewoon naar moet luisteren, want of het nu om een zachte ballad of de krachtige uithaal gaat, de rauwe stem van Danielle Nicole zorgt zonder problemen voor kippenvel van top tot teen. En ofschoon het album voornamelijk lyrische downers bevat is het voornamelijk erg dansbare muziek. De band doet het goed en biedt een prima ondersteuning, maar het is toch wel de stem van Danielle die het hem doet. Zij levert op het album het bewijs één van de betere zangeressen van het moment te zijn.
Ik kan hier dus ook wel stellen dat wij ons eigenlijk geluksvogels mogen noemen, want wij hebben Danielle Nicole weten vast te leggen voor het komende Moulin Blues Festival. Ik ben erg benieuwd. Trampled Under Foot (waarvan ik inmiddels ook al vernomen heb dat daar nieuw leven in geblazen gaat worden) was al eerder één van de hoogtepunten en ik ben er vrijwel zeker van dat Danielle Nicole dat nu ook weer zal zijn.

Ik sluit af met: ‘FADE AWAY’

HAZMAT MODINE - Extra Deluxe Supreme

Hazmat Modine is de naam van een uit New York afkomstige band. Een wat eigenaardige naam is het wel; Hazmat is een verbastering van ‘Hazardous Materials’; materialen dus die gevaarlijk kunnen zijn voor de gezondheid, eigendommen of omgeving; Modine is een bedrijf dat kachels maakt. Dus met een beetje fantasie (ik heb het namelijk ook niet van mezelf) zou de naam van de band zo iets als ‘warme lucht’ of ‘gebakken lucht blazen’ kunnen betekenen. Dat is dan weer een verwijzing naar het feit dat de band veel gebruik maakt van blaasinstrumenten.
De band is opgebouwd rondom de mondharmonicaspeler en zanger Wade Schuman. De New Yorkse muziek scene levert de rest van de muzikanten. Het is een groot gezelschap met heel veel en diverse instrumenten. De nummers zijn dan ook doorspekt met geluiden van een tuba, accordeon, percussie, trompet, saxofoon, klarinet, gitaar en enkele uitheemse instrumenten zoals een Chinese sheng en Roemeense cimbalom. Hun debuut maakte de band in 2006 met het album ‘BAHAMUT’ om daar in 2011 een vervolg aan te geven met het album ‘CICADE’; ‘EXTRA DELUXE SUPREME’ is daarmee hun derde album.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘ANOTHER DAY’

Eerlijkheidshalve moet ik vertellen dat mijn eerste indruk van het album een nogal rommelige was. Er wordt inderdaad gebruik gemaakt van veel blaasinstrumenten, die nogal tekeer gaan op het album. Dat verandert evenwel als je het album een paar keer gehoord hebt. Dan merk je ook de kracht van het album. Er zijn gemakkelijk vergelijkingen te maken met bands als de Heritage Blues Orchestra en misschien ook met de Buena Social Vista Club. De muziek is een mix van New Orleanse kroegen blues, jazz, reggae, country en gypsy. Elk nummer klinkt rauw, maar toch ook heel verfijnd; daardoor klinkt de muziek ook weer tijdloos en ongerept.
Het album kent eigenlijk allemaal nummers die, qua stijl, dicht bij elkaar liggen. Voor mijzelf is het nummer ‘YOUR SISTER’ een hoogtepunt: het wordt gebracht, alsof het hartje zomer is. Dat sfeertje komt ook weer terug in het nummer ‘UP & RISE’ maar in dat nummer ligt het accent meer op de blues.
Al met al heeft Hazmat Modine toch wel een mooi album afgeleverd. Het bevat muziek met een rafelrandje; muziek met een melancholieke ondertoon, maar aan de andere kant ook muziek waar je vrolijk van wordt. Het album is dan ook het aanraden zeker waard!

Ik sluit af met: ‘MOST OF ALL’

JACK HUSTINX & THE SOUTHERN ACES - OVER YONDER

Jack Hustinx timmert al jaren aan de weg. Wij kennen hem vooral als oprichter en frontman van de rootsformatie Shiner Twins. Maar ook niet onbekend is dat hij met regelmaat aan de andere kant van de oceaan te vinden is; meer specifiek in Austin, Texas, het Mekka van de Amerikaanse rootsmuziek. Gedurende de afgelopen 2½ jaar is hij daar meerdere malen geweest voor de opnamen van zijn solo-album OVER YONDER. Hiervoor heeft hij een ware elite aan muzikanten uit de lokale scene aldaar en enkele topmuzikanten uit de Nederlandse rootsmuziekscene om zich heen weten te verzamelen. Ik heb het dan onder anderen over achtvoudig Austin Music Awards winnaar Malford Milligan; Derek O’Brien: leider van de huisband van de legendarische Antones club in Austin; slide-gitarist Harry Bodine (o.a. Delta Roux): John Magnie en Steve Amedee van The Subdudes uit New Orleans.

Eerst maar eens luisteren naar: ‘ LIFE WILL HUMBLE YOU’

‘OVER YONDER’ is een persoonlijk avontuur geweest. Vrienden onder elkaar en geheel geproduceerd door Hustinx, die ook alle organisatorische beslommeringen voor zijn rekening nam. Alle nummers op de plaat zijn geschreven in Austin en kort daarna opgenomen, veelal ook in Austin. Een aantal partijen zijn in Nederland opgenomen met de leden van de Shiner Twins. Het is Americana in de meest ruime zin. Blues, soul, country, flarden Westcoast, het zit er allemaal in.
De Texaan Malford Milligan zingt vier nummers op het album. LIFE WILL HUMBLE YOU, CRAWLIN’ UP TO THE SURFACE, I WON’T SURRENDER en MY SOUL – MY INSPIRATION. De samenzang van Hustinx en Milligan is goed. Dat laatste nummer brengt de Hacienda Brothers terug in de herinnering. GOOD WHILE IT LASTED lijkt dan weer veel weg te hebben van The Band, terwijl DOWN THE ROAD weer herinneringen aan Rick Danko oproept. WELCOME TO SAN ANTONE kan natuurlijk niets anders zijn dan een ode aan Doug Sahm. De accordeon op het nummer is van Roel Spanjers, die elders laat horen dat hij ook met de Hammond B3 uit de voeten kan.
De songs zijn overwegend ingetogen en zorgvuldig geconstrueerd, maar blijven door mooie details spannend en bij tijden om je vingers bij af te likken.
Jullie zullen het inmiddels wellicht al begrepen hebben. Ik kan in elk geval niet anders dan zeggen dat OVER YONDER indruk maakt en kan alleen maar aanraden dit album gauw aan te schaffen.

Ik sluit af met ‘DOWN THE ROAD’

 

FRANKIE LEE - AMERICAN DREAMER

Geboren in Stillwater, Minnesota vlak naast de Mississippi en getogen in Minneapolis, begon Frankie Lee zich pas echt voor muziek te interesseren toen zijn vader, een plaatselijke punkmuzikant, bij een motorongeluk om het leven kwam toen Frankie 12 jaar oud was. Muziek was toch wel een thema binnen de familie Lee, want Frankie’s moeder heeft nog getoerd met Johnny Cash’s broer Tommy. In die zin was het dus ook weer niet zo verwonderlijk dat Lee ging rondhangen in plaatselijke bars om daar naar muziek te luisteren. Zijn studie Rechten hield hij voor gezien toen hij 20 jaar oud was en naar Austin trok; waar hij overigens nog meubels maakte in het bedrijf van Townes van Zandt’s zoon. In 2010 keerde hij terug naar Minnesota om daar nummers te gaan schrijven voor zijn in eigen beheer uit te brengen EP ‘MIDDLE WEST’. Na nog eens drie jaar bij een varkensfokkerij te hebben gewerkt en daarnaast nog meer songs te hebben geschreven verhuisde hij tenslotte nog maar eens naar Milwaukee vanwaar hij nu zijn 1e echte album ‘AMERICAN DREAMER’ uitbrengt.

Ga maar eens luisteren naar: ‘BLACK DOG’

Als je de muziek van Frankie Lee wilt vergelijken met die van andere artiesten dan kom je uit bij een cocktail bestaande uit delen Bob Dylan, Bruce Springsteen en Ryan Adams. Het album klinkt al meteen heel vertrouwd in de oren; maar dat niet alleen.
De songs maken een sterke indruk; er zit diepte in de songs; meer nog dan je misschien op het eerste gehoor zou denken.
Echter..het allermooiste aan het album vind ik toch wel dat de songs op een subtiele wijze worden opgebouwd en dat er niet meteen voor het grote gebaar gekozen wordt.
Uiteindelijk kan ik eigenlijk maar 1 conclusie trekken namelijk dat wij hier te maken hebben met een uitstekend debuutalbum van een singer songwriter die een behoorlijke tijd in muzikale centra als Minneapolis, Nashville en Austin heeft doorgebracht.
Er staan eigenlijk geen slechte tracks op het album, alles is even mooi; maar als ik toch een keuze voor enkele uitschieters moet maken dan noem ik nummers als : ‘QUEEN OF CAROLINA’; ‘HONEST MAN’ en ‘HORSES’. Het is de basis van de muziek die het hem doet; doorsnee americana!! Maar door de samenvoeging met het soort van kwaliteitsrock zoals je die ook bij de reeds eerder genoemde grote namen tegenkomt, is het album niet meer doorsnee en wordt het bijzonder.

Voor mij dus een album dat pas het mooie begin van een nieuwe aanwinst voor de Americana scene beloofd te worden.

Ik sluit af met: ‘KNOW BY NOW’

Walter Trout - Battle Scars

Misschien weten jullie nog dat het maar een jaar geleden is dat er gespeculeerd werd over de vraag hoe lang Walter Trout nog maar te leven had. Het zag er inderdaad allemaal heel slecht uit voor hem. Het wachten op een levertransplantatie kostte hem dan ook bijna het leven. Het was zelfs zo erg dat zijn kinderen hem, vanwege zijn ernstige vermagering, nog maar nauwelijks herkenden. Het mag dus eigenlijk nog een wonder heten dat er nu een nieuw album van hem verschenen is. Zijn vorige album ‘THE BLUES CAME CALLIN’ schreef hij deels tijdens zijn ziekteperiode. In de zomer van 2014 krijgt hij na een geld inzameling bij familie, vrienden en fans een slordige 250.000 dollar bij elkaar om de noodzakelijke levertransplantatie mogelijk te maken. Daarna gaat het weer snel bergopwaarts; niet dat alles vanzelfsprekend is, maar hij voelt zich zo goed dat hij direct een nieuw album ‘BATTLE SCARS’ opneemt en zelfs eind dit jaar op tour gaat.

Ga maar eens luisteren naar: ‘TOMORROW SEEMS SO FAR AWAY’.

De titel van het album betekent zoiets als littekens uit een gevecht tegen dood. Het is dan ook een album geworden waarin alle gevoelens tijdens zijn ziekbed zowel muzikaal als tekstueel opgesloten zitten. Het is een soort concept album dat helemaal in het teken staat van de gebeurtenissen uit de afgelopen tijd.
Trout opent het album met het nummer ‘ALMOST GONE’; meteen al met één van de betere nummers van het album De titel is alleszeggend. Met zijn gitaarwerk en de mondharmonica lijkt Trout echter te willen zeggen dat hij weer terug is en dat hij weer vol energie zit. Als een korte overgang naar de rest van het album hoor je sirenes gillen en vervolgens laat Trout horen dat hij van alle markten thuis is. Natuurlijk hoor je de echte blues rock. Maar het opmerkelijke ‘PLEASE TAKE ME HOME’ is een welkome verrassing op het album. Ook al is dat maar voor even. Het nummer bevat veel samenzang en gaat een beetje in de richting van country rock.
Het echt mooie aan dit album is dat elk nummer een eigen verhaal heeft en teruggrijpt naar de afgelopen periode. De gitaar heeft natuurlijk de hoofdrol op het album en Walter Trout heeft aan het bespelen daarvan, ondanks zijn slechte periode, niets ingeboet. Er bestaan twee versies van het album naast het normale editie is er ook nog de luxe uitvoering. Op die laatste staan nog enkele prachtige nummers die geheel akoestisch zijn opgenomen. Onvervalste blues dus; iets waarmee Walter Trout ook uit de voeten kan.
Afsluitend kan ik dus zeggen dat Walter Trout weer als vanouds onder ons is. Hij lijkt zelfs herboren als songwriter, zanger en gitarist. Met ‘BATTLE SCARS’ geeft hij ons een album cadeau voor alle steun die hij tijdens zijn ziekte heeft mogen ervaren.

Ik sluit af met: ‘GONNA LIVE AGAIN’

 

Ryan Adams - 1989

Ryan Adams geldt als een zeer productieve songwriter. Sinds zijn doorbraak in 2000 met het album ‘HEARTBREAKER’ heeft hij zo’n slordige 14 albums het levenslicht doen zien. Over de kwaliteit van enkele van deze albums verschillen de meningen nogal. Ongetwijfeld zal dat ook te maken hebben gehad met Adams’ persoonlijke omstandigheden, want het mag wel bekend worden verondersteld dat het een tijdje iets minder goed met hem leek te gaan; geruchten dat hij met een ernstig identiteitsprobleem kampte staken veelvuldig de kop op. Bij optredens van hem was het een tijdlang ook steeds maar afwachten welke verrassingen hij in petto had. Zou hij zich weer als vrouw hebben uitgedost? Of zou hij zijn optreden weer eens halverwege afbreken? Natuurlijk werd een en ander ingegeven door het gebruik van de nodige geestverruimende middelen. De laatste jaren leek zijn leven toch weer een beetje op de rails te hebben gekregen. Door zijn huwelijk met actrice Mandy Moore leek hij zich helemaal gesetteld te hebben. Eind 2014 kwam echter een eind aan zijn huwelijk en Adams dreigde een eenzame kerst tegemoet te gaan. Opmerkelijk genoeg vond hij troost in het hit album ‘1989’ van Taylor Swift. Adams hoorde daarin meer dan gelikte popsongs; hij ontdekte de emoties in de nummers. Luisterend naar het album ontstond het idee om de nummers van het album helemaal om te vormen naar zijn eigen stijl.

Ga maar eens luisteren naar: ‘WELCOME TO NEW YORK’

Ryan Adams nam zijn versie van het album in 10 dagen op. Hij heeft hierbij ook nog even hulp gekregen van Father John Misty. Ik moet nu eerlijk bekennen dat ik het een vreemde gewaarwording vind om te constateren dat ik een album waarvan de basis is gelegen in een album van Taylor Swift ga bespreken. Dankzij Ryan Adams en Father John Misty is mij daarentegen wel duidelijk geworden dat Taylor Swift’s 1989 eigenlijk een knappe popplaat is. Adams idee achter het cover album was om een album te maken dat het midden houdt tussen Springsteen’s ‘DARKNESS AT THE EDGE OF TOWN’ en ‘MEAT IS MURDER’ van The Smiths. Gezien het resultaat is dat goed gelukt. Het album bevat rootsrock met een sound die Springsteen niet zou misstaan. Alle 13 nummers klinken alsof ze door Adams zelf geschreven hadden kunnen zijn. Duister, inderdaad, vooral omdat Adams meer iemand van de mineurakkoorden is. Ook zijn lome stemgeluid geeft het geheel een minder optimistische kwaliteit dan de strak geproduceerde confectiepop van Swift.

De vraag die nu natuurlijk opdoemt is of dit album nou beter is dan het origineel! Wie zal het zeggen? Het knappe van dit coveralbum is vooral dat het zo op zichzelf staat. Op de Amerikaanse hitlijsten heeft Adams’ versie van het album het originele allang achter zich gelaten; en wat je ook leest is dat Adams Swift's cd meer glans geeft en door zijn interpretatie de houdbaarheid van '1989' wel eens flink zou kunnen verlengen.

Ik sluit af met ‘CLEAN’

 

LAVENDORE ROGUE - LIGHT UP WITH…

Lavendore Rogue; Een beetje aparte naam voor een band. Ook nog eens een naam waarvan niemand echt schijnt te weten wat het betekent. Deze band lijkt echter bezig te zijn aan een ware opmars binnen de Britse muziek scene. Helemaal onbekend mag je de bandleden niet noemen. Misschien roept de naam Hokie Joint wel herinneringen op. Deze band hield het in 2013 voor gezien, maar de twee gezworen vrienden JoJo Burgesss en Joel Fisk startten vrijwel meteen een nieuwe band, zodat er in 2013 al meteen een album van de nieuwe band in de winkel lag met de titel: ‘WHAT’S THE MEANING OF…’. De tracks op dat album waren min of meer een voortzetting van het werk van Hokie Joint. Vervolgens werd het een tijdje stil rond de band. Dat was enerzijds te wijten aan de perikelen die JoJo ondervond met zijn pasgeboren dochtertje. Nu de problemen wat dat betreft achter de rug lijken; is het weer zover. Het nieuwe album met de titel: ‘LIGHT UP WITH…’ is er. Mocht je in het verleden een fan van Hokie Joint zijn geweest dan zul je nu ongetwijfeld benieuwd zijn hoe het nieuwe album klinkt

Ga daarvoor maar eerst luisteren naar: ‘ DEAD MAN’S CHEST’

Als Hokie Joint klonk het vroeger misschien wat ruiger en smeriger. Nu worden echter tien songs met een internationale uitstraling gepresenteerd. De nummers variëren onderling nogal qua stijl. Het strakke ritmewerk en het mooie toetsenwerk zijn een perfecte ondergrond voor de gitaarriffs en de karakteristieke stem van JoJo. Het is alleen geen ’pure’ blues meer. Er zijn duidelijk iets meer rock-invloeden te horen, maar dat komt de beleving absoluut ten goede! Het doet zelfs met regelmaat denken aan het werk van The Rolling Stones. Ook zal je hier en daar wat Blues, Southern Rock en Americana invloeden kunnen ontdekken; maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om het totaalplaatje en dat ziet er prima uit!
Wat mijzelf veel plezier doet is dat als afsluiter gekozen is voor Warren Zevon’s ‘PLAY IT ALL NIGHT LONG’. Eén van mijn lievelingsnummers zijn van Zevon. Het zwartgallige lied kent op dit album een mooie eigentijdse vertolking met prachtig Hammond werk en een heerlijke slide. Burgess zingt het perfect en de ritmesessie ondersteunt prima. Een beter slot van een album had ik mij niet kunnen bedenken.

Ik sluit af met: ‘GANGSTERS, THIEVES & VILLAINS’

 

MOJO MAN - BALLS & HORNS

‘Got My Mojo Working’; Muddy Waters zong er in 1957 al over. Het is meteen ook mijn eerste gedachte als ik nu, alweer 57 jaar later, het debuutalbum van de Nederlandse band MOJO Man in mijn handen heb. Een andere gedachte is dat het wel weer een zoveelste poging van een Nederlandse band is, welke de delta-blues een warm hart toedraagt. Achteraf helemaal verkeerd natuurlijk, want de oprichters van deze band: tenorsaxofonist Reinier Zervaas (voorheen van: To Hip For The Room) en zanger gitarist Marcel Duprix (voorheen van: Duprix) zijn er bij hun start in 2104 heel duidelijk in; zij willen muziek maken voor een groot publiek. Daarnaast moet het ook nog eens bijzonder zijn; in die zin dat het groots en swingend moet worden. Daarom dus geen toetsen; maar iets met blazers.
Al gauw staat er een 9 mans-formatie klaar die aan de gewenste criteria voldoet. Vervolgens ligt er koud een jaar later ook al een debuutalbum in de winkel. De titel van het album is al net zoveel zeggend als de plannen van de oprichters van de band: ‘BALLS & HORNS’. Het geeft de richting aan in welke we moeten denken. In elk geval is het stevig. In recensies wordt de band al omschreven als ‘Black Crowes met een flinke dosis Stax’ of ‘Delbert McClinton on Acid’. De band zelf maakt er zich niet druk om. Deze namen zijn al heel mooi om mee vergeleken te worden.

Ga luisteren naar: ‘SCARECROW’.

Het album telt 9 tracks die tezamen goed zijn voor een dikke 3 kwartier muziek. Wat opvalt is de energie en de virtuositeit van de band. Er wordt goed gezongen; je hoort goed gitaarspel, maar er zijn ook swingende blazersarrangementen. Rock & roll en rhythm & blues zijn wel de sleutelwoorden van het album. De nummers liggen erg prettig in het gehoor en natuurlijk zijn daarbij de invloeden van hun voorbeelden als Otis Redding; Rolling Stones en Jimi Hendrix te horen.
Het blijft een opmerkelijke combinatie; een rock and roll band met een 5 mans blazerssectie. Je komt het in elk geval niet vaak tegen. Alleen al het feit dat er 9 man op een podium staan lijkt een garantie voor spektakel te zijn. Het album ‘BALLS & HORNS’ is in elk geval een mooie opmaat. Het overtuigt meteen vanaf het begin.
IK verwacht dan ook dat er de komende jaren wel degelijk rekening met deze band gehouden moeten worden.

Ik sluit af met: ‘WILD FLOWER’

Alvast een prettige jaarwisseling toegewenst en tot volgende keer

Fons.

 

BEN CAPLAN - ‘ BIRDS WITH BROKEN WINGS’

De muziek van deze Canadese singer-songwriter vindt zijn oorsprong in de richting van de akoestische folk, maar daarbij is ook zeker sprake van blues en jazz invloeden. Afgaande op zijn stem zou je niet zeggen dat hij pas 28 jaar oud is; je zou wellicht een iets oudere man die in zijn leven al sloten whisky en de nodige sloffen sigaretten zijn lijf heeft binnengehaald verwachten. Het is dan ook niet vreemd dat vergelijkingen met de stem van Tom Waits een voor de hand liggend gegeven zijn. Ben Caplan heeft een fors postuur, heeft een stevige baard en draagt een grote bril; in combinatie met zijn stem is hij daardoor een imposante verschijning. ‘BIRDS WITH BROKEN WINGS’ is het tweede album van Caplan. Met zijn debuutalbum, ‘IN THE TIME OF THE GREAT REMEMBERING’ van eind 2011 trok hij vrijwel onmiddellijk de aandacht. Het leverde hem in elk geval binnen een paar jaar meer dan 1000 clubshows op en ook nog een optreden op het grote Glastonbury - festival.

Ga maar eens luisteren naar ‘BELLY OF THE WORM’

De 12 tracks op het album hebben een hoog zeeliedenkarakter; waarbij een fikse inname van drank meer dan denkbaar is. De muziek golft, wiebelt en deint en eindigt regelmatig in een broeierige kakafonie van geluid, dat wordt neergezet met dank aan Caplan’s vaste begeleidingsband The Casual Smokers.
De bromstem van Caplan torent boven het rijk georkestreerde bandgeluid uit. Het mag met recht indrukwekkend worden genoemd worden. De stem wordt door Caplan veelzijdig ingezet. Op het tamelijk jazzy 'NIGHT LIKE TONIGHT' is de gedachte aan Frank Sinatra niet ver weg. Met 'DEVIL TOWN' eindigt de zeemansrit van deze woelige baardmans intens, ingetogen en spookachtig.
Samen met zijn band The Casual Smokers heeft Caplan een sterke plaat weten neer te zetten. Een album dat het hele spectrum van folk via jazz tot klezmer weet te bereiken. De vergelijking tussen Caplan en Tom Waits is al gemaakt; maar mocht Caplan het plan hebben om daar nog dichterbij te komen, dan zal hij nog enkele jaren levenservaring moeten opdoen waarbij extra flessen sterke drank en sigaretten wel aan te raden zijn. Maar echt nodig zal het niet hoeven te zijn; Caplan heeft meer dan voldoende in huis om met niemand vergeleken te hoeven worden.

Ik sluit af met: ‘DEVIL TOWN’

 

 

DAVE RAWLINGS MACHINE - NASHVILLE OBSOLATE

Alvorens een cd te gaan beluisteren gaat daar het bestuderen van het hoesje aan vooraf. Een afbeelding op het inleg van het hoesje vertelt namelijk vaak al iets meer van de muziek die je te horen zult krijgen. In dit geval betreft het een zwart-witfoto van een stel muzikanten hetgeen associaties met een oud, ver en grijs verleden oproept. De titel van het album Nashville Obsolate onderstreept die associatie ook nog eens, want vrij vertaald betekent dit ‘ Nashville ouderwets’ .
In eerste instantie is de naam van Dave Rawlings misschien moeilijk te plaatsen, maar als de naam van Gillian Welch er aan gekoppeld wordt, komt daar wel verandering in. Beiden vormen een ijzersterk, onafscheidelijk koppel, die samen al 7 albums op hun naam hebben staan. Voor Dave Rawlings is dit het tweede album dat onder zijn naam wordt uitgebracht. In 2009 verscheen zijn overwegend goed ontvangen album: A Friend Is A Friend. Nu; zes jaar later dus zijn nieuwste Nashville Obsolate .Naast hun nieuwe album kunnen zij binnenkort ook nog eens verheugen op een huldiging voor een Lifetime Acievement Award For Songwriting.

Ga daarvan maar luisteren naar: The Weekend

Nashville Obsolete kent maar 7 songs; desalniettemin genoeg om 40 minuten vol te maken. Het is een volledig akoestische aangelegenheid geworden. Soms zijn er enkele strijkers toegevoegd maar verder is het enkel opgebouwd met gitaarwerk dat niet alleen goed is maar ook vol emotie. Het samenspel met de band is zondermeer goed te noemen; Rawlings is een gitaarkunstenaar, Welch zingt met de songs de sterren van de hemel en de orkestraties zijn een absolute meerwaarde. Qua muziek wordt er op het album vaak teruggegrepen naar de muzikale traditie waarvan onder andere Bob Dylan, The Band of Emmylou Harris kernfiguren zijn; al zijn er ook wel weer andere invloeden als blues, folk en bluegrass te ontdekken. En hoewel Rawlings blijft graven in diezelfde put van muzikaal erfgoed, weet hij met zijn muziek toch een snaar te raken; zeker op die momenten dat Gillian Welch met haar stem leent .

Nashville Obsolete behoort wat mij betreft tot een van de betere americana platen van het moment. In de wetenschap dat hun eerdere albums al van hoge kwaliteit waren verdient Nashville Obsolete dan zeker een aanbeveling.

Ik sluit af met: The Last Pharaoh

 

Omar Coleman - ‘Born & Raised’

Een veelgehoorde uitspraak is dat geduld is een schone zaak is. Ook wordt er wel eens gezegd dat het beste dat je kan overkomen de moeite van het wachten waard is. Omar Coleman kan daarover meepraten. Hij heeft immers jarenlang aan zijn carrière gewerkt.
Hij is geboren in west Chicago in 1973; nog betrekkelijk jong dus en waarmee dan ook meteen met het fabeltje dat blues alleen maar iets is voor oude mannen, wordt afgerekend. Coleman is fan van de muziek van mensen als Bobby Rush, Al Green, Muddy Waters en Junior Wells en dat kun je in zijn muziek goed terughoren. In 2005 maakte hij nog deel uit van The Chicago Blues Harmonica Project waarvan het album ‘DIAMONDS IN THE ROUGH’ werd uitgebracht; 6 jaar later verscheen het album ‘ VERY LUCKY MAN’; een samenwerkingsproject met gitarist Sean Carney. Dat was weer voordat hij onder eigen naam een album uitbracht met de titel ‘WEST SIDE WIGGLE’.
Het nieuwste album heet ‘BORN & RAISED’:

Hiervan gaan jullie nu eerst luisteren naar: ‘ TRYIN’ TO DO RIGHT’

Van de 14 nummers die op het album staan heeft Omar Coleman er twaalf zelf geschreven of eraan meegeschreven. Het zal duidelijk zijn dat gezien de geboorteplaats; maar ook gezien de titel van het album er sprake is van een hoge dosis Chicago blues invloeden. ‘BORN & RAISED’ is een degelijk blues album niet in de laatste plaats door de muzikanten die Coleman om zich heen heeft weten te verzamelen en waarvan Mike Wheeler tegenwoordig ook al hoge ogen gooit.
De tracks op het album zijn goed voor een dik uur blues muziek en hoewel ik het album degelijk heb genoemd staan er wel enkele nummers tussen die iets meer mijn voorkeur genieten. Bijvoorbeeld het zojuist gehoorde ‘TRYIN’ TO DO RIGHT’ of de pompende soul op ‘ SIT DOWN BABY’ of het juke joint achtige ‘ MAN LIKE ME’.
Coleman laat op het album horen niet alleen een goed zanger te zijn maar ook nog eens een prima mondharmonica speler. Hij toont maar weer eens aan dat Chicagoblues nog niet tot het verleden behoort. Het album is dan ook een absolute aanrader voor elke rechtgeaarde Chicago-bluesliefhebber oftewel de puristen onder ons.

Ik sluit af met: ‘ TELL ME WHAT YOU WANT’

 

LANCE CANALES - THE BLESSING AND THE CURSE

Als er tegenwoordig binnen het Americana circuit al een naam gonst dan is het die van Lance Canales wel. Zijn naam is veelvuldig te horen als het gaat om het noemen van een opmerkelijk roots-album.
Lance Canales is van Mexicaanse afkomst, maar groeide op in Central California. Een gemakkelijke jeugd heeft hij niet gehad. Als kind had hij een goede reputatie als paardentrainer; hij moest al vroeg meewerken om geld te verdienen zodat zijn familie de eindjes aan elkaar kon knopen. Pas toen hij een kapotte gitaar van zijn oudere zus kreeg en zijn gitaarspel ging combineren met zijn nogal gruizige stem ontdekte hij een manier om zijn leven een andere wending te geven door een overstap naar de muziek te maken. Aanvankelijk nog solo, maar toen hij na een aantal jaren naar een voller geluid begon te verlangen, formeerde hij met het aantrekken van een drummer en een bassist zijn begeleidingsband The Flood. Recentelijk heeft Canales getekend bij het platenlabel van Jimmy Lafave. Een nieuw album is er nu ook; de titel is: ‘THE BLESSING AND THE CURSE’

Ga maar eens luisteren naar: ‘COLD DARK HOLE’.

Het nieuwe album bevat 13 tracks. Canales zorgt voor een authentiek geluid. Hij is er niet de man naar om mooie verhaaltjes te vertellen. Daarvoor heeft hij zelf teveel meegemaakt. Het zijn wel verhalen die je raken: zoals bijvoorbeeld te horen is bij het nummer: ‘DEPORTEE’; eigenlijk een cover van Woody Guthrie, handelend over een vliegtuigongeluk in 1948 waarbij 28 gedeporteerde Mexicanen om het leven kwamen. Al die tijd nam men er de moeite niet voor om hun namen te publiceren. Canales droeg er aan bij dat er alsnog een gedenksteen is gepland. Het is dit type verhalen; gecombineerd met de hoekige muziek dat het album bijzonder maakt. Een andere cover op het album is Reverend Gary Davis’ ‘DEATH GOT NO MERCY’. Eveneens een weinig opbeurend verhaal en ook nog eens extra meeslepend dank zij een gastbijdrage van Eliza Gilkyson.

Een album vol zinderende blues derhalve. Zijn eerste album: ‘THESE HANDS’ waarop hij voornamelijk solo te horen is, dateert al van 2008; ik hoop niet dat wij nu weer zeven jaar moeten wachten voor Lance Canales met nieuw materiaal komt, daarvoor is hij toch wel iets te bijzonder.

Ik sluit af met ‘PEARL HANDLED GUN’ .

 

BOO BOO DAVIS - ‘OLDSKOOL’

Zijn eigenlijke naam is James, maar het meest bekend is hij inmiddels wel als ‘Boo Boo’ Davis. Hij is geboren op 4 november 1943 in Drew Mississippi en mag zich derhalve tot de laatste generatie nog levende Delta mannen noemen. Temeer omdat hij het werken op de katoenplantages; toch de plaats waar de wortels van de blues liggen, aan den lijve heeft ondervonden. Al vroeg, namelijk op vijfjarige leeftijd, kwam Boo Boo Davis in aanraking met muziek. Toch heeft het tot 2001 geduurd alvorens zijn eerste album verscheen. Met zijn nieuwste ‘OLDSKOOL’ meegerekend staat de teller inmiddels op negen. Zijn vorige cd: ‘WHAT KIND OF SHIT IS THIS’, was opmerkelijk te noemen, in die zin dat er nogal wat extra’s (beats, programming), aan de muziek werd toegevoegd. Wellicht is dat een zijstraatje geweest want met zijn nieuwe album lijkt hij zich weer ontdaan te hebben van deze franje en is hij weer helemaal terug te zijn bij zijn roots.

Ga maar eens luisteren naar: ‘BOY BLUES’.

Het nieuwe album ‘OLDSKOOL’ , werd live in de studio in (let wel) vijf uur tijd opgenomen. Voor dit album heeft Boo Boo Davis ook nu weer samengewerkt met John Gerritse (drums), Jan Mittendorp (gitaar), Jasper Mortier (engineering); Davis voegt daar zelf nog twee instrumenten aan toe te weten de bluesharp eb zijn stem. De bandleden zijn geen onbekenden van elkaar want Davis trekt al jarenlang met dit trio door Europa. De tracks op het album hebben een prettig stuwend ritme. Als je ervoor in de juiste stemming bent is het een album dat het beluisteren meer dan waard is. Davis weet op zijn manier elektrische delta blues te brengen. Dit is beste te horen bij een nummer als bijvoorbeeld ‘HOLD YOUR HEAD UP’. Daarnaast is er ook boogie te horen; bijvoorbeeld bij ‘DOWN THE ROAD I GO’ en ook de track ‘LUCKY MAN’ is het benoemen waard, maar dan meer vanwege de heerlijke slide die er aan te pas komt.
Als ik een beschrijving moet geven dan komen de woorden eerlijk; zonder franje; inzet, passie, zweet en kracht bij mij naar boven. Het is gewoon compromisloze muziek. Muziek die de titel van het album alle eer aandoet.

Ik sluit af met: ‘LUCKY MAN’

 

PATRICK SWEANY - ‘DAYTIME TURNED TO NIGHTTIME’


Na de 15 jaar dat de oorspronkelijk uit Akron, Ohio afkomstige Patrick Sweany aan de weg timmert is hij inmiddels aan zijn 7e album toe.
Zijn vader had een immense platencollectie, waardoor Sweany al vroeg met muziek in aanraking kwam en als kind veel jaren 60-folk, vintage country, soul en natuurlijk ook blues hoorde. Hij spendeerde uren aan het zichzelf eigen maken van de fingerpicking stijl op gitaar. Dat deed hij op de muziek van mensen als onder andere Leadbelly en Lightnin Hopkins.
In deze 15 jaar heeft hij veelvuldig samengewerkt met Dan Auerbach, die ook twee albums van hem produceerde. Patrick Sweany heeft inmiddels al vele optredens achter de rug. Hij heeft in het voorprogramma gestaan van The Black Keys; The Tedeschi Trucks Band, The Wood Brothers en Hot Tuna.
Door dit alles heb ik nu alleen nog niet verteld dat het nieuwe album ‘DAYTIME TURNED TO NIGHTTIME’ heet.

Ga daarvan maar eens luisteren naar: ‘SWEETHEARTS TOGETHER’.

Op het album is een veelzijdige Patrick Sweany te horen. Het is eigenlijk vooral een gitaarplaat waarop Sweany voornamelijk bluesy speelt. Echter naast gitaarspelen schrijft Sweany ook prima songs. In tegenstelling tot zijn vorige albums heeft hij deze keer tevens voor een iets andere benadering gekozen. Was er eerder nog sprake van een zekere ruwheid is zijn spel; dit keer is er gekozen voor meer subtielere teksten en gitaarspel. Patrick Sweany wordt op het album bijgestaan door producer Joe McMahan; Ron Eoff (Levon Helm) op bas en Brian Owings (Tony Joe White en Solomon Burke) op drums.
In zijn geheel genomen is er bij het nieuwe album sprake van een album met een warme sfeer. Bij tijden doet de muziek denken aan die van Ry Cooder of John Hiatt. Muziek dus van de zuidelijke staten. Zoals meestal het geval is; doe je een artiest vaak te kort door vergelijkingen te maken met anderen. Vandaar dat ik hier wil volstaan met de opmerking dat ‘DAYTIME TURNED TO NIGHTTIME’ van een uitzonderlijke en tijdloze klasse getuigt.

Ik sluit af met: ‘NOTHING HAPPENED AT ALL’

THE CASHBOX KINGS - ‘HOLDING COURT’


The Cashbox Kings, afkomstig uit de zogeheten Windy City mogen misschien wel niet de grote bekendheid genieten. Anderzijds mogen zij wel al enkele grootheden uit de blues-scene, waaronder Charlie Musslewhite, tot hun fans rekenen. De band heeft de naam fakkeldrager te zijn van de Chicago - en Memphis blues uit de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw, muziek dus uit de hoogtijdagen van de legendarische Chess- en Sun – records.
De belangrijkste leden van de band zijn John Nosek ( harmonica, zang, arrangementen) met naast hem singer songwriter en Muddy Waters adept Oscar Wilson. Op het album ‘HOLDING COURT’ wordt de band gecompleteerd door Kenny ‘Beedy Eyes’ Smith; Joel Paterson, Billy Flynn en Barrelhouse Chuck.

Benieuwd hoe het klinkt? Luister maar eens naar: ‘CASH BOX BOOGIE’.

‘HOLDING COURT’ is het 3e album van de band en met hun nieuwe album wordt een ode gebracht aan enkele grondleggers van de Chicgo-blues. Mensen als Jimmy Rogers, waarvan het nummer ‘OUT OF THE ROAD’ gecoverd wordt; of John Lee Hooker’s ‘HOBO BLUES’ ; echter ook minder bekende blues artiesten zoals Honny Boy Allen (‘I’M A REAL LOVER BABY’); Willie Love (‘EVERYBODY’S FISHING’) en Big Smokey Smothers (‘AIN’T GONNA BE NO MONKEYMAN’) kom je op het album tegen. Natuurlijk strooien The Cashbox Kings ook hun eigen sausje over deze covers, zodat je hier en daar nog een beetje New Orleans jazz, jump blues, ragtime en swamppop te horen krijgt.
Met veel toewijding en energie hebben de Cashbox Kings op hun album de unieke Amerikaanse tradities levend en relevant voor de toekomst proberen te houden. Als mij nu iemand zou vragen of The Cashbox Kings in hun opzet geslaagd zijn dan kan ik dat alleen maar met een volmondig ja beantwoorden. Niet alleen de sfeer van het album weet mij te raken, maar ook het feit dat over het algemeen genomen er ook nog voldoende eigen inbreng van de band ten toon wordt gespreid, maakt voor mij het album meer dan de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘SUGAR PEA’

Gary Clarck Jr. - THE STORY OF SONNY BOY SLIM

Opeens was daar zo rond 2010 een Texaanse gitarist die werd beschreven als iemand waarbij de werelden van Jimmi Hendrix en Stevie Ray Vaughan in één persoon samenvielen. Nu is het ook weer niet zo het bij Gary Clark Jr., want daar heb ik het hier over, zomaar uit de lucht kwam vallen. Dat is zeker niet het geval, want hij speelt al gitaar vanaf zijn twaalfde en tijdens zijn tienerjaren speelde hij overal waar maar kon. De grote doorbraak kwam echter in 2010, nadat Eric Clapton hem had uitgenodigd voor diens jaarlijkse Crossroads Guitar Festival.
In 2012 verscheen het eerste album van Gary Clarck Jr. met de titel: ‘ Blak and Blu’. Zijn tweede grote studio-album; ‘ The Story Of Sonny Boy Slim’ ligt nu al weer een tijdje in de winkel. De titel verwijst naar hemzelf, zijn moeder noemde hem namelijk altijd Sonny Boy en in zijn vriendenkring werd hij Slim genoemd.

Ga luisteren naar : ‘HOLD ON’
Het nieuwe album laat weer eens de diversiteit van Gary Clarck Jr. zien. Hij maakt blues, soul, hiphop, r&b, rock ‘n roll. Hij beheert deze stijlen ook nog eens allemaal. Om maar eens enkele voorbeelden te noemen. Je hoort bluesrock bij het nummer ‘Grinder’; soul staat op ‘Star’ en ‘Our Love’ ; funk op ‘Cold Blooded’ en op ‘Down To Ride’ komt zelfs de synthesizer om de hoek kijken. Het mag er allemaal zijn; maar toch blijft er bij mij iets knagen. Op de een of andere manier weet het nieuwe album mij minder te imponeren dan zijn eerste; en natuurlijk weet ook ik dat het altijd moeilijk is om een succesvol album te evenaren, laat staan met een beter product te komen. Echter het gevoel van enige spijt kan ik niet onderdrukken. Het nieuwe album maakt minder indruk.
Dat gezegd hebbende blijft wel overeind dat Gary Clarck Jr. Een geweldige gitarist is, die veel aan kan. Het liefst hoor ik hem zoals hij op zijn nieuwe album te horen is op de nummers ‘Stay’ en ‘Shake’. Zoals hij hier klinkt is het meer in lijn met zijn eerste album.
Van mij had hij ook iets meer als zodanig mogen klinken, maar dat is misschien iets voor een volgend album.
ik sluit af met: ‘STAY’

 

Dave Alvin and Phil Alvin - LOST TIME

De broers Phil en Dave Alvin groeiden op in Downey California. Zij stammen uit een muzikale familie. Thuis werd veel naar blues - , rockabilly - en countrymuziek geluisterd. Eind jaren 70 begonnen de broers een rock ’n roll band onder de naam ‘ The Blasters’ . Hierin speelde de eveneens uit Downey afkomstige, en tegenwoordig ook al bijna legendarische, Bill Bateman op drums mee. Tussen 1980 en 1985 werden 4 studio-albums uitgebracht, maar echt succesvol, in de zin dat zij hier hun broodwinning van konden maken was dit nu ook weer niet. Of dit de oorzaak was, van de onenigheid die was ontstaan tussen de broers, weet ik niet. Feit is dat de band werd opgeheven en ieder zijn eigen weg ging; voor Phil betekende dit dat hij weer een studie ging oppakken aan de universiteit waar hij voorheen ook les had gegeven. Dave begon een solocarrière, die, terugkijkend, niet onverdienstelijk mag worden genoemd. Het heeft toch tot 2014 (dus ruim 30 jaar) geduurd alvorens de broers weer eens de handen in elkaar hebben geslagen Vorig jaar werd het album ‘Common Ground’ opgenomen, met daarop een selectie van Big Bill Broonzy covers. De broederliefde lijkt daarmee verder te zijn opgebloeid, want nu amper een jaar later is er weer een nieuw album uit getiteld: ‘ Lost Time’

Ga maar eens luisteren naar : ‘HIDE AND SEEK’
‘Lost Time’ is een combinatie van rock, blues en soul. Met hun nieuwe album brengen de broers weer een hommage aan een aantal artiesten en songs waardoor ze vroeger werden geïnspireerd en beïnvloed. Er werd dan ook diep gegraven in de muziek van James Brown, Leadbelly, Willy Dixon en Blind Boy Fuller. Echter de grootste eer wordt Big Joe Turner betoont. Van hem worden maar liefst 4 songs gecoverd. Niet geheel zonder reden natuurlijk, want in hun tienerjaren hebben de broers Alvin Big Joe Turner mogen ontmoeten en hij was het ook die later een soort mentor van hen was geworden.
Het is misschien niet zo’n verrassend album, maar het is gewoon mooi dat de broers elkaar weer hebben gevonden, mede door de muziek. Blijkbaar hebben zij er zelf ook weer veel zin in, getuige het vrolijke gevoel dat achterblijft na het afspelen van het album. De titel vind ik erg toepasselijk Nu de broers het weer goed met elkaar kunnen vinden hopen zij een stukje vervlogen tijd in te kunnen halen. Van mij mag het; ik vind het namelijk niet meer dan wenselijk dat beide heren doorgaan met hun samenwerking en dat wij niet meer zo lang verstoken hoeven blijven van hun muziek.
ik sluit af met: ‘PLEASE, PLEASE, PLEASE’

 

The Steeldrivers - THE MUSCLE SHOALS RECORDINGS

The Steeldrivers zijn afkomstig uit Nashville en bestaat al zeker een jaar of 10 en hebben al enkele Grammy nominaties op hun naam staan. Inclusief hun nieuwste album ‘ The Muscle Shoals Recordings’ heeft de band nu 4 albums uitgebracht. De drie eerdere albums werden over het algemeen goed ontvangen. In de afgelopen jaren is de band ook nog aan een aantal malen aan bezettingswisselingen onderhevig geweest.
Voor hun nieuwe album hebben The Steeldrivers een wel heel bijzondere plek uitgekozen; namelijk de Muscle Shoals Studios in Alabama. In deze studio’s werden in de 60’ en 70’er jaren de beste R&B en soul hits opgenomen. Nogal wat groten uit de populaire muziek hebben hier ooit een album opgenomen, waaronder The Stones, Paul Simon, Bob Seger en meer recent nog The Black Keys.
Tijd dus om maar eens te gaan luisteren naar : ‘HERE SHE GOES’
Mocht je nu naar denken dat je naar aanleiding van eerdergenoemde te worden geconfronteerd met funky blazers, stevige bass-loopjes en drum grooves dan heb je het mis. The Steeldrivers maken pure bluegrassmuziek en hebben zich voor hun nieuwe album niet laten verleiden tot het aangaan van een crossover. Zij blijven op dit album doen waar ze het beste in zijn namelijk bluegrass muziek maken. Binnen de scene was de band al populair en van dit album wordt verwacht dat het er alleen nog maar beter van gaat worden. Volgens de band zelf is dat ook nodig. Voor hen is het nieuwe album een soort ‘ make or break - album’ . Men heeft er alles aan gedaan om een goed album af te leveren. Zelfs goede vriend Jason Issbel is bereid gevonden om op twee nummers mee te doen.
11 Tracks staan er op het album; samen goed voor bijna 40 minuten muziek; en zoals al eerder aangegeven gaat het The Steeldrivers goed af. Pure bluegrass waarbij overigens een mooie rol is weggelegd voor violiste Tammy Rogers. Met dit album weet de band zich zonder meer goed staande te houden met vergelijkbare muzikanten zoals o.a. Chatham County Line of een Darell Scott
Wat mij betreft dus een goede start voor het nieuwe seizoen; het mag best een ‘ make-album’ worden zodat meer mensen kennis kunnen nemen van deze muziek.
Op het album is het mooiste nummer tevens het laatste; Hier wil ik graag mee afsluiten. Luister naar:
‘RIVER RUNS RED’

 

MY BABY - Shamanaid


My Baby is een Amsterdams trio dat is voortgekomen uit The Souldiers. Het trio bestaat uit Nieuw-Zeelander Daniel Johnston en de uit Nederland afkomstige broer en zus Joost en Cato van Dijck. Zelf omschrijven ze hun muziek als ‘delta trance Louisiana dub Indie funk’. In 2013 verscheen hun debuutalbum ‘ MY BABY LOVES VOODOO’. Een album dat lovende kritieken kreeg. Nu amper twee jaar later is er hun nieuwe album ‘ SHAMANAID’.
De band heeft het er maar druk mee; onlangs waren ze nog op bezoek in Japan, Nieuw – Zeeland en de VS. Binnenkort gaan ze samen met Seasick Steve op tour door de UK, maar net zo goed spelen ze mee op het album van Henny Vrienten en gaan ze ook met hem een kleine toer door Nederland maken.

Ga maar eens luisteren naar: ‘UPRISING’.
Het nieuwe album bevat 10 nummers en is goed voor een kleine drie kwartier muziek. Wij hebben wel eens de neiging om de muziek die we horen in een hokje te stoppen, maar dat wordt door My Baby wel een beetje moeilijk gemaakt. Was op hun vorige album nog duidelijk te horen dat blues de ondertoon van hun muziek was; op hun nieuwe album hebben ze alles uit de kast getrokken om nieuwe wegen te bewandelen. Zo hoor je trance, funk en veel zich repeterende ritmes. Daarnaast zijn er Oosterse invloeden te horen hetgeen het album een psychedelisch randje meegeeft. De band lijkt er, door met een uniek eigen geluid op de proppen te komen, alles aan gedaan te hebben om blues anders te laten klinken dan wij gewend zijn. Niet meer de muziek zoals die door toedoen van mannen als Stevie Ray Vaughan en Walter Trout vooral verworden is tot stoere mannenmuziek, maar muziek met het oog meer gericht op een nieuwe generatie .
Het beluisteren van het album is door mij eigenlijk wel als aangenaam ervaren. Als je je een beetje openstelt voor deze muziek wordt je meegezogen. Het verwondert mij dan ook niets dat My Baby zich in steeds grotere belangstelling mag verheugen. Binnenkort zijn ze te zien en te horen op het Bluesrock festival. Ik zou zeggen; een uitgelezen kans om kennis te maken met deze band en hun muziek. Het is zeker de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘MARCHING ´

JODYMOON - ALL IS WAITING

Jodymoon is een singer-songwriter duo bestaande uit zangeres en pianist Digna Janssen en multi-instrumentalist Johan Smeets. In 2008 wonnen zij de publieksprijs van de Grote Prijs van Nederland. Sindsdien brachten zij 4 albums uit, die zowel in binnen- als buitenland goede recensies kregen. In tegenstelling tot bij hun vorige albums werd er voor het nieuwe album ‘ALL IS WAITING’ geen bekende buitenlandse producer en studio opgezocht maar werd voor het schrijven en opnemen daarvan de relatieve rust van hun eigen flat in Maastricht gekozen. Het kan zijn dat dit minder spannend klinkt, maar aan de andere kant hoeft dat natuurlijk geen beletsel te zijn voor het afleveren van een goed album.

Ga maar eens luisteren naar: ’907 STEPS’.

De muziek van Jodymoon laat zich het beste omschrijven als een kruising tussen singer-songwriter, folk en pop. De songs zijn ingetogen, maar bij ‘ALL IS WAITING’ valt ook de subtiele instrumentatie en accenten van met name de cello- en vioolklanken van respectievelijk Marie José Didderen en Wim Spaepen op. Op het album worden een aantal zijwegen ingeslagen. Soms klinkt het een beetje jazzy (‘HITCHHIKE OVERDRIVE’), maar ook blues (‘DONKEY DANCE’) is te horen en Johan Smeets toont daarnaast nog eens aan dat hij op de banjo en lap steel ook nog eens met bluegrass aardig uit de voeten kan. Het zijn zeer geslaagde uitstapjes op een album dat overwegend bestaat uit mooie singer-songwritermuziek. Het klinkt allemaal vakkundig, sfeervol en rustig; waarbij de instrumentatie en uitstekende vocalen twee hele sterke wapens zijn en het tijdloze karakter van de songs er voor zorgt dat deze winnen aan overtuigingskracht.

Zoals zo vaak het geval is komt muziek pas goed tot zijn recht wanneer je deze wat vaker hebt gehoord. Bij de songs van Jodymoon is dat niet anders. ‘ALL IS WAITING’ zit goed in elkaar en is in staat
om de luisteraar te raken. 14 tracks lang houdt ‘ALL IS WAITING’ je in de ban met popmuziek van hoog niveau. Hoog tijd dus om deze band te omarmen als één van de betere van Nederland.

Ik sluit af met: ‘WAIST HIGH’.

SONGHOY BLUES - ‘MUSIC IN EXILE’.

Gevlucht uit het noorden van Mali voor de onrust en de strijd tegen de jihadi’s vonden de jonge muzikanten Oumar, Aliou en Garba Touré elkaar en gingen samen muziek spelen; hoewel naamgenoten zijn ze geen familie van elkaar. Ze groeiden op in Gao en zijn geïnspireerd door de traditionele Songhoy-muziek, door Ali Farka Touré’s gitaarmuziek en door The Beatles, Jimi Hendrix, Tupac en The Police. Later gingen ze naar de universiteit van Bamako. Door heel veel op te treden verwierf de band al snel een grote fanschare in Mali en het kon niet uitblijven: Marc-Antoine Moreau, de scout achter de “Africa Express” van Damon Albarn was in het land en merkte hen op. In 2014 werd het debuutalbum ‘Music In Exile’ opgenomen
 

Luister maar eens naar openingsnummer: ‘SOUBOUR’.

De mix van Malinese en Westerse muziek zet deze jonge band in het rijtje , Tinariwen en Farka Touré. Het is Desert bluesrock, gespeeld met een Touareg-gitaar, gekruid met Westerse rockingediënten, Songhoy-melodieën uit de traditionele stijl en meeslepende desert trance. Over de teksten kan ik natuurlijk niet zoveel vertellen; gewoonweg omdat ik de taal niet spreek, maar als je uitgaat van de reden waarom deze jongens muziek maken dan mag je wel verwachten dat het gaat over de misstanden in hun land. De jongens vonden namelijk dat ze iets moesten doen om hun volk te steunen en dat ze dat het best konden doen door muziek te spelen.
Het is overigens wel handig om te weten dat deze jongelui, in tegenstelling tot de meerderheid van de jongeren in Mali, wel goed zijn opgeleid. Eentje is moleculair bioloog; eentje jurist en eentje architect / stadsontwikkelaar. Zij zijn van mening een bijzondere taak te moeten vervullen door via hun muziek de mensen te leren wat er echt aan de hand is in hun land en wat belangrijk is of niet. Deze heren weten hoe ze moeten spelen, en vooral, ze zijn heel erg met hun zaak begaan.
Deze plaat is dan ook een prima introductie van een band, die zonder de minste twijfel in de hoogste afdeling van de desertblues terecht gaat komen. Net zoals Tinariwen of Amadou & Mariam inmiddels vertrouwd klinkende namen zijn, gaat deze plaat de nodige deuren openen en valt het te verwachten dat wij Songhoy Blues binnenkort op meerdere kleurige festivals tegen zullen komen. En laten wij eerlijk zijn; dat verdienen ze ook, want hun muziek klinkt fris, al is ze diep in de traditie geworteld. ‘Sekou Oumarou’; ‘Nick’; ‘Petit Metier’ en ‘Mali’ zijn de uitschieters van dit debuutalbum en dat het nieuwsgierig maakt naar de livepresentatie van deze band mag duidelijk zijn!
 

Ik sluit af met: ‘Petit Metier’.

 

Luke Winslow King - Everlasting Arms


Luke Winslow King is een begenadigd singer, songwriter en instrumentalist wiens werk is geworteld in de vintage blues en jazz stijlen. Hij is 29 jaar geleden geboren in Cadillac, Michigan. Hij heeft een behoorlijk CV op zijn naam staan. Hij studeerde muziek aan de universiteiten van New Orleans en Praag; daarnaast studeerde hij ook met avant garde componist ‘ Blue’ Gene Tyranny.
Hij speelde blues en jazz in de straten van zijn woonplaats New Orleans, maar schreef tevens ook muziek voor theater – en filmproducties; hij werkte als muziektherapeut en gaf les aan een school voor blinden.
In 2006 verscheen zijn debuut cd. ‘ Everlasting Arms’ is alweer het 4e album van Luke Winslow King. Dankzij vele optredens als support van o.a. Pokey LaFarge, kan Luke Winslow-King inmiddels ook hier op steeds meer bijval rekenen.

Ga luisteren naar: ´SWING THAT THING´
Luke Winslow King zoekt zijn inspiratie in de rijke geschiedenis van zijn woonplaats New Orleans. De 14 nummers die op het album staan hebben allemaal een bepaalde invloed van deze Americana in zich. Geen saaie countryblues, maar een variatie van laidback nummers,; jaren twintig New Orleans Jazz met blazers en ook de iets meer opzwepende countryblues. Winslow King is een goed slidegitarist en heeft een aangenaam warme stem. De tweede stem van zijn zowel muzikale als liefdespartner Rose, komt ook prima tot uiting op het album.
‘Everlasting Arms’ is een americanaplaat in de meest pure zin. De geest van Levon Helm en The Band waart bij tijden zelfs rond. Luister daarvoor maar eens naar 'Graveyard Blues'.
Om beurten nemen King en zijn partner Esther Rose de zang voor hun rekening. Het album bevat wat mij betreft alleen maar sterke nummers. Als ik een van de hoogtepunten zou moeten benoemen daan kom ik uit bij het nummer: ‘ The Crystal Water Springs’ een lekker luie bluessong.
Het zal inmiddels wel duidelijk zijn Luke Winslow-King heeft wat mij betreft een prachtig album opgenomen. Het is getiteld ‘ Everlasting Arms ‘ en eigenlijk zouden jullie dit album allang aan jullie collectie moeten hebben toegevoegd. Mocht dat nog niet zijn gebeurd dan wordt het de hoogste tijd. Daar is het overigens ook nu nog niet te laat voor; spijt zul je daar in elk geval niet van krijgen.

Ik sluit af met: ‘THE CHRISTAL WATER SPRINGS ´

JJ Grey & Mofro - ‘ Ol’ Glory’

‘ Ol’ Glory’ is de titel van het negende album van de uit Florida afkomstige JJ Grey & Mofro. De titel van het album is ontleend aan een zin uit de uit 1929 daterende hymne ‘ I’ll Fly Away’. In het refrein komt de zin: ‘ I’ll Fly Away Ol’ Glory’ voor, hetgeen betekent dat de dood niet het einde is; in de hemel is het eeuwige leven. De hymne werd gezongen op de begrafenis van de grootmoeder van JJ Grey. Grey wist toen wat de titel van zijn nieuwe album zou worden.
JJ Grey geldt als de absolute spil van de formatie. Hij weet zich al jaren te omringen met de beste muzikanten. Op zijn nieuwe album is daarnaast ook nog eens plaats gemaakt voor enkele special guests; te weten Luther Dickinson (NMA) en Derek Trucks.

Ga maar eens luisteren naar: ‘ Every Minute’

JJ Grey heeft een groot gedeelte van de productie voor zijn rekening genomen, door de meeste nummers van tevoren zelf in te spelen; gitaar, drums, bas, zelfs de blazerssectie werd door Grey helemaal uitgeschreven.
Het album bevat 12 uiteenlopende nummers bestaande uit een mix uit pure soul, blues, gospel, funk en countryrock. De songs worden met veel gedrevenheid gebracht. Absolute hoogtepunt van het album is het nummer: ‘ Brave Lil’ Fighter’ . Een vijf minuten durende opbouw naar een ongekende climax.
Het album verdient alle lof. Alles wat je je maar als luisteraar kunt wensen staat op het album. De rasmuzikanten zoals JJ Grey & Mofro het beste omschreven kunnen worden hebben weer eens een geweldig album neergezet. Ik was al enigszins onder de indruk van de verrichtingen van deze band door voorgaande albums, maar dit album, dat ik graag hun beste tot nog toe wil noemen, zorgt ervoor dat ik nog meer onder in de indruk ben geraakt. Deze cd zal zeker nog de nodige keren door mij worden afgespeeld.

Ik sluit af met: ‘ Home In The Sky’

Mahalia Barnes & The Soulmates ft. Joe Bonamassa.

‘Oh Yea, The Betty Davis Songbook’

De in 1982 in Sydney (Australië) geboren Mahalia Barnes wordt gezien als een van de meest veelbelovende zangeressen uit Australië van het moment. Zij is de dochter van rocklegende Jimmy Barnes en dus ook al van kleins af aan omringd door muziek zoals die van Ray Charles, Otis Redding en Wilson Picket. Mahalia zelf is daarnaast ook nog eens fan van muziek van o.a. Aretha Franklin, Betty LaVette en natuurlijk die van Betty Davis.
Toen Jimmy Barnes met Joe Bonamassa in de studio bezig was was Mahalia er ook om enkele nummers van Betty Davis te zingen voor producer Kevin Shirley om te kijken wat hij er van vond. Het verdere verloop laat zich raden. Shirley was enthousiast en stelde voor om een heel album met Betty Davis songs op te nemen en omdat Bonamassa toch aanwezig was werd ook hij gevraagd om mee te werken aan het album. Zo is het album ‘ Ooh Yea’ tot stand gekomen.

Ga maar luisteren naar: ‘ In The Meantime’

Het album werd in 3 dagen tijd opgenomen, zonder aanpassingen. Dus zo eerlijk en puur mogelijk. Mahalia heeft een krachtige stem die erg is beïnvloed door soul, blues en rock and roll. Overigens net zoals dat Betty Davis zelf het geval was. Muzikaal is het een goed album. De Band The Soul Mates doet haar werk uitstekend want het album swingt. Soul, funk en Rock komen op het album prima samen en Joe Bonamassa doet waar hij goed in is, namelijk gitaarspelen.
Alhoewel een prima stem bemerk ik ook wel dat het soms wel een beetje schreeuwerig overkomt. Met name bij het nummer ‘ Walking Up The Road’ bekruipt mij dat gevoel het meest. Gelukkig staan er ook meer ingetogen nummers op het album; zoals ‘Game Is My Middelname’ en ‘You Won’t See Me In The Morning’ . Dit soort nummers maakt dan weer veel goed. Met het album; maar eigenlijk dus met haar krachtige stem, toont Mahalia Barnes aan dat ze zomaar een kind van Betty Davis had kunnen zijn. Dat zij in haar interpretaties soms tot op het randje van het schreeuwerige komt is haar vergeven; er staan immers meer tracks op het album die de aanschaf en beluisteren de moeite waard maken.

Ik sluit af met: ‘ Nasty Girl’

 

American Aquarium - Wolves.

Het bijna 10 jarig bestaan en het uitbrengen van een aantal albums had nog weinig opgeleverd voor deze uit Raleigh (North Carolina) afkomstige band American Aquarium. Dat was dan ook de reden om er in 2012 eigenlijk de brui aan te geven, ware het niet dat juist het daarvoor door Jason Isbell geproduceerde afscheidsalbum ‘Burn. Flicker. Die’ plots heel goed door pers en publiek werd ontvangen. Van een afscheid was dus ook geen sprake meer. In plaats daarvan verscheen er in februari van dit jaar een nieuw album van deze band met de titel ‘Wolves’.

Ga luisteren naar ‘ Wichita Falls’.

‘Wolves’ is het 6e studio album van de band en bevat 10 tracks. De nummers zijn deels ingetogen, maar er is wel ruimte voor het wat meer stevigere werk. Om het geheel een voller geluid mee te geven wordt de gitaar ondersteund door blazers en orgels.
De boodschap van het album is eigenlijk om in plaats van terug te kijken wat er zoal in het leven is misgegaan; het tijd is om vooruit te kijken en meer stil te blijven staan bij de meer positieve zaken in het leven. Het beste komt deze boodschap tot zijn recht in de nummers: ‘ ‘The Man I’m Supposed To Be’; ‘The Losing Side Of 25’ en het titelnummer ’ Wolves’ .
Na een aantal luisterbeurten dringt zich echter de vraag op of American Aquarium zich nu met hun nieuwe album een plaats tussen de betere Americana bands heeft weten te veroveren. Tot nog toe werd de band immers als een middenmoter geduid. Helemaal overtuigd hiervan ben ik eigenlijk niet. American Aquarium vist in dezelfde vijver als bijvoorbeeld Sons Of Bill, Drive By Truckers en Ryan Adams, maar eerlijk gezegd mist American Aquarium een beetje de kwaliteit van eerdergenoemde bands. De nummers op het album zijn dan weliswaar niet onaardig maar het lijkt mij toch iets te weinig om een blijvend verrassende indruk te maken.

Ik sluit af met: ‘ Wolves’

RALPH DE JONGH - Sun Coming Up

Hij was er vorig weekend in Ospel ook bij. Hij trad solo op in het Moulin Blues Café en wist daar vele toehoorders aan zich te binden; ook met nummers van zij nieuwe album ‘SUN COMING UP’. Ik heb het dan natuurlijk over Ralph de Jongh. Deze 39 jarige uit Brabant afkomstige singer songwriter was vroeger een slecht slaper. Hierdoor luisterde hij ’s nachts veel naar de radio en op die manier kwam hij ook in aanraking met de muziek van o.a. Muddy Waters, Elmore James en Robert Johnson; namen van mannen die hij later zijn grote inspiratiebronnen zou noemen. Een andere naam die als een rode draad door de muzikale loopbaan van de Jongh loopt is die van Harry Muskee. Hij was het die De Jongh van meet af aan ondersteunde en hem ook regelmatig uitnodigde om samen met hem op te treden. In 2011 verscheen De Jongh’s debuutalbum dat hij samen met zijn band Crazy Hearts opnam. Daarna werd het een tijdje stil rond hem. De Jongh maakte een mindere periode door vanwege ernstige oververmoeidheid, maar ook het overlijden van Muskee zal hier debet aan zijn geweest. Met het uitkomen van zijn nieuwe album lijkt hij die periode weer achter zich te hebben gelaten.

Ga luisteren naar het titelnummer: ‘SUN COMING UP’.
Op het nieuwe album zijn blues en rock nog steeds de basis. De 11 songs zijn allemaal van de Jongh zelf. Hij heeft een prima begeleidingsband achter zich op het album, al is deze meteen na de opnames weer uit elkaar gevallen. De stem van de Jongh doet sterk denken aan die van Mick Jagger en op het album staan nummers die ook best wel op een Stones album zouden kunnen staan.
Het meest opvallende nummer is een twaalf minuten durende ode, inclusief een sterke gitaarsolo, aan zijn overleden vriend en mentor Harry Muskee. Overigens in het hoesje van het album staat te lezen dat het hele album is opgedragen aan Muskee.
Elektrische gitaar, akoestische gitaar, slide gitaar, boogie woogie piano, mooie drums. Het staat allemaal op het nieuwe album, dat dan weliswaar misschien niet zo vernieuwend is, maar daarentegen wel een heel erg persoonlijk album is en daar gaat het tenslotte om. Muziek maken die raakt. Ik ben er van overtuigd dat dat ook is wat de Jongh wil. Bij mij heeft het in elk geval wel dat effect. En of hij dan met band of solo speelt maakt dan eigenlijk niet zo heel veel uit.

Ik sluit af met: ‘LAST GOODBYE ´

ALLISON MOORER - Down To Believing


Velen onder ons zullen wel weten dat de 42-jarige countryzangeres Allison Moorer de jongere zus is van countryvedette Shelby Lynne en ook dat deze Shelby Lynne voor een groot gedeelte verantwoordelijk was voor de opvoeding van Allison Moorer. Beide zusjes verloren, toen Allison 14 jaar oud was, namelijk hun ouders doordat hun vader eerst hun moeder vermoordde en vervolgens het pistool op zichzelf richtte.
Allison is in 2005 met singer-songwriter Steve Earle getrouwd. Samen met hem kreeg zij in 2010 een zoon kreeg waarbij later autisme werd geconstateerd. Het huwelijk met Earl is inmiddels op de klippen gelopen.
‘DOWN TO BELIEVING’ is het 8e album van Moorer. Haar vorige album: ‘CROWS’ dateert alweer van 2010. De tussenliggende periode richtten de bezigheden van Moorer zich, naast het schrijven van nieuwe songs,voornamelijk op haar privéleven en dan met name aan de zorgen voor haar zoontje.

Ga luisteren naar: ‘TEAR ME APART’.
Voor haar nieuwe album keerde Allison Moorer terug naar Nashville , waar ze een beroep deed op producer Kenny Greenberg; de man die ook haar eerste twee platen produceerde. ‘DOWN TO BELIEVING’ is toch een iets ander album geworden dan haar eerste twee platen, al is het maar omdat Allison Moorer op haar nieuwe plaat weer met enige regelmaat kiest voor een wat steviger geluid.

Het nieuwe album van Allison Moorer kenmerkt zich door de verhalen die met hart en ziel worden verteld. Het stuklopen van haar huwelijk en de geboorte van haar zoontje hebben allebei hun sporen nagelaten op ‘DOWN TO BELIEVING’ .
Het verwerkingsproces van de echtscheiding en het feit dat hun 4-jarige zoon John Henry met autisme werd gediagnosticeerd vormen de basis van het songmateriaal dat Allison Moorer heeft geschreven voor haar nieuwste studioplaat. Zo gaat het in ‘THUNDERSTORM HURRICANE’ over de frustraties over de moeilijke communicatie met haar autistische zoon en in het later volgende ‘MAMA LET THE WOLF IN’ waar Allison Moorer over haar onterechte schuldgevoelens en machteloosheid bij de ziekte van John Henry vertelt.
De albumtiteltrack ‘DOWN TO BELIEVING’ gaat dan weer over het aanvaardingsproces dat ze doormaakte na haar scheiding van Steve Earle. Ook de twee uitstekende songs in rocker ‘TEAR ME APART’ en pianoballad ‘IF WE WERE STRONGER’ gaan over haar beleving van die beëindiging van haar huwelijk.
Het is dan ook een heel persoonlijk en intens album geworden. De muziek van Allison Moorer stond al garant voor kwaliteit; maar met ‘DOWN TO BELIEVING’ , waar overigens nog een prima coverversie van de klassieker ‘HAVE YOU EVER SEEN THE RAIN?’ van ‘Creedence Clearwater Revival’ op staat die zeker niet over het hoofd mag worden gezien moeten wij eigenlijk concluderen dat het nieuwe album
misschien wel de allerbeste plaat tot op heden van Allison Moorer is geworden.

Ik sluit af met: ‘I’M DOING FINE ´

STEVE EARLE & THE DUKES - Terraplane


De Engelse uitdrukking: Never A Dull Moment is zeker op Steve Earle van toepassing. Afgelopen jaar vierde hij zijn zestigste verjaardag; maar wat nog meer opzien baarde was het feit dat hij en Allison Moorer niet meer samen zijn. Voor Earle is het al de zevende keer (!) dat hij de papieren om zijn huwelijk te ontbinden tekende. Heel vrolijk zal hij daar niet van geworden zijn; en wat kun je dan beter doen dan gewoon met je gitaar op de rug door Europa zwerven om wat solo-optredens te doen. Eerst en vooral voor het geld, maar een voor de fans prettige bijkomstigheid is dat tijdens het toeren vaak teksten worden geschreven die dan weer een album opleveren. In dit geval gaat het dan om Earle’s nieuwe, inmiddels 16e ,album ‘TERRAPLANE’.

Ga luisteren naar: ´BETTER OFF ALONE ´
‘TERRAPLANE’ verwijst naar het nummer, ‘Terraplane Blues’, van Robert Johnson die geïnspireerd werd door dit automodel van de Hudson Motor Car Company uit Detroit. Verder bestaat er geen directe verbinding met dit album. Alhoewel, helemaal waar is dit ook weer niet want op 18 april, voor de kenners: Record Store Day is er een remake door Steve Earle van dit nummer van Robert Johnson uitgekomen.
Het nieuwe album doet erg autobiografisch aan. Niet dat ‘TERRAPLANE’ een typische breakup plaat is geworden; natuurlijk zijn er verwijzingen naar de breuk met Allison Moorer te vinden op het album, maar er wordt ook meteen een heleboel andere ellende aangepakt. Steve Earle doet dat gewoontegetrouw weer samen met zijn band the Dukes.
Er is veel blues te horen op het nieuwe album, maar dan wel blues met de voor Earle bekende mix van country, rock en folk. ‘TERRAPLANE’ is min of meer een terugkeer naar de roots van Steve Earle, waarbij hij teruggrijpt op de folk en blues van zijn geboortegrond en voornamelijk kiest voor rauwe en behoorlijk donkere songs. Earle beperkt zich daarbij tot de essentie en vertolkt blues - en folk songs die ook in zijn geboortejaar gemaakt hadden kunnen zijn of zelfs ervoor. ‘TERRAPLANE’ is een nogal eenvoudige plaat ook al worden ingetogen akoestische songs afgewisseld met rauwe elektrisch versterkte songs.
‘TERRAPLANE’ is een album zonder poespas en zonder uitstapjes buiten de gebaande paden geworden. De meeste songs volgen het stramien van de Zuidelijke blues song en Steve Earle blijkt dat er een meester in.
Wat mij betreft is het album een mooie afwisseling met het eerdere werk van deze troubadour die meestal hard van leer trekt tegen het Amerikaans politiek beleid maar nu vooral zijn eigen leven beschrijft. Dit is tevens Steve Earle’s minst gecompliceerde sterke plaat sedert jaren! En The Dukes maken van deze bluesplaat samen met de gruizige stem van Earle werkelijk weer een om van te genieten.

Ik sluit af met: ‘GO GO BOOTS ARE BACK ´

Nikki Lane - All Or Nothin’


Nikki Lane is geboren in Greenville (South Carolina). School was niet echt en haar besteed. Deze heeft zij dus ook nooit afgemaakt. Aanvankelijk verdiende zij nog de kost als mode ontwerper. In 2006 verhuisde zij naar Los Angeles en weer later naar New York. In 2011 verscheen haar debuutalbum ‘WALK OF SHAME’. Haar tweede album ´ALL OR NOTHIN´ werd in 2014 opgenomen na een rommelig verlopen relatiebreuk. Als een soort zelftherapie had zij haar gitaar ter hand genomen en een handvol songs geschreven. Inmiddels heeft Nikki Lane New York al weer verruilt voor het zuiden van Amerika, om te gaan wonen in Nashville; het centrum van de countrymuziek.
Ga luisteren naar: ´YOU CAN´T TALK TO ME LIKE THAT´
Voor wat betreft de productie van het album komen we weer eens de naam van Dan Auerbach ( The Black Keys) tegen, die zich de laatste tijd opvallend vaak als producer profileert. Beiden ontmoetten elkaar op een rommelmarkt waar Auerbach op zoek was naar een jaren 40- ¬jas. Hij stemde ermee in dat Nikki Lane haar album in zijn studio opnam. Voor Lane was het prettig dat zij op het nieuwe album onder deskundige supervisie van Auerbach, haar album op kon nemen. ´ALL OR NOTHIN´ is dan ook vooral het eindproduct van de samenwerking tussen Auerbach en Lane. Dat er daarnaast ook nog eens samengewerkt kon worden met de beste muzikanten en songwriters uit Nashville was mooi meegenomen.
Op het album is een dozijn liedjes te horen van voornamelijk country- en blues-geïnspireerde nummers. Ondanks de ondersteuning van goede muzikanten zit de echte kracht van het album toch vooral in Lane, die met ontroerende teksten en broeierige zang over een leven, waarin onbetamelijk gedrag, verlangen en zielenpijn, liefde en lust een centrale rol spelen, klinkt als een kruising tussen Wanda Jackson en Bobbie Gentry.
Wie nog altijd beweert dat er geen diva's als Dusty Springfield en Nancy Sinatra meer bestaan, mag eindelijk de platenspeler tevoorschijn halen. Nikki Lane levert het bewijs en belooft nog heel wat voor de toekomst. Vooralsnog heeft zij ons voorzien van een erg aangename plaat. Wat zeg ik….. een prachtplaat.
Ik sluit af met: ‘ALL OR NOTHIN´

Rich Robinson - The Ceaseless Sight


Rich Robinson geboren in 1969, is samen met zijn oudere broer Chris mede-oprichter van de uit Atlanta afkomstige The Black Crowes. Hij was nog maar 17 jaar oud toen hij de muziek voor het debuutalbum van die band begon te schrijven. Hoe dat is afgelopen weten we inmiddels wel. Van dat album ( $HAKE YOUR MONEY MAKER) werden wereldwijd 7 miljoen kopieën verkocht. In de daaropvolgende jaren ontwikkelde Rich Robinson zich tot een muziek machine die goed was voor meer dan 25 miljoen verkochte albums.
De pauzes die The Black Crowes namen tussen hun optredens gebruikte Rich voor het maken van soloalbums. ‘THE CEASELESS SIGHT’ is zijn derde solo-album. En ofschoon een wereldtoer met The Black Crowes hem in 2013 nog bezighield, vond hij ook nog de tijd om terug te keren naar Woodstock voor het opnemen van dit album dat in 2014 werd uitgebracht.

Ga maar eens luisteren naar: ‘IN COMES THE NIGHT’
Het is moeilijk om naar Rich Robinson te luisteren en geen vergelijkingen met de muziek van The Black Crowes te maken. De muziekstijl van Rich Robinson is immers , naast voor zijn solocarrière, voor een groot gedeelte bepaald door het muziekschrijven voor The Black Crowes. Aan de andere kant moet wel een poging ondernomen worden om zijn muziek te beoordelen op wat het is, namelijk een Rich Robinson soloproject.
Helemaal uit de verf komen doet dat echter niet, want net als bij The Black Crowess klinkt het gitaarwerk van Rich Robinson enigszins retro; als een kruising tussen The Faces en The Rolling Stones. Wat echter wel verrast is dat iets van het songschrijven en spelen ook heel goed zou passen bij een band als The Allman Brothers Band.
Voor het album heeft hij enkele vrienden uitgenodigd om mee te spelen. Het heeft mij veel deugd gedaan om tussen die namen ook die van Amy Helm (dochter van) te ontwaren. Zij heeft een aandeel in de zang bij de nummers ‘THE GIVING KEY’ en ‘ONE ROAD HILL’.
Met ‘THE CEASELESS SIGHT’ heeft Rich Robinson zich een plaatsje in de geschiedenis van de rock ’n roll kunnen bemachtigen. Het album is zowel op cd, alsook op vinyl verkrijgbaar. Hoe je het ook beluisterd; veel verschil zal het niet maken. Het resultaat zal wel hetzelfde zijn. Ik zie het als volgt voor me: met de voeten meetappend op de maat van de muziek en met een glimlach op het gezicht. Klaar voor een uurtje ontspannen muziek.
Met het nieuwe album lijkt Rich Robinson zijn muzikale carrière een boost te hebben gegeven. Hij zal het wel uit zijn hoofd laten om The Black Crowes de rug toe te keren, maar ik zou er wel op durven te wedden dat het hem zonder die band ook goed af zou gaan.

Ik sluit af met: ‘I REMEMBER’

 

Devon Allman - Ragged & Dirty

Je zou maar Allman heten en steeds de vergelijkingen met vader, in dit geval Gregg Allman , moeten aanhoren. En dat alles terwijl jezelf hard bezig bent een eigen muzikale carrière op te bouwen. Zo zal het voor Devon Allman min of meer hebben uitgezien tijdens zijn leven en het zal wel niet altijd even gemakkelijk zijn geweest. Devon Allman heeft het er niet van kunnen weerhouden om in 1999 zijn eigen Devon Allman’s Honeytribe op te richten. Een band waarmee hij een aantal albums maakte, maar die in 2001 ook weer ontbonden werd, om zodoende meer tijd aan zijn toen pas geboren zoontje te kunnen besteden. In 2005 maakte deze band weer een herstart in de originele bezetting. Vanaf 2008 maakt Devon Allman tevens deel uit van The Royal Southern Brotherhood, de band waarin we ook de namen van Mike Zito; Cyril Neville en ex-Derek Trucks drummer Yonrico Scott tegenkomen. In 2013 vond Devon het wel weer eens tijd om iets van zichzelf te laten horen.
Tijd dus ook voor ons om iets van zijn album te gaan beluisteren: ‘TEN MILLION SLAVES’
‘RAGGED & DIRTY’ is het tweede studio album van Devon Allman. Voor de opnames van het album trok hij naar Chicago om daar samen met producer, songwriter en drummer Tom Hambridge samen te werken. Het nieuwe album telt 12 nummers waaronder 4 nummers van de hand van Hambridge en 3 covers. De begeleidingsband van Devon bestaat uit een aantal bluesveteranen waaronder bassist Felton Crews (Charlie Musselwhite), gitarist Giles Corey (Billy Branch) en keyboardspeler Marty Sammon (Buddy Guy).
In tegenstelling tot wat je misschien zou verwachten bevat het album geen verzameling Chicago blues, maar wel stekelige rock / blues rock. Als voorbeeld voor blues rock kan ‘TIMES HAVE CHANGED’ worden genoemd, terwijl in de titel song ‘RAGGED & DIRTY ‘ Devon er ruig tegen aan rockt, zonder zijn wah-wah pedaal te sparen. Met enige verbazing heb ik Devon’s remake van de hitsingle ‘I'LL BE AROUND’ van The Spinners uit 1972 aangehoord. Het is pure R&B en wellicht op het album terecht gekomen om de expressieve kant van Devon te belichten; wat mij betreft had dat echter achterwege kunnen blijven want het is gewoon een dissonant tussen de overige nummers op het album. Weliswaar de enige, maar toch.!!!
‘RAGGED & DIRTY’ is dan misschien niet het blues / rock album dat je zou verwachten; het is een album waarin funk en blues elkaar ontmoeten. Het geeft weer dat Devon Allman in elk geval niet schuwt om nieuwe wegen te bewandelen. Misschien is het ook zijn antwoord op het steeds maar weer vergeleken worden met zijn vader.
Laat ons dan maar afspreken dat wij de rollen om gaan draaien en dat wij voortaan niet meer praten over Devon als zoon van.. maar over Gregg Allman als vader van …. Dat heeft hij wel verdiend. Overigens bij de komende editie van het Moulin Blues Festival staat Devon Allman op het podium in Ospel. Uitgelezen kans om hem daar live aan het werk te zien en horen.
Ik sluit af met: ‘TIMES HAVE CHANGED’

Jon Allen - Deep River

De Britse folkzanger Jon Allen werd in 1977 in Winchster geboren. Eén van zijn eerste singles werd gebruikt voor een commercial van Land Rover. Zijn debuutalbum ‘DEAD MAN’S SUIT’ uit 2009 kreeg lovende recensies die er weer voor zorgden dat hij in belangrijke tv- shows terecht kwam; zoals bijvoorbeeld bij Jools Holland en ook dat hij werd uitgenodigd om samen met Seal een toer door Europa te maken. Zijn tweede album: ‘SWEET DEFAET’ verscheen in 2011 en nu, weer drie jaar later is zijn derde album ‘DEEP RIVER’ uitgebracht.
Ga luisteren naar het titelnummer: ‘DEEP RIVER’
Op zij derde album maakt Jon Allen er geen geheim van wie zijn belangrijkste inspiratiebronnen zijn. ‘DEEP RIVER’ sluit namelijk aan bij de misschien wat brave, maar tegelijkertijd mooie folkrock uit de jaren 70. Denk aan de platen van Al Stewart en al zijn soortgenoten en je weet wat je kunt verwachten op het nieuwe album van Jon Allen.

Het album staat vol met folky popliedjes die vaak starten met een akoestische gitaar en die worden aangevuld met hier en daar wat strijkers en vooral niet te vergeten de mooie klanken van het orgeltje. Maar laat je niet op het verkeerde been zetten, want op ‘DEEP RIVER’ is niet alleen maar ingetogen muziek te horen. Net als je denkt dat het je toch allemaal iets te folky wordt maken ook de wat stevigere songs, waarmee Allen aansluit bij de folkrock en bluesy rock van de jaren 70, hun opwachting.

De instrumentatie op ‘DEEP RIVER’ is, zoals gezegd, over het algemeen mooi en verzorgd. Jon Allen maakt misschien geen muziek die heel veel opzien zal baren. In muzikaal opzicht is ‘DEEP RIVER’ echter een heel aangenaam album, met daarop zo voor elk wat wils. De prettige sfeer is daarbij wel de grootste gemene deler. Het zal inderdaad de muziekgeschiedenis niet veranderen. Maar dat hoeft natuurlijk ook niet . ‘DEEP RIVER’ is gewoon dat langzaam kabbelende beekje waaraan het eigenlijk nog lang niet zo slecht toeven is. En tevens mag gezegd worden dat ‘DEEP RIVER’ ook en prima singer songwriter album is dat het aanraden zeker waard is.
Ik sluit af met: ‘LOVING ARMS’

 

Allah-Las - Worship The Sun


Allah-Las is een Amerikaanse band die in 2008 in California tot stand kwam. De bandleden kennen elkaar van hun tijd bij Amoebe Records; één van de grootste platenlabels ter wereld. Hun passie voor muziek delen ze ook tegenwoordig nog graag met anderen, bijv. via Podcast en de website Reverbertationradio.com. In september 2012 verscheen hun eerste titelloze album. Twee jaar later, om precies te zijn in september 2014 is er het nieuwe album van de band; ‘WORSHIP THE SUN’
Ga luisteren naar: ‘NOTHING TO HIDE’
Dat een omgeving een cruciale rol kan spelen bij het maken van muziek is wel bekend. Hier zijn al de nodige boeken over geschreven. Ook op het nieuwe album van Allah-Las is dat merkbaar; want net als dat bij hun stadsgenoten the Beach Boys het geval was, is ook bij Allah-Las de Californische zon onmogelijk weg te denken uit het geluid. En dat de band het muzikale erfgoed van Los Angeles goed bewaakt zal na het album te hebben gehoord ook wel duidelijk worden, want de muziek zou net zo goed 50 jaar geleden gemaakt kunnen zijn.
De plaat klinkt plaat dan ook als een warme roes; het is volgens mij niet nodig om alle nummers apart te bespreken, al zijn er wel enkele nummers die er wat mij betreft uitspringen en dan met name vanwege het swingende samenspel dat op de voorgrond staat, zoals bij: ‘ARTIFACT’, ‘FERUS GALLERY’ , ‘BETTER THAN MINE’ en de titelsong ‘WORSHIP THE SUN’.
Voor ‘WORSHIP THE SUN’ werd voor de productie een beroep gedaan op producer/muzikant Nick Waterhouse. Er is niet of nauwelijks gesleuteld aan de succesformule van haar debuut, want ook op ‘WORSHIP THE SUN’ ligt de nadruk iets meer op de Californische muziek uit de jaren 60 en domineren invloeden van bands als bijvoorbeeld The Byrds, maar hiernaast komt ook een flinke selectie uit de stapel legendarische Nuggets boxen voorbij. Deze Nuggets boxen waren spraakmakende compilaties van Amerikaanse garagerock singles die midden jaren 60 werden uitgebracht.

En ja, natuurlijk is ‘WORSHIP THE SUN’ voor een belangrijk deel inwisselbaar tegen albums van een aantal decennia geleden, maar dat is niet erg. Met ‘WORSHIP THE SUN’ sluit Allah-Las immers naadloos aan op de bétere platen uit vervlogen tijden, waarmee deze traktatie op een ogenschijnlijk (of moet ik zeggen ‘orenschijnlijk’) reisje door Memory Lane een heel aardig presentje is.
Het album zal het goed gaan doen, zeker wanneer ook hier de zon heerlijk schijnt.

Ik sluit af met: ‘WORSHIP THE SUN’

Amy Lavere - Runaway Diary

Alhoewel de van oorsprong Texaanse, maar al jaren vanuit Memphis , Tennessee opererende Amy LaVere inmiddels al zo’n 8 jaar platen maakt, viel haar muziek mij pas voor het eerst zo’n jaar of drie geleden op. Via Youtube stuitte ik op het nummer ‘KILLING HIM ‘. Onder de indruk van het feit dat zij contrabas speelt; haar muziek en uitstraling heeft Amy LaVere sindsdien mijn warme belangstelling gehad.
Je kunt wel zeggen dat Amy LaVere het de afgelopen vier jaar behoorlijk druk heeft gehad. Ze bracht het fraaie break-up album ‘STRANGER ME’ uit, speelde samen met onder andere Luther Dickinson en Valerie June in de uitstekende rootsband The Wandering; acteerde in drie films en werkte mee aan platen van onder andere Luther Dickinson. Tussen al die drukte door vond ze ook nog genoeg ruimte om een stel songs te schrijven waarvan er acht (en een bescheiden instrumentale reprise) en drie covers uiteindelijk op het nieuwe album ‘RUNAWAY’S DIARY’ terecht kwamen.

Ga luisteren naar: ‘RABBIT’
Voor het album deed ze een beroep op wapenbroeder Luther Dickinson, die in het verleden al meerdere malen heeft aangetoond niet alleen als muzikant maar ook als producer goed uit de voeten te kunnen. Naast Dickinson leveren gitarist Will Sexton, drummers Sharde Thomas en Shawn Zorn, Tim Regan (toetsen) en Jim Sparke (sax) ook nog een bijdrage aan het album. De drie covers op het album zijn ‘WHERE I LEAD ME’ van Townes Van Zandt; ‘HOW’ van John Lennon en ‘DARK MOON’ van Ned Miller. Wat LaVere met deze nummers doet is behalve respectvol ook een bewijs van haar klasse. Wat ze met haar eigen nummers doet, is soms zeer indrukwekkend. De sterkte van het album zit hem in het gegeven dat elk afzonderlijk nummer kaarsrecht overeind staat. ‘RUNAWAY’S DIARY’ is een soort conceptalbum waarin LaVere, zoals dat ook in films gebeurt, een losse interpretatie geeft van wat er werkelijk in haar leven is gebeurd. Het lekker wiegende openingsnummer ‘RABBIT’ is gebaseerd op het leven van Seasick Steve met wie zij herhaaldelijk heeft samengewerkt en die ook geldt als inspiratiebron voor haar. ‘Self Made Orphan’, is een vrolijk klinkende song over een gebroken liefde
Maar bovenal is het de rootsmuziek die put uit de archieven van de country, folk, blues, rockabilly en Texaanse rootsrock die het hem doet; daarbij is Amy LaVere ook niet vies van een vleugje pop, waardoor ‘RUNAWAY’S DIARY’ een opvallend toegankelijke plaat is.
LaVere heeft een zwoel stemgeluid met een rauw randje, dat uitstekend past hij haar stemmige songs die opvallen; mede doordat de instrumentatie buitengewoon trefzeker is. Ik denk hierbij aan het mooie gitaarwerk van Dickinson en Sexton dat de de boventoon voert, maar ook de klanken van onder andere mellotron en saxofoon dragen nadrukkelijk een steentje bij aan het opvallende geluid op het nieuwe album van Amy LaVere.
‘RUNAWAY’S DIARY’ is voorbij voor je het weet, maar eigenlijk wil je meer. Amy LaVere heeft overigens nog veel meer moois op haar naam staan. Ik kan het niet laten maar mocht je ook gevangen worden door Amy LaVere’s muziek; luister dan ook eens naar ‘STRANGER ME’ uit 2011. Dat album betekende eigenlijk de doorbraak voor Amy LaVere en is een mooie aanvulling op het wat meer uitbundige ‘RUNAWAY’S DIARY’. Mijn warme belangstelling voor Amy LaVere blijft in elk geval vooralsnog bestaan.
Ik sluit af met: ‘DARK MOON’

THE BUDOS BAND - BURNT OFFERING

The Budos Band uit Staten Island, New York is een 10-koppig gezelschap rondom Thomas Brenneck, die we ook al kennen van zijn samenwerkingen met Daptone-helden, zoals Sharon Jones en Charles Bradley. Deze band is alweer een kleine tien jaar actief en inmiddels toe aan het vierde album. Na de drie voorgaande albums aangeduid te hebben met slechts de groepsnaam en een volgordenummer, werd het nu dus tijd om een nieuw album eens een echte titel mee te geven. Dat werd dus ‘BURNT OFFERING’. Gestoken in een opvallende en niet al te vrolijke hoes is de titel ontleend aan een passage uit de Bijbel die handelt over het offeren van dieren.
Ga luisteren naar: ‘THE STICKS’
Zeker; het is toch wel even wennen, want ‘BURNT OFFERING’ is volledig instrumentaal. Funk, jazz en soul vormen de basis van de muziek, maar daarnaast komen ook de nodige psychedelische geluiden op dit album voor. In tegenstelling tot de meeste Daptone-artiesten staat The Budos Band weliswaar voor een vintage sound, maar dan wel een met minder soul met daarvoor in de plaats een retro en op blazers steunende rauwe instrumentale sound, waarin elementen uit de funk, soul en afrobeat vermengd worden en er een broeierig en meeslepend groepsgeluid ontstaat. De warme, analoge sound, die wordt vermengd met de schurende electronica en de spetterende blazers zorgen voor een opwindend geluid, die eerder refereert naar hippies dan naar soulkikkers (om maar eens wat termen uit de muzikale stammenstrijd van het verleden te gebruiken). Het gitaarspel van Brenneck, die er overigens behoorlijk op los gaat op dit album, speelt een grote rol . Met behulp van allerlei geluidseffecten wordt er een duistere sfeer gecreëerd. Alhoewel er geen noot wordt gezongen en daardoor de eenvormigheid snel kan toeslaan, lukt het Brenneck en de zijnen heel goed om de aandacht vast te houden, door voldoende variatie aan te brengen in de 10 tracks die het album telt.
De ingenieuze, funky composities met pompende baslijntjes en keiharde blazers maakt‘BURNT OFFERING’ bijzonder . Het album is opgenomen in de Daptone Studios en The Budos hebben haar zelf geproduceerd. Ter voorbereiding werden ruim twintig composities geschreven, waarvan er vijftien werden opgenomen. Na een strenge selectie vonden uiteindelijk tien nummers een plaatsje op het nieuwe album. Het resultaat is een feest voor de oren. ‘BURNT OFFERING’ verveelt nooit.
Ik sluit af met: ‘TURN AND BURN’

THE DELINES - COLFAX


Belangrijkste man bij the Delines is eigenlijk wel songschrijver Willy Vlautin. Velen zullen hem kennen als bandlid van Richmond Fontaine, maar het is ook mogelijk dat men hem kent van de 4 boeken die hij op zijn naam heeft staan.
De activiteiten van Richmond Fontaine zijn even stilgelegd hetgeen Vlautin op het idee bracht om liedjes te gaan schrijven met in zijn achterhoofd de stem van Damnations-zangeres Amy Boone. Vervolgens trok hij ook Jenny Conlee (The Decemberist) op keyboards en Tucker Jackson (Minus 5) op pedal steel over de streep om deze nieuwe band te completeren.
Het album bevat elf liedjes. 10 eigen geschreven nummers en één cover van de hand van Randy Newman ( ‘SANDMAN’S COMING’).

Ga maar eerst luisteren naar: ‘COLFAX AVENUE’.
De elf liedjes op het album laten zich in eerste instantie misschien nog wel als easy listening aanhoren, maar in de teksten opent zich een hele wereld. Een wereld waarin vrouwen eeuwig op zoek blijven naar een goede man, maar steeds weer met een gebroken hart en blauwe plekken achterblijven; hun verdriet verstoppen voor hun kinderen en hen met een wrang slaapliedje van Randy Newman in slaap proberen te krijgen. Een wereld ook waarin mannen in het leger oorlog moeten voeren in verre landen en bij terugkomst werkloos hun zorgen verdrinken in te veel alcohol.
Aan het eind spreek je dan ook niet meer over easy listening maar over country soul pareltjes. Het zijn, naast de prachtige stem van Amy Boone die de liedjes een extra gevoelige laag geeft, ook de teksten van Vlautin die het hem doen zoals in het zojuist gehoorde ‘COLFAX AVENUE’ over een leven dat geruïneerd is door een verblijf in het leger waar de hoofdpersoon teveel gezien heeft.
Aardrijkskundig gezien hebben enkele nummers ook wel iets gemeen. Het speelt zich allemaal voornamelijk af in het noordwesten van de Verenigde Staten, om uiteindelijk bij de afsluiter van het album ‘82ND STREET’ terecht te komen. Hier breekt ook het moment aan dat alle mislukkingen en mislukkelingen achter zich gelaten worden en hoop daagt.
Eindresultaat is een prachtplaatje. Het nieuwe album van The Delines behoort wat mij betreft tot verplichte kost voor de alt. country liefhebber en de band hoort thuis in het rijtje Mary Gauthier, Bonnie Raitt en J.J. Cale.
Ik sluit af met : ‘82ND STREET’.

ERIC BIBB - BLUES PEOPLE


Eric Bibb behoeft, denk ik, eigenlijk geen nadere toelichting. Hij mag inmiddels wel al als een grootheid worden gezien. Voor mij behoort Eric Bibb ook tot de artiesten waar ik een enorm zwak voor blijf houden. Dit is gebaseerd op mijn eerste kennismaking met hem. Die vond plaats in 2001; hij speelde op Moulin Blues Festival, heel erg bekend was hij toen nog niet, maar hij liet wel een onvergetelijke indruk achter en niet alleen bij mij. Sindsdien ben ik hem iets meer blijven volgen; het positieve gevoel is door de jaren heen altijd gebleven. Inmiddels heeft hij al heel wat albums uitgebracht en heeft hij ook op de nodige compilatiealbums meegespeeld. Nog steeds word ik getroffen door de sfeer die deze man weet neer te zetten. Zijn nieuwste album ‘BLUES PEOPLE’ blijkt daar geen uitzondering op te zijn.
Ga maar eerst luisteren naar: ‘DRIFTIN’ DOOR TO DOOR’.
Voor het album dat volgens Bibb dat de ‘real spirit of the blues’ heeft en meer gezien moet worden als een eerbetoon aan de vele blues troubadours uit de Amerikaanse geschiedenis; heeft hij een heel clubje van bevriende blues muzikanten bereid gevonden om een bijdrage te leveren. Zo komen we de namen van Taj Mahal, The Blind Boys of Alabama, Popa Chubby, Ruthie Foster en Guy Davis in het hoesje tegen. Het levert daardoor een gevarieerde verzameling op waarin allerlei bluesverwante muzieksoorten aan bod komen en waarin religie een belangrijke inspiratiebron vormt.
Gezien de situatie in de Amerikaanse samenleving is het opvallend hoe actueel de vele op traditionals gebaseerde tracks op dit moment zijn. Niemand heeft dit vooraf kunnen voorspellen; ook Eric Bibb niet, maar het moment om een album aan de beroemde “I Have A Dream-speech” van Dr. Martin Luther King op te dragen kon niet beter zijn. Afgelopen jaar was het precies veertig jaar geleden dat de Civil Rights Act in werking werd gezet. Discriminatie van Afro-Amerikanen in de USA was vanaf dat moment verboden. Het zou een stap in de goede richting moeten zijn, maar de weg ernaartoe bleek lang te zijn. Met het nummer ‘ROSEWOOD’ doet Bibb een verslag van de slachting die in 1923 plaatsvond in Rosewood. De huivering in zijn stem is duidelijk te horen. Wie kon vermoeden dat de dood van een zwarte jongen in Ferguson in 2014 nog zou leiden tot een erg bewogen en met geweld gepaard gaand jaar.
Typsich voor Bibb is dat er daarnaast toch ook ruimte is voor luchtiger werk zoals te horen bij de tracks: ‘CHOCOLATE MAN’ en ‘PINK DREAM CADILLAC’.
Al met al; Bibb en zijn muzikale vrienden blijken in blakende vorm te zijn op dit album. Met respect voor het verleden tilt hij de blues als het ware naar de tegenwoordige tijd. Het is al vaker gezegd. Eric Bibb is één van de vaandeldragers van de authentieke bluesmuziek. Een beter iemand kun je hiervoor niet hebben.
Ik sluit af met : ‘I HEARD THE ANGELS SINGIN’.

Henry Carpaneto – Voodoo Boogie

Allereerst wil ik de makers en luisteraars van Red Rooster Radio een gezond en gelukkig 2015 toewensen in de hoop dat er in het nieuwe jaar weer het nodige te genieten valt wat betreft muzikale uitspattingen van deze of gene.

Henry Carpaneto, ook wel ‘Cool Henry Blues’ genoemd is een Italiaans pianist die momenteel vooral in de in 2002 opgerichte band ‘Guitar Ray & The Gamblers’ speelt. Helemaal onbekend is Henry Carpaneto eigenlijk niet, want hij werkte al samen met Otis Grant, Bryan Lee, Tony Coleman en Jerry Portnoy om er maar enkelen te noemen.
‘VOODOO BOOGIE’ is niet Carpaneto’s eerste album. Hij stond al eerder in de studio met ‘Guitar Ray & The Gamblers. Maar ook solo heeft hij zich niet onbetuigd gelaten, want ‘VOODOO BOOGIE’ is zijn vierde release.
Op het album staan twaalf tracks, waarbij op drie tracks Otis Grand en Tony Coleman, voormalig drummer bij BB King, te horen zijn. Ook Bryan Lee is op het album te horen. Lee maakte al deel uit van de US tour van Carpaneto, maar voor deze gelegenheid werkt hij naast zanger ook mee als gitarist en co-producer
Ga luisteren naar het openingsnummer ; ‘DRINKING & THINKING’.
‘VOODOO BOOGIE’ is een album waarop met name de gasten een behoorlijk deel van de aandacht naar zich toe trekken. Carpaneto is eerder onopvallend aanwezig. Hij werkt zoals een pianist dit hoort te doen, meestal vanuit een hoek, van waaruit hij zijn grooves aan de songs toevoegt. Soms echter neemt Carpaneto een solo voor zijn rekening en dan is ook duidelijk te horen waartoe hij in staat is.
Het album bevat tracks die het beste als traditionele blues beschreven kunnen worden. Daarmee word ikzelf een beetje in verwarring gebracht door de titel van het album. De titel ‘VOODOO BOOGIE’ is wellicht mede ingegeven door de samenwerking met Bryan Lee. Deze resideert namelijk in Bourbon Street in New Orleans.
De combinatie New Orleans met voodoo roept bij mij toch een verwijzing op naar iets mystieks of bovennatuurlijks; en dat kan ik van dit album dan weer niet zeggen.
Zeker het is een heel aardig album met de nodige afwisseling en muzikaliteit; voor de serieuze bluesfan is het album dan ook wel een aanrader; voor mijzelf had er echter wel ietsje meer voodoo in mogen zitten.
Ik sluit af met : ‘MAMBO MAMMA ’.

The New Basement Tapes – Lost On The River

Begin November bracht Bob Dylan, als onderdeel van zijn Bootleg Series, ‘THE COMPLETE BASEMENT TAPES’ uit. Een boxset met daarop opnames die hij in 1967 samen met The Band had opgenomen in de kelder van het huis Big Pink in Woodstock. Het was in een periode dat Dylan herstellende was van een motorongeluk en besloot om samen met The Band eigen nummers, covers en traditionals op te nemen. Het duurde vervolgens echter tot 1975 alvorens een selectie hiervan werd uitgebracht als dubbelalbum.
Omdat met ‘THE COMPLETE BASEMENT TAPES’ nu alles is uitgebracht; is er ook een soort tribute album verschenen met de titel ‘LOST ON THE RIVER’. Initiatiefnemer T-Bone Burnette zocht voor dit project een aantal muzikanten bij elkaar. Niet zomaar een aantal muzikanten maar muzikanten met een zekere status want zo mogen wij o.a. Marcus Mumford; Elvis Costello; Jim James van ‘My Morning Jacket’; Taylor Goldsmith (Dawes); en Rhiannon Giddens toch zeker wel betitelen. Zelfs Johnny Depp was even langsgekomen voor een sessie.
Ga luisteren naar het openingsnummer ; ‘DOWN AT THE BOTTOM’.
Het album bevat in de luxe uitvoering 20 nummers. Alle nummers zijn door de eerder genoemde artiesten onder handen genomen en in een bepaalde volgorde op het album verschenen. Iedere artiest zingt om de beurt een nummer. Jim James geeft de aftrap met ‘DOWN ON THE BOTTOM’. Als je niet beter wist zou je zweren dat het Bob Dylan in zijn jonge jaren was die je hoort. De daarop volgende artiesten maken van de nummers meer een eigen versie. Zo weet Elvis Costello van ‘MARRIED TO MY HACK’ een rauwe bluessong te maken; blijft Marcus Mumford met het nummer ‘KANSAS CITY’ het meest bij zijn eigen stiel en geeft Rhiannon Giddens ‘SPANISH MARY’ een oosters tintje mee; terwijl Taylor Goldsmith in ‘LIBERTY STREET’ nog het meest aan The Band doet denken. Jim James blijft vervolgens ook in ‘NOTHING TO IT’ authentiek klinken als een typische Dylansong uit de jaren ’60.
Het album wijkt eigenlijk niet erg af van het idee dat Dylan ook in 1976 met The Band had; alleen blijft het hier even in de folkhoek. Alhoewel… ‘HIDEE HIDEE HO’ wordt door Jim James wel met een jazzy sausje overgoten. En ‘LOST ON THE RIVER’ is een mooie ballad door Elvis Costello. Van deze twee nummers komen even later twee andere versies voorbij die allebei door Rhiannon Giddens op indrukwekkende wijze worden vertolkt, doordat zij er de nodige drama in weet te verwerken.
Er valt eigenlijk niets aan te merken op het album; het is ontzettend leuk dat anno 2014 deze nummers uit 1967 nog zo fris klinken. In die zin een compliment voor T Bone Burnett die toch een goede hand in de keuze van de deelnemende artiesten heeft gehad. Het project is dan ook zonder meer geslaagd te noemen. Je zou bijna hopen dat er nog andere teksten van Dylan in een archief liggen voor een vervolg.
Ik sluit af met : ‘LOST ON THE RIVER ’.

Mighty Mo Rodgers - A Mississippi Blues Tale - ‘Mud ‘N Blood’


‘Mighty Mo’ Maurice Rodgers is een Amerikaanse blues muzikant, singer-songwriter en producer, die in 1942 in East Chicago werd geboren. Rodgers studeerde klassieke piano, maar bleek al gauw meer geïnteresseerd in de blues en de muziek van het ‘Stax’en Muscle Shoals’- soul label. Op de middelbare school vormde hij zijn eerste blues / R&B band ‘The Rocketeers’. Aan de universiteit richt hij het ‘Maurice Rodgers Combo’ op, maar om keyboards te kunnen spelen, laat hij zijn studie voor wat die is en gaat hij terug naar Chicago om beroepsmuzikant te worden. Hij treedt op met T-Bone Walker, Albert Collins, Bobby ‘Blue’ Bland en Jimmy Reed. Hij schrijft nummers voor Motown en produceert en speelt mee op het album SONNY & BROWNIE van het legendarische piano- en mondharmonica duo Sonny Terry en Brownie McGhee.
Overigens, zijn studie heeft hij later alsnog ingehaald want naast zijn muziek heeft hij nog een graad in de filosofie aan de California State University behaald.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘ THE GHOST OF HIGHWAY 61’.’

Mighty Mo Rodgers gaat op MUD ’N BLOOD, terug in de duistere geschiedenis, naar de blues van de Mississippi; naar de slavernij, rassensegregatie, lynchpartijen, bloedhonden en chain gangs.
Rodgers’ rauwe, diepe en indringende blues- en soulstem verhaalt van dode mannen aan een boom, de geest van Highway 61, overleden blues mannen, slavernij, ongemarkeerde graven en trucs die de duivel met je uithaalt. Nog steeds zijn racisme, ongelijkheid, uitbuiting en geweld voelbaar. Het viel daarom ook niet mee om deze muzikale reis te maken aldus Rodgers, want het zijn vaak onschuldige mensen die hier de dupe van worden.
Het album bestaat uit de delen ‘TWILIGHT’, ‘THE DARK’ en ‘THE LIGHT’. Het tweede gedeelte ‘THE LIGHT’ gaat over de luchtiger kanten van Mississippi en de blues, zoals dansen en gokken in ‘JUKE JOINT JUMPIN’ en de liefde in ‘LOVE WILL ONLY MAKE U SWEAT’. Hier klinkt de muziek weer bluesy en funky, met gospel- en soulinvloeden. Elektrische gitaar, toetsen, slide-gitaar en mondharmonica klinken vooral functioneel.
Met ‘A MISSISSIPPI BLUES TALE – MUD ’N BLOOD’ is Mighty Mo Rodgers op de helft van zijn blues cyclus aangekomen. Dit keer was het de beurt aan de muziek uit het Zuiden. Rodgers heeft een album gemaakt in de vorm van een reisverhaal van een filosoferende blues man. Bij het maken van de muziek waren zijn gedachten vooral bij zijn oom, die meer dan twaalf werkte in een ‘chain gang’ en bij zijn vader, die slechts twintig jaren na het einde van de slavernij geboren is.
De kennis van de achtergronden bij dit album, maakt het album alleen nog maar indrukwekkender. Het geeft het album ook een zekere status; voor mij staat in elk geval vast dat ‘MUD ’N BLOOD’ een belangrijk onderdeel van het erfgoed van de bluesmuziek is.

Ik sluit af met : ‘ALMOST HOME’.

 

C.W. Stoneking - Gon’Boogaloo


De Amerikaanse leraar en schrijver Billy Marshall Stoneking verhuisde in 1972 samen met zijn vrouw vanuit California naar Australië. Een jaar later werd hun zoon Christopher geboren. Nadat zijn ouders waren gescheiden verhuisde Christopher met zijn vader naar Melbourne waar hij al op 11 jarige leeftijd de smaak van muziek te pakken kreeg. Tegenwoordig woont de 38 jarige C.W. Stoneking samen met vrouw en 4 kinderen nog steeds in Australië; in Victoria om precies te zijn, op zo’n 3 uur afstand van Melbourne.
Stoneking is vooral bekend vanwege zijn primitieve akoestische muziek die stevig verankerd ligt in blues, gospel, ragtime en folk. Zijn typische manier van zingen leverde hem de bijnaam ‘matroos aan wal’ op. Hij heeft een enorme kennis van de Amerikaanse muziek uit de jaren ‘20 en ’30. Deze heeft hij zich eigen gemaakt door veel naar de muziek van Blind Willie McTell en Big Bill Broonzy te luisteren.
‘GON’ BOOGALOO’ is Stoneking’s zesde album als je tenminste ook een titelloos album uit 1998 en het live album, ‘CW STONEKING AND THE BLUE TITS’ , uit 1999 meetelt . zijn nieuwe album heeft toch nog enige tijd op zich laten wachten, want zijn voorlaatste dateert namelijk alweer van 6 jaar geleden.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘TOMORROW GON BE TOO LATE’.
Het nieuwe album werd in twee dagen tijd opgenomen. Stoneking wilde met dit album eens iets anders; niet meer het minimale zoals wij gewend zijn van eerdere albums maar dit keer iets meer richting rock. Hiervoor wisselde hij zijn favoriete National gitaar in voor een glanzende Fender. Inspiratie putte hij verder uit ruwe gospel, ska, blues ballads , Hawaiaanse muziek en jungle blues en het moet gezegd; het is hem goed afgegaan. 12 prachtige tracks staan op het nieuwe album, 12 tracks ook die met behulp van slechts twee microfoons en zonder overdubs direct op tape werden opgenomen.
Daardoor is gelukkig datgene wat Stoneking zo bijzonder maakt bewaard gebleven; het authentieke prewar geluid is behouden gebleven. Stoneking klinkt nog steeds als een mengeling van een hel en verdoemenis prekende priester en een bluesy crooner. Maar daarnaast zij enige gospel overtones toegevoegd. Stoneking’s gebedachtige zang als ook de schitterende achtergrondzang van Vika en Linda Bull, alsmede van twee dochters van zanger Paul Kelly (Mandy en Madeleine) zijn hier zonder meer debet aan.
Stoneking heeft volgend jaar een tour gepland, hopelijk neemt hij dan het gehele ensemble mee dat op dit album te horen is. Tot die tijd zal ik het moeten doen met dit schijfje; dat in elk geval nog regelmatig in mijn cd speler te vinden zal zijn.

Ik sluit af met : ‘WE GON’ BOOGALOO’.

 

Lucinda Williams - Down Where The Spirit Meets The Bones

Lucinda Williams werd in 1953 geboren als dochter van dichter en hoogleraar literatuur Miller Williams. Haar vader werkte als gastdocent in Mexico, Chili en verschillende plekken in het zuiden van de Verenigde Staten voordat hij een leerstoel aan de Universiteit van Kansas kreeg. Lucinda Williams had al vroeg belangstelling voor muziek; op haar zesde begon zij al te schrijven en op haar twaalfde speelde ze gitaar. Naam maakte ze echt in 1998 met haar album ‘CAR WHEEL ON A GRAVEL ROAD’. Dat mag toch wel haar doorbraak genoemd worden. Nu, drie jaar na het verschijnen van haar vorige album ‘BLESSED’ is haar nieuwe, inmiddels twaalfde album ‘DOWN WHERE THE SPIRIT MEETS THE BONES’ verschenen. Het is haar eerste album op haar eigen label ‘Highway 20 Records’; en om dat te vieren heeft de 61-jarige Amerikaanse singer songwriter er meteen maar een dubbel cd van gemaakt.
Ga maar eens luisteren naar: ‘COLD DAY IN HELL’


Twintig tracks staan er op deze dubbelaar. 19 Eigen composities en een cover van de vorig jaar overleden JJ. Cale. Als eerbetoon aan hem heeft zij diens nummer ‘MAGNOLIA’ verwerkt tot de bijna 10 minuten durende uitsmijter van het album.
Het nieuwe album klinkt vertrouwd in de oren. Het eerste nummer ‘COMPASSION’ is al meteen indrukwekkend te noemen, ook al vanwege het feit dat het nummer gebaseerd is op een gedicht van haar vader.
Het album is een mix van slow (soul, americana) ballads, up tempo nummers al dan niet voorzien van stevig gitaarwerk, keyboards en blazers. Lucinda Williams laat niets aan het toeval over; zo heeft zij nogal wat topmuzikanten om zich heen weten te verzamelen, zoals Tony Joe White op gitaar en harmonica; Jakob Dylan (zoon van) zingt mee op de ballad ‘IT’S GONNA RAIN’. Gitaristen Bill Frisell en Stuart Mathis van The Wallflowers. Ian McLagan (the Faces) op orgel, piano en wurlitzer. Greg Leisz op pedal steel en Pete Thomas plus Davey Faragaher van de band van Elvis Costello op drums en bas.
Met haar nieuwe album bewijst Lucinda Williams dat zij nog lang niet versleten is. Het is die knik in haar stem; die rauwe, doorleefde toon waar een nauwelijks te peilen weemoed uit spreekt die het hem doet. Het is verder duidelijk te horen dat zij uit het zuiden van de VS afkomstig is; zij behandelt de maatschappelijke problemen van daar ook in haar songs. Of het nu gaat over de raciale segregatie (“EAST SIDE OF TOWN”), of onschuldig veroordeelden (‘WEST MEMPHIS’). Maar ook de liefde bezingt ze; en hier komt ook de blues binnen want het is bepaald niet allemaal rozengeur en maneschijn wat zij beschrijft.
Met ‘DOWN WHERE THE SPIRIT MEETS THE BONE’ bevestigd Lucinda Williams haar status binnen de rootsmuziek maar weer eens. Het is een prachtig album. Je zult er niet over kunnen klagen dat er te weinig muziek op het album staat; maar wat veel belangrijker is; het is muziek die recht uit het hart komt.

Ik sluit af met : ‘WALK ON’.

Richard van Bergen - Rootbag


Misschien is Richard van Bergen wel vooral bekend als één van de gezichtsbepalers van The Shiner Twins; daarnaast heeft hij echter ook nog met veel aansprekende artiesten het podium gedeeld zoals met Roscoe Chenier, Byther Smith, Sugar Ray Rayford en soulzanger Malford Milligan.
In 2010 vatte Richard samen met Jeroen Goosens (drums) en Dick Wagensveld (bas) het plan om een band onder de naam Rootbag te beginnen. Inspiratie werd geput uit de Deltablues en Mississippi Swamp. Echter alles zou heel anders gaan lopen dan gedacht, want nog tijdens de opnames van hun cd brandde eerst de opnamestudio af, om een paar maanden later door een nog groter noodlot getroffen te worden. Tijdens een optreden op Paasblues in Asten kwam Dick Wagensveld als gevolg van een hartstilstand te overlijden. Toch ging de band door met optredens. Als vervanger voor Dick werd bassist Andert Tijsma aangetrokken. Met het uitbrengen werd gewacht tot Richard dit jaar besloot dat het er toch van moest komen, met als gevolg dat het album nu 3 jaar na dato, alsnog werd gepresenteerd. Inmiddels wel met een andere bezetting want de band bestaat naast Van Bergen op zang/gitaar, uit Jody van Ooijen (drums) en Roelof Klijn (bas).

Tijd om te gaan luisteren naar: ‘WHEN HE COMES’
Het album bestaat uit 13 nummers, 12 daarvan zijn zoals gezegd door Van Bergen geschreven; track nummer 13, ‘’OD ON LOVE’ is een instrumentale jam. Voor mijzelf is het wel leuk om te vermelden dat de Richard’s zelf geschreven nummers van ‘ROOTBAG’ al eerder live te horen zijn geweest en wel op het Moulin Blues Festival in 2010 (overigens toen nog met Dick Wagensveld).
Het album maakt weer eens duidelijk dat er feitelijk niet meer nodig is dan een drumkit, gitaar en een basgitaar om een goed geluid neer te zetten. Er staat namelijk uitstekend stevig gitaarspel met ondersteuning van een heel goede ritmesectie op het album. Van Bergen heeft een nogal rauwe stem. Precies het soort dat je wil horen bij echte Delta- en Swampblues. Als je de ogen sluit lijkt New Orleans niet ver weg te zijn. Het is een genot om het album te beluisteren. Eerlijk gezegd heb ik afgelopen week veelvuldig gebruik gemaakt van de repeatknop. Zo goed vind ik het wat er te horen is; er wordt wel eens gezegd ‘On-Hollands goed’! In mijn ogen en oren is daar niets teveel mee gezegd. Het klinkt in elk geval erg internationaal met recht toe recht aan blues; rechtstreeks uit de jaren ’40 -’50.
Kortom een schitterend album.

Ik sluit af met het titelnummer: ‘LOVE TELLS NO LIES’.

Lucky Peterson - Son of a Bluesman

Lucky Peterson is de zoon van zanger, gitarist en nachtclubeigenaar in Buffalo N.Y., James Peterson. Aan de titel van Lucky’s meest recente en alweer 18e album, is dus niets gelogen. Lucky Peterson kreeg, zoals dat zo mooi heet, de bluesmuziek met de paplepel ingegoten, want in de nachtclub van zijn vader zag en hoorde hij Muddy Waters, John Lee Hooker, Little Milton en Willie Dixon optreden. Dixon was ook degene die Lucky onder zijn hoede nam en zo kon het gebeuren dat die reeds als 5 jarige zijn eerste opnamen maakte en al op tv te zien was. Nog later maakte Lucky, voordat hij aan zijn eigen carrière begon, deel uit van de bands van Little Milton en Bobby ‘Blue’ Bland en werkte hij in de studio samen met Etta James, Otis Rush en James Cotton.
Ga maar eens luisteren naar: ‘BLUES IN MY BLOOD’
Met het nieuwe album krijgt de luisteraar door Lucky Peterson een blik in zijn leven voorgeschoteld. De zes eigen nummers op het album zijn namelijk autobiografisch en de overige vijf tracks zijn zorgvuldig geselecteerde covers die een bijzondere betekenis voor hem hebben. Dat het album ‘THE SON OF A BLUESMAN’ niet alleen onvervalste blues bevat, wordt al snel duidelijk als na de blues van het eerste nummer de soul en funk hun opwachting maken in het Wilson Picket-nummer: 'FUNKY BROADWAY' ; door Peterson voorzien van een fijn funky jasje waar de soul doorheen schijnt. Overigens geldt voor alle covers op het album dat deze door Peterson aan een geheel eigen interpretatie zijn onderworpen. Iets meer over de afzonderlijke nummers: In het titelnummer laat Peterson weten dat hij de blues niet heeft gekozen, maar dat de blues hem heeft uitgezocht. ‘NANA JARNELL’ is een eerbetoon aan zijn moeder en schoonmoeder. Twee keer is het nummer ‘I’M STILL HERE’ te horen; de eerste keer als een midtempo shuffle en de tweede keer als een onvervalste gospel en afsluiter van het album. Fraaie covers zijn Bobby Bland’s ‘I PITY THE FOOL’ en ‘I CAN SEE CLEARLY NOW’, van Johnny Nash.

Op ‘THE SON OF A BLUESMAN‘ laat Peterson als zanger, gitarist en speler op keyboards horen dat hij nog steeds meetelt. We horen een Peterson zoals we hem kennen; met fraai doortimmerde muziek, spontaan en doorleefd.. Fraaie cd.
Ik sluit af met het titelnummer: ‘THE SON OF A BLUESMAN’.

 

Guy Smeets


Op muziekgebied heeft de omgeving van Roermond in toch enkele opmerkelijke namen opgeleverd. GIRLS WALK BY is hier een voorbeeld van en het meer bluesminnend publiek zal zich ongetwijfeld ook nog de helaas veel te vroeg overleden MICHIGAN RED nog herinneren. GÉ REINDERS mag in dit rijtje zeker niet worden vergeten want hij speelt tegenwoordig volle zalen plat in het hele land.
Wat mij betreft kan daar nu weer een naam aan worden toegevoegd namelijk die van Guy Smeets. Voor de meesten is een nadere introductie wellicht overbodig, maar voor degenen die niet weten waar ik het over heb. Het gaat hier om Guy Smeets die met zijn 16 jarige leeftijd al geruime tijd een gitaartalent wordt genoemd.
Ongetwijfeld zal 2 november 2014 bij Guy de boeken ingaan als een mijlpaal, want dat is de datum dat hij in poppodium ‘Het Grenswerk’ zijn debuutalbum presenteerde.
Onder de namen van de bandleden die Smeets om zich heen heeft weten te verzamelen komen we interessante tegen, zoals die van Colly Franssen eerder spelend bij King Mo; Nick McGrath en Herm Klaassens ( o.a. Bintangs en Decennium), maar ook Rob van der Sluis die gedreven alle nummers van zang voorziet en ook niet onbelangrijk, bij live-optredens zorgt voor een sterke uitstraling.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘GET A LIFE’
Voor het titelloze debuutalbum, dat heel divers is en geïnspireerd uit een brede hoek van muziekstijlen, heeft de band een selectie gemaakt van elf tracks. Maar liefst vijf nummers hiervan zijn door Guy zelf geschreven. Voor wat betreft de covers vind ik het persoonlijk erg prettig dat niet gekozen is voor de meest voor de hand liggende nummers. Zeker gezien de artiesten die gelden als inspiratiebron voor Guy (Joe Bonamassa, Hendrix), doet het mij erg veel deugd om tussen de artiesten die worden gecoverd namen tegen te komen als die van Doyle Bramhall II, Matt Schofield en Don Nix. Stuk voor stuk toch artiesten die op hun manier een stempel op bluesmuziek drukken.
Dat laatste is iets waar ook Guy Smeets van droomt. En dat hij dat het in zich heeft bewijst hij met zijn eigen geschreven nummers. Zoals hij zelf aangeeft houdt hij van opstandige teksten en schrijf hij over dingen die hij zelf meemaakt of meegemaakt heeft. Hij wil met zijn nummers ook graag een boodschap meegeven. Zo gaat ‘GET A LIFE’ bijvoorbeeld over pestgedrag en ‘DON’T LET YOURSELF BE BRAINWASHED’ over zijn ervaringen met het ‘instituut’ school. Dit alles zijn toch wel enigszins de elementen waar het om draait om je te kunnen positioneren.
Toeval of niet. Van de tracks op het album trok het nummer ‘SUNSHINE OF YOUR LOVE’ mijn speciale aandacht. Reden hiervan was het overlijden, deze week, van Jack Bruce basgitarist van het legendarische Cream. Je moet maar durven om een nummer van dergelijke grootheden te coveren. Maar eerlijk is eerlijk, Guy Smeets doet dit heel verdienstelijk.
Bij het beluisteren van het album zou je niet zeggen dat dit hier om een debuutalbum gaat. Het klinkt in elke geval allemaal heel volwassen en origineel. Er zijn mooie gitaarsolo’s te horen; ondersteund door een retestrakke ritmesectie en daar waar het kan een Hammond orgel die er vol ingaat. Prima!!!
Guy heeft nog de nodige jaren voor zich, dus wij gaan zeker nog meer van hem horen; het goede begin is er in elk geval.
Ik sluit af met: ‘BLUEST BLUES’

Brent Johnson - SET THE WORLD ON FIRE

Brent Johnson is geboren in het Zuiden van Texas maar het grootste gedeelte van zijn leven heeft hij in New Orléans doorgebracht. Vanaf zijn vierde levensjaar wordt hij al een gitaarwonderkind genoemd. Hij heeft al op heel wat jazz en bluesfestivals opgetreden en samen kunnen spelen met blues artiesten als: Buddy Guy, Lonnie Brooks, ‘Gatemouth’ Brown, Michael Burks, Bruce Katz, Kenny Wayne Shepherd en Hubert Sumlin. ‘SET THE WORLD ON FIRE’ is het elf tracks tellende debuutalbum van Brent Johnson. Naast zeven originele nummers zijn er vier covers te horen (Bob Dylan, Howlin’ Wolf, Deadric Malone – oftewel Don Robey en Paul Williams). Op het album komen wij tevens de namen van enkele ‘special guests’ tegen; zoals die van Grammy Award winnaar gitarist Alvin Youngblood Hart en de legendarische slide master Sonny Landreth.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘DON’T MAKE A SOUND’.
Op het album horen we Brent Johnson zingen, over de mooie en minder mooie dingen van het leven. Meest opvallende nummer op het album is toch wel het 13.16 minuten durende ‘AS THE YEARS GO PASSING BY’. Is het al niet vanwege de lengte van het nummer, dan is het vooral vanwege het prachtige gitaarspel van Johnson. Ook op de andere covers klinkt Brent Johnson en zijn band erg overtuigend. De covers laten een Johnson horen als een prima en sterk zanger en gitarist. Opvallend bij het nummer ‘LONG WAY BACK TO NEW ORLEANS’ is dat niet Alvin Youngblood Hart, maar Brent zelf, naast gitarist Sonny Landreth, de slide solo doet. Van de zes originele Brent Johnson tracks, zijn het de funky opener ‘DON’T MAKE A SOUND’, het explosieve ‘THE TICKET’ en de warme overtuigende zang bij ‘So Glad You’re Mine’, die het benoemen waard zijn. De bekendste cover is ontegenzeglijk ‘THE HUCKELBUCK’ een nummer daterend uit 1949. In de uitvoering van Johnson is het een ruige gitaar boogie, maar van oorsprong is dit een dans die in late jaren ’40 en aanvang ’50 enorm populair was en door artiesten als o.a. Sinatra, Louis Armstrong en JL Hooker, is opgenomen.

Met zijn debuutalbum is Brent Johnson er wat mij betreft in geslaagd om hedendaagse blues, met veel aandacht voor de gitaar te brengen. Het mag dan niet de blues zijn zoals die volgens het boekje zou moeten klinken, aangezien er ook ruimte is gelaten om een beetje folk, funk en New Orleans R&B aan het geheel toe te voegen. Door zijn gedrevenheid en passie voor de bluesmuziek weet Brent Johnson zowel met zijn eigen songs, als met de covers in elk geval te overtuigen.
Eigenlijk kan ik wel stellen dat Brent Johnson ondanks zijn palmares nog maar net begonnen is en in de toekomst valt er ook best nog wel een en ander van hem te verwachten. Daarbij lijkt een verwelkoming op de Europese podia dan zeker de moeite waard.
Ik sluit af met ‘LONG WAY BACK TO NEW ORLEANS´

 

Jenny Lewis - The Voyager

Tot voor kort wist ik niet van het bestaan van Jenny Lewis, ook dat zij al in 2001 opdook als zangeres van de band Rilo Kiley; een band uit de contreien van Los Angeles die kon rekenen op flink wat sympathie van de critici bracht daar geen verandering in.
Toch leek een vet platencontract de doorbraak naar een groot publiek een jaar of tien geleden slechts een kwestie van tijd te zijn, maar Jenny Lewis had andere plannen. In 2006 verscheen haar eerste soloplaat ‘RABBIT FUR COAT’ uit. In 2008 kwam ‘ACID TONGUE’ uit, een album met gastbijdrage van onder andere Elvis Costello.
De afgelopen jaren ging het niet zo goed met Jenny Lewis, songs schrijven wilde maar niet lukken; tot overmaat van ramp overleed haar vader aan een slepende ziekte. Lewis wist niet meer waar ze het had, zeker toen de slaap plots niet meer wilde komen. Intrek nemen bij haar oudere zus, samen naar het boksen op televisie kijken bracht uiteindelijk soelaas. Toen vervolgens ook nog eens Ryan Adams in beeld kwam, door deze via Twitter te strikken als producer, kwamen de songs ook weer als vanzelf met als resultaat: een 3e soloalbum met de titel ‘THE VOYAGER’.


Ga luisteren naar: ‘SLIPPERY SLOPES’.
 

‘THE VOYAGER’ is niet een album dat je meteen onder Americana zult rangschikken. Het album laat zich vooral beluisteren als een echte popplaat. Op zich is daar niets mis mee; qua stemgeluid lijkt het een genre dat Jenny Lewis op het lijf is geschreven.
Als je het album een paar keren hebt beluisterd hoor je inderdaad een aantal decennia popmuziek. De gitaarlijnen zouden zomaar zijn voortgekomen uit de West Coast pop van de late jaren 60. Verder hoor je country-invloeden, grunge-elementen en jaren 80 –referenties. Het muzikale verleden van Jenny Lewis en de muzikale voorkeuren van Ryan Adams geven het album iets eigentijds en maken het ook wel enigszins onvoorspelbaar.
‘THE VOYAGER’ geeft met 10 songs een beeld van waar Lewis voor staat. Ze put niet alleen uit de muziek die zij in haar 38 jarige leven heeft leren kennen. Ze blijkt tevens een observator van de wereld om haar heen te zijn. In haar teksten vertelt zij over o.a. haar jeugd, liefde en verwachtingen in langdurige relaties, haar eigen seksualiteit en over vrijheid.
Tot zover het meer beschouwende gedeelte; de vraag rest natuurlijk wat ik werkelijk van het album vind en dan kom ik uiteindelijk tot de constatering dat ondanks de samenwerking met Ryan Adams het album voor mij een beetje te veel naar de popsongs neigt. De countryrock in een nummer als ‘YOU CAN'T OUTRUN EM’ gaat dan nog wel, ‘ALOHA & THE THREE JOHNS’ daarentegen is eigenlijk niet meer dan doorsnee caférock voor liefhebbers van leren jekkers en motoren met een lang stuur.
Wel weer mooi is het akoestische titelnummer en afsluiter ‘THE VOYAGER’. Hierop laat Jenny Lewis horen hoe goed haar stem is en dat ze ook nog een goed songschrijver is.
Ik kan niet anders dan Lewis een vruchtbare verdere carrière op haar eentje toe te wensen.

Ik sluit af met ‘THE VOYAGER’

BB & The Blues Shacks  - Businessmen

B.B. & The Blues Shacks” is een blues band uit Hildesheim, Neder-Saksen. De “B.B.” in hun groepsnaam verwijst naar hun grote voorbeeld B.B. King. De broers Andreas en Michael Arlt stonden in 1989 aan de basis bij de oprichting van de band. Dat wil zeggen dat, als we even terugrekenen, deze band dit jaar 25 jaar bestaat. In die jaren hebben ze veel optredens gedaan over de hele wereld. In 2003 is de band in Frankrijk uitgeroepen als ‘beste live act’ in Europa en in 2013 zijn ze in Duitsland uitgeroepen tot ‘beste blues band’. Hun jubileum wordt gevierd met ‘BUSINESSMEN’ , hun zevende cd. De tracklist bevat 14 eigen nummers en één cover (‘IT WAS A DREAM’, van John Brim).
Jullie gaan eerst luisteren naar: ‘GIMME THIS, GIMME THAT’.

Bij de productie van dit album is gekozen voor een soulfull geluid, inclusief een forse blazerssectie met de opvallende naam ‘The No Show No Blow Horns’. De rest van de bezetting bestaat natuurlijk uit zang, mondharmonica, toetsen (met name orgel), gitaar, bas, drums. Als je het album beluistert, hoor je vijftien heel afwisselde tracks, met een mix van diverse stijlen als blues, soul ballades, swing, jump, rock(abilly) uit de jaren ’60. De nummers klinken heel evenwichtig, iets wat ook bijna niet anders kan bij een band met zoveel jaren ervaring.
Daardoor valt het wel een beetje tegen dat je op het album niet echt verrassend of verfrissend is geworden. In de wetenschap dat B.B. & The Blues Shacks een band is die een bluesfestival met gemak plat kan spelen, zou je ook iets meer spanning verwacht mogen hebben. Wellicht dat zij de titel van hun nieuwe album dan ook meer eer hadden aangedaan als zij zich hadden blijven concentreren op die live-optredens, daar een mooie compilatie-DVD van hadden gemaakt en die, zoals het echte zakenlieden betaamt, zonder tussenhandel, aan de man hadden gebracht.

Dus de vraag of “BB&TBS” zakenmensen zijn kan naar mijn idee alleen maar met nee worden beantwoord. Dat is dan wel weer positief te noemen, want BB & The Blues Shacks zijn wel muziekliefhebbers in hart en nieren. Hun nieuwe album “BUSINESSMEN” is het beste samen te vatten als: vet klinkende blues op zijn best… Maar bovenal is en blijft het een band die je vooral live moet hebben meegemaakt! Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat ze deze zomer weer op diverse festivals in Europa te vinden zijn.
Ik sluit af met ‘GOODBYE EVERYBODY’

John Fullbright - Songs

Hij is net vijfentwintig jaar oud en bijna had John Fullbright een Grammy op zak gehad met zijn debuut-abum ‘FROM THE GROUND UP’, een album waarop de zanger en multi-instrumentalist uit Oklahoma countryrock en blues aan elkaar rijgt. Met dit album oogstte hij veel waardering bij de Americana-liefhebbers en de pers. Hij noemt Townes van Zandt als zijn grote inspirator. Zijn tweede album (of eigenlijk zijn derde als je het live-album meetelt) kreeg de eenvoudige titel ‘SONGS’ mee.
Ga maar eens luisteren naar: ‘WHEN YOU’RE HERE’.

Op zijn debuutalbum liet Fullbright zich nog begeleiden door een band. Op zijn tweede album begeleidt hij zichzelf op akoestische gitaar of piano. Daardoor blijft Fullbright, zoals de titel al doet vermoeden, met dit album heel dicht bij waar het uiteindelijk allemaal om draait; namelijk de schoonheid van de liedjes. Die zullen het nu voornamelijk moeten doen.
Fullbright’s stem houdt ergens het midden tussen die van Rufus Wainwright en Ryan Adams.
Een echt bijzondere stem is het niet, maar hij is wel plezierig om naar te luisteren. Fullbright vertelt verhalen. Verhalen waarbij het thema liefde meer dan regelmatig terugkeert. Fullbright weet daarmee verder bij je door te dringen. Een nummer als ‘KEEPING HOPE ALIVE’ is nauwelijks muzikaal onderbouwt. Sporadisch trekt Fullbright aan een snaar van zijn gitaar. Dat maakt het nummer echter des te indringender.
Je zou John Fullbright onrecht aan doen om hem te vergelijken met andere Americana artiesten. Het is ook moeilijk te zeggen wat John Fullbright nu zo bijzonder maakt. Feit is wel dat hij ogenschijnlijk gemakkelijk fijne nummers maakt, waar je naar begint te luisteren en die vervolgens in je hoofd blijven hangen.
Zijn debuutalbum ‘FROM THE GROUND UP’ leverde de zanger al een Grammy nominatie op. Voor nu is het belangrijkste echter om te kunnen constateren dat Fullbright met ‘SONGS’ bewijst geen eendagsvlieg te zijn. Ook zou je kunnen zeggen dat hij is gegroeid; hij weet nu meer rust in zijn nummers te brengen. Met deze kalmte toont Fullbright, in mijn ogen, in elk geval aan dat er voor goede muzikanten niet veel nodig is om indrukwekkende muziek te maken.

Ik sluit af met ‘GOING HOME’

Blues Pills
 

De wereld oriënteert zich steeds meer internationaal; landsgrenzen hoeven geen bezwaar meer te vormen; Blues Pills is daar een goed voorbeeld van. De halfbroers Zack Anderson (bas) en Cory Berry (drums) komen uit Iowa, USA. In 2011 ontmoeten ze de Zweedse zangeres Elin Larsson in Californië. Dankzij een demo op Youtube krijgen ze bekendheid. Na een platencontract touren ze door Spanje en vestigen zich vervolgens in Zweden. Op een volgende tour door Frankrijk ontmoeten ze in 2012 de 16-jarige Franse gitarist Dorian Sorriaux. Ook hij verhuist naar Zweden en ze noemen hun band BLUES PILLS naar het gelijknamige muziekblog dat gewijd is aan de underground muziek van de jaren 60/70.
Overigens zit er ook nog een Nederlands tintje aan het album van deze band. Het albumcover is gemaakt door de Nederlandse hippiekunstenares Marijke Koger-Dunham, die ooit tekende en ontwierp voor niemand minder dan The Beatles

Het eerste nummer dat jullie gaan horen is: ‘NO HOPE LEFT FOR ME’.

Voor mij was dit album de eerste kennismaking met BLUES PILLS. Over de ambitie van de band; geen verkeerd woord, alleen al als je bekijkt wat er in de tijd van hun korte bestaan al is gebeurt aan optredens en EP’s die van hen zijn verschenen. Dat alleen al dwingt respect af. Ik moet echter, na beluistering van het album, bekennen dat enige teleurstelling zich van mij meester heeft gemaakt. Misschien waren mijn verwachtingen hooggespannen, zo niet te hoog gespannen. BLUES PILLS is namelijk bepaald geen vernieuwende, grensdoorbrekende band. Mijn teleurstelling zit hem met name in de opbouw van het album; de muzikale grens tussen psychedelische bluesrock en heavy muziek is volledig vervaagt. Daarnaast probeert zangeres Elin Larsson met regelmaat in de buurt van haar grote voorbeeld Janis Joplin te komen door de muziek een rockende zwaarte mee te willen geven. Iets waar ze niet echt in slaagt.
Er staat één cover op dit album; het nummer ‘GYPSY’ ; oorspronkelijk van CHUBBY CHECKER, een zanger die zich meer aan de Rhythm & Blues-kant bevindt. Op het origineel gaat de drummer helemaal los, BLUES PILLS is in de uitvoering van dit nummer een stuk rustiger.
Nee; dit album heeft me niet kunnen overtuigen. Het doet allemaal een beetje onwerkelijk aan en misschien dat drummer Cory Berry dat ook heeft gedacht en daaruit zijn conclusie heeft getrokken, want vrijwel meteen na het uitkomen van het album is hij opgestapt.
Hoe dan ook, mochten we ooit nog van BLUES PILLS horen, dan hoop ik een stuk positiever te kunnen zijn.
Ik sluit af met ‘GIPSY’
 

 

Malcolm Holcombe - Pitiful Blues

Malcolm Holcombe, opgegroeid in de Blue Ridge Mountains van North Carolina is eigenlijk een laatbloeier; hij was nog net geen veertig jaar oud toen hij zijn debuutalbum uitbracht; zijn nieuwe album: ‘PITIFUL BLUES‘ is zijn tiende album. Holcolmbe, oogt als iemand die van de straat leeft; hij staat bekend om zijn door sloten whiskey en pakken sigaretten getekende stem. Het klinkt allesbehalve gezond, maar dat mag niet vreemd heten als alles wat God en doktoren normaliter afraden wel wordt gedaan. Als er dan ook nog eens een aantal tegenslagen te verwerken vallen, mag je met recht van een doorleefd stemgeluid praten.
Het eerste nummer dat jullie gaan horen is: ‘ROOTS’.
Holcombe heeft de gave om als geen ander met zijn teksten de luisteraar naar zich toe te trekken; dat was bij zijn vorige albums al zo en ook nu, op het nieuwe album is het niet anders. Het begint al met het indrukwekkende ‘PITIFUL BLUES’. Meteen hierna is het zojuist gehoorde ‘ROOTS’ te horen; hiervan mag het fiddle –werk van Luke Bulla niet onbenoemd blijven. Het maakt dit nummer tot een van de hoogtepunten. En zo is er nog wel meer dat vermeldenswaard is; bijvoorbeeld het gitaarwerk van Jared Tyler op ‘SIGN FOR A SALLY’; of ‘SAVANNAH BLUES’ waarbij de zang zeer indringend en onheilspellend is , evenals de tekst! ‘ANOTHER DESPAIR’ is een nummer met een heerlijke slide. In ‘BY THE BOOTS’ neemt hij de politici op de korrel en het mooie, ingetogen ‘FOR THE LOVE OF A DAD’ vormt een waardige afsluiter.
Bij iedere nieuwe plaat van Malcolm Holcombe denk je dat hij zijn laatste is, zo krakkemikkig klinkt zijn stem; maar je mag toch hopen dat hij ons nog lang met zijn fantastische, sublieme, rauwe, muziek blijft verrassen. Hij behoort immers tot het soort artiesten dat je moet bewonderen en koesteren.
Ik sluit af met ‘BY THE BOOTS’

Neal Black & The Healer - Before Daylight

Neal Black is een oudgediende in het internationale bluescircuit; Van origine uit Texas afkomstig maakte hij in de jaren 80 en 90 eerst naam in de VS alvorens richting Europa te trekken. Dat het hier wel goed bevalt, mag duidelijk zijn, want inmiddels woont hij al tien jaar in Zuid-Frankrijk. Hier is het waar hij zich laat inspireren tot het schrijven van songs. Daarnaast gaat hij ook nog regelmatig terug naar de VS voor optredens en/of werk als producer, songschrijver en gitarist voor andere artiesten. In de afgelopen 10 jaar maakte hij 10 albums. Zijn nieuwste album kreeg de titel ‘BEFORE DAYLIGHT’.
Ga maar eens luisteren naar het openingsnummer : ‘JESUS & JOHNNY WALKER’.
Dit nummer wilde ik jullie niet onthouden. Hierin word je de keuze tussen: Jezus of Johnny Walker voorgehouden. Voor menigeen wellicht een gemakkelijke keuze, maar in de gedachtegang van Neal Black hoeft die keuze niet gemaakt te worden; wat hem betreft kan dat ook hand in hand gaan. En natuurlijk gaat het in dit nummer niet alleen om de tekst; het gaat ook om de zang; de raspige stem en niet in de laatste plaats de mondharmonica. Deze geven het nummer nog een extra boost.
In feite is het hele album eigenlijk wel op deze manier opgebouwd. Black zweert weliswaar bij de Bijbel, maar aan de andere kant krijgt alles wat blues eigen is de volledige ruimte. Resultaat daarvan is een erg gevarieerd album met warme songs; een enkele keer ook maatschappijkritisch, zoals op ‘AMERICAN DREAM’ te horen is. Dat alles met een stem die de nodige whisky en tabak doet vermoeden.

‘BEFORE DAYLIGHT’ is zonder meer een goed album, alhoewel ik ook niet kan ontkennen dat het mij bij tijden iets minder weet te boeien, met name bij de slow buesnummers.
Dat heeft dan alles te maken met het feit dat, gezien zijn staat van dienst hij wat mij betreft het meest tot zijn recht komt bij het ietwat stevigere werk; zeker als daarbij dan ook nog eens zijn slide kwaliteiten tot uiting worden gebracht.
Ter illustratie sluit ik af met ‘HANGMAN’S TREE’

Eileen Rose – Be Many Gone

Eileen Rose Giadone is geboren in Saugus, Massachusetts. Met een Siciliaanse vader en Ierse moeder was Eileen de op een na jongste van 3 broers en 6 zussen. Van haar jeugd herinnert zij zich vooral dat ze opgroeide in een klein huis met slechts 3 slaapkamers, 1 badkamer een veel kabaal. In 2001 debuteerde zij met het album ‘SHINE LIKE IT DOES’ ; recensies vertellen van een energieke plaat met autobiografische teksten. In 2005 volgde ‘COME THE STORM’ en in 2009 kwam het album ‘LUNA TURISTA’ uit. De platen werden tot dusver amper opgepikt; het gevoel overheerste dat Eileen Rose nog niet haar juiste stijl gevonden had. Met haar nieuwste album ‘BE MANY GONE’ gaat Eileen Rose de richting van country georiënteerde muziek op.

Ga luistern naar: ‘EACH PASSING HOUR’
Vanwege haar doorleefd stemgeluid wordt Eileen Rose wel eens gezien als de vrouwelijke Bruce Springsteen; en her en der valt ook de naam van Marianne Faithful regelmatig. Het country jasje dat Eileen Rose zich voor dit album heeft laten aanmeten past haar eigenlijk wel. Het album biedt de meer traditionele stijlen, zoals het zojuist gehoorde, Mexicaans getinte ‘EACH PASSING HOUR’; waarin ze in duet te horen is met niemand minder dan Pixies voorman Frank Black. Maar variatie wordt ook gezocht in andere stijlen zoals te horen is bij het rock ’n roll nummer ‘JUST AIN’T SO’.
Natuurlijk is het niet alleen Eileen Rose die de klasse van het album bepaalt; dat is ook mede te danken aan de sessiemuzikanten die op het album meespelen, want wat iemand als Billy Contreras uit zijn fiddle tovert kan alleen maar het resultaat zijn van jarenlange ervaring.
Eileen Rose had al een paar verschillende wegen ingeslagen; met dit album toont zij aan dat ze eigenlijk wel iets meer aandacht verdient dan nu het geval is. Misschien dat hier binnenkort verandering in komt wanneer zij in het voorprogramma van Seasick Steve te zien en te horen is. Voor de tussentijd kan ik alleen maar aanraden om je te laten meevoeren op muziek met emoties over geluk , liefde, verdriet en eenzaamheid.
Ik sluit af met: ‘WAKE UP SILLY GIRL’ .

Ian Siegal – Man & Guitar


Je kunt veel van Ian Siegal zeggen; dat hij een veelzijdig artiest is mag dan ook wel een understatement heten. Hij komt regelmatig voor optredens naar Nederland. Vaak speelt hij met band zoals onlangs samen met de Mississippi Mudbloods en meer recent nog met de Nederlandse Rhythm Chiefs. Hij treedt op in cafés; concerten, festivals en poppodia. Lichamelijke ongemakken als een gebroken arm of been lijken hem dan niet in de weg te staan. Het enige dat hij wil is optreden.
Tot nog toe was er geen soloalbum van hem, maar nu is er dat album met de alles zeggende titel: ‘MAN & GUITAR’.; een volledig akoestich optreden van Siegal; opgenomen tijdens het London Bluesfest 2013 in de Royal Albert Hall.
Ga luisteren naar: ‘I AM THE TRAIN’.
Het album telt dertien tracks; Siegal speelt eigen liedjes en een handvol covers zoals ‘PONY BLUES’ van Charlie Patton; ‘T’ AIN’T NOBODY’S BUSINESS’ van Taj Mahal en ‘HARD TIMES’ van Stephen Foster. Met dit album toont Ian Siegal dat zijn rauwe stem goed past bij de delta blues. Wat mij betreft zijn er wel een aantal hoogtepunten te benoemen; daarvoor moeten jullie maar eens luisteren naar de gospelblues medley ‘PREACHIN’BLUES’ / ‘LIVE SO GOD CAN USE YOU’ / ‘YOU GOT TO MOVE’; maar ook naar covers op het album zoals ‘MARY DON’T YOU WEEP’ en ‘GALLO DEL CIELA’.
Siegal raast over zijn gitaar; het is ‘hoge school fingerpicking’; de verschillende traditionele bluesnummers passen goed bij zijn eigen werk. Maar het belangrijkste is toch wel dat het allemaal zo fantastisch klinkt.
‘Man & Guitar’ is Ian Siegal’s eerste solo- en tevens eerste live-album. Met dit album, vol met liedjes die hij zelf mooi vindt, wordt duidelijk dat hij inmiddels tot de top van de huidige bluesgeneratie behoort. Het schijnt dat zijn volgende album ook een live-album gaat worden, daar zou hij dan met volledige band te horen zijn; de opnames zijn al gemaakt. Hopelijk wordt dat net zo goed. Ik verheug me daar nu al op!
Ik sluit af met: ‘GALLO DEL CIELA’ .

Sturgill Simpson – Metamodern sounds in Country Music

Sturgill Simpson, geboren in 1978, is afkomstig uit Kentucky. Hij heeft al een bewogen leven achter de rug. Na een periode bij de marine bleef hij enkele jaren in Japan hangen voor hij weer terugkeerde naar Kentucky. Jarenlang ging hij zich ook te buiten aan drank en drugs, totdat hij de rust vond in de liefde voor een vrouw.
In 2004 vormde hij de traditionele bluegrass band ‘Sunday Valley’. In 2012 begon hij een solocarrière met meteen het daarop volgende jaar de eerste cd: ‘HIGH TOP MOUNTAIN’. In 2014 verscheen alweer zijn tweede album: ‘METAMODERN SOUNDS IN COUNTRY MUSIC’.
Jullie gaan eerst maar eens luisteren naar: ‘The Promise ’
Het verhaal is dat Simpson met de titel van het nieuwe album refereert aan het album ‘Modern sounds in Country and Western Music’ van Ray Charles. Een elpee uit 1962 waarop Charles een aantal countryklassiekers opnam met een unieke mix van folk en jazz.
Simpson pakt het een beetje anders aan door met zijn album wel binnen het traditionele country kader te blijven, maar tegelijkertijd ook erg progressief te werk te gaan. ‘METAMODERN SOUNDS IN COUNTRY MUSIC’ telt slechts 10 liedjes met een totaaltijd van 35 minuten. Overigens; ook dat was in de jaren 60 standaard; artiesten vulden ieder jaar een elpee met 2 x 5 liedjes die amper een half uur duurde.
Sturgill Simpson maakt op zijn 35 minuten durend album, getergde, rauwe muziek; je hoort dreiging in zijn stem, maar ook dat hij de zangvarianten, van scherp rockend tot snikkend en uiteindelijk ook behoorlijk soulvol beheerst. Samen met gebruikmaking van overstuurde gitaren, achterstevoren afgespeelde intermezzo’s en in galm gedompelde vocalen krijgen de countryliedjes een psychedelisch randje, maar het maakt het album daarmee uiterst intrigerend.
Volgens Simpson zelf is het album het beste te omschrijven als ‘country from outer space’ en daar kan ik me helemaal in vinden.

St. Paul & The Broken Bones - Half The City

De 7-mans formatie St. Paul & The Broken Bones is afkomstig uit Birmingham, Alabama. Als je ze voor het eerst hoort denk je met een zwarte soulband te maken te hebben, maar niets is minder waar. ‘St.’ Paul Janeway blijkt een echte bleekscheet te zijn en zijn begeleidingsband heeft al net zo’n nerdy uiterlijk als de enigszins gezette, brildragende frontman.
Het had allemaal iets anders kunnen lopen dan nu het geval is, want nog maar in 2012 stond iedereen op het punt zich te gaan focussen op een eigen carrière. Dat was voordat men zich realiseerde wat de stem van Paul Janeway teweeg kon brengen en dat die stem het middelpunt van hun muziek moest worden. Deze nieuwe gedachte resulteerde in het album ‘HALF THE CITY’ en veel live optredens waarmee ze inmiddels een behoorlijke reputatie hebben opgebouwd.
Ga maar eens luisteren naar: ‘Call Me ’
Het 12 nummers tellende album is goed voor net geen 40 minuten muziek; maar wat voor een bijna 40 minuten. Meer soul kan er eigenlijk niet worden ingelegd. St. Paul & The Broken Bones beheersen de Southern soul tot in de puntjes. Zij spelen met evenveel passie als hun grote voorbeelden. Het is diepe, broeierige soul die deze mannen brengen, met pieken en dalen en blazers die aanzwellen terwijl frontman Janeway het liefdesverdriet van zich afbrult. Bij veel van dit soort platen denk je vaak met weemoed aan de soulklassiekers van vroeger; maar niet bij ‘HALF THE CITY’.
De muziek op het album houdt de aandacht moeiteloos vast; gaat nergens vervelen. Natuurlijk is dit voor een groot deel te danken aan de buitengewoon soulvolle stem van Janeway, maar ook het prachtig vol klinkende geluid van de band en het aandeel van producent Ben Tanner (van The Alabama Shakes) dragen nadrukkelijk bij aan de kracht van het debuut van St. Paul & The Broken Bones. Hierbij komen nog eens de geweldige songs, die zich laten beluisteren als een verzameling gearriveerde soulklassiekers.
Een verrassend album dus. Misschien niet erg oorspronkelijk maar het heeft wel die klasse die aan het einde van het jaar een eervolle plek in de jaarlijstjes rechtvaardigt.
Ik sluit af met: ‘HALF THE CITY’ .

 

Hot Buskers - Sweet promenade

Een busker is van origine een straatmuzikant. Het gaat nog terug naar de tijd van de rondtrekkende minstreel en poëzie verkondigende bard. Het waren geen gemakkelijke tijden want straatartiesten werden destijds toch vaak gezien als bedelaars. Die tijden zijn gelukkig voorbij; het huidige busken heeft een meer romantischer inslag gekregen en het enige doel dat wordt nagestreefd is om mensen te entertainen en te amuseren in de hoop dat met een optreden iemands dag leuker wordt gemaakt.
De omgeving van Nederweert kent een buskergroep. Zij noemen zich Hot Buskers en bestaan uit 1 dame en vijf heren. Het zijn allen zeer ervaren muzikanten die door de jaren heen, in diverse samenstellingen op diverse festivals, zaaltjes en cafés hun muziek ten gehore hebben gebracht. Recent werd hun eerste studio-album afgeleverd; de titel is ‘SWEET STREET PROMENADE’.
Daarvan gaan jullie nu eerst luisteren naar: ‘You Don’t Have To Tell Me ’

Het album dat in een akoestische setting rondom 1 microfoon werd opgenomen, bevat 12 nummers. De muziek die wordt vertolkt op mandoline, gitaar, dobro, contrabas, mondharmonica en accordeon is een mengeling aan stijlen als swing, jazz, country en folk; kortom de wortels van de muziek die we tegenwoordig graag duiden als americana.
Naast 1 eigen geschreven nummer, het zojuist gehoorde ‘You Don’t Have To Tell Me ’ zijn het allemaal covers die zijn opgenomen. De keuze voor de artiesten die worden gecoverd mag opmerkelijk worden genoemd want naast hedendaagse muzikanten als James Harries, Matt Slusher en wat te denken van Barend Fransen en Ferdi Lancee die wij kennen van het Nederlands-Belgische muziekgezelschap: Gare Du Nord; komen we ook namen tegen van artiesten uit begin vorige eeuw zoals Shelton Brown of Andy Razaf.
Covers of niet, bij de Hot Buskers hoor je meteen het plezier dat deze mensen hebben in het maken van muziek. Busker zijn is een kwestie van eer. In die zin doen The Hot Buskers hun naam eer aan met het maken van aanstekelijke muziek. Dat daardoor iemands dag leuker wordt gemaakt staat buiten kijf. Op hun website wordt hun muziek omschreven als authentiek, ongepolijst, traditioneel en modern, toegankelijk en origineel. Beter zou ik het zelf niet kunnen weergeven; in elk geval is hier geen woord van gelogen. Luister zelf maar!!

Fred Eaglesmith - Tambourine

Met name in de jaren 90 heb ik Fred Eaglesmith met een meer dan gemiddelde belangstelling gevolgd. Hij was in die tijd veelvuldig in Nederland te vinden voor optredens. Ik verkeerde toen ook in de veronderstelling dat het wel goed zou komen met zijn carrière en dat een grote doorbraak niet lang op zich zou laten wachten. Tegenwoordig staat hij weliswaar als vermaard singer songwriter te boek, maar anderzijds heb ik niet de indruk dat hij bij het grote publiek die bekendheid heeft die hij wellicht verdiend heeft. Dit heeft hem in elk geval er niet van weerhouden om door te gaan met het maken van muziek op de manier zoals hij dat zelf wil; en mag hij zich ondertussen wel een muziekveteraan noemen, want sinds zijn titelloze debuutalbum uit 1980 zijn er twintig cd’s van hem verschenen. Het nieuwste album heet; ‘TAMBOURINE’.
Daarvan gaan jullie eerst luisteren naar: ‘Can’t Dance ’
Bij een nieuw album van Fred Eaglesmith is het altijd een beetje afwachten. Je weet nooit welke richting het uitgaat. Op zijn nieuwe album gaat hij terug naar de soulvolle, laat 60 er jaren; naar de muziek met psychedelica, een beetje donker, maar met duidelijke rock ’n roll invloeden. Wat door de jaren heen hetzelfde is gebleven, is het feit dat Eaglesmith de geboren verhalenverteller is; zijn stem leent zich bij uitstek voor zijn songs met een melancholische ondertoon, maar waar ook voldoende humor in te bespeuren valt, die het geheel ook weer de nodige luchtigheid meegeeft.
Ofschoon ik lange tijd niets meer van Fred Eaglesmith had gehoord, bemerk ik dat hij me met zijn nieuwe album, net als in de jaren 90, ook nu weer weet te raken met aangrijpende teksten en de oprechtheid waarmee hij zijn muziek presenteert.
‘TAMBOURINE’ is een album dat herinneringen oproept aan de laat 60’er / begin jaren 70. En Eaglesmith is in staat gebleken om anno 2014 te laten horen dat dit soort muziek nog steeds bestaansrecht heeft.

Ik sluit af met: ‘DRUNK GIRL’ .

 

Damien Jurado - Brothers And Sisters Of The Eternal Son

Eerlijk is eerlijk; tot voor kort had ik nog nooit van Damien Jurado gehoord. Enkele rondjes over internet leerden mij dat hij een uit Seattle afkomstige singer songwriter is die lange tijd in het folk-rockhoekje werd geplaatst en al ruim twee decennia muziek maakt. Zijn nieuwe album ‘BROTHERS AND SISTERS OF THE ETERNAL SON’ is inmiddels alweer zijn 11 e album. Jurado is daarnaast een overtuigd christen die ook op zijn nieuwe album de nummers veelal een religieuze ondertoon meegeeft.
Ga eerst maar eens luisteren naar:

 ‘Return To Maraqopa ’

Eenmaal de muziek van het nieuwe album gehoord hebbend, moest ik concluderen dat Damien Jurado het me wel een beetje moeilijk heeft gemaakt. Ik wist al niet wat ik van zijn muziek kon verwachten; maar om er vervolgens ook nog eens iets over te vertellen is weer een ander verhaal. Het komt er eigenlijk gewoon op neer dat de muziek van Damien Jurado moeilijk te categoriseren is. Verantwoordelijk hiervoor schijnt producer Richard Swift te zijn. Swift ook bekend van zijn werk met The Shins heeft er mede voor gezorgd dat de muziek klinkt zoals die klinkt. Dus… met invloeden van psychedelica uit de jaren 70 en met tracks die zonder meer aan het oeuvre van bands als Pink Floyd, Crosby Stills Nash & Young en The Beach Boys toegevoegd zouden kunnen worden.
Ondanks de moeilijk te vangen muziek lijkt er toch weer eens een wereld open te gaan, waarbij repeterende thema’s, funky bassen, handgeklap, trommeltjes en mooie koortjes te horen zijn; afwisselend van het ingetogen naar het meer bombastische werk en weer terug.
Het album is verder nog als een luxe editie te verkrijgen. Daarin bevindt zich een bonus cd waarbij enkele van dezelfde tracks door een dameskoortje wordt ondersteund.
Al met al een bijzonder album, weliswaar moeilijk te vangen muziek, maar desalniettemin muziek die goed in het gehoor ligt.
Alles overwegende doe ik misschien Damien Jurado wel het meeste recht met de opmerking dat, met een kleine verwijzing naar zijn christendom, zijn nieuwe album een hemelse plaat is geworden.

Ik sluit af met: ‘SILVER MALCOLM’.

Rosanne Cash - The river and the thread

Haar naam doet het waarschijnlijk al vermoeden. Roseanne Cash is inderdaad de dochter van de legendarische Johnny Cash. Het is bekend dat het voor zonen of dochters van bekende artiesten niet altijd even gemakkelijk is om, als ze in de voetsporen van hun bekende ouders treden, succesvol te kunnen zijn in hun carrière. Voor Roseanne Cash geldt eigenlijk hetzelfde. Lange tijd heeft zij in de schaduw van haar beroemde vader moeten staan. Gezondheidsproblemen zorgden er vervolgens nog eens voor dat het lang heeft geduurd alvorens zij weer met een album voor de dag kon komen. Dat album is er nu; de titel is: ‘THE RIVER & THE THREAD’.
Ga daarvan maar eens luisteren naar: ‘The Sunken Land ’
Voor het nieuwe album reisde Roseanne vanuit New York, waar zij tegenwoordig woonachtig is naar het zuiden van de VS. 58 jaar geleden stond daar namelijk haar wieg. Deze roadtrip mondde uit in een 11 tal nummers waarin blues, swamprock, country, gospel, bluegrass, rockabilly en soul met elkaar versmelten. Roseanne Cash heeft samen met haar echtgenoot John Leventhal de nummers geschreven. Bekend zijn levert het voordeel op dat er topmuzikanten bereid zijn om hun medewerking te verlenen. Op het nieuwe album komen we de namen tegen van o.a. Derek Trucks (!) die ook hier voor prachtig slide gitaarwerk zorgt. Als ook nog eens (ex-echtgenoot) Rodney Crowell, Kris Kristofferson, John Prine en Tony Joe White als achtergrondkoortje willen fungeren bij het nummer ‘WHEN THE MASTER CALLS THE ROLL’, dan mag dat toch wel heel bijzonder worden genoemd.
‘THE RIVER & THE THREAD’ is misschien niet die uitmuntende plaat die je had verwacht, maar het is zonder meer een goed album, hetgeen te danken is aan de mooie warme stem van Roseanne Cash en het prachtige geluid dat ruimte biedt aan het een behoorlijk aantal instrumenten. Het mooiste aan het album vind ik echter dat het allemaal heel ingetogen klinkt en er indringende verhalen worden verteld van een vrouw die na vele jaren New York eindelijk weer eens thuis is en zich verdiept in de rijke historie van het deel van de VS dat ze de rug had toe gekeerd. ‘THE RIVER & THE THREAD’ is een rootsplaat die de lat hoog legt en waarop Roseanne Cash veertig minuten lang verrast met ontroerende verhalen.

Ik sluit af met: ‘WHEN THE MASTER CALLS THE ROLL’.

 

Sugaray Rayford - Dangerous

De in Texas geboren Sugaray Rayford is voor velen een nieuwe naam. Hij groeide op met Gospel en Soul. Hij was bandleider van Aunt Kizzy’z Boyz; een band waarmee hij in 2006 een tweede plaats op de International Blues Challenge in Memphis behaalde. Dit bracht Sugaray meteen onder de aandacht van Delta Groove Productions directeur Randy Chortkoff. Toen de Mannish Boys op een gegeven moment een nieuwe frontman nodig hadden, was voor Chortkoff de keuze snel gemaakt. De rest is geschiedenis zoals dat zo mooi heet. ‘Dangerous’ is de titel van het debuutalbum van Sugaray voor Delta Groove Productions. Het is niet zijn echte debuut want dat beleefde hij al in 2010 met ‘Blind Alley’.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘Two Times Sugar ’
Het nieuwe album is naast een aaneenschakeling van klassieke en eigentijdse originele songs er tevens een van een aantal zelden gehoorde covers.
Voor het album zijn veel artiesten, en zeker niet de minsten, opgroepen om hun medewerking te verlenen; zo komen wij de namen van Mannish Boys’ Franck Goldwasser, Willie J. Campbell, Randy Chortkoff en Jimi Bott tegen, met daarnaast nog een aantal speciale gasten zoals Kim Wilson, Monster Mike Welch, Big Pete, Kid Andersen, bassist Bill Stuve, pianisten Anthony Geraci en Fred Kaplan en vocalist en harpmeester Sugar Ray Norcia.
Wat betreft de muziek op het album worden wij verwend met niet minder dan 14 nummers , zoals reeds eerder genoemd, deels zelf geschreven en deels minder bekende covers.
De mondharmonica heeft een prominente rol op het album en wordt door diverse meesters bespeeld. Op het Chicagoblues-achtige ‘Country Boy’ is Sugar Ray Norcia te horen. Norcia schreef overigens speciaal voor dit album het, zojuist gehoorde ‘Two Times Sugar’. Big Pete in zijn herkenbare stijl is te horen op ‘Keep Her At Home’, een nummer dat tevens aantoont dat humor niet vreemd is binnen de blues.

Sugaray lijkt op het album helemaal in zijn element. Of het nu op Gatemouth’s ‘Depression Blues’ is, in de beste West-Coast stijl, of op Son House’s ‘Preaching Blues’ met een prachtige slide erin van Franck Goldwasser, je kan niet anders dan onder de indruk zijn van het album, dat het nodige vuurwerk in zich heeft. In die zin had de titel van de plaat niet beter gekozen kunnen worden.

Ik sluit af met: ‘KEEP HER AT HOME’.

Drive-By Truckers - English Oceans

Drive-By Truckers uit Athens, Georgia beleefden zo ongeveer 16 jaar geleden hun debuut. Sindsdien zijn er toch al het respectabele aantal van minstens 10 albums van hen verschenen. De echte fan zal zich ongetwijfeld hun feitelijke doorbraak in 2001 met het op Southern Rock geënte ‘Southern Rock Opera’ herinneren. Gedurende de afgelopen jaren is er nog het een en ander veranderd. Eén van de belangrijke songwriters, Jason Isbell, verliet de band om een, inmiddels niet onverdienstelijke gebleken, solocarrière te starten. En ook Shonna Tucker verliet de band na het vorige album. Dat heeft voorman Patterson Hood er niet van weerhouden om er samen met Drive-By Trucker van het eerste uur Mike Cooley de schouders er onder te zetten en met het nieuwe album ‘English Oceans’ voor de dag te komen.

Daarvan gaan jullie maar eens eerst luisteren naar: ‘Primer Coat’

‘English Oceans’ is een verrassend veelzijdig album waarop de Drive-By Truckers steeds weer een net iets ander geluid laten horen. Overigens heb ik inmiddels ook al kritieken gelezen waaruit blijkt dat niet iedereen het hiermee eens is. IK heb zelfs reacties voorbij zien komen waar wordt gemeld dat men een beetje ontgoocheld is geraakt in de band en dat men er een beetje moe van begint te worden.
Voor mij gaat dat zeker niet op; toegegeven.. het album brengt niets dat ik niet zou verwachten, maar ik vind het mooi om lekker in het gehoor liggende songs, zowel rock ’n roll als de meer ingetogen songs die voor alt country door kunnen, op één album tegen te komen. En wat er ook van wordt gezegd, uiteindelijk blijkt ‘English Oceans’ gewoon een echte Drive-By Truckers plaat. Het weet misschien niet zo te imponeren als ‘Southern Rock Opera’ van 13 jaar geleden en waarschijnlijk zullen de Drive-By Truckers er geen nieuwe zieltjes mee winnen. Voor mij blijft het nieuwe album bovengemiddeld goed met een aantal topsongs. Een ieder die de band al 16 jaar een warm hart toedraagt zal ook nu weer genieten .

Ik sluit af met: ‘HANGING ON’.

Robben Ford - A Day In Nashville

Robben Ford, inmiddels toch ook al weer 62 jaar oud, is een blues-, jazz- en rockgitarist. Hij groeit op in Ukiah, CA. en krijgt vooral naamsbekendheid als hij in 1986 wordt gevraagd om bij Miles Davis gitaar te komen spelen tijdens diens wereldtournee. Miles Davis is overigens niet de enige die van Ford’s diensten gebruik heeft gemaakt. Robben Ford is namelijk ook te horen op albums van o.a.: Jimmy Witherspoon, George Harrison, Joni Mitchell, Little Feat en de Yellowjackets. Robben Ford’s eerste album dateert uit 1972. Zijn nieuwe, en inmiddels 25e album, heeft de titel ‘A DAY IN NASHVILLE’. Een alleszeggende titel, want het album werd namelijk in 1 dag opgenomen in de beroemde Sound Kitchen Studio in Nashville.

Ga maar eerst luisteren naar: ‘TOP DOWN BLUES’
 

Een album in 1 dag opnemen kan niet zomaar; daar zijn goede voorbereidingen voor nodig en verder ook topmuzikanten, als begeleiding. Wat dat betreft heeft Robben Ford het wel goed voor elkaar want op het album wordt hij bijgestaan door: Audley Freed (Black Crowes) op gitaar, Ricky Peterson (David Sandborn) op toetsen, Brian Allen (Jason Isbell) op bass, Wes Little (Sting) op drums en Barry Green (Tony Bennett) op trompet.
Het album bevat natuurlijk een paar traditionele stukken, zoals ‘Poor Kelly’s Blues’ en ‘Just Another Country Road’, maar er komen ook andere muziek stijlen voorbij. Zo hebben we het funky achtige instrumentale ‘Thump And Bump’ , het soulvolle R&B-achtige ‘Different People’. Echter het mooiste nummer van het album is toch wel het ruim zeven minuten durende ‘Cut You Loose’, waarin Ricky Peterson helemaal los gaat op zijn orgel; Barry Green een mooie trompetsolo aflevert en Robben Ford met zijn heel herkenbaar gitaarspel (slaggitaarwerk met heldere akkoorden) aantoont dat hij niet voor niets door een Amerikaans magazine is verkozen in de lijst van ’s werelds meest belangrijke gitaristen. Er is nog helemaal geen sprake van sleet op zijn muzikaliteit. Misschien is het allemaal wel iets rustiger, maar hij blijft niettemin een briljant muzikant.

Ik sluit af met: ‘JUST ANOTHER COUNTRY ROAD’.

ED ASKEW - FOR THE WORLD

De 73-jarige Amerikaanse songwriter en schilder Ed Askew maakt al sinds 1966 onophoudelijk muziek; daarnaast werkte hij lange tijd als leraar op een dure privéschool in Connecticut. In 1987 verhuisde hij naar New York om daar verder te musiceren en te schilderen. Dat het hier om een bijzonder iemand gaat mag wel blijken uit het feit dat hij één van zijn eerdere albums al veertig jaar op de plank had liggen alvorens dit pas in 2007 uit te brengen. En ook zijn allereerste toernee door de VS maakte hij pas toen hij de leeftijd van 71 jaar had bereikt. Niet meer dan logisch, maar eigenlijk hoog tijd, dat nu ook Europa met zijn nieuwste album ‘FOR THE WORLD’ kennis kan maken.

Ga luisteren naar: ‘ So’.

Askew is een zanger met songteksten die over het leven gaan. Voor zichzelf heeft hij daarbij de rol van toeschouwer op zich genomen. Al meteen bij het openingsnummer ‘RADIO ROSE’ krijg ik de indruk met iets bijzonders geconfronteerd te worden. Het nummer heeft een bijzonder piano-intro waar even later de mondharmonica bijkomt. En zo zijn er nog diverse bijzondere momenten op het album te horen; het zijn de momenten dat Askew met zijn doorleefde en emotievolle stem onder begeleiding van piano, gitaar, banjo, bas, xylofoon, harp en mondharmonica je merendeels melancholische teksten met soms ook wel een luchtige kant voorschotelt. In dit geheel mogen de gastbijdragen van Mary Lattimore, Marc Ribbot en Sharon van Etten niet onbenoemd blijven. Zij zorgen er mede voor dat het album songs bevat die weten te ontroeren en anders klinken dan we doorgaans in het singer-songwriters-genre gewend zijn.
Nu ik het album een aantal keren gehoord heb; kan ik alleen maar hopen dat er nog meer platen van Askew zullen verschijnen. In de tussentijd zal ‘FOR THE WORLD’ een album blijven om te koesteren en om zuinig op te zijn.

Ik sluit af met: ‘PAPER HORSES’.

TINSLEY ELLIS - MIDNIGHT BLUE

Tinsley Ellis geboren in Atlanta in 1957 begon met gitaarspelen toen hij acht jaar oud was. Net als bij vele anderen waren het niet de Amerikaanse artiesten waardoor hij met bluesmuziek in aanraking kwam, maar was de zogenaamde ‘Britse invasie’ van bands als The Yardbirds, The Animals, Cream en The Rolling Stones daar debet aan. Pas later leerde Ellis de muziek van Freddie, B.B. en Albert King kennen en waarderen en ging hij een voorliefde voor hun muziek ontwikkelen. Een gebeurtenis tijdens een optreden van BB King deed hem uiteindelijk besluiten bluesgitarist te worden. BB King speelde het klaar om tijdens het spelen een snaar te verwisselen zonder een noot te missen. Voor Tinsley Ellis was het toen duidelijk; hij wilde ook een bluesgitarist worden. En die snaar…? die blijkt hij nog steeds in bezit te hebben.

Zijn nieuwste album heet ‘MIdnight Blue’; Ga daarvan luisteren naar ‘Surrender’.

Tinsley Ellis is een zanger / gitarist / songwriter die vaak wordt vergeleken met Stevie Ray Vaughan. Hij begeeft zich in het genre van de bluesrock; op zich genomen een moeilijk genre. Het gevaar schuilt namelijk in het idee dat je inmiddels alles wel een keer gehoord hebt en de verveling daardoor op de loer ligt. Daarom moet je tegenwoordig onderscheidend kunnen zijn om de interesse vast te houden.
Op zijn nieuwe album lijkt dat Ellis wel aardig te lukken. De 10 zelfgeschreven songs die opgenomen werden in The Rock House, Franklin TN. kennen stevige maar nooit vervelende gitaarsolo's. Er staan drie nummers op van bijna zeven minuten, vijf van meer dan vier en twee van meer dan drie minuten. Alles bij elkaar dus goed voor 45 minuten bluesrock. Het is niet allemaal krachtig rockend wat de klok slaat, er is ook ruimte voor akoestische geluiden. Bij sommige nummers zoals ‘THAT’S MY STORY’; ‘THE ONLY THING’ en ‘HARDER TO FIND’ zijn de invloeden van Clapton duidelijk te horen. Om aan te tonen dat hij met zijn muziek ook nieuwe wegen wil bewandelen komen ook meer R&B-achtige tracks op het album voor en durft Ellis bij het nummer ‘IT’S NOT FUNNY’ er een New Orleans shuffle tegenaan te gooien en zijn liefde voor Ray Charles te betuigen.
De nadruk bij dit album ligt op het gitaarspel van Ellis. De overige bandleden spelen een louter ondersteunende rol. Tinsley Ellis laat met dit album in elk geval een uitstekend visitekaartje achter en toont tevens aan tot de top van de bluesrock gerekend te kunnen worden.

Ik sluit af met: ‘That’s My Story’.

 

Matt Andersen - Weightless

Je staat er niet altijd bij stil, maar zo af en toe komt er vanuit Canada een naam overwaaien die wel interessant te noemen is. Daar zou over enige tijd die van Matt Andersen wel eens aan toegevoegd kunnen worden, want potentie heeft deze zanger / gitarist wel gezien het feit dat hij in 2012 drie Maple Bues Awards gewonnen heeft en een nominatie voor de British Blues Awards in de wacht heeft gesleept. Andersen’s muzikale carrière startte in 2002 en sindsdien heeft hij veel optredens (gemiddeld 200 per jaar) gehad in Canada, de Verenigde Staten en Engeland. Zijn nieuwste album ‘Weightless’ meegerekend doet de teller op 8 soloalbums belanden. De voorlaatste cd ‘Coal Mining Blues’ dateert van 2011 en werd opgenomen in de studio van Levon Helm in Woodstock, New York. Aan dat album hebben Garth Hudson en Amy Helm nog hun medewerking verleent.

Ga luisteren naar het titelnummer ‘Weightless’.
Producer van het nieuwe album is Steve Berlin (ook bekend van Los Lobos). Het 12 nummers tellende album heeft veel elementen van blues en folk en in lichtere mate ook van country in zich. Daarmee is het eigenlijk een album dat bij uitstek geschikt is voor de americana liefhebber. De diversiteit aan stijlen maakt het album namelijk aantrekkelijk voor fans uit diverse genres.
Meest opvallende aan de muziek van Andersen is zijn stem en gitaarspel. Wat het laatste betreft; normaliter schijnt hij er de gewoonte op na te houden om zijn gitaarsoli erg uit te spinnen. Op zijn nieuwe album houdt hij zich wat dat betreft op de vlakte. Dit komt het album wel ten goede; het geeft een compacter beeld weer, waarbij desondanks duidelijk te horen is dat wij bij Andersen met een begenadigd gitarist te maken hebben. Dan zijn stem; Ik merk dat zijn stem mij bij tijden erg doet denken aan die van Joe Cocker. Ook dat gruizige en doorleefde dat nodig is om een bluessong goed te zijn recht te laten komen. Een stem die zich dan ook uitstekend leent voor de songs die op het album staan.
Overall gezien en gehoord vind ik ‘Weightless’ een aangenaam album, niet alles op het album kan mij bekoren, maar er staan genoeg nummers op het album die het rechtvaardigen om Matt Andersen in de gaten te houden voor de toekomst.
Ik sluit af met: ‘Between The Lines’.

DAVID CROSBY - CROZ

Het mag nog een wonder heten dat David Crosby de leeftijd van 72 jaar heeft bereikt, want een gezonde levensstijl heeft hij er bepaald niet op nagehouden. Naast zijn alcohol- en drugsverslavingen, maar misschien ook wel als gevolg daarvan, heeft hij lichamelijk al een en ander te verduren gehad, zoals een levertransplantatie in 1993 (overigens werd die door Phil Collins betaald); hij heeft suikerziekte en nog maar vorige week heeft hij een hartoperatie ondergaan omdat er een bloedprop in een van de slagaderen was ontdekt. Ook op het criminele vlak heeft David Crosby een reputatie, namelijk een 9 maanden durend verblijf in de gevangenis vanwege verboden drugs- en wapenbezit.
Nee…… dan heb ik het toch liever over de andere kant van David Crosby, die van zanger / muzikant en medeoprichter van legendarische bands als The Byrds en Crosby Stills, Nash & Young.

Genoeg over zijn verleden dus; tijd om te gaan luisteren naar ‘What’s Broken’.
Zijn vorige solo-album dateert alweer van 21 jaar geleden. Niet dat hij al die tijd heeft stilgezeten. In de tussenliggend periode zijn er de nodige live-cd’s en 2 studio-albums met de formatie CPR (waarvan ook zijn zoon Raymond deel uitmaakt) uitgebracht. Op ‘Croz’ is er ook weer een belangrijke rol voor Raymond weggelegd. Niet alleen als producer van het album, maar ook als verantwoordelijke voor een aanzienlijk deel van de instrumentatie en als schrijver van een aantal nummers.
David Crosby heeft op het muzikale vlak een behoorlijke staat van verdienste en niemand zal dan ook vreemd opkijken dat de gastenlijst op ‘Croz’ enkele grote namen bevat waaronder die van Mark Knopfler. Er wordt op het album smaakvol, maar ingetogen gemusiceerd; erg laid back zoals dat tegenwoordig zo mooi heet. Opzien baren doet het allemaal niet, maar gezien het oeuvre van David Crosby denk ik dat niemand daar verder aanstoot aan zal nemen. Zeker niet als je net als David Crosby op je 72e nog zo goed bij stem blijkt te zijn. Dat is goed te horen in de samenzangen van Crosby met zijn muzikale gasten; maar ook als hij solo zingt klinkt het allemaal heel erg soepel en is er maar weinig slijtage te horen. ‘Croz’ is daarmee een aangename en goed gemaakte plaat. Voldoende reden om over dit album van een icoon uit de geschiedenis van de popmuziek heel tevreden te zijn.
Ik sluit af met: ‘Radio’.

TANGLED EYE - DREAM WALL

Tangled Eye is een trio waarvan de afzonderlijke leden al een behoorlijke carrière achter de rug hebben. Te beginnen met Jan Mittendorp; oprichter van platenlabel Black & Tan; DJ bij zijn andere project (MixenDorp) en begeleider van o.a. Larry Garner en Boo Boo Davis. Vervolgens Jasper Mortier die het podium heeft gedeeld met o.a. Philip Walker en Eddy Clearwater en last but not least DeDe Priest, van oorsprong een Texaanse, maar die in Europa haar tweede thuishaven vond en daar al op de podia van diverse festivals heeft gestaan.
Sinds 1 jaar is deze band bij elkaar en nu al verschijnt er een album met daarop 14 eigen geschreven nummers.

Ga maar luisteren naar: ‘Dirty Faces’.

‘Dream Wall’ heeft mij verrast. Verwacht geen album met de meer traditionele bluesmuziek; iets wat gezien de achtergrond van het trio zeker niet zo vreemd zou zijn. Ik zal hier geen nummers die op het album staan gaan nader uitlichten, want het gaat mij toch meer om het totaalbeeld en de sfeer die het album oproept. Die sfeer wordt mede veroorzaakt door de rollen die de afzonderlijke leden op zich hebben genomen. Jan Mittendorp bijvoorbeeld heeft de bas en gitaarpartijen samengevoegd hetgeen ongewone geluiden oplevert. Dan Jasper Mortier die eigenlijk basgitarist is, maar nu heeft plaatsgenomen achter het drumstel en tot slot Dede Priest, een klassiek geschoold violiste, die voor dit album dat instrument weer ter hand heeft genomen. Het resultaat is zoals gezegd verrassend; er wordt een duister, sinister en om in die termen te blijven soms ook wel een beetje angstaanjagend beeld geschapen waarbij de invloeden van alle kanten, zoals blues, rock en folk lijken te komen aanwaaien. Eerlijk gezegd is het aanvankelijk behoorlijk wennen, totdat je het punt hebt bereikt waar verrassing plaatsmaakt voor nieuwsgierigheid. Nieuwsgierig naar wat er nog meer gaat komen. Dan ben je op het punt aanbelandt waar je wezen moet en gaat er een wereld voor je open.
Als je in staat bent om zoiets teweeg te brengen dan mag je dat best wel geslaagd noemen. ‘Dream Wall’ voldoet aan dat criterium en daarmee lijkt dit eigenwijze trio een goede start te hebben gemaakt.
Ik sluit af met: ‘Doctor Man’

DOUG PAISLEY - STRONG FEELINGS

De naam van de uit Toronto afkomstige Doug Paisley was ik eigenlijk nog niet tegengekomen en dat terwijl hij toch al de nodige jaren meedraait in de muziekwereld. Als je al meer over hem te weten wilt komen dan zul je dat moeten zoeken in de country - en folkscene. In de pers wordt hij omschreven als de bijna perfecte singer songwriter en de anti-star. Zijn discografie telt inclusief zijn nieuwste album Strong Feelings een totaal aantal van 5 albums. Zijn voorlaatste album ‘Constant Companion’ kwam uit in 2010.

Ga maar luisteren naar: ‘Radio Girl’.

Enige bescheidenheid kun je Paisley niet ontzeggen als hij zijn nieuwe album met ‘Gewoon 10 nieuwe nummers’ omschrijft. En ofschoon hij wel uit die hoek vandaan komt vindt hij het ook prima dat hij dit keer geen alternatief tintje aan zijn muziek heeft meegegeven. Hij heeft gekozen voor 10 eerlijke nummers met simpele muziek. Het zou te kort door de bocht zijn om het hierbij te laten want er is wel meer over het nieuwe album te vertellen. Voor mij is het meespelen van Garth Hudson (jawel die van The Band) op orgel het meest opzienbarende. En ook de bijdrage van zangeres Mary Margaret O’Hara is van toegevoegde waarde voor het album.
‘Gewoon 10 nieuwe nummers’ vind ik eigenlijk ook wel een understatement. Zo gewoon is het niet als je iemand met jouw muziek kunt terugvoeren naar de klassieke sounds van de zeventiger jaren. Soms klinkend als een country veteraan en op andere momenten iets van Bob Dylan naar boven laten komen. Zo vertrouwd maar tegelijkertijd ook weer fris.
Eigenlijk heb ik het met ‘Strong Feelings’ over een tijdloos album. Pure nostalgie; …….heerlijk……
Het zou leuk zijn als hij Nederland eens zou aandoen; ik zou zeker een kijkje gaan nemen.
Ik sluit af met: ‘Old Times’

 

 

ISRAEL NASH - ISRAEL NASH' RAIN PLANS

Sinds ik in 2009 kennis maakte met Israel Nash Gripka’s debuutalbum ‘New York Town’ mag je wel zeggen dat ik min of meer een beetje verslingerd ben geraakt aan deze Amerikaanse singer songwriter. Zijn tweede album ‘Barn Doors and Concrete Floors’ uit 2011 is nog regelmatig in mijn cd-speler te vinden en ik vind het nog steeds allemaal even prachtig klinken.
Hij leidt een nogal afgeschermd leven. Veel is er dan ook niet over hem te vertellen. Geboren en getogen in Missouri en op latere leeftijd verhuisd naar New York. Voor zijn nieuwe album verhuisde hij naar de omgeving van Austin Texas. Ook over de samenstelling van de band valt weinig meer te vermelden dan dat Israel Nash zelf de gitaar speelt en dat hij wordt ondersteunt door, eveneens op gitaar, Joey McClellan.

Luister maar eerst naar: ‘Woman At The Well’.

Op zijn album ‘Israel Nash’s Rain Plans’, heeft Israel Nash Gripka het roer omgegooid. Het feit dat hij zijn toevlucht naar een rustig plaatsje vlakbij Austin heeft gezocht is op het nieuwe album te horen. Waren zijn vorige albums nog van rock invloeden voorzien, zijn nieuwe album klinkt anders. Ik kan me dus ook zomaar voorstellen dat degene die een vervolg op zijn voorlaatste album, ‘Barn Doors and Concrete Floors’ verwacht enigszins teleurgesteld zal zijn. De rockinvloeden op vorige albums hebben namelijk plaatsgemaakt voor meer psychedelische invloeden. Gripka’s muziek wordt vaak vergeleken met Neil Young. Als je luistert naar nummers als ‘Just Like Water’ en ‘Who In Time’ zul je weten wat ik bedoel. Maar daar mag het dan, wat mij betreft, met de vergelijkingen ophouden. Israel Nash Gripka zou niet deel moeten hoeven uitmaken van onze hokjesgeest.
Met ‘Israel Nash’s Rain Plans’ is hij een iets andere, bredere weg ingeslagen. Het is jammer dat hij nog moet worden ontdekt door de grote massa. Ik hoop dat hij met dit album nieuwe fans zal trekken; want als ik het iemand gun dan is het wel Israel Nash Gripka.
Ik sluit af met een van mijn favoriete nummers van het album: ‘Rexanimarum’

Het was me weer een genoegen

Tot de volgende keer

DANNY BRYANT - HURRICANE

"HURRICANE" is het zevende studio album van de 32 jarige Danny Bryant. De in Hereford geboren Engelsman begon gitaar te spelen toen hij 15 jaar oud was; drie jaar later was hij al professioneel bezig. Danny Bryant is een protegé van Walter Trout. Regelmatig laat hij horen hoeveel steun hij heeft gehad van Walter Trout.
Met de carrière van Danny Bryant gaat het inmiddels ook erg goed. Zeker de laatste jaren is hij heel succesvol. Muzikaal wordt hij ondersteunt door vader Ken Bryant op bass en Trevor Barr op drums. Producer van het album is Richard Hammerton (ook bekend van the Manic Street Preachers); hij is op het album op keyboard te horen.
Ga maar luisteren naar: ‘PRISONER OF THE BLUES’.
De negen nummers op het album zijn allemaal door Danny Bryant zelf geschreven. Opener ‘PRISONER OF THE BLUES’ is stevige bluesrock. Voor diegenen die bekend zijn met het werk van Danny Bryant zal het wel geen verrassing zijn om te horen wat Bryant zoal met zijn gitaar kan. Op dit nummer geeft hij in elk geval een prima gevoelige solo weg. Heel anders klinkt hij bij het nummer ‘GREENWOOD 31’ een eerbetoon Hubert Sumlin. Titelnummer ‘HURRICANE’ daarentegen kan mij minder bekoren; wat mij betreft is dit ook het minste nummer van het album. Heel erg is dat ook weer niet want er staan genoeg nummers die de toets der kritiek goed kunnen doorstaan. In die nummers weet Bryant je met spetterend gitaarwerk te pakken. Andere, leuke bijkomstigheid is de mooie achtergrondzang bij diverse nummers. Hiermee lijkt Bryant aan te willen geven dat hij ook nieuwe wegen durft in te slaan.
En zo komen we uiteindelijk bij mijn favoriete nummer op het album terecht; afsluiter ‘PAINKILLER’. Bryants echtgenote Kirby speelt op dit nummer op mandoline mee. Dit nummer vormt een mooi begin van een mooi eind. Eerst hoor je een akoestische gitaar waar doorheen de piano klinkt; allemaal ingetogen totdat Bryant op een gegeven moment helemaal los gaat in een prachtige gitaarsolo. Een mooiere afsluiter voor een album is nauwelijks denkbaar.

Met dit mooiste nummer wil ik ook afsluiten; ‘PAINKIKLLER ‘ een mooi startsein voor de vakantie.

PETER BEEKER & ONGENODE GASTEN - EXOTA

Krap anderhalf jaar na het vorige titelloze album is er weer een nieuw album uit (inmiddels alweer het vijfde) van Peter Beeker en zijn Ongenode Gaste. De band heeft de afgelopen periode veelvuldig opgetreden in zowel binnen- als buitenland. Dat laatste met name in Duitsland en België. Gezien de recensies die her en der verschenen zijn mag je gerust stellen dat het de band momenteel voor de wind gaat. Om Leon Verdonschot (ook niet de minste) maar eens te citeren zou Peter Beeker : ‘in een rechtvaardige wereld allang een ster zijn’. Mooier kun je het als band met alleen maar dialectnummers eigenlijk niet hebben.
Ga maar luisteren naar: ‘SPLINTERNIEJ MESJIEN’.
Van het vorige album kan ik me nog herinneren dat ik daar aangenaam door was verrast. Ik heb mijn aanvankelijke vooroordelen over een dialect-cd destijds aan de kant kunnen zetten. Een mooie opmaat dus om het nieuwe album te beluisteren.
Op het nieuwe album ‘EXOTA’ gaat Peter Beeker & De Ongenode Gaste door waar zij bij hun vorig album zijn opgehouden. Er staan 11 nieuwe, eigen liedjes op, die soms wel rootsy klinken of waar ook de blues in doorsijpelt; echter je doet het album het meeste recht als je gewoon over rockmuziek praat.
De afzonderlijke nummers gaan evenals bij het vorige album ook nu weer over de alledaagse dingen van het leven. Het is echter weer de enorme gedrevenheid die kan variëren van stampende rock tot de meer ballad-achtige nummers die het album, samen met de ongepolijste, rauwe stem van Peter Beeker zo bijzonder maken.

Exota is een plaats die eigenlijk nergens te vinden is. Het is een bestemming voor een reis die nooit eindigt. In die zin is het de juiste titel voor het album. Ik geloof namelijk ook niet dat Peter Beeker & Ongenode Gaste er op uit zijn om een eindbestemming te vinden voor hun muziek; meer voor de hand lijkt te liggen dat ze op deze manier door kunnen gaan met het maken van muziek en het raken van de mensen met hun pakkende teksten.

Hou je een beetje van stevige muziek dan is ‘EXOTA’ zeker een aanrader ; de enige keuze die je dan hoeft te maken is of je het album op vinyl dan wel op cd wilt hebben.

Ik sluit af met: ‘OP DIEN SLUP ‘

GUY DAVIS -JUBA DANCE

Guy Davis, Keb Mo, Robert Cray en Eric Bibb hebben met elkaar gemeen dat ze in de vroege jaren zestig geboren zijn. Alle vier zijn het goede songschrijvers en genieten een behoorlijke reputatie in de bluesscene. Guy Davis is daarnaast ook nog bekend vanwege zijn werk in het theater. Hij is een rasperfomer; één van de meest charismatische, doorleefde bluesartiesten van het moment die al een aantal releases op zijn naam heeft staan. Vorig jaar verscheen nog ‘THE ADVENTURES OF FISHY WATERS’ van zijn hand. Daar kan nu weer een nieuw album aan worden toegevoegd. Bij mijn weten al zijn vijftiende. De titel is ‘JUBA DANCE’.
Ga daarvan maar eerst luisteren naar:

 ‘SEE THAT MY GRAVE IS KEPT CLEAN’.
 

Wie Guy Davis een beetje kent weet dat hij garant staat voor kwaliteit. Niet dat een nieuw album je altijd zal verrassen of uitdagen. Wat dat betreft is er ook bij het nieuwe album niets nieuws onder de zon. Het is met name de eerlijke benadering van de blues die de muziek van Davis zo bijzonder maakt. Hij doet dat door een mix van eigen songs en covers te presenteren op de hem zo kenmerkende verhalende manier.
Op het nieuwe album is niet alleen Guy Davis te horen. Hij laat zich bijstaan door mondharmonicaspeler Fabrizio Poggi. Wat mij betreft een schot in de roos. Fabrizzio Poggi blijkt een absolute meerwaarde voor het album. Met zijn mondharmonica gaat hij regelmatig het duel aan met de stem van Davis. Uit zijn manier van spelen wordt duidelijk waarom al meerdere bluesartiesten ooit een beroep op hem hebben gedaan.
Hij is echter niet de enige die acte de présence geeft op het album. Zojuist hebben jullie al The Blind Boys Of Alabama op ‘SEE THAT MY GRAVE IS KEPT CLEAN’ gehoord. Het nummer, origineel van Blind Lemon Jefferson, krijgt door de bewerking op het album een gospelachtig tintje mee waarmee het een uitermate mooie song wordt.
Ook de bijdrage van Lea Gilmore Op ‘SOME COLD RAINY DAY’ mag niet onbenoemd blijven. Weer wordt er blues met gospel vermengd; eveneens met een fraai resultaat.
En zo gaat het op het album bijna een uur door. Guy Davis toont weer eens aan hoe mooi blues kan zijn. Toch een hele prestatie om ondanks weinig verrassend of uitdagend te zijn, wel een heel degelijk en goed album af te kunnen leveren.
 

Ik sluit af met: ‘SATISFIED ‘

MALDIVES - MUSCLE FOR THE WING

Begin deze eeuw ontstond in Seattle een formatie genaamd The Maldives. Liedjesschrijver, zanger en frontman van de band Jason Dodson is de baas van dit alt-country bandje. Vroeger was het een negenkoppige band, maar Jason Dodson, heeft de meer traditionele instrumenten (viool, pedal steel) plaats laten maken voor een iets minder verfijnde, meer gitaargeoriënteerde roots-rock sound. Eind vorig jaar verscheen de derde plaat van The Maldives, ‘MUSCLE FOR THE WING’.
Ga luisteren naar: ‘COME ON, COME ONE’.
Bij relatief onbekende bands heb ik nogal eens de neiging om de muziek te vergelijken met die van andere bands. Dat ik de muziek ergens een plaats wil geven zal dan wel iets meer over mezelf zeggen, maar dat terzijde. In het geval van The Maldives betekent het dan wel dat ik hun muziek vind passen in het rijtje van bands als Wilco, The Drive-By Truckers, The Band Of Heathens en My Morning Jacket.
The Maldives weten invloeden uit een aantal decennia countryrock en alt-country om te smelten tot frisse rootsmuziek, maar daar tevens een flinke dosis gitaarpop aan toe te voegen.
Het album blinkt verder uit van diversiteit; opener ‘I’M GONNA TRY’ duurt maar liefst 6 minuten; de stijl van het nummer is dermate anders dat het wel even schakelen is als het volgende nummer, country rocker ‘COME ON, COME ON’ uit de speaker klinkt. ‘BLOOD ON THE HIGHWAY’ staat bol van eigenzinnigheid. Bij afsluiter; het meer dan 7 minuten durende ‘GO BACK TO VIRGINIA’ druk ik vaak de repeatknop in, zo zeer ben ik daarvan onder de indruk.
Eigenlijk kan ik dan ook alleen maar onder de indruk zijn van deze band; ik hoor namelijk gewoon alles waarom ik zo van dit genre houd: goed in het gehoor liggende rocksongs; eenvoudige songs die toch ook weer vernuftig in elkaar steken. Mooie samenzang en gitaarpartijen. Luister maar eens goed naar ‘MUSCLE FOR THE WING’ en het lijkt me sterk dat er geen hele brede glimlach op je gezicht verschijnt.
Ik sluit af met: ‘LATELY I ‘

MR. BOOGIE WOOGIE - ‘BIG EASY’


Achter Mr. Boogie Woogie gaat de naam van Erik Jan Overbeek schuil. In 2010 werd hij door de Dutch Blues Foundation uitgeroepen tot beste pianist; en ook dit jaar gaat hij daarvoor genomineerd worden. Na een succesvolle ‘Boogie Blues Night Tour”, waarop een ode werd gebracht aan de muziek van Fats Domino heeft hij nu samen met Frank Duindam op drums; Harm van Sleen op bass en aangevuld met een blazerssectie een nieuw album samengesteld.
Ga luisteren naar: ‘ANOTHER MULE’.
Met een naam als Mr. Boogie Woogie had ik eigenlijk wel verwacht ook veel boogie woogie te horen. Dat valt op het nieuwe album dan wel weer mee. Op de nummers ‘WORRY NO MORE’ en ‘FATS FRENZY’ na, welke overigens wel weer duidelijk maken dat Overbeek inderdaad een goed boogie woogie pianist is. Voor het overige zijn de covers op het album ( want het hele album bestaat voor het merendeel uit covers van Fats Domino, Randy Newman, Hank Williams en Allain Toussaint) pure blues uit New Orleans.
Let wel! Er staat goede, zo niet heel goede muziek op het album; Overbeek is goed bij stem en speelt zoals gezegd heel goed piano. Daarnaast wordt er ook nog eens heel veel ruimte geboden aan de blazerssectie. Gevolg van dit alles is dat het behoorlijk swingt en het prettig is om naar te luisteren.
Maar toch…. Het mag dan allemaal klinken als een klok en de nummers mogen ook zijn voorzien van nieuwe, eigenzinnige arrangementen; het gevoel dat ik alleen maar covers aan het beluisteren ben blijft ook wel een beetje aan mij knagen. Het zal toch niet zijn dat met een titel als ‘BIG EASY’ de boodschap wordt afgegeven dat het erg gemakkelijk is om met andermans muziek een album van in totaal 15 (!!!!) nummers te maken??
Ik wil daar niet op doorredeneren en om nou verder niet al te zuurpruimerig over te willen komen richt ik me liever op de muziek op het album, die staat namelijk gewoon als een huis. Net zo makkelijk.

Ik sluit af met: ‘NEW ORLEANS AIN’T THE SAME ‘

KING OF THE WORLD - CAN'T GO HOME

Erwin Java, jarenlang gitarist bij Cuby & The Blizzards, Fokko de Jong, al 20 jaar drummer bij Normaal, bassist Ruud Weber spelend bij Snowy White en toetsenist Govert van der Kolm, regelmatig Matt Schofield en Coco Montoya begeleidend, slaan in 2011 de handen in elkaar en vormen de nieuwe groep King Of The World. Vrijwel meteen wordt er gesproken over een supergroep. Na eerst een aantal optredens te hebben verzorgd dook de groep de studio in voor het maken van een album. Inmiddels is er ‘ CAN’T GO HOME’; een album met daarop 13 tracks, waarvan 10 geheel eigen nummers zijn.
Ga luisteren naar: ‘MR. BIG SHOT’.
Het merendeel van de nummers is door Ruud Weber geschreven. De covers op het album zijn: ‘BROKE AND LONELY’ van Johnny Guitar Watson; ‘SHE’S A BURGLAR’ van Freddy King en Ray Chales’ ‘LET’S GO GET STONED’. Over de muziek op het album kan ik kort zijn. Dat steekt namelijk goed elkaar. Iedereen doet wat hij moet doen, Erwin Java laat met regelmaat fijne gitaarsoli horen, Fokko de Jong zorgt voor het solide drumwerk en Govert van der Kolm excelleert op het Hammondorgel.
Afsluiter van het album is het bijna negen minuten durende ‘CAN’T GO HOME’; een ode aan hun overleden vriend en bluesbrother Harry Muskee. Het is meteen het beste nummer van het album. De band die men met Muskee had is meteen voelbaar. Hiermee kom ik dan ook meteen op mijn punt van kritiek, want nergens anders op het album kom ik datzelfde emotionele gevoel tegen en dat is natuurlijk wel wat sterke blues nodig heeft. Over het geheel genomen ervaar ik dat dan nog het meeste als een gemis. Temeer omdat het voor het overige een gevarieerd album is waarbij het technisch gezien helemaal klopt. Was dezelfde bezieling als bij het laatste nummer van het album hoorbaar geweest bij de andere nummers, dan had ik over het bijna perfecte album kunnen spreken.

Ik sluit af met: ‘SHE’S A BURGLAR ‘

EMIL LANDMAN - ‘A BARGAIN BETWEEN BEGGARS’

Emil Landman??! Ik had nog niet eerder van hem gehoord; maar hij blijkt gewoon uit Nederland afkomstig te zijn. Uit Utrecht om precies te zijn. Vorig jaar rondde hij de Herman Brood Academie af en kwam hij in contact met de in New York wonende en onder de artiestennaam ‘Grey Reverend’ bekend staande Larry D Brown. Samen besluiten ze een aantal nummers te schrijven welke de basis vormen voor deze debuut-EP met de titel ‘A BARGAIN BETWEEN BEGGAR’S’.
Ga luisteren naar het titelnummer : ‘A BARGAIN BETWEEN BEGGARS’.
Het album wordt in februari 2013 uitgebracht; het bevat 8 nummers en is goed voor ruim 25 minuten muziek. Het beluisteren ervan wordt een bijzondere kennismaking. Vrijwel meteen word ik gegrepen door de mooie, warme stem van Landman. Hij begeleidt zichzelf op gitaar, meer instrumenten komen er niet aan te pas waardoor het geheel een eenvoudige, ingetogen uitstraling krijgt. Dit komt zijn nummers wel ten goede, want Landman maakt eigenlijk ook maar gewone luisterliedjes en daarvoor is het goed dat je niet teveel wordt afgeleid door andere zaken. Emil Landman lijkt, wat mij betreft, een aanwinst voor het Nederlandse singer / songwritergilde te zijn. Zijn muziek is puur en vrij persoonlijk en hoewel melancholisch ontstaat er uiteindelijk toch het besef dat, zoals nu, alles goed is zoals het is.
Ik wil hem wel graag een keertje live aan het werk zien; ook dat lijkt mij een bijzondere belevenis, want in tegenstelling tot de muziek op deze cd, schijnt hij zijn optredens met leuke, grappige anekdotes aan elkaar te verbinden.
Het zou overigens zomaar eens kunnen zijn dat, tussen de namen der groteren in dit genre, over niet al te lange tijd ook die van Emil Landman opduikt.
In de tussentijd hou ik het dan nog even bij het regelmatig beluisteren van deze cd.

Ik sluit af met: ‘LATELY ‘

 

THE DELTA SAINTS - DEATH LETTER JUBILLEE

The Delta Saints, hebben Nashville gekozen als uitvalsbais, ofschoon ze eigenlijk uit de buurt van Louisiana en de Mississippi Delta komen. Het is verbazingwekkend hoe de band in vrij korte tijd is uitgegroeid tot een must voor clubs en festivals. Diegenen die al bekend waren met deze band zullen minder verbaasd zijn, want zij weten dat The Delta Saints met veel variatie en energieke shows, sfeer in het publiek weten te brengen. Ze doen nu zo’n 150 optredens per jaar, maar dit aantal is nog steeds groeiende
Hun nieuwe album ‘DEATH LETTER JUBILEE’ is door de critici inmiddels erg goed ontvangen.

Ga dan ook eerst maar eens luisteren naar: ‘LIAR’.
 

Het album start energiek met een aantal ferme drumslagen waarna het zojuist gehoorde 'LIAR' wordt ingezet. De toon van het album is daarmee direct gezet. Deze jonge honden schotelen de luisteraar een levendige cocktail voor bestaande uit Southern rock, (swamp)blues en een flinke scheut funk. De blues van de mannen heeft hoorbaar invloeden van John Lee Hooker, zoals in het meeslepende 'CHICAGO' waar ook de mondharmonica van bandlid Greg Hommert een fraaie rol speelt. Met 'JEZEBEL' lijken de Saints even op adem te willen komen , om daarna opnieuw in hoog tempo er stampend op los te gaan met 'BOOGIE'. De energie druipt uit de speakers van het doordringende ritme, de pompende gitaarklanken en de opzwepende zang afgewisseld met het indringende mondharmonicaspel.
Voor velen staat nu al vast dat ‘DEATH LETTER JUBILEE’ aangemerkt moet worden als één van betere albums van 2013. Ik wil me graag bij hen aansluiten. Maar eerst wil ik hen live aan het werk zien op het Moulin Blues Festival.

Ik sluit af met: ‘FROM THE DIRT ‘

KING KING - STANDING IN THE SHADOWS

Sinds King King zo’n drie jaar geleden begon met toeren hebben ze heel wat fans aan zich weten te binden. Centraal in deze Schotse band staan zanger, gitarist Alan Nimmo en bassist Lindsay Coulson. Zij beiden zijn verantwoordelijk voor het schrijven van het grootste gedeelte van de songs op het nieuwe album. Aangevuld met Wayne Proctor op drums en Bennett Holland op keyboards en backing vocals heeft de band inmiddels diverse podia van grotere festivals in Europa betreden. Vooralsnog lijkt er nog geen einde aan hun zegetochten te komen en ligt er voor de band een heel aardige toekomst in het verschiet.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘MORE THAN I CAN TAKE’.

‘STANDING IN THE SHADOWS’ is het tweede album. Debuutalbum ‘TAKE MY HAND’ uit 2011 werd destijds zeer lovend ontvangen en was tevens een album waar de band diverse prijzen mee in de wacht heeft gesleept. Met de eerste twee nummers van het nieuwe album wordt stevig ingezet. Net als je denkt dat zo wel het hele album door zal gaan, wordt het tempo met het nummer ‘A LONG HISTORY OF LOVE’ overgeschakeld naar de ballad-modus. Tegen het einde van het album gaat het geheel dan weer over naar een heel aardig in het gehoor liggende nummers voorzien van een stevig rockgeluid. Het is dus niet allemaal recht toe recht aan rock; er is ook ruimte voor iets meer rust en dat vergt nu eenmaal een andere aanpak. Goed hulpmiddel hierbij blijkt het orgel; ik heb het al vaker gezegd dit instrument wil nog wel eens het verschil maken. Ook King King is zich daarvan bewust en toont bij een nummer zoals bijvoorbeeld ‘TAKE WHAT’S MINE’ duidelijk aan welk een toegevoegde waarde het orgel kan hebben.
Een tweede album uitbrengen is vaak vele malen moeilijker dan met een debuutalbum voor de dag komen. In het geval van King King kwam daar nog eens bij dat verwachtingen naar aanleiding van hun debuutalbum hooggespannen waren. Uiteindelijk denk ik wel te mogen concluderen dat zij in hun opzet zijn geslaagd. Met het tonen van diversiteit mag ‘STANDING IN THE SHADOWS’ een waardige opvolger van het debuutalbum worden genoemd.
Ik sluit af met: ‘LET LOVE IN ‘

RICHARD THOMPSON - ELECTRIC

Richard Thompson geboren in 1949 in Londen mag met recht een oude rot worden genoemd. Menigeen zal hem wellicht nog kennen van de band Fairport Convention waar hij in 1967 medeoprichter van was. Deze band verliet hij in begin 1971 om samen met zijn toenmalige vrouw Linda als duo verder te gaan. Ook deed hij nog veel sessiewerk met artiesten als Sandy Danny, Nick Drake en Al Stewart. Richard en Linda hebben overigens samen zoon Teddy die inmiddels ook al aardig actief is in de muziekbusiness. Van alle markten thuis dus. ‘ELECTRIC’ is het 22e album van Richard Thompson.
Ga eerst maar eens luisteren naar:

‘SALFORD SUNDAY’.

‘ELECTRIC’ is opgenomen in de studio van Robert Plant en als producer van het album werd Buddy Miller aangetrokken. Als je het hele album inclusief de bonus –cd wilt beluisteren dan moet je daar wel een kleine 75 minuten voor uittrekken;want in totaal gaat het hier om 18 nummers.
Het zal niet verwonderlijk zijn dat de zang en het gitaarspel van Thompson centraal staan op het album. Thompson geeft er soms op onnavolgbare wijze blijk van goed met de gitaar overweg te kunnen en toont daarmee aan zich gemakkelijk met de groten der aarde te kunnen meten. Duidelijk is te horen dat zijn roots in de folkmuziek liggen. Waarschijnlijk beïnvloedt door poducer Buddy Miller wordt de Britse folk deels ingeruild voor iets meer countrygeluiden en worden ballads afgewisseld met het stevigere rockwerk. Desalniettemin zijn de Keltische invloeden bij Thompson op ‘ELECTRIC’ nog duidelijk hoorbaar. Wat mij echter nog het meest plezier heeft gedaan is het feit dat Thompson zich heeft weten te verzekeren van enkele prima gastmuzikanten waaronder de naam van Allison Kraus toch wel het meeste opzien baart. Zij is toch iemand die ondanks haar rol als zangeres op de achtergrond een stempel op het geheel weet te drukken. Het is mede daardoor dat er, over de gehele linie genomen, weer een prima album van Richard Thompson is verschenen. Zo af en toe trekt een enkel nummer wel wat lang, maar ook dat hoeft niet te verbazen bij een gemiddelde duur van zo’n 4 minuten per nummer.
Ik sluit af met:

‘SAVING THE GOOD STUFF FOR YOU ‘

SOUTHERN HOSPITALITY - EASY LIVIN’


Voor Southern Hospitality begon het allemaal in 2011 tijdens een festival in Florida. Damon Fowler, J.P. Soars en Victor Wainwright traden daar ieder met hun eigen band op. Na een jamsessie werden ze benaderd door de Blues Society om te spelen op de Rhythm & Blues Pre-Cruise Party. Daarmee was de geboorte van Southern Hospitality een feit, want niet veel later stond deze band in het voorprogramma voor Buddy Guy op het Heritage Music Blues Fest in West Virginia. Het publiek was na dit eerste en geslaagde optreden meteen enthousiast.
‘EASY LIVIN’ is het debuutalbum. Het is geproduced door Tab Benoit, zelf winnaar van drie “Blues Music Awards” en die ook meewerkte aan enkele van de nummers.
Ga luisteren naar: ‘LONG WAY HOME’.

De muziek op het album is een mix van jazz en funk uit New Orléans, met country, gospel, soul, blues en rock & roll van Memphis. En ondanks dit alles klinkt het toch als één geheel hetgeen waarschijnlijk te danken is aan het feit dat we hier te maken hebben met geroutineerde muzikanten.
Tussen de twaalf nummers staan een aantal opmerkelijke songs; te beginnen met ‘SOUTHERN LIVIN’ ; een luie opener in de stijl van Little Feat en de toonzetter voor de rest van het album. Bij ‘LONG WAY HOME’ komt de rock & roll om het hoekje kijken met een gezellig stukje honky tonk piano van Victor Wainwright. ‘FRIED NECK BONES AND HOME FRIES’ is een instrumental die opent met een Mexicaanse deuntje op gitaar, maar daarna snel over gaat in een “Samba Pa Ti” deuntje, om daarna te eindigen als een dans. Sluit je ogen en je hoort de echte Santana. Op ‘SHOESTRING BUDGET’ duwen Victor Wainwright en de andere bandleden het tempo nog maar eens omhoog met jump and jive.
Gitaarsolo’ s ontbreken ook niet op het album. In feite is het allemaal feestmuziek; op afsluiter ‘SKY IS WHAT I BREATHE’ na; dat is een rustige ballad. Het nummer doet in de verte denken aan de klassieker ‘Wild Horses’. Het is echter de perfecte afsluiter van een album waar je na het beluisteren zelfs een beetje vrolijk van kunt worden. Zelden dekt een titel van een album zo de lading: een hangmat vol rustige muziek met voor het merendeel opgewekte nummers.

Ik sluit af met: ‘SKY IS WHAT I BREATHE ‘

CAM PENNER - TO BUILD A FIRE


Een echte nieuwkomer kun je de Canadees Cam Penner niet meer te noemen. Zeker niet als je bedenkt dat je voor zijn debuut alweer zo’n 10 jaar terug moet gaan. Toen speelde hij nog met zijn band The Gravel Road.
Sindsdien zijn er met enige regelmaat albums van hem verschenen, waarvan enkele ook bij ons in de recensies voorbij zijn gekomen. Bij vorige albums viel met name de variatie in zijn songs op. Zijn nieuwste album heet ‘TO BUILD A FIRE’ en heeft hij samen met vriend en co-producer Jon Wood opgenomen in een eigen gebouwde studio in British Columbia.
Ga luisteren naar: ‘MEMPHIS’.
Het nieuwe album is opgedragen aan de vaders van Penner en Wood. Evenals op vorige albums bespeelt Penner veel instrumenten zelf. Eigenlijk alles behalve het koperwerk.
Ik kan niet zeggen dat ik het van meet af aan een toegankelijk album heb gevonden. Ik heb er wel enige moeite voor moeten doen om toch enig gevoel bij het album te krijgen, maar eenmaal gebeurd, heb ik ook moeten concluderen dat het weer om een bijzonder album gaat en dat Penner, net zoals hij dat bij eerdere albums heeft gedaan, mij heeft weten te verrassen.
Penner’s muziek is het beste als folky americana te omschrijven. Soms doemen vergelijkingen met Tom Waits op, voornamelijk als gevolg van zijn gruizige stem.
Ik heb mooie stukken op het album ontdekt. Sobere en ingetogen ritmes die worden afgewisseld met de meer drammende en stuwende ritmes.
Halverwege het album dringt het ook weer eens door dat Penner de man van de variaties is en dat ofschoon alle gehoorde nummers nogal van elkaar verschillen, toch duidelijk te horen is dat ze van dezelfde persoon afkomstig zijn.
En zo gaat het 10 nummers, bijna 40 minuten, lang door. Eigenlijk te kort
Ik zou zeggen; laat je ook verrassen door het album; heus je zult er geen spijt van krijgen; het is alleszins de moeite waard.

Ik sluit af met het: ‘WHISKEY LIPS ‘

IAN SIEGAL & THE MISSISSIPPI MUDBLOODS - CANDY STORE KID

Ian Siegal zal bij de meesten geen nadere introductie nodig hebben. Voor diegenen die wel iets hebben gemist wil ik nog wel meedelen dat hij wordt bestempeld als ‘The Voice Of Contempory Blues’; dat hij zijn opmars reeds enkele jaren heeft ingezet en inmiddels beschikt over een gestaag groeiende schare fans.
Net als bij zijn vorige album ‘THE SKINNY’ heeft Siegal op zijn nieuwe album ‘CANDY STORE KID’ weer een aantal Amerikaanse bluesmuzikanten om zich heen verzameld. De samenstelling is wel een beetje aangepast. Cody Dickinson en Alvin Youngblood Hart deden vorige keer ook al mee. Belangrijkste toevoegingen aan het nieuwe album zijn gitarist Luther Dicksinson (broer van Cody) en Cecile Burnside (neefje van R.L.). Bij zijn vorige album werd de band nog ‘The Youngest Sons’ genoemd; Op ‘CANDY STORE KID’ gaat de band echter door het leven als ‘The Mississippi Mudbloods’.
Ga maar eens luisteren naar: ‘LOOSE CANNON’.
Ian Siegal is een bluesman in hart en nieren, hij wordt daarin voor een belangrijk gedeelte beïnvloed door de muziek van de noordelijke Mississippi. Op het nieuwe album is dat ook weer duidelijk te horen. Het album ademt een Amerikaanse sfeer; volop zompige blues maar dan wel de blues waarbij de grenzen worden opgezocht.
Vergeleken met zijn vroegere werk klinkt het nieuwe album voor menigeen misschien iets minder rauw. Persoonlijk vind ik dat wel jammer; maar dit laat onverlet dat met ‘CANDY STORE KID’ een prachtplaat is afgeleverd. Er staan 11 nummers op het album die stuk voor stuk de toets der kritiek kunnen doorstaan.
Alle leden van de band hebben een nummer voor het album aangeleverd, of hebben aan een nummer meegeschreven. Daarnaast zijn er twee covers op het album te vinden, te weten ‘GREEN POWER’ van Little Richard en ‘BAYOU COUNTRY’ van Duke Bardwell.
In het afsluitende ‘HARD PRESSED (WHAT DA FUZZ)’ herkennen we een bewerking van het nummer ‘HARD PRESSED’ dat eerder op Ian Siegal’s plaat ‘BROADSIDE’ verscheen.

Voor het overige wil ik eigenlijk geen verkeerd woord over het album horen; het is namelijk prima.

Ik sluit af met het naar mijn idee mooiste nummer: ‘RODEO ‘

MUD MORGANFIELD - SON OF THE SEVENTH SON


McKinley Morganfield, wereldwijd beter bekend als Muddy Waters wordt ook wel de absolute koning van de blues genoemd. En zoals het een goede koning betaamd onderhield hij, ondanks het feit dat hij getrouwd was, nog eens diverse relaties. Eén van die relaties was de destijds 19- jarige Mildred McGhee. Uit die relatie werd op 27 september 1954 een jongetje met de naam Larry Williams, de latere Mud Morganfield, geboren. Volgens overlevering was Muddy Waters een goed man en nam hij zijn verantwoordelijkheid door ook voor zijn liefjes een familiale situatie te creëren en te zorgen voor een dak boven hun hoofd.
Het heeft vervolgens toch nog lang geduurd vooraleer Mud Morganfield zich volledig op de muziek gaat toeleggen en met een album voor de dag komt. Wat dat betreft heeft zijn halfbroer Big Bill Morganfield al een voorsprong op hem genomen.
Ga maar eens luisteren naar het titelnummer: ‘SON OF THE SEVENTH SON’.
Het lijkt erop dat Mud Morganfield er geen twijfel over wil laten bestaan, alles wijst erop dat hij de fakkel van zijn vader heeft willen overnemen door de blues en met name de Chicago Blues weer nieuw leven in te blazen. De muziek klinkt allemaal erg naar die van Muddy Waters. Karakteristiek hiervoor is het zojuist gehoorde titelnummer ‘SON OF THE SEVENTH SON’ waarin gerefereerd wordt aan enkele nummers van zijn vader inclusief ‘MANNISH BOY’. Daarnaast staat ook nog eens zijn vader’s beroemde nummer ‘YOU CAN’T LOSE WHAT YOU AIN’T NEVER HAD’ op het album.
Natuurlijk doet Mud Morganfield dat niet in zijn eentje. Hij heeft zich weten te omringen door een stel uitmuntende muzikanten zoals Bob Corritore op mondharmonica, Barrelhouse Chuck op piano en Kenny Smith op drums en jawel… Kenny is de zoon van de drummer uit Muddy Waters’ band, Willy ‘Big Eyes’ Smith. Om maar aan te geven hoe klein de wereld kan zijn.
Het zou echter niet rechtvaardig zijn om niet te vermelden dat er ook een aantal zelfgeschreven nummers van Mud Morganfield op het album staan; te weten: ‘BLUES IN MY SHOES’, ’LOVE TO FLIRT’, ’HEALTH’, ‘MIDNIGHT LOVER’ and ‘LEAVE ME ALONE’.
Alle ingrediënten nog eens doornemend kom ik tot het volgende: de genen en muziek van de koning van de blues, een puike begeleidingsband dit alles gemengd met een beetje Mud Morganfield zelf in de vorm van eigen nummers, een rijpe leeftijd en een rijke stem. Ziedaar; de beste Chicago blues sinds jaren. Het album is een absolute aanrader voor iedere bluesliefhebber.
Mochten jullie Mud Morganfield live aan het werk willen zien: A.s vrijdag is hij te zien en horen tijdens de Southern BluesNight te Heerlen

Ik sluit af met: ‘YOU CAN’T LOSE, WHAT YOU AIN’T NEVER HAD ‘

 

GREAT LAKE SWIMMERS - NEW WILD EVERYWHERE


Altijd leuk om weer eens een nieuwe naam tegen te komen. Dat is ook het geval bij de uit de omgeving van Toronto Canada afkomstige Great Lake Swimmers. Ooit begonnen als een soloproject van singer songwriter Tony Dekker is dit inmiddels uitgegroeid tot een vijfkoppige band met naast Tony Dekker ook een opvallende rol voor violiste Miranda Mulholland, die ook nog eens een verdienstelijk zangeres blijkt te zijn. De band bestaat nu weer een jaar of negen en, het nieuwe album meegerekend, hebben ze ook al vijf albums uitgebracht.
Ga maar eens luisteren naar:

‘QUIET YOUR MIND’.
 

Uit wat er zoal over de band geschreven wordt kan ik opmaken dat het nieuwe album iets afwijkt van vorige albums. Daar waar voorheen nog weleens een bijzondere locatie als een kerk, graansilo of kasteel werd uitgekozen voor het opnemen van een album is er nu gekozen voor een echte studio. Ook zouden de nummers iets meer uptempo en poppy klinken dan op de voorgangers van dit album.
Het uptempo en popachtige vind ikzelf nog wel meevallen. Ik vind de muziek een sterke link naar de folk van Nick Drake of Neil Young hebben en vind de muziek ook redelijk eenvoudig te noemen. Als er al iets is dat rust en ruimte uitstraalt dan is het dit album wel.
Inmiddels heb ik de cd een behoorlijk aantal keren beluisterd. Mijn aanvankelijke scepsis in de muziek op het album heeft plaatsgemaakt voor waardering; voornamelijk veroorzaakt door het feit dat bij elke luisterbeurt steeds wel weer iets nieuws te ontdekken viel.
Het nieuwe album bevat 12 nummers, maar het aantal wordt een beetje opgeschroefd doordat er een cadeautje in de vorm van een bonus-cd met daarop 7 nummers bijgeleverd wordt. Op deze bonus-cd staan een aantal akoestische versies van nummers die ook al op het album staan. Meest opvallende is echter de Franse vertaling van het nummer ‘FIELDS OF PROGENY’, hetgeen dan is omgedoopt tot ‘LES CHAMPS DE PROGENITURE’. Het duurt even voordat je in de gaten hebt dat het om hetzelfde nummer gaat, maar dat maakt het juist wel bijzonder.
Het album zal de weg naar de liefhebber zeker weten te vinden. Ikzelf ben inmiddels helemaal om en sluit af met een nummer van de bonus-cd.

‘I WILL NEVER SEE THE SUN ‘

PHANTOM LIMB – THE PINES

Het komt niet vaak voor dat ik een album moet recenseren van een band die niet meer bestaat. Dat is namelijk wat er aan de hand is met het nieuwe album van Phantom Limb. Deze band werd al de Britse evenknie van The Alabama Shakes genoemd en eigenlijk zag er verder ook al allemaal veelbelovend uit. Vorig jaar nog stond de band op Lowlands geprogrammeerd en werd ‘THE PINES’ genoemd als het best verkopende album van het festival.
Ga maar eens luisteren naar: ‘GIVE ME A REASON’.
Belangrijkste troef van Phantom Limb was zonder meer zangeres Yolanda Quartey. Deze voormalige Massive Attack zangeres heeft niet alleen een imposant voorkomen maar is daarnaast ook nog eens gezegend met een even imposante stem waarmee een spectrum bezongen wordt dat het midden houdt tussen country, gospel en soul. Duidelijk iemand dus die in de categorie ‘moet je gezien’ of nog beter ‘moet je gehoord hebben’ gerubriceerd kan worden.
Er staan 13, voornamelijk rustige nummers op het album. Het album is misschien niet vernieuwend of verfrissend. Echte uitschieters kom je er namelijk niet op tegen of het moet de Hank Williams cover ‘ANGEL OF DEATH’ zijn; wat ik wel het meest bevlogen nummer van het album vind.
Wat wel op het album duidelijk te horen is, is dat we hier met vakwerk van een stel geroutineerde muzikanten te maken hebben en dat de songs die het meeste indruk maken voornamelijk die songs zijn die naar de gospel neigen.
Jammer dat de band niet meer bestaat. De exacte reden van de breuk, is mij niet bekend. Ik ben wel blij met de erfenis die de band met ‘THE PINES’ heeft achtergelaten. Het blijft een prachtig album en ik weet zeker dat dit nog regelmatig de weg naar mijn cd-speler zal weten te vinden

Ik sluit af met: ‘ANGEL OF DEATH ‘

 

JOHN F KLAVER BAND - WHEELS IN MOTION

In 2011 zag ik in Hotel ‘De Rustende Jager’ te Nieuw Vennep de John F Klaver Band de Dutch Blues Challenge Award winnen. Hun tweede album ‘COMING BACK FOR MORE’ werd uitgeroepen tot beste Nederlandse blues cd. De John F Klaver Band mocht daardoor ook naar Memphis gaan om daar deel te nemen aan de International Blues Challenge. Hier werden nog eens de halve finale bereikt. Maar dat was allemaal twee jaar geleden. Inmiddels zijn we met: ‘WHEELS IN MOTION’ weer een album verder. Met zo’n voorgeschiedenis zijn de verwachtingen natuurlijk hooggespannen.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘DUST’.
Het nieuwe album staat vol met stevige blues, maar dan wel in al zijn variaties want qua stijlen komen we zowat alles tegen; je hoeft het maar te noemen: blues, ballads, rock, funk, country en zelfs jazz. Bij dit alles is ontegenzeglijk een hoofdrol weggelegd voor John F Klaver. Niet alleen vanwege het feit dat hij de songs allemaal zelf heeft geschreven, maar tevens omdat hij in zijn rol als gitarist toch de centrale plek op het album krijgt toebedeeld. En daar is op zich niets mis mee; Klaver is gewoon een goed gitarist; hij beheerst de verschillende stijlen in de blues en heeft een solide begeleidingsband naast zich. Als extraatje is het goed geweest om nog een aantal gastmuzikanten te vragen het geheel nog iets meer op te leuken. Zo komen we dan ook de namen tegen van ‘Big Pete’ van der Pluym (mondharmonica bij het nummer‘DUST’) en Evan Jenkins, drummer bij Matt Schoffield.
Dit alles zorgt voor een mooie geheel; het is ook duidelijk dat Klaver de lat hoog wil leggen met zijn nieuwe album en dat maakt dan weer erg benieuwd naar de toekomst.

Ik sluit af met: ‘SECRET LITTLE MEDICINE ‘

JIMMY LAFAVE - DEPENDING ON THE DISTANCE

De uit Austin, Texas afkomstige Jimmy LaFave heeft in ruim dertig jaar tijd een indrukwekkende discografie opgebouwd. Zijn muziek is te omschrijven als americana met invloeden vanuit country, folk en zelfs blues. De zanger heeft het grootste deel van zijn leven gewijd aan het maken van muziek. Beginnend als jonge jongen maakte hij zich een geluid eigen dat een combinatie is van eigen ervaringen en authentieke songwriters in de traditie van Woody Guthrie. Inmiddels , 57 jaar oud, wordt zijn muziek in rootskringen hogelijk gewaardeerd en wat mooier is: de aandacht voor zijn muziek neemt steeds meer toe.
Ga luisteren naar: ‘LAND OF HOPE AND DREAMS’.
Op ‘DEPENDING ON THE DISTANCE’ staan 13 nummers, waarvan 5 covers. Lafave is altijd al een fan van Bob Dylan geweest, op zijn nieuwe album komen we dan ook maar liefst 3 nummers van Dylan tegen (‘Red River Shore’, ‘I’ll remember You’ en ‘Tomorrow Is A Long Time’). Maar ook Bruce Springsteen’s ‘Land Of Hope And Dreams’ komt voor tussen de covers; en nog veel verrassender: een coverversie van John Waite’s ‘Missing You’. In het Engels klinkt het mooi: “originating other artists songs”. Daarmee wordt wel de spijker op de kop geslagen want dat is precies wat Lafave met deze 5 nummers heeft gedaan. Zij zijn dermate eigen gemaakt dat het binnen het totaal niet opvalt dat we hier met covers te maken hebben.
Vernieuwend of echt verrassend is het nieuwe album verder niet te noemen, maar dat ik dat erg vind kan ik ook niet zeggen. Veel wordt namelijk goed gemaakt door de emotie die Lafave in zijn muziek legt. Het album ademt melancholie en triestheid. Mij heeft dat in elk geval uitgenodigd om goed naar de muziek te luisteren om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat het album mij nergens is gaan vervelen; alleen al vanwege de emotie die Lafave in zijn muziek heeft weten te leggen. Wat het album wel heel duidelijk maakt is dat Lafave een man is van de ballads; daarin ligt zijn kracht en komt hij het meest tot zijn recht.
Al met al toch weer een fraai album. Weliswaar zit er een periode tussen van vijf jaar met zijn voorlaatste album, maar het is het wachten waard geweest. ‘Depending On The Distance’ kan wat mij betreft meteen tot één van de betere rootsplaten van dit moment worden gerekend.

Ik sluit af met: ‘A PLACE I LEFT BEHIND ‘

VAN MORRISON - BORN TO SING: NO PLAN B

Wat moet je nog van Van Morrison vertellen dat al niet bekend is. Hij heeft immers al een carrière van 50 jaar achter de rug. Hij wordt omschreven als de meest chagrijnige artiest, bijna op het irritante af. Hij is afkomstig uit Ierland en heeft alle uithoeken van de wereld gezien. Van Morrison is echter gezegend met een stem die hem al zijn onhebbelijkheden doen vergeven. Zijn 34e album is getiteld ‘BORN TO SING: NO PLAN B’.
Ga luisteren naar de titeltrack: ‘BORN TO SING’.
‘BORN TO SING: NO PLAN B’ is opgenomen in wat wel Van Morrison’s 2e huiskamer in Belfast wordt genoemd: Het Culloden Hotel. Veel nieuws voegt het album niet toe aan zijn toch al omvangrijke oeuvre; eigenlijk is het gewoon meer van hetgeen we al van hem gewend zijn. Het is echter die stem die het allemaal weer de moeite meer dan waard maakt. Ik ken eigenlijk niemand anders die zo schijnbaar moeiteloos op zo’n relaxte, soulvolle manier de blues en jazz kan benaderen en die er daarbij ook nog eens voor zorgt dat zijn Ierse afkomst geen geweld wordt aangedaan door de Keltische invloeden terug te laten komen in zijn muziek.
Het blijft dan ook het hele album door een genot om naar die stem te luisteren. En dat 10 nummers lang; waarvan weer enkele nummers door Morrison wel tot zeven of acht minuten worden uitgesponnen.
Niet alles is nieuw wat op het album staat; ‘CLOSE ENOUGH FOR JAZZ’ kwamen we namelijk ook al tegen op het album ‘Too Long In Exile’ uit 1993.
Nee toepasselijker kon de titel van het album niet zijn. Van Morrison speelt wel eens af en toe op gitaar en saxofoon; maar wat mij betreft is hij geboren om te zingen en het is maar goed dat hij geen plan B heeft bedacht voor het uitbrengen van dit album; dat zou niet goed zijn geweest voor de liefhebber van de perfecte luistermuziek.

Ik sluit af met: ‘PAGAN HEART ‘

 

AD VANDERVEEN - DRIVEN BY A DREAM

Je hoeft er tegenwoordig de tv maar op aan te zetten en je komt altijd wel een of ander programma tegen waarin een aantal talenten worden voorgeschoteld. Niet zelden staan deze talenten voor korte tijd helemaal in de belangstelling, of hebben ze een top 10 notering in de hitlijsten met een cover van een al eerder uitgebrachte song. Na al deze aandacht hoor je vervolgens niet veel meer van deze talenten. Hoe anders is dit met Ad VanderVeen. Inmiddels 56 jaar oud heeft hij weliswaar nooit een top - 10 notering gehad maar hij zit , overigens geheel op eigen kracht, inmiddels toch al 40 jaar in het vak en heeft ruim 25 albums op zijn naam staan. Zowel nationaal als internationaal timmert hij behoorlijk aan de weg en ofschoon zijn bekendheid bij het grote publiek toch achter lijkt te blijven bij zijn prestaties, wat mij betreft onterecht, gaat Ad VanderVeen daar geenszins onder gebukt.
Ga eerst maar eens luisteren naar ‘REST IN PEACE’.
Op het nieuwe album zijn elf zeer uiteenlopende songs te horen. De basis om van een goed album te spreken is zeker aanwezig. Het gitaarwerk is goed; VanderVeen’s stem is goed en zijn liedjes zijn meeslepend. Om het geheel te vervolmaken heeft hij een aantal Britse musici meegenomen naar de opnamestudio in Wales en is zijn levenspartner Kersten de Ligny op alle nummers te horen als achtergrondzangeres.
Resultaat van dit alles is dat ‘Driven By A Dream’ wellicht de boeken ingaat als het beste album van Ad VanderVeen tot nog toe. In die zin is een vergelijking met een goede wijn hier wel op zijn plek, immers ook wijn wordt beter naarmate hij ouder is.
Het feit dat VanderVeen geen top 40 noteringen heeft gehad in zijn carrière deert hem in het geheel niet. Hij ervaart dit zelfs als een zekere mate van vrijheid; terwijl het hem anderzijds dwingt om steeds met iets nieuws te komen.
Ad VanderVeen wordt vaak aangekondigd als de Nederlandse Neil Young. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Zijn nieuwe album ‘Driven By A Dream’ geeft daar eens te meer alle reden toe. Hier is een man te horen die op geheel eigen wijze laat horen hoe muziek gemaakt moet worden en welk een invloed dat op iemands leven heeft.
Ik sluit af met: ‘CALM BEFORE THE STORM ‘

GUY FORSYTH - FREEDOM TO FAIL

Guy Forsyth is niet alleen een gevestigde waarde binnen de blueswereld, maar ook een graag geziene entertainer op de Amerikaanse en Europese concertplanken. Inmiddels 43 jaar oud loopt hij al twintig jaar mee in het vak en heeft hij alle facetten van artiestenbestaan doorlopen. Hij heeft naam gemaakt met zijn solo-optredens en was mede-oprichter van een andere spraakmakende band The Asylum Street Spankers. Zeven jaar geleden verscheen zijn laatste album. In die zeven jaar heeft hij niet stilgezeten, hij heeft die jaren gebruikt voor het schrijven van nieuwe liedjes. Daarnaast is in 2007 ook nog eens zijn dochter Mary Mae geboren. Iemand die ongetwijfeld een inspiratiebron voor zijn nieuwe album ‘FREEDOM TO FAIL’ is geweest.
Ga luisteren naar ‘ECONDINE’.
Forsyth staat bekend om zijn veelzijdigheid; dat hij met regelmaat buiten de blueslijntjes treedt is algemeen bekend. Het is dus niet verwonderlijk dat het op zijn nieuwe album niet anders is. Neem bijvoorbeeld alleen maar de drie eerste nummers van het album; Opener ‘RED DIRT’ is een typische gospelzong. Het tweede nummer ‘THE HARD WAY’ zou zomaar tot het repertoire van Bruce Springsteen gerekend kunnen worden en bij het derde nummer ‘SINK ‘EM LOW’ hoor je de a capella-tonen die een chain-gang zo kenmerkend maken. En zo gaat het het hele, 12 nummers tellende, album door. Eens te meer wordt daarop duidelijk welk een veelzijdig muzikant Guy Forsyth is. Het album staat vol van de americana, waarbij Forsyth speels met gitaar, banjo, mondharmonica en mandoline omspringt.
Ook is er weer voor een aantal prima gastmuzikanten gezorgd, waarvan, voor mijzelf, niet zonder enige vreugde, de naam van voormalig Resentments-lid Jon Dee Graham op steel gitaar het meest in het oog springt.
‘FREEDOM TO FAIL’ is een album dat absoluut gehoord moet worden, en dat niet alleen vanwege de titel, immers fouten maken mag; het leven gaat vaak niet anders dan met vallen en opstaan.
Intussen verheug ik me op Foryth’s komst naar Nederland over een paar maanden. Hij zal dan voor enkele optredens in het land zijn.
Ik wil afsluiten met: ‘HOME TO ME ‘
maar eerst wens ik jullie prettige feestdagen en een gezond en gelukkig 2013 toe.

BOB DYLAN - TEMPEST

Ik ga het vanavond hebben over een bijzondere man; iemand die in sterke mate medebepalend is geweest voor de richting die de muziek heeft genomen. Vijftig jaar geleden verscheen zijn eerste album en met het uitkomen van ‘TEMPEST’ komt de teller op 35 te staan. Er is in al die jaren veel over Bob Dylan geschreven; niet altijd was men lovend. Er is zelfs een periode geweest waarin werd gesuggereerd dat hij de weg volledig kwijt was, met name de periode dat hij zich meer met godsdienst bezig hield. Hierdoor zijn ook niet al zijn albums goed ontvangen. Desalniettemin heeft Bob Dylan door de jaren heen vriend en vijand toch regelmatig met enkele meester-werkjes weten te verrassen.
Ga eerst maar eens luisteren naar ‘LONG AND WASTED YEARS’.
‘TEMPEST’ is een album waarop Dylan samen met zijn begeleidingsband, waaraan overigens David Hidalgo van Los Lobos is toegevoegd, de tijd nemen om de songs het werk te laten doen. Dit betekent dat er drie nummers op het album staan die langer dan 5 minuten duren; drie langer dan 7 minuten; één nummer van 9 minuten en een titeltrack die de 15 minuten net niet haalt. Behoorlijk lang allemaal denk je bij het eerste gehoor, maar een probleem wordt het nergens. Het enige dat hiermee nog eens duidelijk wordt onderstreept is dat Dylan een erg goede band achter zich heeft staan.
Het openingsnummer ‘DUQUESNE WHISTLE’, is een klassieke treinballade waarvan de Amerikaanse liedcultuur vergeven is. Wie daar niet vrolijk van wordt, heeft het niet begrepen.
De grote thema’s in de 10 nummers zijn echter moord, doodslag, boete en vergelding, maar dan wel bijtend en niet zonder humor en (zelf)spot bezongen.
Op dit album lijkt Dylan weer eens het plezier in het maken van muziek te hebben teruggevonden. Het plezier dat zijn werk uit de jaren zestig zo kenmerkend maakte en dat in de jaren tachtig en negentig toen hij zich zelfs nogal ongemaklelijk leek te voelen in de studio wel heel anders was.
Het is geen geheim dat Dylan de muziek van the Rolling Stones een warm hart toedraagt. Dat dit ook op de muziek van John Lennon van toepassing is, is misschien minder bekend. Op ‘TEMPEST’ brengt Dylan namelijk dertig jaar na dato een ode aan John Lennon. Op ‘ROLL ON JOHN’ zingt hij ‘I read the news today , oh boy’, uit ‘A DAY OF A LIFE’ van the Beatles en lijkt daarbij nog altijd erg aangedaan.
Bob Dylan is nu 71 jaar. In het geruchtencircuit gaat al rond dat ‘TEMPEST’ wel eens het laatste album van hem zou kunnen zijn; voor mij is dat nog geen uitgemaakte zaak; zoals hij op het nieuwe album klinkt mogen er best nog een aantal albums van hem uitkomen. Hij is wat mij betreft nog lang niet uitverteld.
Ik sluit af met: ‘ROLL ON JOHN ‘

THE ELECTROPHONICS - TALKIN’ ABOUT!


Ze hebben al op vrijwel alle podia, die ertoe doen, gestaan. Noem ze maar op Moulin Blues, BRBF, North Sea Jazz; Kwadendamme en de lijst is daarmee nog lang niet compleet. ‘TALKIN’ABOUT!’ Is het 4e album van de band. De voorgangers werden zonder uitzondering allemaal goed ontvangen. Niet alleen vanwege het feit dat de band eigen nummers liet horen, maar veeleer omdat de bandleden bewezen hadden goed te zijn in wat ze deden. Daar gaat het per slot van rekening ook om; daar worden de hoge ogen mee gegooid.

Ga maar eens luisteren naar ‘MR. FRANCESCO’


Ik hoef er niet moeilijk over te doen. Ook op het nieuwe album doet de band eigenlijk gewoon wat we van hen gewend zijn. Uitstekende jump en swing blues maken. De reputatie als één van Nederlands beste bluesbands wordt op ‘TALKIN’ABOUT!’ weer alle eer aangedaan. Is er dan helemaal niets bijzonders te vertellen over het album? Jazeker wel. Ik kan het hebben over het feit dat Stephan Hermsen zijn mondharmonica heeft ingeruild voor de gitaar; en dat Ivo Sieben nu ook over het goddelijke Hammond orgel beschikt; dat de blazerssectie een upgrade heeft ondergaan, want we horen de tenor sax maar ook de alt en bariton sax en last but not least de bas en drums die het geheel complementeren.Uiteindelijk echter wordt alles wat er over het nieuwe album gezegd kan worden teruggebracht naar datgene waar het allemaal om te doen is; namelijk die kleine 50 minuten smakelijke jump en swing die we krijgen voorgeschoteld. Want ik kan je vertellen; swingen doet het zeker en wel van begin tot het eind.Het is maar goed dat de band er een jaartje extra over heeft gedaan om weer eens met een nieuw album uit te komen. Het is alleszins de moeite van het wachten waard geweest. Dank aan de mannen; ik kan er voorlopig weer even tegen.

Ik sluit af met: ‘I’M IN THE MOOD ‘

MIKE & THE MELLOTONES - 1 + 1 = 3

Deze uit Nijmegen afkomstige band bestaat al sinds 1993. Er hebben sinds die tijd wel enkele bezettingswisselingen plaatsgevonden en ook heeft de band een tijd als 4 mansformatie de podia bespeeld. Vanaf 2009 is de band echter als trio, bestaande uit Mike Donkers, Erwin van Gestel en Lorenzo Hardijzer, verder gegaan en niet zonder succes. De band kent een uitstekende live-reputatie. Dat het tijd werd om weer eens met een nieuw album uit te komen mag een understatement heten, want de tijd die verstreken is tussen het nieuwe en het vorige album van Mike & The Mellotones is alweer 8 jaar.
 

Luister naar ‘JUST A DREAM’
 

De wortels voor de muziek van Mike Donkers en de zijnen liggen in de bluesrock; specifieker de Texas blues die gekenmerkt wordt door het stevigere gitaarwerk.
Wat ik aan het nieuwe album bijzonder waardeer is dat de nummers niet worden toegespitst op alleen de bluesrock, maar dat het spectrum breder wordt getrokken en er
ruimte wordt gecreëerd voor andere stijlen zoals soul, funk en jazz. Resultaat van dit alles is dat je een mooie mix van muziek krijgt voorgeschoteld.
Alle nummers die op het album staan, zijn geschreven door Mike Donkers zelf, met uitzondering van ‘HE’S GONNA STEP ON YOU AGAIN’ dat door het duo Kongos en Dementrion van de Australische Rockband The Party Boys is geschreven.
Verder zijn voor opname van het album een aantal gastmuzikanten uitgenodigd, waarvan de naam van Enrico Crivellaro wel de meest opvallende is. Deze Italiaanse gitarist speelt op drie van de elf nummers mee.
Er zijn al veel recensies verschenen van het nieuwe album; ik zou zeggen laat de muziek zelf hier maar zijn werk doen.
Ik kan alleen maar constateren het hier van een aardig gevarieerd album sprake is. Het is prettig om niet alleen de traditionele blueslijntjes te horen, maar dat er toch ook serieus naar andere stijlen gekeken is. Dit blijkt een absolute meerwaarde voor het album te zijn. Het album is daarmee niet alleen een aanrader voor de typische bluesrockliefhebber (what’s in a name), maar ook voor de muziekliefhebber in het algemeen.

Ik sluit af met: ‘MOAN AND GROAN ‘

SHEMEKIA COPELAND - 33 1/3

Haar debuutalbum dateert van 1998; met haar tweede album ‘WICKED’ heeft ze de nodige prijzen en nominaties in de wacht gesleept. Haar laatste album ‘NEVER GOING BACK’ is inmiddels ook alweer van 2009. Dus stilaan werd het ook wel weer eens tijd voor een nieuw album. De bekendheid van Shemekia heeft zich afgelopen jaren ontwikkeld van dochter van legendarisch bluesartiest Johnnie Copeland tot zelfbewuste jonge vrouw die weet wat ze wil en die de blues op geheel eigen wijze voor het voetlicht brengt.
De titel van het album, ‘33 1/3’ is overigens niet zomaar gekozen; enerzijds refereert zij daarmee aan haar leeftijd, maar anderzijds is het ook een verwijzing naar haar voorliefde voor vinyl-albums.
Luister naar ‘CAN’T LET GO’
Er zijn wel een aantal bijzonderheden te melden over het nieuwe album. Allereerst het feit dat Buddy Guy zijn voormalige protegee begeleidt bij het nummer ‘AIN’T GONNA BE YOUR TATTOO’ en het meezingen van JJ Grey bij ‘MISSISSIPPI MUD’ .
Daarnaast valt op dat er niet alleen bluesmuziek op het album staat, maar dat Shemekia ook teruggrijpt op andere stijlen als rockabilly, country en folk. Onder de schrijvers van de de nummers op het album kom je een aantal opmerkelijke namen tegen. Zo is er het slepende ‘A WOMAN’ van JJ Grey te horen en ‘CAN’T LET GO’ van Randy Weeks dat we ook in de uitvoering van Lucinda Williams kennen.
Als afsluiter horen we Bob Dylan’s ‘I’LL BE YOUR BABY TONIGHT’; vreemd genoeg komt die naam niet meteen bij mij bovendrijven bij het horen van Shemekia Copeland’s uitvoering, want die doet mij meer denken aan de versie die Robert Palmer daarvan heeft gemaakt.
Shemekia Copeland heeft bij haar vorige album al de overstap gemaakt naar een groter platenlabel en dat is wel te horen. Een beetje ‘overgeproduceerd’ is het wel. Hier en daar klinkt het misschien net iets te mooi. Haar eerdere albums kregen juist goede kritieken vanwege een zekere rauwheid die in haar muziek verborgen lag; deze rauwheid is nu minder aanwezig. Bij het nummer ‘I Sing The Blues’ komt Shemekia Copeland dan ook het meest tot haar recht, dat nummer heeft alles in zich; rauwheid, passie, kortom alles wat nodig is, inclusief mooi harmonicaspel van Jon Liebman.
In zijn geheel is het absoluut een heel aardig album. Shemekia Copeland is de uitdaging aangegaan om met diverse stijlen te experimenteren; dat is haar goed afgegaan. Wat ze waarschijnlijk heeft willen aantonen is dat zij niet in een bepaald hokje gestopt wil worden. Dat is haar goed recht.
Wat uiteindelijk blijft hangen is echter wel dat haar roots duidelijk in de blues liggen.
Ik sluit af met: ‘HANGIN’ UP’

PAT TRAVERS - BLUES ON FIRE

‘BLUES ON FIRE’ is de titel van het nieuwe album van de de Canadese rock – gitarist Pat Travers. Toepasselijker kan deze titel niet zijn, want het album bevat een aantal bluesklassiekers uit de twintiger jaren van de vorige eeuw, maar dan wel voorzien van een rocksausje. Pat Travers is nou niet de eerste persoon waar ik aan denk om een dergelijk album uit te brengen, maar dat hij daarmee de nodige lef heeft getoond, mag duidelijk zijn.
 

Luister naar ‘NOBODY KNOWS YOU WHEN YOU’RE DOWN AND OUT’
 

Er staan 12 nummers op het album. De uitvoeringen van Travers horende zou je niet denken dat daar destijds de namen van grootheden als Blind Boy Fuller, Blind Lemmon Jefferson, Tampa Red, Blind Willie McTell, Furry Lewis en Son House aan verbonden waren. Voor de bluespuristen zijn dat namelijk toch namen om je vingers bij af te likken.
Ook voor mij was het op zijn zachtst gezegd wennen om deze nummers in de uitvoering van Travers te horen. Pat Travers is toch eerst en vooral een gitarist van het stempel recht toe recht aan rock en natuurlijk is het erg leuk om goed gitaarspel te horen; hetgeen overigens wel aan Pat Travers is toevertrouwd. De andere kant van het verhaal is echter dat met de opsmuk van de klassiekers middels dit gitaarspel en de overdubs die er hebben plaatsgevonden, de originele versies enig geweld wordt aangedaan door daar alle subtiliteit en eenvoud uit weg te nemen. Zeker als je ook nog eens bedenkt onder welke omstandigheden deze nummers vaak tot stand zijn gekomen en wat zich daarachter heeft afgespeeld.
Dat het anders kan bewijst Travers namelijk zelf bij de laatste track van het album. Gewapend met enkel een akoestische gitaar en zijn ruwe stem weet hij een eigen draai aan Son House’ s ‘DEATH LETTER ‘ te geven. Wat mij betreft had dit bij de overige 11 nummers ook zo gemogen. Daarmee had hij in mijn ogen een echte ode aan de oude bluesmuziek kunnen brengen.
Ik kan begrijpen dat liefhebbers van bluesrock wellicht een andere mening zijn toegedaan; noem het het voordeel van de recensent; je kunt nou eenmaal niet iedereen tevreden stellen.
 

Ik wil afsluiten met: ‘DEATH LETTER’

CAROLINE HERRING - CAMILLA

Caroline Herring staat bekend als een hardwerkende artieste die in hoog aanzien staat binnen de folkscene. Zij is geboren in Canton, Mississippi, maar woont inmiddels al weer een aantal jaren met man en twee kinderen in Atlanta Georgia. Met haar nieuw album ‘CAMILLA’ , dat met een gelegenheidsband met de naam The Nashville Band werd opgenomen, brengt zij de teller van het aantal albums die van haar verschenen zijn op zes.
Ga maar eens luisteren naar het openings- en titelnummer ‘CAMILLA’
Het album telt 10 nummers. Hiervan zijn er 9 zelf geschreven. De cover ‘FLEE AS A BIRD’ is een uit 1840 daterende hymne. Er zijn een aantal zaken die meteen opvallen als je het album beluisterd. In de eerste plaats is dat de zuivere stem van Caroline Herring. Daarnaast de begeleidingsband; deze blijkt uit een aantal topmuzikanten te bestaan waarvan Fats Kaplin op o.a. pedal steel en dobro de meest aansprekende is. Verder is er bij enkele nummers achtergrondzang te horen en ook hier komen we weer een bekende naam tegen namelijk die van Mary Chapin Carpenter; zij heeft een succesvolle carrière als countryzangeres en is goed voor een miljoenenverkoop van haar eigen albums.
Aanvankelijk was ik niet zozeer onder de indruk van het album, maar zoals al vaker gebleken is naarmate je de muziek en met name de teksten beter hebt beluisterd moet de mening worden bijgesteld. Het zijn dan toch met name de teksten die indruk maken: vrijwel alle nummers beschrijven een triestige gebeurtenis, maar tegelijkertijd is er ook ruimte voor hoop.
Van de nummers die op het album staan kan alleen maar worden gezegd dat ze mooi zijn. De zuivere stem van Caroline Herring komt het het beste tot uitdrukking op het vrijwel in zijn geheel a capella gezongen ‘TRAVELLING SHOES’. Maar dat is niet het enige. Ook ‘WHITE DRESS’ en ‘UNTIL YOU GO’ zijn erg mooi. En voor de liefhebber of de puristen onder ons; in het laatste nummer ‘Joy Never Ends’ wordt de naam van Townes van Zandt nog even aangehaald.
Begin volgend jaar staat een kleine tour door Nederland gepland van haar. Toch maar eens overwegen om een optreden van haar bij te gaan wonen. Lijkt mij absoluut de moeite waard.
Ik sluit af met: ‘WHITE DRESS’

THE GREATER GOOD

Eigenlijk kun je bij The Greater Good wel van een opmerkelijk samenwerkingsverband spreken. Meestal wordt er een groep gevormd met muzikale geestverwanten uit de eigen omgeving. Niet deze drie singer songwriters die de handen in elkaar hebben geslagen. Je kunt ze bepaald niet elkaars buren noemen, want Dennis Kolen komt uit Rotterdam; Shane Alexander uit New York en Eugene Ruffolo uit Los Angeles. Het heeft hen er niet van weerhouden om samen in Duitsland de studio in te duiken om daar een album op te nemen.
Ga maar eens luisteren naar het openingsnummer ‘ALL THE LOVELY TIMES’
Het titelloze album bevat 10 nummers. Het afsluitende ‘TELL ME WHY’ is een cover van Neil Young. De overige negen nummers zijn eerlijk verdeeld (drie tracks elk) door de muzikanten zelf geschreven. Het album is akoestisch opgenomen. Je hoort gitaren, mandoline, dobro en tot mijn grote vreugde ook nog eens het onovertroffen Hammond orgel. Dit alles wordt gecombineerd met een prachtige samenzang. Uiteindelijk mag je concluderen dat het hier in totaliteit om een prima album gaat. Echte uitschieters kom je er niet op tegen, alhoewel ikzelf erg gecharmeerd ben van het de nummers ‘GHOST FROM MY PAST’; ‘NOWHERE FAST’; en ‘I LIVED HERE FOR SO LONG’. Het gebrek aan uitschieters wordt in ruime mate gecompenseerd door de kwaliteit van de nummers die te horen zijn. Deze zijn van een dermate niveau dat er eigenlijk geen minpunten te benoemen zijn. Of toch wel… de totale speeltijd van het album bedraagt iets meer dan een half uurtje. Voor menigeen, mezelf meegerekend, is dat toch iets aan de korte kant.
Ik sluit af met: ‘GHOST FROM MY PAST’

JOHAN ORJANSSON - MELANCHOLIC MELODIES FOR BROKEN TIMES

Johan Örjansson maakt al een aantal jaren muziek. Hij woont in Falkenberg ergens in het westen van Zweden. Daar, in zijn eigen woonomgeving is hij al wereldberoemd en, maar als het goed is zal binnenkort een veel groter gedeelte van de wereld van het bestaan van Johan Örjansson afweten. Deels is dit ook te danken aan Israel Nash Gripka. Begin dit jaar kwam Örjansson namelijk onder de aandacht van Israel Nash Gripka. Deze was dermate onder de indruk van diens kwaliteiten dat hij hem meteen uitnodigde mee te gaan op zijn toer in Scandinavië. De eerste stappen zijn nu gezet want ook buiten de Zweedse grenzen begint Örjansson nu naam te maken.Ga maar eens luisteren naar: ‘YELLOW FIELDS’


‘MELANCHOLIC MELODIES FOR BOKEN TIMES’ is de titel van het nieuwe album. Het is niet zijn eerste album; maar eerder werk van hem ken ik niet. Nu ik het nieuwe album enkele malen heb gehoord, kan ik niet anders dan erg enthousiast zijn. Melancholisch is het zeker wat je hoort. Örjansson heeft een samengeknepen, emotioneel stemgeluid, waarmee hij mij vaker doet denken aan Ryan Adams. Van de 11 nummers op het album springen er een aantal uit, te weten: ‘DOWN THE AVENUE’; ‘HOUSES’; ‘IF I WERE TO LOVE YOU’ (waarbij overigens Israel Nash Gripka de achtergrondzang verzorgt.)
Dit zijn de nummers waarbij ik met kippenvel en met genoegdoening constateer dat ik naar een erg mooi album aan het luisteren ben. Met alleen maar woorden kan ik het niet duidelijker maken; je zult echt zelf naar de muziek moeten luisteren. Het is al vaker gezegd. Voor de betere americana hoef je tegenwoordig niet meer persé naar de VS. Johan Örjansson is hier maar weer eens het levende bewijs van. Hij komt uit Zweden en is absoluut klaar voor het grotere publiek.
 

Ik sluit af met: ‘RATHER BE WITH YOU’

 

RY COODER - ELECTION SPECIAL

Het zou te ver voeren om de palmares van de 65 – jarige in Santa Monica geboren Ry Cooder hier op te gaan noemen. In zijn leven heeft hij zo ongeveer alles op muziekgebied meegemaakt. In de jaren zestig kreeg Cooder bekendheid als gitarist van Captain Beefhaert; Taj Mahal en later ook voor the Rolling Stones. Daarnaast zijn er nog tal van samenwerkingsverbanden, solo-projecten en soundtracks van zijn hand te vermelden. Velen zullen zijn naam ook in verband brengen met Buena Vista Social Club. Een project uit 1997 rondom een groep Cubaanse muzikanten, vernoemd naar een club met dezelfde naam in Havana.
De afgelopen jaren maakte Cooder veelal albums van nadrukkelijk politieke aard. En ook op het nieuwe album ‘ELECTION SPECIAL’ horen we weer een maatschappijkritische Ry Cooder.
Ga maar eens luisteren naar: ‘BROTHER IS GONE’
De aanloop naar de presidentsverkiezingen zijn inmiddels In volle gang en het nieuwe album gehoord hebbende is het voor mij wel duidelijk op wie Cooder zal stemmen, want hier wordt alles wat ook maar enigszins naar conservatief neigt de maat genomen. Zo krijgen Mitt Romney, Tea Party en Guantanamo er flink van langs en verbaast Cooder zich over de naïviteit van de mensen die de republikeinen een warm hart toedragen. Voor de luisteraar doet hij dat wel op een erg creatieve manier; namelijk door steeds in de huid van een ander individu te kruipen, waaronder de zittende president en de mensen van de Occupy beweging.
Qua muziek grijpt Cooder daarvoor terug naar zijn oudere werk met de mix van elektrische blues, rootsrock en texmex. Natuurlijk levert het geheel geen vernieuwende lijn op. Een probleem lijkt dat niet te zijn. Feit blijft immers dat Cooder nog steeds tot de beste gitaristen ter wereld gerekend mag worden die ook op het nieuwe album, tot mijn grote genoegdoening, laat horen met de nodige snaarinstrumenten overweg te kunnen; Alleen voor het drumwerk heeft hij de hulp van zijn zoon Joachim ingeroepen.
Door de lading die ‘ELECTION SPECIAL’ met zich meedraagt is het een indrukwekkender album dan meeste andere albums van tegenwoordig geworden en dan nog niet zozeer vanwege de politieke lading maar meer vanwege het feit dat Cooder met zijn muziek en zijn teksten laat zien en horen over een behoorlijke dosis empathie en medemenselijkheid te beschikken. Dit maakt hem ook op dat vlak een meester.
Ik sluit af met: ‘TAKE YOUR HANDS OF IT’

JOHNNY CLARK & THE OUTLAWS - OUTLAW’S NIGHT OUT

Het eerste album van Johnny Clark & The Outlaws ‘TWO TEARS IN A BUCKET’ dateert inmiddels alweer van 2009. Het werd dus stilaan wel weer eens tijd om met iets nieuws te komen. Dat is nu ‘OUTLAW’S NIGHT OUT’ geworden.
Johnny Clark & The Outlaws is een trio dat bestaat uit muzikanten die toch al de nodige ervaring hebben. Johnny Clark heet eigenlijk Hans Klerken en komt uit de regio. Jarenlang heeft hij met zijn band Bullfrog Bluesmachine aan de weg getimmerd om vervolgens met zijn Outlaws verder te gaan. De andere twee bandleden zijn evenmin onbekend. Jasper Mortier is altijd een gerespecteerd bassist geweest tot hij enkele jaren geleden besloot de basgitaar om te ruilen voor de drumstokken; iets waar hij veel plezier aan lijkt te beleven. Blijft nog over Ray Oostenrijk, die al met diverse nationale en internationale artiesten het podium heeft gedeeld. Aan de ervaring hoeft het bij deze band dus niet te liggen.
Ga maar eens luisteren naar: ‘ALASKA’
In de biografie wordt de band aangekondigd als een klassiek no-nonsense trio; hun muziek is diep geworteld in de Amerikaanse tradities van Texas tot Missouri. Daar is geen woord teveel mee gezegd. Het nieuwe album telt 6 nummers, waarvan er 5 eigen nummers zijn. Het is zeker blues. Johny Clark heeft ook de juiste, doorrookte stem die goed past bij de muziek en die daarmee de juiste sfeer oproept.
Toch kan ik niet om enige verbazing heen; verbazing over het feit dat er geen album is verschenen met daarop meer nummers. Nu zijn het er 6 waarvan er ook nog eens twee instrumentaal zijn. Als ik het over de wapenfeiten moet hebben, dan is het meest opvallende aan het nieuwe album dat bij het nummer ‘ALASKA’ DeDe Priest een paar lijntjes meezingt en dat het qua spel en zang wel allemaal klopt. Echter gezien de tijd die tussen het uitkomen van hun twee albums ligt zou ik verwachten dat de band met iets was gekomen waarmee toch gekozen zou zijn voor een album waarop nadrukkelijker de ontwikkeling van de band te horen is.

Helemaal snappen doe ik het dus niet, waarom voor deze opzet gekozen is, maar laat dat vooral de pret niet drukken. Johnny Clark & The Outlaws hebben met deze 6 nummers laten zien dat ze er nog zijn en dat het allemaal heel verdienstelijk klinkt.
Ik sluit af met: ‘FIFTY DOLLAR 2 MAKE U HOLLER’

CHRIS SMITHER - HUNDRED DOLLAR VALENTINE

Chris Smither mag met recht een veteraan worden genoemd; al sinds 1970 verschijnen er albums van zijn hand. Hij heeft een lange weg met de nodige obstakels afgelegd, maar deze weg heeft hem wel in alle staten van Amerika gebracht en ook op de Europese podia is hij allang geen onbekende meer. Zijn nieuwste album getiteld ‘HUNDRED DOLLAR VALENTINE’ is zijn 14e album, echter wel het eerste met uitsluitend door hemzelf geschreven songs.
Ga luisteren naar: ‘WHAT IT MIGHT HAVE BEEN’
Smither wordt meestal omschreven als singer songwriter, maar op zijn nieuwe album zijn blues en country nooit ver weg. Voor het blueselement is de mondharmonica verantwoordelijk , deze is weliswaar niet op knallende kenmerkende wijze aanwezig, maar wel ruimschoots. Het countrygevoel wordt compleet op de momenten dat Smither wordt ondersteund door de mooie tweede stem van Anita Suhanin vooral als dit ook nog eens wordt gecombineerd met een viool.
Chirs Smither wordt altijd geroemd vanwege zijn integriteit. Dat hoor je terug in zijn songs; die zijn namelijk eerlijk en direct. Ook over de stijl van zijn muziek heeft hij een uitgesproken mening. Hij beschrijft die namelijk als 1/3 Lightnin’ Hopkins; 1/3 Mississippi John Hurt en 1/3 hemzelf.
Met alles wat hierboven staat wordt, vertel ik eigenlijk niets nieuws over Chris Smither. En eerlijk gezegd; met zijn nieuwe album is het net zo gesteld. Eigenlijk niets nieuws; en eigenlijk vind ik dat ook nog niet eens zo erg, want inmiddels weet ik ook wel dat Chris Smither niet steeds naar iets nieuws op zoek is. Hij moet het hebben van zijn integriteit en heeft het niet nodig om steeds opnieuw het wiel uit te vinden; dat heeft hij in een veel eerder stadium al gedaan. Op deze plaats hoef ik alleen maar te volstaan met de enig juiste conclusie; en die houdt in dat ‘HUNDRED DOLLAR VALENTINE’ een goed album is.
Ik sluit af met: ‘EVERY MOTHER’S SON’

ROYAL SOUTHERN BROTHERHOOD

Eind 2010 bereikte mij voor het eerst de geruchten over het ontstaan van een nieuwe superband. De band zou al een aantal optredens in de regio waar ze vandaan komt, we hebben het hier wel over New Orleans, achter de rug hebben en er bestonden ook al vergevorderde plannen voor het opnemen van een cd. De nieuwsgierigheid was in elk geval gewekt. De cd is er inmiddels en dat het inderdaad om meer dan een gewone band gaat kun je afleiden uit de namen van de bandleden; want wat te denken van: Cyrill Neville, Devon Allman (zoon van Greg), Mike Zito, Charlie Wootin en Yonrico Scott (bekend van The Derek Trucks Band) op drums. Veelbelovender en mooier kun je het haast niet bedenken. Ga dus eerst maar eens luisteren naar het openingsnummer : ‘NEW HORIZONS’

De namen Neville en Allman staan garant voor twee bloedlijnen in de muziek. De eerste is die van de roots en funk die we ook kennen van de muziek zoals die door The Neville Brothers en The Meters werd gemaakt. De andere lijn is die van de Southern rock of bluesrock zoals die door The Allman Brothers Band werd gemaakt.
Mocht er iemand zijn die denkt dat deze twee stromingen niet meer van deze tijd zijn, dan is een terechtwijzing hier zeker op zijn plaats. Het mooie is namelijk dat The Royal Southern Brotherhood met hun debuut-cd bewijst dat deze muziekstromingen ook vandaag de dag nog springlevend zijn. Het album staat er bol van en zorgt er ook voor dat er een grote variëteit te horen is. De ene track mag zowaar nog mooier dan de andere worden genoemd. Je hoort funk; gitaarspel à la Carlos Santana in zijn hoogtijdagen van rijzende ster in dit geheel, Mike Zito; mooie relaxte zang van Devon Allman bij het nummer ‘LEFT MY HEART IN MEMPHIS’; evenals de reggae-achtige cover ‘FIRE ON THE MOUNTAIN’ van The Greatful Dead. Eigenlijk zou ik alle nummers van dit album moeten opnoemen en daar iets over vertellen, maar nog beter is het om deze cd te gaan beluisteren en je te laten overtuigen door de muziek zelf.

Ik sluit af met: ‘ALL AROUND THE WORLD’

TOM RUSSEL - MESABI

Tom Russell is een zanger en gitarist die al vanaf 1970 muziek maakt en al heel wat cd’s op zijn naame heeft staan. In feite is zijn nieuwste album ‘MESABI’ al zijn 26e album. Tom Russell begon zijn carriere ooit als schrijver van songs voor andere artiesten, waaronder Johnny Cash, K.D. Lang, Guy Clark en Nanci Griffith wel de meest prominente zijn. Hij heeft zich hiermee, als songwriter¸ verder weten te ontwikkelen tot een niveau dat door velen als onwaarschijnlijk hoog wordt omschreven.
Ga luisteren naar de titeltrack : ‘MESABI’

Russell heeft inderdaad de gave om op heel beeldende wijze verhalen te vertellen. In vrijwel elke song op het album zingt hij over een personage waar een tragisch lot aan verbonden is. Zo zingt hij in ‘Farewell Never Never Land’ over Bobby Driscoll die ooit de rol van Peter Pan speelde maar door Disney werd gedumpt. In ‘Sterling Hayden’ gaat het over de dronken acteur die in Amsterdam rondzwerft. Verder is in ‘Furious Love’ een ode aan Liz Taylor te horen en in ‘A Land Called “Way Out There “’ zingt hij over de dood van James Dean. En zo kan ik nog wel even doorgaan; het wordt er alleen nog maar mooier op, want naast de diepgaande teksten zijn er nog eens sterk afwisselende klanken bestaande uit een mix van rootsrock, country, folk en traditionele Tex Mex te horen. Tel daarbij het meespelen van enkele muziekvrienden, variërend van leden van Galexico tot van Dyke Parks en stergitarist en multi-instrumentalist Will Kimbrough er nog eens bij op en je kunt begrijpen dat ‘MESABI’ een opmerkelijk album genoemd mag worden. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de bonustracks die zijn toegevoegd, waarvan ééntje de Bob Dylan - cover ‘A Hard Rain’s A Gonna Fall’ is. In de uitvoering van Russel duurt deze maar liefst 8 minuten en is ook de stem van Lucinda Williams te horen.
‘MESABI’ is door dit alles wat mij betreft een geweldig album geworden. Mocht je na dit verhaal toch niet overtuigd zijn, dan kan ik alleen maar aanraden om het album nog maar eens goed te gaan beluisteren. Gegarandeerd je gaat om; telkens ontdek je weer iets nieuws; is het niet een flard van een tekst dan is het wel een mooi stukje melodie op gitaar, trompet of orgel. Voor je het weet kun je er geen genoeg meer van krijgen!!!!!!
 

Ik sluit af met: ‘ROLL THE CREDITS JOHNNY’

NEAL CASAL - SWEETEN THE DISTANCE

In de afgelopen jaren is de naam van Neal Casal regelmatig voorbijgekomen. Casal geniet al sinds halverwege jaren 90 enige bekendheid als soloartiest. Toch zullen de meeste mensen hem vooral kennen als voorman van The Cardinals, de band rondom Ryan Adams, of misschien ook wel van de gelegenheidsformatie Hazy Malaze. Inmiddels lijkt Ryan Adams er met The Cardinals de brui aan gegeven te hebben en ook van Hazy Malaze wordt niet veel meer vernomen. Reden genoeg voor Neal Casal om zich dus weer volledig op zijn solocarrière te storten Dit heeft geresulteerd in het nieuwe album ‘Sweeten The Distance’ van deze singer-songwriter uit New Jersey.
Ga luisteren naar: ‘BIRD WITH NO NAME’


Sweeten The Distance is een, sfeervolle en ingetogen plaat. Casal komt niet over als een opgewekt iemand; dat hoor je niet alleen terug in zijn teksten, maar ook in zijn zang, dat weinig kleur bevat en altijd enigszins tragisch overkomt. Enkele uitspattingen op nummers als So Many Enemies daargelaten. Ondanks dat heeft Casal een heel prettige stem om naar te luisteren, hij straalt rust uit en zingt met gevoel.
Sweeten The Distance is een aangenaam geheel geworden. De nummers op het album roepen herinneringen op aan de muziek van eind jaren 60. Het album bevat melancholische ballads die afgewisseld worden met wat stevigere songs die meer de richting van rock opgaan. Nummers als So Many Enemies en Time And Trouble zijn daar goede voorbeelden van. Dit zijn tevens enkele titels die goed blijven hangen naast het mooie Bird With No Name en het wat meer rocky Let It All Begin. Mooiste nummer wat mij betreft, op het album is How Quiet It Got. Het klinkt heel anders dan de rest van de liedjes op Sweeten The Distance en bevat een mooie mix van folk, rock en zelfs een beetje pop. Er is mooi gitaarspel op te horen en een simpele drumpartij die nadrukkelijk aanwezig is.
Waar Casal erg goed in is, is het schrijven van mooie teksten en melodieën die je kunnen raken en die met elke luisterbeurt steeds mooier worden. Sweeten The Distance is daarmee een album dat je pas echt goed gaat ontdekken als je er vaker naar luistert.
 

Ik sluit af met: ‘HOW QUIET IT GOT’

JW JONES - SEVENTH HOUR

‘SEVENTH HOUR ’ is het zevende album van deze uit Canada afkomstige bluesartiest. Zijn vorige albums vielen vaker op, niet alleen vanwege de goede muziek, maar ook vanwege het feit dat er altijd de nodige gastspelers acte de présence gaven en daarmee de albums naar een hoger niveau wisten te tillen. Dit keer vertrouwt JW-Jones meer op zijn eigen kunnen en op dat van zijn eigen band.
Ga eerst maar luisteren naar: ‘LET IT GO’
Het nieuwe album heeft mij in zekere zin wel verrast. Het is niet meer de pure blues, zoals die op vorige albums nog te horen was. Natuurlijk is en blijft JW-Jones een man met hart voor de blues en daarom staan er ook wel enkele bluesnummers op het nieuwe album, maar daarnaast hoor je ook enkele nummers met sterke countryinvloeden en zelfs enkele nummers die meer de trekrichting naar de pop hebben. Waarschijnlijk dat hier de invloed van producer Steve Dawson verantwoordelijk voor is.
8 van de 10 nummers zijn door JW-Jones zelf geschreven. Dat hij niet vies is van het opnemen van enkele covers laat hij ook op het nieuwe album horen met Little Milton’s (I’M TRYING’) en Roy Orbison’s (‘SO LONG I’M GONE’).
JW-Jones is een artiest die zijn bekendheid met name binnen de scene geniet. Hierbinnen is hij vooral opgevallen vanwege zijn goede gitaarspel. Ook op zijn nieuwe album geeft hij daar enkele prachtige staaltjes van weg.
Toch ben ik er nog niet helemaal uit wat ik van de richting die JW-Jones op het nieuwe album gekozen heeft, moet denken. Zeker, de verschillende stijlen en het gitaarpsel maken ‘SEVENTH HOUR’ tot een gevarieerd album dat de moeite van het beluisteren meer dan waard is, maar persoonlijk hou ik het in dit geval ook graag bij het spreekwoord ‘Schoenmaker blijf bij je leest’. Wat mij betreft zou blues dus iets meer de boventoon mogen voeren. Dat is waar JW-Jones goed in is, getuige ook de meer bluesgetinte nummers op het nieuwe album. Dat is tevens ook waar hij zich in heeft weten te onderscheiden. Met een nieuwe richting dreigt dat onderscheid te vervlakken, en daarmee dreigt JW-Jones ook minder bijzonder te worden.

Ik sluit af met: ‘SO LONG, I’M GONE’

MATHIS HAUG - PLAYING MY DUES

PLAYING MY DUES ’ is het debuutalbum van de in Duitsland geboren maar in Frankrijk woonachtige Mathis Haug. Haug maakt al vanaf de vroeg negentiger jaren muziek; hij heeft een nogal turbulent leven achter de rug en dat terwijl hij nog 40 jaar moet worden. Een tijdlang heeft hij tussen Duitsland, Frankrijk en Barcelona gezworven; ook heeft hij in diverse bandjes gespeeld; maar echt bekendheid heeft hem dat niet opgeleverd. Het zou kunnen dat zijn nieuwe debuutalbum daar verandering in gaat brengen.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘BIRTHDAY CAKE’

‘PLAYING MY DUES ’ is een album dat toch moeilijk te vatten is. In de kern is de muziek het beste te omschrijven als blues met een vleugje folk en misschien ook nog wel een beetje soul. Wat het moeilijk maakt is het feit dat Haug niet zozeer zingt, maar meer zijn verhaal vertelt. Hij heeft daarnaast ook een nogal melancholische stem hetgeen het er niet altijd gemakkelijker op maakt. Toch is het allemaal minder zwaarmoedig dan ik het nu doe voorkomen. Zeker als je het album al een paar keer beluisterd hebt, vallen ook een aantal andere dingen op. Zo is er veel en goed slidewerk op het album te horen en blijken de teksten ook hier voornamelijk over liefde en andere alledaagse dingen te gaan. Haug heeft ervoor gekozen om zijn teksten een zo minimaal mogelijke muzikale begeleiding mee te geven en dat komt het album dan weer wel ten goede.

‘PLAYING MY DUES ’ is een album met 10 songs. Het lijkt een album te zijn voor de echte liefhebber. Het is moeilijk om het album in één keer uit te luisteren, zeker als je niet zoveel met melancholie op hebt. Gedoseerd luisteren dus is het devies. Een paar nummers per luisterbeurt. Het leert je de muziek van Haug te waarderen en dat hij heeft hij eigenlijk wel verdiend.

Ik sluit af met: ‘THE CARETAKER’S PARADE’

PETER KARP & SUE FOLEY - BEYOND THE CROSSROADS

BEYOND THE CROSSROADS’ is de tweede samenwerking tussen Peter Karp en Sue Foley. In 2010 verscheen van dit duo het album ‘HE SAID, SHE SAID’; een album waaraan hun destijds veelvuldig e-mailcontact aan ten grondslag lag en waarin voornamelijk de thema’s eenzaamheid, problemen en het onderweg zijn waren verwerkt. Dat album werd goed ontvangen; het album toonde de veelzijdigheid van het duo aan. Als blueszangeres en – gitariste heeft Sue Foley haar sporen al ruimschoots verdiend; Peter Karp is dan misschien iets minder bekend in de bluesscene, maar ook hij speelde ooit samen met Mick Taylor (John Mayall en The Stones).
Ga luisteren naar: ‘TAKE YOUR TIME’

Peter Karp blijkt een multi-instrumentalist te zijn; hij speelt o.a. gitaar, piano en orgel en zijn zang vertoont een verrassende gelijkenis met die van Delbert Mc Clinton. Het 11 nummers tellende album is een cd met goede blues, rock en boogie woogie. Al luisterend kun je uiteindelijk alleen maar concluderen dat Karp & Foley zich met hun nieuwe album pas echt gevonden hebben. Blues en roots – muziek van hoog niveau met mooie gitaarpartijen, blazers die een extra cachet aan het geheel geven en een titelsong die zelfs backing vocals meekrijgt.
Was de teneur van hun eerste album nog eenzaamheid, problemen en het veel onderweg zijn. Het tweede album laat zien dat Karp & Foley inmiddels in een volgend fase zijn aanbeland. Op ‘BEYOND THE CROSSROADS’ gaat het al weer meer over hoop; het te boven komen van problemen en doorgaan met het leven en belangrijker nog ervan te genieten.
Een kleine bloemlezing van nummers die het waard zijn om te genoemd te worden is: ‘WE’RE GONNA MAKE IT’; ‘FINE LOVE’; ‘CHANCE OF RAIN’ en het leuke instrumentaaltje ‘PLANK SPANK’. Allemaal nummers van een cd waarbij stilzitten maar moeilijk is; het lijkt een cd die met zorg en liefde is gemaakt door muzikanten die zich definitief gevonden lijken te hebben.

Ik sluit af met: ‘RESISTANCE’

SONS OF BILL - SIRENS

Hoe simpel kan het zijn om een naam voor een band te bedenken. De broers Sam, James en Abe, alle drie zonen van Bill Wilson, laten met de door hen gekozen naam zien dat dit inderdaad niet moeilijk hoeft te zijn. Het zou zo maar eens kunnen dat ze het daarom gewoon bij Sons Of Bill hebben gehouden.
‘SIRENS’ is het derde album van deze nog jonge band uit Charlottesville, Virginia. Als producer werd de frontman van een andere alt countryband (Cracker) gekozen en als ik de reviews die ik heb gelezen mag geloven is het niet ondenkbeeldig dat met het uitkomen van dit album de deuren naar grotere bekendheid zijn geopend.
Ga luisteren naar het openingsnummer: ‘SANTA, ANA WINDS’.

Meteen vanaf het openingsnummer word ik meegezogen met krachtige americana- rock. De muziek heeft iets vertrouwds. De drie broers zorgen met aanvulling van bassist Seth Green en drummer Todd Wellons voor 11 nummers hard gierende gitaren, lekkere basloopjes en een strakke ritmiek. Dit afgewisseld met enkele ballads waarvan wat mij betreft ‘THE TREE’ het hoogtepunt vormt.
Het album kwam tot stand via fundraising. Binnen 24 uur wist me een bedrag van 20. 000 dollar te verzamelen, welk bedrag in de daaropvolgende dagen nog eens werd verdubbeld. Hiermee was er voldoende geld om het album op een professionele manier te laten afwerken. En het resultaat mag er zijn. Als ik vergelijkingen met muziek van andere bands ga maken, dan kom ik uiteindelijk toch uit bij een rijtje opmerkelijke namen, zoals onder andere een Tom Petty, of R.E.M., maar dan wel met de muziek van hun vroege periode, maar ook bij een Bruce Springsteen, luister maar eens naar de meer ballad-achtige nummers: ‘ANGRY EYES’ en ‘VIRGINIA CALLING’.

De 11 nummers van het album gaan er bij mij in als zoete koek. Vloeiende melodieën , zoals gezegd hard gierende gitaren; aangevuld met hier en daar een orgelpartijtje.
Sam, James en Abe hebben in elk geval iets neergezet waar vader Bill trots op kan zijn en nu maar hopen dat de muziek van deze sirenes inderdaad het grote publiek naar zich toe weet te lokken.
Ik sluit af met: ‘VIRGINIA CALLING’

 

LIGHTNIN GUY PLAYS HOUNDDOG TAYLOR

Nog maar twee weken geleden was het Lightnin’ Guy die als openingsact al de tent van het Moulin Blues Festival op zijn kop zette. Lightnin’ Guy wordt niet alleen als één van de hardst werkende artiesten van de Belgische bluesscene gezien; zo langzamerhand is hij ook één van de meest succesvolle. In Nederland genoot hij al enige tijd erkenning, maar met zijn Hound Dog Taylor tribute welke live opgenomen werd in café The Borderline te Diest lijkt daar nog een schepje bovenop gedaan te worden. Inmiddels zijn er voor het komende jaar al tournees gepland in Frankrijk, Bulgarije, Spanje en Noorwegen, waardoor hij zich ook internationaal meer in de kijker zal weten te spelen.


Ga eerst luisteren naar: ‘SHE’S GONE’.

Lightnin’ Guy speelt op het album in dezelfde bezetting als die waarmee Hound Dog Taylor altijd speelde, namelijk twee gitaren en drums. Hound Dog Taylor zei zelf ooit over zijn muziek dat het veel lawaai was voor slechts drie muzikanten. Op het album lijkt Lighnin’ Guy zich prima in die woorden te kunnen vinden, want met stevige ritmes en smerig slide gitaar – spel weet hij ervoor te zorgen dat de muziek van Hound Dog Taylor alle eer wordt aangedaan. Het is allemaal precies zoals je zou mogen verwachten. Als je bij wijze van spreken de ogen zou sluiten en nummers hoort zoals: ‘TAKE FIVE’; ‘HAWAIIAN BOOGIE’; ‘IT’S ALLRIGHT’; ‘GIVE ME BACK MY WIG’ en ‘SADIE’ zou je zweren dat Hound Dog Taylor zelf aan het werk is.
Mede daardoor is het nieuwe album van Lightnin’ Guy een prima cd geworden, welk de meesten onder ons de gelegenheid biedt voor een al dan niet hernieuwde kennismaking met de ouderwetse Chicago blues.

Ik sluit af met: ‘WILD ABOUT YOU BABY’

Deadman - Take Up Your Mat & Walk

Met regelmaat zie ik er naar uit om een album te gaan beluisteren. Dat is met name het geval als tegen mij wordt gezegd dat er goede americana op het betreffende album te horen is en … als gezegd wordt dat de muziek sterke gelijkenissen met de muziek van mijn helden van The Band vertoont.
Laat dit allebei nou net met betrekking tot het nieuwe album van Deadman zijn gebeurd.
Niet zo vreemd dus dat ik erg benieuwd was naar de muziek van deze voor mij nieuwe band; alhoewel, helemaal nieuw blijkt deze band nu ook weer niet te zijn. Ze bestaat namelijk al 12 jaar. Onder deze naam zijn ook al 4 studioalbums uitgebracht. Destijds bestond de band naast centrale figuur Steven Collins nog uit 3 andere leden waaronder zijn vrouw Sherilyn op toetsen. Vanaf 2002 bleef het relatief rustig rondom de band om pas in 2008, na de scheiding van Collins, zijn verhuizing van Dallas naar Austin en een nieuw geformeerde band weer van zich te laten horen.
De titel van hun allernieuwste album is: ‘TAKE UP YOUR MAT & WALK’.
Ga hiervan maar gauw luisteren naar: ‘TILL THE MORNING COMES’.

Vanaf de eerste tonen is het voor mij duidelijk; Deadman is een uitzonderlijk getalenteerd gezelschap. Vrijwel meteen hoor je hoe veelzijdig deze band is. De verschillende instrumenten die worden gebruikt zorgen voor een geluid dat herinneringen oproept naar muziek van Little Feat en ja inderdaad ook van The Band. ‘TAKE UP YOUR MAT & WALK’ is een zeer afwisselend album. Geen nummer klinkt hetzelfde. Dit maakt het album spannend en fris. De muziek is een mengeling van soul, blues, en gospel, hier en daar ondersteund door een prachtig koortje of een even zo prachtige blazerssectie. Americana zoals het bedoeld is; gemaakt met hart en ziel; puur rauw en vol emotie.
Jullie zullen het wel hebben gemerkt. Ik ben volledig in de ban van Deadman. Ik kan nauwelijks genoeg lovende woorden vinden om het album naar waarde neer te zetten. Daarom is ernaar luisteren het beste wat je kunt doen.
Ik sluit af met: ‘GILEAD’

TRAMPLED UNDER FOOT - ‘Wrong Side Of The Blues’

Bij Trampled Under Foot hebben we het over een family-band uit Kansas City. Danielle, Kris en Nick Schnebelen zijn al vanaf hun vroege jeugd actief in verschillende bands en genres; tot ze in 1998 het besluit nemen om terug te keren naar hun gezamenlijke liefde: de blues. De naam voor de band wordt gevonden in een Led Zeppelin song.
Sindsdien is het eigenlijk alleen maar bergopwaarts gegaan met T.U.F. Inmiddels 4 cd’s en vele concerten in de hele VS verder is ook 2012 al weer heel voorspoedig begonnen voor de band, want voor de prestigieuze Blues Music Awards zijn ze maar liefst 3x genomineerd. 1x voor beste band; 1 x voor beste dvd en 1x voor beste basgitarist.
Ga maar gauw luisteren naar: ‘BAD WOMAN BLUES’.

Het album telt twaalf nummers. Het is een keuze uit eigen songmateriaal. Danielle en Nick zingen om beurt. Beiden zijn gezegend met een soulvolle stem die ervoor zorgt dat met name in de ballads de passie en emotie tot uiting komt. De band krijgt op het album de steun van enkele goede muzikanten. Zo is Mike Finnigan, ooit begeleider van Etta James, op het orgel te horen en komt ook Kim Wilson op mondharmonica zijn partijtje meeblazen.
Een goed album, meer kan er niet over gezegd worden. Het is zoals het is. De afwisselende zang van Danielle en Nick maar ook de diverse stijlen die te horen zijn: ballads, uptempo nummers, funky nummers, maar ook de iets rauwere blues. Het staat er allemaal op.
Na Amerika is het nu dus ook de beurt aan Europa om nader kennis te gaan maken met deze band en het zou zo maar eens kunnen dat T.U.F. de verrassing van het Moulin Blues Festival gaat worden. Op zaterdag 5 mei staan ze om 15.00 uur op het hoofdpodium. Een plaatsje helemaal vooraan is dan ook zeker aan te raden.

Ik sluit af met: ‘HEART ON THE LINE’

JAMES ARMSTRONG - BLUES AT THE BORDER

James Armstrong loopt al heel wat jaren mee in het blueswereldje. Hij is weer eens zo’n voorbeeld van iemand die de blues met de spreekwoordelijke paplepel kreeg ingegoten, want zijn moeder was blueszangeres; zijn vader jazz-gitarist; op zijn 8e kon hij al professioneel muzikant genoemd worden en vanaf zijn 17e toerde hij door het land om op te treden. Ook nu nog heeft hij een actief toerschema.
In dat licht bezien is het misschien wel een beetje vreemd dat ‘BLUES AT THE BORDER’ pas zijn vierde album is. Tussen het derde en vierde album ligt nog eens periode van 11 jaar, dus zo heel erg productief kan hij nu eigenlijk ook niet worden genoemd.
Gaan maar eerst luisteren naar het titelnummer: ‘BLUES AT THE BORDER’.

In dit nummer beschrijft Armstrong dat de wereld in de afgelopen jaren nogal veranderd is. Zelf ondervindt hij nog de meeste last van het feit dat het reizen er na 11 september 2000 niet gemakkelijker op geworden is. Voor een muzikant die is aangewezen voor optredens buiten Amerika en wiens vriendin ook buiten Amerika woont is dat heel vervelend. Aangezien beide situaties voor Armstrong van toepassing zijn, is het te begrijpen dat hij daarover een nummer heeft gemaakt. Gelukkig zijn er echter ook de meer triviale onderwerpen waarover gezongen wordt; zoals bijvoorbeeld in ‘NOTHING LEFT TO SAY’ en ‘DEVIL’S CANDY’ te horen is.

Muzikaal gezien zit er daarentegen niet zoveel spanning in de nummers op het nieuwe album van Armstrong. Over het algemeen maakt het een ietwat gezapige indruk. Als het begrip ‘crooner’ in de blueswereld gangbaar zou zijn dan zou Armstrong zich onder de crooners van de blues kunnen scharen. Want er staan wel aardige, melodieuze songs op het nieuwe album en Armstrong heeft een stem die erg doet denken aan die van Buddy Guy. Maar echt spannend wordt het niet; nergens zal de vonk echt overslaan hetgeen ik persoonlijk wel een gemis vind.

Ik sluit af met: ‘LONG BLACK CAR’

THE BLACK KEYS - ‘EL CAMINO’

The Black Keys, bestaande uit het duo Dan Auerbach en drummer producer Patrick Carney, is van oudsher een band die zich met veel touren en uitbrengen van cd’s bij het grotere publiek in de kijker heeft weten te spelen. ‘EL CAMINO’ is inmiddels hun zevende album en door diverse media al uitgeroepen tot één van de betere cd’s van 2011.
Leuk detail is overigens dat The Black Keys zich tegenwoordig , naast het zelf maken van muziek, ook bezighouden met het producen van anderen. Meest recente bewijsstuk hiervan is het nieuwe album van dr. John waarvan Dan Auerbach de productie heeft gedaan.

Gaan jullie maar eerst luisteren naar: ‘LITTLE BLACK SUBMARINES’.

Tot voor kort onderscheidde de muziek van The Black Keys zich met songs waarvan je op zijn minst toch wel kon stellen dat er sprake was van behoorlijke bluesinvloeden. Auerbach wist daarbij met zijn vuige gitaarspel steeds de juiste snaar te raken.
Hoe anders is het dan nu met het nieuwe album ‘EL CAMINO’ ; geen blues meer die de boventoon voert, maar daarvoor in de plaats nummers met een veel meer poppy inslag en ernstig geënt is op de sixties rock.
Qua stijlen levert dat wel een fascinerend beeld op, want je hoort dan eigenlijk een mengelmoes van muziek uit die periode. Om voor jezelf een voorstelling hiervan te maken; denk dan maar aan onder andere Deep Purple en T-Rex achtige melodieën.
Natuurlijk is het niet slecht wat er te horen is. De muziek nodigt erg uit tot het opendraaien van de volumeknop en daar is dan ook helemaal niets mis mee. Het maakt althans het beluisteren zeker de moeite waard.
Aan de andere kant blijf ik echter achter met enige twijfel. Ik geloof namelijk niet dat ‘EL CAMINO’ nog zo heel vaak in mijn cd speler zal belanden. Daarvoor hoor ik liever The Black Keys zoals in hun eerdere periode. De rauwe randjes zijn nu namelijk verdwenen en het klinkt misschien allemaal net iets te gelikt. Persoonlijk vind ik dat wel jammer.

Ik sluit af met: ‘SISTER’

 

FRED EAGLESMITH - 6 VOLTS

 

THE MIGHTY YAYA -THE MIGHTY YAYA

Een naam als The Mighty Ya-YA kan van alles doen vermoeden; met een beetje fantasie zou je er zo maar iets monsterlijks in kunnen ontdekken; ware het niet dat het de naam is van een band die is samengesteld uit louter vriendelijke mannen. Eén van die mannen is Louis van Empel en zeg nou zelf dat is bepaald niet iemand om te associëren met een monster. Wat wel van hem gezegd kan worden is, dat het een veelzijdig iemand is. Dat bewijst hij ook nu weer met een nieuwe album. In deze samenstelling heeft de band al meerdere albums gemaakt, maar het nieuwe album wijkt dermate van vorige albums af dat we hier eigenlijk gerust weer over een debuut-cd kunnen spreken.

Ga eerst maar eens luisteren naar : ‘MOMO KOMANA’.

Het aardige van het nieuwe album is dat het alle kanten opgaat. In de 40 minuten die, voor de 11 nummers die er op staan, zijn gereserveerd kom je blues á la Lester Butler tegen in het openingsnummer MERCURY’S RISING. De meer duistere bluesrock komt terug in het langste nummer van het album: SLIPPING AWAY; de seventies rock in CHANGING THE DRAGON. Ook bijzonder is het nummer EEN SCHEET EN DRIE KNIKKERS. Hoe men op deze titel gekomen is weet ik niet, maar het is niettemin een heel aardig instrumentaaltje, ook al duurt het minder dan 2 minuten.
PIOUS BIRD is dan weer zo’n nummer dat als pareltje gekwalificeerd kan worden en een waardige afsluiter van het album is.
Het is dus voornamelijk de diversiteit waarmee de band laat horen over de juiste kwaliteiten voor het maken van bluesmuziek te beschikken.
Ik heb daardoor toch nog iets monsterlijks in The Mighty Ya-Ya kunnen ontdekken, namelijk dat hun muziek monsterlijk goed is. Ik stel me dan ook voor dat deze band zonder meer garant zal staan voor wel heel vermakelijke optredens met daarin hoofdrollen voor een rauwe en schurende mondharmonica en het stevigere gitaarwerk. Het nieuwe album heeft in elk geval de toets der kritiek met glans doorstaan. Luisteren naar dit album.

Ik sluit af met: ‘PIOUS BIRD’

JENNI MULDAUR - ‘DEAREST DARLIN’ ’
 

De naam Muldaur is misschien niet helemaal onbekend; en in het geval van Jenni Muldaur is ook het gezegde: ‘de appel valt niet ver van de boom’ van toepassing. Jenni is namelijk de dochter van Maria en Geoff Muldaur en deze namen zullen bij velen op zijn minst een belletje doen rinkelen.
Ofschoon Jenni in 1992 al een album heeft gemaakt heeft het grootste gedeelte van haar carrière toch in het teken gestaan van een leven als achtergrondzangeres. Dat zij hierbij al met heel wat groten heeft samengewerkt zal mede te danken zijn aan het feit dat zij zulke beroemde ouders had, want hoe anders kom je in aanraking met mensen als: Eric Clapton, John Cale en Steely Dan. Recentelijk heeft zij nog een toer met David Byrne afgerond en ook Lou Reed heeft al bij haar aangeklopt om haar te vragen als achtergrondzangeres tijdens zijn volgende toer.

Ga eerst maar eens luisteren naar : ‘I’VE GOT A FEELING’.

Op ‘DEAREST DARLIN’ staan 12 nummers, waarvan er slechts 1 een zelfgecomponeerd nummer is; namelijk afsluiter: ‘COMATOSE TOWN’. De overige nummers zijn overwegend iets minder bekende R&B songs uit de jaren vijftig en zestig. Jenni doet het heel goed. Je mag althans gerust stellen dat zij haar hele ziel en zaligheid in dit album heeft gelegd. Wat dit album voornamelijk doet is: herinneringen ophalen. De meer rockachtige songs van het album bijvoorbeeld, roepen herinneringen op aan Brenda Lee; terwijl de meer bluesy nummers sterk doen denken aan, hoe kan het ook anders, haar moeder Maria Muldaur.
Tussen de 12 nummers bevinden zich echter ook nog enkele andere opmerkelijke songs, zoals de traditional ‘HOPALI’ waarin ze in duet gaat met Joseph Arthur en het van James Brown afkomstige ‘LOST SOMEONE’.
Door dit alles kan ‘DEAREST DARLIN’ naar de huidige maatstaven een retro-album worden genoemd. Je moet er van houden, maar een rechtvaardige stelling lijkt mij te zijn dat: als er in dit genre plaats is voor artiesten als Duffy of, in de verte, zelfs een Amy Winehouse, dan zou daar ook zeker een plaatsje voor Jenni Muldaur gereserveerd kunnen worden.

Een minder leuke aanvulling is het feit dat ‘DEAREST DARLIN’ is opgedragen aan Sean Costello. Hij heeft een prominente rol op het album gespeeld, maar kort na de opnames van het album is hij overleden aan een overdosis.

Ik sluit af met: ‘LOST SOMEONE’

DAVE ALVIN - ‘ELEVEN ELEVEN’


Begin jaren 80 maakte Dave Alvin al naam met zijn band The Blasters. Maar daarnaast is ook zo dat hij dit jaar al vijfentwintig jaar soloplaten maakt; inmiddels zijn dat er al weer ruim een dozijn.
Dave Alvin herinner ik mij als een erg aimabel man. In 2004 stond hij geprogrammeerd op het Moulin Blues Festival. De avond voor zijn optreden heb ik hem in het hotel bezocht om te kijken of alles naar wens was. Een erg aardige man, voorkomend en uitnodigend en om er maar eens een cliché tegen aan te gooien: ook zo gewoon gebleven. Raar eigenlijk om dat zo te zeggen, want waarom zou iemand niet gewoon kunnen blijven ondanks successen die worden geboekt. Het nieuwste album heet ’ELEVEN ELEVEN’.

Ga daarvan luisteren naar : ‘JOHNNY ACE IS DEAD’.

Zet een album van Dave Alvin op en je wordt meteen gegrepen door ’s mans kwaliteiten als gitarist en zanger. Ook komt bij al zijn albums aan de oppervlakte welk een prachtige verhalen deze man kan vertellen. Daarin is niet hijzelf het middelpunt maar het zijn steeds anderen die in de schijnwerpers worden gezet of waar een ode aan wordt gewijd. Op zijn nieuwe, 11 nummers tellende album, is dat niet anders. Alvin heeft een typische laid-back-manier van zingen. Het straalt warmte uit; warmte voor mensen, zoals in ‘BLACK ROSE OF TEXAS’ welk gaat over ex Guilty Woman Amy Farris die in 2009 zelfmoord pleegde; of het stevigere ‘WHAT ’S UP WITH YOUR BROHER’ waarin hij nog eens even, samen met broer Phil, hun band The Blasters nieuw leven in lijkt te blazen. Het meeste indruk maakte echter het laatste nummer waar hij samen met de veel te vroeg overleden Chris Gaffney ‘TWO LUCKY BUMS’ zingt.
‘ELEVEN ELEVEN‘ is wat mij betreft een geweldig album. Slechte nummers staan er eigenlijk niet op. Volgens intimi behoort dit album tot de beste rootsalbums van 2011. Ikzelf kan niet anders dan het daar helemaal mee eens zijn.

Ik sluit af met: ‘MANZANITA’

HAYES CARLL - ‘KMAG YOYO’


Hayes Carll, geboren in 1976 in The Woodlands, Texas werd, muzikaal gezien, beïnvloed door mensen als Guy Clarck, Bob Dylan en Townes van Zandt. Hij timmert al sinds 2002 stevig aan de weg om voet aan de grond te krijgen binnen de muziekscene. Voor zijn harde werken werd hij in 2008 beloond met een American Music Award.
‘KMAG YOYO’ lijkt op het eerste gezicht een vreemde titel, maar als je weet dat het staat voor Kiss My Ass; You Are On Your Own, dan wordt het al weer een beetje duidelijker.

Ga maar eerst luisteren naar : ‘GRAND PARADE’.

‘KMAG YOYO’ is het vierde album van Hayes Carll en het wordt nu al zijn beste tot nu genoemd. Het album verwijst naar de soldaten die actief zijn, of zijn geweest in Irak en Afghanistan. Deze landen worden dan ook enkele keren genoemd in zijn songs. Hayes Carll is eigenlijk de geboren verhalenverteller; die niet te beroerd is om zichzelf een spiegel voor te houden en daar met enig sarcasme over zingt. In zijn teksten komen onder andere de misstappen voor die hij in zijn jeugd heeft gemaakt en de lering die hij daaruit getrokken heeft.
Qua muziek leunt dit album wel een beetje op de muziek van de mid- zestiger jaren. Af en toe lijkt zelfs de ‘SUBTARRANIAN HOMESICK BLUES’ van Bob Dylan even om de hoek te komen kijken. Maar Carll is anderzijds ook wel een schrijver die door veel humor in zijn muziek te leggen risico’s durft te nemen in plaats van het kiezen voor de veilige weg.
Tot mijn favoriete nummers van het album behoren onder andere: ‘CHANCES ARE’ ; ‘THE LOVIN’ CUP’; ‘BOTTLE IN MY HAND’ en afsluiter ‘HIDE ME’ waarin de gospelklanken toch wel het kersje op de taart vormen.

Ongetwijfeld is er nog meer over het album te vertellen, maar waar het uiteindelijk om gaat en wat, na alles wat er te zeggen valt, alleen nog maar overblijft is de muziek zelf; en die kan alleen maar beluisterd worden. Dat is ook hetgeen ik iedereen wil aanraden. Luister naar deze muziek; spijt zul je er niet van krijgen.

Ik sluit af met: ‘HIDE ME’

RYAN ADAMS - ‘ASHES & FIRE’ (22-1-12)

Voor het eerst hoorde ik van Ryan Adams toen in 2000 het album ‘GOLD’ van hem verscheen. Uit de videoclip van de single ‘NEW YORK NEW YORK’ herinner ik me de skyline van deze stad die daarin te zien was. Het bleek dat de opnames voor die clip 4 dagen voor de aanslagen hadden plaatsgevonden hetgeen ervoor zorgde dat het zien van de clip een bizarre belevenis werd.
De jaren daarna mag wel van een stormachtige carrière gesproken worden. Aan de productiviteit van Ryan Adams heeft het in elk geval niet gelegen, want in 11 jaar tijd zorgde hij ervoor dat 13 albums het levenslicht zagen. Zijn allernieuwste loot is ‘ASHES & FIRE’ ; zijn eerste soloalbum dat verschijnt op zijn eigen label en wordt opgenomen onder productionele leiding van Glyn Johns, welke eerder heeft samengewerkt met o.a. The Beatles, Bob Dylan, The Who en the Stones.

Ga maar eerst luisteren naar : ‘DO I WANT’.

De muziek van Ryan Adams heeft in zijn 11 jarige carrière wat mij betreft het midden gehouden tussen rock-n roll en toch de echte singer-songwriter-muziek. Soms liet hij zich begeleiden door zijn band the Cardinals; dan weer was hij solo. Het leek wel of hij zelf zoekende was; Hij maakte vaak een onrustige indruk; Was onvoorspelbaar. Als je pech had werd een optreden al na 3 kwartier beëindigd, maar net zo goed kreeg hij het klaar om een meer dan 2 uur durende set af te werken. Twijfels over de mentale stabiliteit, al dan niet als gevolg van een wereld van drank en drugs, waren dan ook niet van de lucht.
Met ‘ASHES & FIRE’ lijkt alles echter weer ten goede gekeerd. De echte Ryan Adams lijkt weer te zijn opgestaan. De onrust en onvoorspelbaarheid zijn verdwenen. Bij nummers als: ‘COME HOME’; ‘INVISEBLE RIVERSIDE’ ; ‘SAVE ME’ en ‘KINDNESS’ is hij weer op dreef zoals ik hem het liefste hoor; melancholisch en met mooie melodieën, al dan niet met Norah Jones op de achtergrond.
Iemands loopbaan bevat naast hoogtepunten de nodige dieptepunten. Ook Ryan Adams ontkomt hier niet aan. Tussen de 13 albums die van hem zijn verschenen zitten mooie albums, maar dat zijn ze zeker niet allemaal. Met ‘ASHES & FIRE’ bewijst Adams echter weer eens welk talent hij is. Het is een mooi album; ontegenzeglijk een hoogtepunt.

Ik sluit af met: ‘INVISIBLE RIVERSIDE’

THE JAYHAWKS - ‘MOCKINGBIRD TIME’ (15-1-12)

Vraag de rechtgeaarde Jayhawks-fan naar zijn favoriete album en je krijgt met stip de namen van de volgende twee albums te horen. Allereerst ‘HOLLYWOOD TOWN HALL’ uit 1992 en daarnaast ‘TOMORROW THE GREEN GRASS’ uit 1995. Latere albums worden niet vaak genoemd. Voornaamste reden hiervan is wel het feit dat Mark Olson in 1995 de band verliet. Daarmee werd tevens de magie enigszins aan de band onttrokken. Gary Louris en de zijnen gingen nog wel verder maar het niveau van voorheen leek niet meer te worden gehaald. Wij zijn nu 16 jaar verder en Mark Olson, inmiddels gescheiden van zijn tweede vrouw, heeft zich weer bij zijn oude vrienden gevoegd. Deze hereniging wordt nu gevierd met een nieuw album ‘MOCKINGBIRD TIME’.

Ga hiervan maar eerst naar het titelnummer luisteren: ‘MOCKINGBIRD TIME’.

‘MOCKINGBIRD TIME’ is het achtste studioalbum van the Jayhawks. Gary Louris is de producer en dat is ook wel te horen. De countryrock vormt weliswaar nog wel de basis van de muziek, maar nummers richting popmuziek worden ook niet geschuwd. We hebben het dan weer wel over de betere popmuziek in de stijl van The Byrds, maar we horen vooral veel Beatles zoals in ‘HEY MR. MAN’; ’GUILDER ANNIE’ en het mooie ‘POURIN RAIN AT DAWN’.
Het is vooral de wisselwerking in de samenzang die het bij de muziek van the Jayhawks doet. De stemmen van Louris en Olson zijn wel heel verschillend van elkaar maar tegelijkertijd lijken ze ook voor elkaar gemaakt. Het geeft de muziek enige spanning mee hetgeen op het album het beste tot zijn recht komt bij de nummers ‘HIGH WATER BLUES’ en ‘CINNAMON LOVE’. Toch wel de nummers waarop de band zich helemaal laat gaan en ook de oorspronkelijke Jayhawkssound het beste te horen is.

Een hereniging wil niet per definitie zeggen dat het een succes wordt. Toch lijken the Jayhawks daar met ‘MOCKINGBIRD TIME’ zeker wel in geslaagd te zijn. In elke geval mag je zeggen dat er vrijwel geen slechte nummers op het album staan. Het heeft dan misschien een tijdje geduurd maar de echte fan weet voortaan wel een derde favoriete album te noemen.

Ik sluit af met: ‘CINNAMON LOVE’

 

DAWES - ‘NOTHING IS WRONG’ (8-11-2012)


Dawes is een rockband uit Los Angeles. Spil van de band wordt gevormd door de broers Taylor en Griffin Goldsmith. Oorspronkelijke was de bandnaam Simon Dawes, maar nadat toenmalig co-songwriter Blake Miles de band had verlaten en de postpunk sound werd verruild voor de folkrock werd ook gekozen voor de nieuwe naam: Dawes. ‘NOTHING IS WRONG’ is het tweede album van de band. Hun eerste album: ‘NORTH HILL’ werd opgenomen nadat de band voor het eerst was uitgenodigd voor een informele jamsessie waarbij ook Conor Oberst en Chris Robinson van The Black Crows aanwezig waren.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘TIME SPENT IN LOS ANGELES’.

Met hun tweede album worden de geluiden dat de band de nieuwe fakkeldrager van de folkrock is, steeds groter. Of dat inderdaad zo is, mag misschien wel een beetje vroege constatering zijn; feit is echter wel dat Dawes alles daarvoor in zich heeft. De sound van Dawes bevat namelijk veel invloeden van bands als The Byrds en Crosby, Stills, Nash & Young; muziek die wordt gekenmerkt door sterke samenzang, krokant gitaarspel en liefst ook nog de tonen van een Hammondorgel. Er zijn genoeg in het oog springende songs van het album te noemen om dit te onderstrepen. Om er maar enkele te noemen: ‘TIME SPENT IN LOS ANGELES’; ‘IF I WANTED SOMEONE’, ‘FIRE AWAY’ waar overigens Jackson Browne als gastzanger op te horen is en hekkensluiter ‘A Little Bit of Everything’ ;een werkelijk bloedmooie song.

Hiermee is het nieuwe jaar voor mij weer goed begonnen; het is niet vaak dat je pareltjes als ‘NOTHING IS WRONG’ tegenkomt. Een erg mooi album; een absolute aanrader en zeker een album dat het verdient om onder de aandacht van een breed publiek te worden gebracht.

Mochten er nu al mensen zijn die niet kunnen wachten om Dawes live aan het werk te zien. In februari doen ze Nederland aan en staat een optreden in het Amsterdamse Paradiso gepland.

Ik sluit af met: ‘A LITLLE BIT OF EVERYTHING’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 11-12-2011

KING MO - ‘KING OF THE TOWN’


Het kon dit jaar al niet meer stuk voor de mannen van King Mo. Door The Dutch Blues Foundation werden ze afgevaardigd naar Memphis en Berlijn om mee te dingen naar the Blues Challenge Award. Bij diezelfde Dutch Blues Foundation vielen ze nog meer in de prijzen; Sjors Nederlof werd uitgeroepen tot beste bluesgitarist en voorganger ‘SWEET DEVIL’ tot beste bluesalbum. Daarnaast tekende de band ook nog eens een platendeal bij CRS. En alsof dat allemaal nog niet genoeg is ligt daar nu het nieuwe album ‘KING OF THE TOWN’. Wel is het zo dat er nog een bezettingswisseling heeft plaatsgevonden, want Jules van Bussel heeft tijdens het opnemen van het nieuwe album het stokje als bassist overgedragen aan Roelof Klijn. Op het nieuwe album is Jules nog op een viertal nummers te horen op bas.

Ga eerst luisteren naar: ‘I WAS WRONG’.

Weliswaar maakt het hoesje melding van 10 titelnummers; in feite draait het echter om 9 tracks. Het eerste ‘JAPANESE ANALOG’ kan wat mij betreft niet als serieuze track worden meegeteld, want gedurende 18 seconden is er niet meer dan gekraak van een vinylalbum te horen. Nee……, dan de overige tracks, daar laten de mannen horen waar het werkelijk om gaat. Goede muziek; bluesmuziek welteverstaan van een goed op elkaar ingespeelde band met mooie, dragende zang van Phil Bee en bij tijden schitterend gitaarwerk van Sjors Nederlof; luister daarvoor vooral naar het ruim 7 minuten durende ‘200 MILES’ hetgeen even later nog eens dunnetjes wordt overgedaan in het ietsjes korter durende ‘200 MILES SLIGHT RETURN’. Een verwijzing naar klassieker ‘LITTLE WING’ ligt bij deze nummers ontegenzeglijk voor de hand, maar het doet geen afbreuk aan de kwaliteit van deze nummers en dat is per slot van rekening wat er het meeste toe doet. Overigens mag bij dit alles de ondersteuning op Hammond orgel door Colly Franssen niet worden vergeten.

Ook de andere nummers mogen er zijn; inclusief de covers te weten: Al Green’s ‘ I’M A RAM’ en Dave Specter’s ‘COMING HOME’. Een in de basis instrumentaal nummer dat voor de gelegenheid door Phil Bee van tekst is voorzien.

Kortom…. Met ‘KING OF THE TOWN’ laat King Mo een koninklijk visitekaartje achter waarmee nog maar eens wordt aangetoond dat de band absoluut tot de eredivisie van de Nederblues behoort.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-11-2011

PETER BEEKER & ONGENODE GASTE

Ongenode Gaste is een rockband, bestaat al sinds 2000 en speelt alleen maar eigen muziek. Bijzonder is verder dat de teksten die worden gezongen in het dialect zijn. Man van het eerste uur en tevens frontman van Ongenode Gaste is Peter Beeker. Door de jaren heen heeft hij de nodige bezettingswisselingen; het uitbrengen van drie eerdere cd’s en enkele ep’s meegemaakt. Daarnaast heeft hij ook nog een solo-album uitgebracht. In de palmares van Ongenode Gaste mag ook worden bijgeschreven dat ze ooit zelfs zijn uitgenodigd om de after show bij een optreden van The Black Crows in het Amsterdamse Paradiso te verzorgen.

Ga maar luisteren naar:: ‘ICH BIN BLIEJ DES SE D’R BIS’.

Een beetje onwennig ben ik wel aan dit verhaal begonnen, want het komt nu eenmaal niet vaak voor dat er een dialect-cd in de bespreking zit. En eerlijk gezegd heb ik ook wel wat vooroordelen aan de kant moeten zetten, want eigenlijk heb ik niet zoveel met dialect muziek.
Des te groter is dan ook de verbazing dat ik , achteraf gezien, wel positief gestemd ben over het album. Sterker ik ben aangenaam verrast. Het begint al meteen bij de opener ’DOOR UT STOF NEET MIER’ waarin duidelijk hoorbaar is dat de muziek van Ryan Adams gerekend mag worden als van invloed zijnde op die van Ongenode Gaste. En zo wordt ik door het album nog wel meer verrast. ‘ICH BIN BLIEJ DES SE D’R BIS’ ; alleen al de opbouw van het nummer , de ontlading aan het einde daarvan; hieruit valt duidelijk op te maken dat hier muzikanten in de weer zijn die weten waar ze mee bezig zijn. En zo kan ik nog wel even doorgaan. ‘RADIO-STILTE’; ‘NON- STOP’; ‘SYMPATHIE’; stuk voor stuk nummers die het predicaat rootsmuziek met gemak kunnen dragen. En alsof uiteindelijk de puzzel helemaal in elkaar lijkt te vallen, blijkt ook nog eens dat het feit dat er in het dialect wordt gezongen er opeens helemaal niet meer toe doet. Het gaat er tenslotte om wat er wordt verteld en dan kom je bij dezelfde, universele, onderwerpen uit zoals die in elke andere taal voorkomen: relaties waarin het goed gaat; relaties waarin het minder gaat, de liefde en liefde die voorbij is.
Achteraf ben ik dus blij met dit album kennis te hebben gemaakt. Ik hoop dat dit ook voor jullie gaat gelden.

Ik sluit af met: ‘FIEZE GRIEZE DAAG’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-11-2011

JON AMOR BLUES GROUP - ‘JON AMOR BLUES GROUP.’
 

Het is een ietwat slungelachtige verschijning deze, als gitarist van The Hoax bekend geworden, Jon Amor. Hij is met een nieuw project begonnen, welk is voorzien van de niets aan de verbeelding overlatende naam Jon Amor Blues Group. Naast Jon bestaat deze band uit de broers Dave en Chris Doherty op respectievelijk gitaar en bas en Simon Small op drums.
Jon Amor heeft natuurlijk al diverse albums op zijn naam staan, in strikte zin kun je hier dus niet meer spreken van een debuutalbum, maar aangezien het een nieuw project is doen we dat toch maar. Een titel heeft het album verder niet meegekregen, alhoewel de punt achter de naam wel belangrijk is, volgens Jon.

Ga maar luisteren naar:: ‘REPEAT OFFENDER’.

Vanaf ‘HOLY WATER’ het eerste nummer van het 10-tracks tellende album gaat het er stevig aan toe. Jon heeft een rauwe stem die precies bij zijn muziek past. Zowel van zijn tijd bij The Hoax ( waar hij overigens ook nog regelmatig mee optreedt) als uit zijn solocarrière weten we dat hij goed met de gitaar overweg kan. In Dave Doherty heeft hij nu bovendien nog een kompaan gevonden waarmee hij regelmatig een gitaarduel kan aangaan.
Eigenlijk staan er geen slechte nummers op het album. Wat je hoort is wat je krijgt; groezelige bluesrock; hakkende gitaren en plezier in het maken van deze muziek. De invloeden van oude meesters als Muddy Waters en Howlin’ Wolf zijn goed te horen; echter ook van de nieuwere lichting blueshelden zoals Black Keys (luister maar eens naar ‘ANGEL IN A BLACK DRESS’) en Jon Spencer zijn invloeden waarneembaar.

Het nieuwe album is daarmee een echt album voor de liefhebber. Het is blues met ballen om het maar eens plat uit te drukken. En dan te bedenken dat er niet meer dan 8 dagen heeft geduurd om dit album op te nemen. Geen twijfel mogelijk dus.. Aanschaffen dit album, je krijgt er geen spijt van.

Ik sluit af met: ‘YOU KNOW IT’S ONLY LOVE’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-11-2011

ERIC SARDINAS & BIG MOTOR - ‘STICKS & STONES’


Eric Sardinas, oorspronkelijk uit Fort Lauderdale maar tegenwoordig woonachtig in Los Angeles, groeide op met soul, gospel en rock ’n roll. Wij kennen hem als een bijzonder getalenteerd slide gitarist die ook nog eens behoorlijk met de dobro overweg kan en met tijden snoeiharde bluesrock maakt.
‘STICKS & STONES’ is zijn 6e album. De inspiratie voor het nieuwe album putte hij uit de vele optredens, die hij wereldwijd heeft; want optreden blijkt toch wel zijn passie te zijn; volgens eigen zeggen is dat ook één van de voornaamste redenen waarvoor hij ‘s morgens opstaat.

Ga maar luisteren naar:: ‘THROUGH THE THORNS’.

‘STICKS & STONES’ telt elf nummers en Sardinas weet er met behulp van zijn elektrische resonator de vaart behoorlijk in te houden. Bluesrock zoals die hoort te zijn met nummers als: ‘ROAD TO RUIN’; ‘FULL TILT MAMA’; ‘BURNIN’ SUGAR’ ,een nummer overigens dat zomaar op een Stones – album terug te vinden zou kunnen zijn, en ‘MAKE IT SHINE’. Het is maar goed dat er ook nog plaats is voor enkele rustmomenten op het album zoals dat het geval is bij het laatste nummer: ‘TOO MANY GHOSTS’.
Als ik op zoek ga naar het centrale thema van het album, dan kom ik uit bij de liefde in al zijn vormen. Dat kan zijn: de liefde tussen man en vrouw, maar ook zoals uit het openingsnummer ‘CHERRY WINE’ valt op te maken simpel de liefde voor het leven ; om daarvoor maar de eigen woorden van Sardinas te gebruiken: ‘Zest for life’.

Misschien is dit wel hetgeen wat Sardinas gemeen heeft met de klassieke blues en soulartiesten; songs schrijven over universele, alledaagse thema’s. Daarbij is het dan de kunst om een eigen manier te vinden om zich over die thema’s uit te drukken.
Dat laatste is Sardinas wel toevertrouwd. In elk geval levert hij daarvan op ‘STICKS & STONES’ het bewijs.

Ik sluit af met: ‘TOO MANY GHOSTS’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 9-10-2011

DAVID GOGO - ‘SOUL - BENDER’

David Gogo is waarschijnlijk één van de meest aardige blues-artiesten van het moment. Hij is niet alleen aardig qua persoon; zo stilaan is hij inmiddels ook een gelouterd gitarist die met zijn solide gitaarspel de nodige prijzen in de wacht heeft weten te slepen. Dus wat dit betreft zit het allemaal wel goed bij deze uit Canada afkomstige gitarist.
‘SOUL – BENDER’ is alweer het 10e album van David Gogo.

Daarvan gaan jullie eerst luisteren naar: ‘TIME IS KILLING ME’.

Op het nieuwe album staan 10 nummers, die goed zijn voor een dikke 40 minuten muziek. 4 nummers zijn van eigen hand en de overige nummers zijn covers, zij het dat je eigenlijk niet meer van covers kunt speken want in de uitvoering van David Gogo hebben al deze nummers een ware metamorfose ondergaan.
Tussen de covers staan enkele opmerkelijke songs, zoals: ‘I FOUND A LOVE’ van Wilson Pickett of ‘THE CHANGELING’ van The Doors. Voor mij is echter is echter ‘THE WAY YOU MAKE ME FEEL’ van Michael Jackson het meest opmerkelijk. Hoe zeer Gogo ook heeft geprobeerd om dit nummer naar zijn eigen hand te zetten; het blijft voor mij een merkwaardige keuze en ik vind het nummer eigenlijk ook niet op het album thuishoren. Voor het overige staan er prima nummers op het album en heeft David Gogo er iets moois van gemaakt. Hij doet op het album waar hij goed in is en laat horen dat hij van verschillende markten thuis is, of het nu soul is, een gevoelige ballad of een potje stevige bluesrock.

Echter alle lofuitingen ten spijt, want ja….. David Gogo is een geweldig gitarist en dat hij ook best zijn eigen nummers kan schrijven hebben jullie zojuist al kunnen horen. ‘TIME IS KILLING ME’ is daar namelijk een uitstekend voorbeeld van.
Ik zal het echter blijven herhalen. Ik wacht nog steeds op een album van David Gogo met daarop alleen maar eigen geschreven nummers. Geen excuses in de zin van ‘beter goed gejat dan slecht gemaakt’. David Gogo is toch iemand van het kaliber die met eigen songs voor de dag moet komen. Hij heeft daar alles voor in zich.

Ik sluit af met: ‘GETTIN OLD’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 25-9-2011

DAVID PHILIPS - ‘THE ROOFTOP RECORDINGS’

David Philips is een van oorsprong Britse singer songwriter, die echter al een aantal jaren Barcelona als domicilie gekozen heeft. Dat is ook de plaats waar hij zijn liedjes schrijft en waar hij met regelmaat op het dakterras gaat zitten spelen. Op die manier is ook zijn tweede album ‘The Rooftop Recordings‘ tot stand gekomen. In tegenstelling tot zijn debuutalbum waar hij nog ondersteuning kreeg van een aantal andere muzikanten heeft hij bij zijn nieuwe album alles alleen gedaan.

Ga maar eens luisteren naar: ‘YOU DON’T MAKE ME’.

Lef kan David Philips niet ontzegd worden, want ga er maar aan staan; Een heel album helemaal in je eentje, zichzelf begeleidend op gitaar en een enkele keer op de mondharmonica, volmaken. Daarbij heeft hij ook nog eens met zichzelf afgesproken dat alle liedjes er in 1 take op moesten komen, dus zonder de gebruikelijke opsmuk. Dit alles in overweging nemend mag het resultaat van deze dakterrassessie er best wezen. Zeker als je er voor in de stemming bent; dan luistert het album met tijden zelfs lekker weg; helemaal is dat het geval bij de mooiere songs zoals de nummers ‘South East Breeze’ en het prachtige ‘When I’m Drunk’.

Toch levert Philips met ‘The Rooftop Recordings’ ook het bewijs dat lef niet het enige is wat je nodig hebt om een goed album te maken. Het is ook nodig om de aandacht van degene die luistert vast te houden en dat is nou net waar het bij dit album soms aan ontbreekt. Ondanks een aantal mooie nummers op het album staan er ook een aantal nummers tussen waarbij het niet echt lukt om oplettend te blijven; dat zijn ook de momenten waarop het album een beetje begint te vervelen.

Desalniettemin moet van Philips worden gezegd dat hij een goed gitarist is met een aangenaam warme stem. Nu alleen nog een beetje variatie in het geheel en volgens mij komt het dan helemaal goed.

Ik sluit af met: ‘WHEN I’M DRUNK’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 18-9-2011

GRAYSON CAPPS – THE LOST CAUSE MINSTRELS
Al enkele malen heb ik een optreden van Grayson Capps mogen meemaken. Telkens heb ik dit als een waar genoegen ervaren. Net zoals zijn albums waren de optredens verfrissend. Naast het gegeven dat hij een goed songschrijver, maar ook entertainer en rasverteller is, heeft de man ook nog eens een uitstraling die hem tot een innemend persoon maken.
Voor zijn nieuwe album heeft hij een nieuwe band om zich heen geformeerd die zich The Lost Cause Minstrels noemen.

Luister maar eens naar: ‘JANE’S ALLEY BLUES’.

Het nieuwe album heeft voor mij twee kanten. De ene kant is die van de liefhebber van rootsmuziek; waardoor ik me heb verheugd op het nieuwe album. Grayson Capps heeft in bijna alle muzikale centra van Amerika die ertoe doen gewoond. Getuige de diversiteit aan americanasongs lijkt het wel of hij je mee wil nemen langs de diverse plaatsen waar hij ooit heeft gewoond en de invloeden die hij daar heeft opgedaan. Het begint al meteen met opener ‘HIGHWAY 42’ waarin de invloeden van Nashville Tennessee, waar hij tot vorig jaar nog woonde, duidelijk merkbaar zijn. ‘COCONUT MOONSHINE’ en ‘OL’SLAC’ kunnen wat dat betreft verwijzen naar de periode dat hij in New Orleans woonde. Echter dat is niet alles Capps laat daarnaast ook nog eens zijn muzikaliteit zien met het balladachtige ‘CHIEF SEATTLE’ en het gospelgetinte ‘YES YOU ARE’.

Aan de andere kant moet ik bekennen het nieuwe album minder spannend te ervaren dan bij zijn vorige albums het geval was en de vraag of dit album de competitie met zijn eerdere albums aan kan gaan, heeft zich ook al bij mij aangediend. Of het mogelijk te maken heeft met het wegebben van het verrassingseffect ?????..... Ik weet het niet.
Echter om nu te zeggen dat het nieuwe album van Grayson Capps een matig album is gaat me ook weer te ver. Het album is zeker een aanrader. Het plezier in het maken van muziek, maar ook de afzonderlijke songs maken het album alleszins de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘PARIS, FRANCE’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-7-2011 (laatste bespreking voor de zomervakantie. Eerstvolgende is op 28 augustus)

IAN SIEGAL AND THE YOUNGEST SONS - ‘THE SKINNY’

Voor zijn nieuwe album ‘The Skinny’ heeft Ian Siegal een reis naar de North Mississippi Hill Country gemaakt. Siegal trof daar The Youngest Sons, oftewel Garry Burnside (jongste zoon van R.L. Burnside), Robert Kimbrough (jongste zoon van Junior Kimbrough), Rodd Bland (jongste zoon van Bobby Blue Bland) en Cody Dickinson (North Mississippi All Stars en zoon van Memphis producer Jim Dickinson). In hun Zebra Ranch in Coldwater werden 11 songs opgenomen. En alsof de eerdergenoemde Youngest Sons nog niet genoeg waren kwamen ook nog eens Alvin Youngblood Hart, Andre Turner en Duwayne Burnside even langs om mee te spelen op het album.

Ga maar luisteren naar: ‘THE SKINNY’.


We kennen Ian Siegal natuurlijk als een erg veelzijdige bluesmuzikant, die altijd openstaat voor nieuwe invloeden, die hij vervolgens ook snel onder de knie heeft. Op dit album is dat niet anders.
De elf nummers zijn deels van eigen hand en deels cover. Zijn blues klinkt dit keer erg traditioneel. Opener The Skinny is een prima begin van het album: lekker opzwepend. De muziekstijl op het album wordt gekenmerkt door een beperkt aantal akkoorden; beperkte akkoordwisselingen en de aanwezigheid van een voortstuwend ritme oftewel de ‘hill country blues’ zoals we die ook kennen van o.a. The North Mississippi All Stars.
Er staan heel mooie nummers op het album; bijvoorbeeld Stud Spider, een nummer dat bekend is gemaakt door de koning van de swamprock, Tony Joe White. Alleen heeft het in deze versie iets meer tempo. Een mooie verrassing op Devils In The Detail is de dwarsfluit. Moonshine Minnie is heerlijk funky en soulvol, doet zelfs even denken aan Mustang Sally. En afsluiter Hopper (Blues For Dennis) is een prachtige ‘bluesrock-hommage’ aan de acteur.
Eigenlijk weten we het wel; een kleurrijker bluesartiest is nauwelijks te vinden. Siegal staat komende zomer weer op vrijwel alle festivals. Je moet hem daar gaan zien natuurlijk, want het blijft een ervaring hem aan het werk te zien.
 

Ik sluit af met: ‘MOONSHINE MINNIE’, maar niet na jullie allemaal een prettige vakantie te hebben gewenst.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-7-2011

ISRAEL NASH GRIPKA - ‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’


Israel Nash Gripka die opgroeide in de Ozark Mountains van Missouri, maar tegenwoordig in New York woont, debuteerde al in 2009 met het album ‘NEW YORK TOWN’. Met dat album deed hij een poging om het americana gevoel over te brengen naar het leven in het drukke New York. Getuige de lovende kritieken die hij over dat album ontving mag je veronderstellen dat hij in die opzet is geslaagd.
Voor zijn nieuwe album ‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’ heeft hij weer eens anders aangepakt. Omdat hij een hekel heeft aan opnamestudio’s werd voor de verandering de apparatuur maar eens verhuist naar een schuur waar min of meer in de buitenlucht met een aantal vrienden, waaronder ook Sonic Youth drummer Steve Shelly, 11 nummers werden opgenomen.

Ga maar eens luistern naar: ‘LOUISIANA’.

Het verhaal wil dat de keuze om in een schuur op te gaan nemen gemaakt is na het nuttigen van veel bier. Spijt hoeft Gripka daar eigenlijk niet van te hebben. De 11 nummers op het album staan in elk geval garant voor 50 minuten topmuziek. Al vanaf het eerste nummer ‘FOOLS GOLD’ word je als luisteraar al helemaal ingepakt door een scheurende mondharmonica en Gripka’s geweldige stem. De nummers op het album gaan over verlies en liefde en het hoofd boven water proberen te houden. De stijl is te vergelijken met het vroegere werk van Neil Young, maar ook met dat van the Band en the Stones.
Zoekend naar de overeenkomsten van de nummers op het album, mag je stellen dat ze allemaal erg aanstekelijk zijn. Na een paar keer draaien zitten ze in je hoofd en komen daar niet meer uit.

‘BARN DOORS AND CONCRETE FLOORS’ is weer eens zo’n album waarbij je de muziek zelf het woord moet laten doen en waar eigenlijk niet teveel over gezegd moet worden. Dat heeft dit album namelijk helemaal niet nodig.

Ik sluit af met: ‘RED DRESS’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 26-6-2011

SHINER TWINS - ‘FOUR SOULS ONE HEART’


Eigenlijk hebben, als het goed is, The Shiner Twins geen nadere toelichting nodig; Richard van Bergen en Jack Hustinx zijn onlangs nog in de studio geweest en hebben daar het hele verhaal over het tot stand komen van hun nieuwe album uit de doeken gedaan. Maar voor diegenen die iets gemist hebben: in 2006 verscheen hun eerste album ‘ALL IN STORE’; in 2008 gevolgd door ‘SOUTHERN BELLES’ . Hun nieuwe album heet ‘FOUR SOULS ONE HEART’. Heel wrang is dat het nieuwe album wordt overschaduwd door een tragische gebeurtenis, want tussen het opnemen en uitkomen van het nieuwe album overleed Dick Wagensveld, de bassist van de band, tijdens een optreden. Hoe erg kun je het hebben.

Ga maar luisteren naar: ’THE LAST TIME’.

Het album dat deels is opgenomen in de studio van Willie Nelson in Texas; bevat gastoptredens van Malford Milligan; de Texaanse gospelangeressen Glenda Dotson en Sheree Smith; JW Roy; Roel Spanjers en Gait Klein Kromhof. De 13 nummers die er op staan zijn voor het merendeel geschreven door Richard van Bergen en Jack Hustinx. Een beetje bizar is het wel om te horen dat er nogal wat songs op het album staan die gaan over afscheid nemen; dit geeft het album toch wel een zekere lading mee.
Met ‘FOUR SOULS ONE HEART’ maken The Shiner Twins hun reputatie, als de nummer 1 - Americana band van Nederland, en wellicht zelfs van Europa, weer helemaal waar. De variatie aan stijlen op het album; het ingetogen ‘MY FATHER’S EYES’ de Tex Mex bij ‘DRIFTIN’’ het rockende ‘MET AN ANGEL’ en uiteindelijk het bijzonder mooie ‘FIND YOUR WAY HOME’. Dit alles aangevuld met de bijdragen van de reeds eerder genoemde artiesten en je hebt een werkelijk prachtig album.
Mocht het allemaal kloppen wat er over het hiernamaals verteld wordt dan kan het niet anders of Dick Wagensveld zit daar met gepaste trots instemmend te knikken over alles wat er hier beneden allemaal rondom ‘FOUR SOULS ONE HEART’ gebeurt.

Ik sluit af met: ‘MET AN ANGEL’

OUTLAWS - ‘DEMOS’


De Southern Rock deed het met name in de zeventiger jaren erg goed. Nog steeds zijn er bands uit die tijd die zo nu en dan een nieuwe cd op de markt brengen. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat vaak blijkt dat de muziek niet meer is wat het ooit was; het lijkt wel of het vuur uit hun muziek is verdwenen. Natuurlijk heeft dat te maken met de tand des tijds. De combinatie van een vaak ongezonde leefstijl met het ouder worden laat zijn sporen na en heeft ervoor gezorgd dat er nogal wat mensen uit de Southern Rock –scene ons zijn ontvallen.
Bij The Outlaws is dat niet anders. Van de oorspronkelijke vijfkoppige band zijn enkel nog Henry Paul en Monte Yoho in leven. Hughie Thomasson, de oorspronkelijke frontman van de band, is in 2007 overleden. Twee jaar eerder al voorafgegaan door de andere twee leden: Frank O’Keefe en Billy Jones.

Ga maar eerst luisteren naar: ’TOMORROW’S ANOTHER DAY’.

Het heeft lang geduurd alvorens er weer eens een cd van the Outlaws verscheen. Het werd wel regelmatig aangekondigd maar de twijfel of het ooit nog eens ging gebeuren begon toch al terrein te winnen. Het nieuwe album kreeg de titel ‘DEMOS’ mee. Een titel die ik niet echt bij het album vind passen, want ik heb toch sterk de indruk dat het hier gaat om iets meer dan demos. Een goede productie en uitgebalanceerde songs, maken in elk geval dat er wel heel acceptabele muziek op het album staat. Ik hoop dat met de keuze van de songs voor deze recensie te kunnen bewijzen. Met tijden proef je weer de sfeer van de vroegere Outlaws ten tijde van ‘HURRY SUNDOWN’. Net als toen zijn ook nu weer melodieuze songs tussen country en southern-rock geweld verborgen. Natuurlijk voorzien van de het genre kenmerkende gitaarsoli en de mooie samenzangen.

‘DEMOS’ hoort daarom gewoon in de verzameling van elke Southern rock fan te worden opgenomen. The Outlaws hebben het vuurtje onder de Southern Rock weer eens aangewakkerd. Het album wordt afgesloten met een aantal nummers waarvan de titels alleszeggend zijn. Wat te denken van: ‘THE GOOD OLD DAYS’; ‘CAN’T BREAK ME’; ‘IT’S ABOUT PRIDE’; waardige afsluiters van een mooi album.

Ik sluit af met: ‘TRAIN’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-6-2011

ROBYN LUDWICK - ‘OUT OF THESE BLUES’

De uit Bandera, Texas afkomstige Robyn Ludwick mag zich in een toenemende belangstelling verheugen. Kreeg haar debuutalbum ‘FOR SO LONG’ uit 2005 nog maar nauwelijks aandacht. Bij haar tweede album ‘TOO MUCH DESIRE’ uit 2008 kon daar al enige verandering in waargenomen worden en het ziet er naar uit dat met het uitkomen van haar nieuwe album ‘OUT OF THESE BLUES’ , mede ondersteunt door een optreden tijdens het Blue Highways Festival, de volgende stap gezet kan worden.

Ga maar eens luisteren naar: ’NEW ORLEANS’.

Een groot aandeel in die stap komt voor rekening van Gurf Morlix. Hij is het die als producer werd aangetrokken; maar hij is tevens op het album te horen met allerlei gitaarspel en op toetsen. Daarnaast is het natuurlijk Robyn Ludwick zelf die hier de lofuitingen in ontvangst mag nemen. Zij heeft de 12 songs voor het nieuwe album, met een totale speelduur van ruim 50 minuten, zelf geschreven. De nummers zijn nogal persoonlijk van aard en daarmee ook vol emotie. Het is verbazingwekkend in welk tranendal Robyn Ludwick moet hebben gezeten, want vrijwel alle nummers beschrijven de ellende die ze heeft meegemaakt. Het is maar goed dat er desondanks ook ruimte is voor het nodige optimisme.
Met name de songs met sobere begeleiding en het meeslepende stemgeluid van Ludwick doen het het beste op het album. Luister hiervoor maar eens naar; ‘HILLBILLY’ en ‘I AM’.

Na haar vorige albums werd Ludwick al omschreven als een groeibriljantje. Met het nieuwe album mag gerust gesteld worden dat deze groeibriljant zo stilaan tot een zeldzame diamant verworden is, die zich zonder moeite mag scharen op het erepodium naast iemand als Lucinda Williams. ‘OUT OF THESE BLUES’ is gewoon een uitmuntend album. De luisteraar zal zich niet alleen in de teksten kunnen herkennen, maar ook met genoegen naar de muziek kunnen luisteren.

Ik sluit af met: ‘SOMEDAY’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 5-6-2011

CAM PENNER - ‘GYPSY SUMMER’


In 2009 was mijn eerste kennismaking met de in Canada geboren en getogen Cam Penner. Toen besprak ik zijn cd ‘Trouble and Mercy’ in de recensie. Penner die op zijn negentiende Canada voor Chicago verruilde alwaar hij in een gaarkeuken en in een tehuis voor vrouwen heeft gewerkt; en weer terug in Canada nog eens dertien jaar in de daklozenopvang heeft gewerkt. Daar kwamen ook zijn eerdere albums tot stand, want al eerder verschenen ’Get Up’ (2004); ‘Felt Like A Sunday Night’ (2006) en het zojuist al genoemde ‘Trouble And Mercy’ (2009).

Ga maar eens luisteren naar: ’GHOST CAR’.

De eerste kennismaking destijds was helemaal geen onprettige en met ‘GYPSY SUMMER’, het nieuwe album wordt dat beeld eigenlijk alleen maar bevestigd; sterker nog het heeft de ontwikkeling die Penner heeft gemaakt nog maar eens verduidelijkt. Het album bevat 11 nummers; allemaal door Penner zelf geschreven, maar dat niet alleen. Penner blijkt ook nog eens Multi-instrumentalist te zijn. Op zijn nieuwe album is hij verantwoordelijk voor akoestische en elektrische gitaar, alsook de toetsen en percussie. Dit alles wil niet zeggen dat hij op dit album alles zelf heeft gedaan, want hij heeft zich weten te omringen met een heuse band.
Wat verder opvalt is dat het album niet de traditionele wetten van de Americana volgt. Penner heeft er geen moeite mee om nuances aan te brengen. Die nuances kunnen heel divers zijn, variërend van wisselingen in ritme; de gebruikmaking van instrumenten; toevoeging van effecten zoals echo, volume en loopjes of omdat nummers niet standaard rootsy zijn. Nummers van het album die het vermelden meer dan waard zijn en illustreren wat hiervoor al gezegd is, mogen: ‘COOL COOL NIGHTS’; ‘FLESH AND BONE’; ‘THROW YOUR HANDS UP’ genoemd worden.
Voor de insiders is Cam Penner een gevestigde naam. Over optredens heeft hij ook geen klagen; want die liggen toch wel rond de 300 per jaar. Nu de volgende stap; het bereiken van het grote publiek. Je mag hopen dat dit met nieuwe album gaat lukken. Ik zal het blijven volgen.

Ik sluit af met: ‘MY LOVER & I’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 29-5-2011

THE WYNNTOWN MARSHALS - ‘WESTERNER’


Iedereen die, tot nu toe, iets over het debuutalbum van The Wynntown Marshals wist te vertellen heeft het over deze band als de nieuwe Jayhawks. Als meest opmerkelijke feit wordt nog genoemd dat de band afkomstig is uit Schotland en niet zoals je zou vermoeden uit Amerika; daarmee de band ook maar meteen bombarderend tot beste Europese americanaband van het moment.
In Nederland heeft het even geduurd alvorens men deze band in de gaten kreeg, want pas in een later stadium is het album ‘WESTERNER’ hier uitgebracht. The Wynntown Marshals bestaan uit 5 personen; maar het is toch zanger Keith Benzie die als belangrijkste wordt gezien. Hij is het die het merendeel van het 11 nummers tellende album geschreven heeft.

Ga maar eens luisteren naar: ’48 HOURS’.

Vergelijkingen met de Jayhawks zijn wel begrijpelijk gezien het mooie gitaarspel en de nadrukkelijke aanwezigheid van de pedal steel. Echter de typisch kenmerkende samenzang van the Jayhawks kom je op dit album niet tegen. En eigenlijk is dat ook maar goed want het geeft aan dat The Wynntown Marshals voldoende eigenheid bezitten. Iedereen die Drive - By Truckers, Wilco en zelfs Neil Young een warm hart toedraagt komt bij dit album voldoende aan zijn trekken. Americana, maar meer nog country rock in de zuiverste vorm; zo is de muziek op het album het beste te omschrijven. De stem van Keith Benzie is bovendien nog iets rauwer dan die van Marc Olson hetgeen alleen maar meer voeding geeft aan de associaties met veel Schotse whiskey.
Het hele album is een mooie combinatie van country en rocksongs. Dat ze ook de ‘gevoelige’ snaren weten te raken bewijzen ze met nummers als ’THUNDER IN THE VALLEY’ en het instrumentale ‘EL PRADO’.
Ik kan me alleen maar aansluiten bij wat anderen al over deze band hebben gezegd. De cd zit al een hele week in de speler en ik weet zeker dat ik deze de komende tijd nog met grote regelmaat zal draaien. Alleen al het feit dat we hier pas met een debuutalbum te maken hebben stemt me vrolijk; Dit belooft nog veel voor de toekomst.

Ik sluit af met: ‘TWO’S COMPANY’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 22-5-2011

RYAN ADAMS & THE CARDINALS - ‘III / IV’


David Ryan Adams’ carrière begon als voorman van de band Whiskeytown, om vervolgens solo zijn weg te gaan volgen. Tijdens zijn loopbaan zijn al veelvuldig de vergelijkingen met Gram Parsons en Kurt Cobain gemaakt, maar ook de naam van Neil Young wordt in dat verband vaak gemoemd. ‘III / IV’ is een dubbelaar waarvan de opnames al in 2006 plaatsvonden in de Electric Landlady Studios in NYC. Het was tevens het moment waarop er sprake was van een keerpunt in de samenstelling van de band. Voor het laatst zou Catherine Popper de baspartijen voor de band verzorgen en Neal Casal zou voor het eerst met zang en gitaar de band komen versterken.

Ga maar eens luisteren naar: ‘THE CHRYSTAL SKULL’.

Het constante veranderen is wel zo’n beetje het kenmerk van de band geworden. Of het nu gaat om de muziekstijl, de bandleden zelf of andere gewoontes van de band. Ryan Adams & The Cardinals weten als geen ander om de luisteraar op het verkeerde been te zetten. Het maakt ook duidelijk dat Adams en zijn companen maar moeilijk in een hokje te stoppen zijn. Daaraan zal ongetwijfeld de enorme productiviteit die Ryan Adams aan de dag legt mede debet zijn. Van zijn hand zijn inmiddels al veel cd’s op de markt verschenen. Lang niet allemaal zijn deze goed ontvangen. Ook dit album deed mij aanvankelijk de wenkbrauwen fronsen. Weer staat er muziek op die ik niet meteen verwachtte. En ik moet zeggen dat ik nog steeds enigszins in vertwijfeling ben. Van alles heb ik geprobeerd ; zacht afspelen; op verschillende tijdstippen van de dag afspelen en ook hard afspelen. Dit laatste is overigens een nuttige tip. Het maakt eigenlijk dat ik gematigd positief over dit album kan vertellen, ondanks het feit dat het absolute powerpop is, wat er op het album te horen is (een stijl die me niet bijzonder aanspreekt); zijn de songs vrijwel allemaal goed te noemen. Dat wil zeggen het luistert gewoon lekker weg. Daarnaast is ook duidelijk dat de band absoluut plezier heeft in hetgeen men mee bezig is. Wat wil een mens nog meer??
Dat zal ik vertellen; persoonlijk zou ik het liefste zien dat Adams bij een volgend album toch iets meer gaat teruggrijpen naar de muziek die hij maakte op zijn debuutalbum ‘HEARTBREAKER’. Qua muziek wordt het niveau van dat album niet gehaald door het nieuwe ‘III / IV’.

Ik sluit af met: ‘MY FAVORITE SONG’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 15-5-2011

SAMANTHA FISH; CASSIE TAYLOR; DANI WILDE - ‘GIRLS WITH GUITARS’

Terwijl ik dit aan het schrijven ben hebben de dames van de Bluescaravan, waar we het in deze recensie over gaan hebben, hun optreden op het bluesfestival in Kwadendamme van het afgelopen weekend al weer lang achter de rug. De Bluescaravan mag ondertussen wel een bekend fenomeen worden verondersteld. Het initiatief van Ruf Records is de laatste jaren al succesvol gebleken in de USA en Europa. Elk jaar wisselt de samenstelling van de caravan en dit jaar bestaat die uit drie vrouwelijke talenten; Samantha Fish; Cassie Taylor en Dani Wilde. Onder toeziend oog van Mike Zito hebben ze een cd op de markt gebracht.

Daarvan gaan jullie eerst maar eens luisteren naar: ‘WE AIN’T GONNA GET OUT LIVE’.

De slide op dit nummer werd nog verzorgd door Mike Zito; maar dat de dames zelf best in staat zijn om iets behoorlijks neer te zetten bewijzen ze op de rest van het album. Het twaalf nummers tellende album bestaat uit tien zelf geschreven nummers en opent met een cover van het Stonesnummer ‘BITCH’. Het moet gezegd het is helemaal niet onaardig wat de dames laten horen. Op zich genomen ook niet zo vreemd want alle drie hebben de nodige ervaring. Samantha Fish opende vorig jaar nog het Chicago Bluesfestival en oogstte daar veel succes. Cassie Taylor is waarschijnlijk de meest ervarene van het drietal. Zij is multi-instrumentaliste en begeleidde haar vader (Otis Taylor) al op 8 van diens albums. Daarnaast is zij het ook die voor de zang zorgde op het album ‘BAD FOR YOU BABY’ van de onlangs overleden Gary Moore. Dani Wilde tenslotte werkte onder andere al met Mike Vernon; Robben Ford en Koko Taylor.
Zoals gezegd helemaal niet onaardig dit album; er zit behoorlijk wat swing in; er is voldoende variatie; stevige blues, maar ook slow blues en zelfs een akoestisch nummer als ‘REASON TO STAY’ wordt niet geschuwd. De variatie geeft het album een meer compleet karakter; hetgeen het album alleszins de moeite waard maakt.
Een persoonlijke noot mijnerzijds; de afsluitende cover ‘JET AIRLINER’ had voor mij niet gehoeven. Dit nummer is in de uitvoering van the Steve Miller Band gewoon veel beter; het was dan ook beter geweest als de dames zich daar niet aan hadden bezondigd. Voor het overige geldt echter: niets mis met dit album.

Ik sluit af met: ‘WAIT A MINUTE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 24-4-2011

GRIFFIN HOUSE - ‘THE LEARNER’
 

Griffin House woont in Nashville Tennessee, maar hij is geboren en getogen in Springfield Ohio. Aanvankelijk leek een carrière in de sport voor hem in het verschiet te liggen; maar een studiebeurs voor de universiteit in Ohio sloeg hij af om naar de universiteit in Miami te gaan en zich daar te gaan toeleggen op het gitaarspel en het schrijven van songs.
Sinds 2002 zijn er met inbegrip van het nieuwste al zes albums op naam van Griffin House verschenen. Daarnaast bestaan er ook nog enkele Ep’tjes.

Nu maar eerst luisteren naar de openingstrack: ‘IF YOU WANT TO’.

Qua muziekstijl begeeft Griffin House zich in het genre van de folk en de pop/rock. Er staan 12 nummers op het album en op zich genomen is daar goed naar te luisteren. Een kanttekening moet echter ook worden gemaakt, namelijk dat op enkele nummers na deze niet beklijven. Normaal gesproken werkt het bij mij zo dat, tenminste bij een goed album, wel enkele nummers in mijn hoofd blijven hangen; zeker als ik dat album al diverse keren hebt afgespeeld. Bij ‘THE LEARNER’ is dat nu niet het geval. Dat mag dan toch wel jammer heten, want daarmee ontstijgt het nieuwe album eigenlijk ook niet de middelmaat en dat ondanks de hulp die House op het album geboden wordt door onder andere Dan Wilson en een, zoals we dat van haar gewend zijn, een prominent aanwezige Alison Kraus bij de achtergrondzang. Het lijkt wel of House zich heeft willen verschuilen en geen risico heeft durven nemen. Dat is meteen ook de vraag die mij bezighoudt; waarom heeft Griffin House hier voor de middelmaat gekozen; in de wetenschap dat met iets meer risico er wellicht een heel ander album was verschenen; want dat House goede songs kan schrijven bewijst hij zelfs op dit album met de nummers als ‘IF YOU WANT TO’ en ‘NATIVE’.
Voor een volgende keer hoop ik dan maar op een beetje meer eigenheid bij Griffin House.

Nu sluit ik af met: ‘NEVER HIDE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-4-2011

ELVIN BISHOP - ‘RED DOG SPEAKS’

Elvin Bishop is een oudgediende binnen de blues. Al 45 jaar maakt hij immers muziek. Hij was ooit medeoprichter van The Paul Butterfield Blues Band waarmee hij drie albums maakte. Vervolgens is hij een solocarrière begonnen. In 1976 oogstte hij veel succes met zijn hit ‘FOOLED AROUND AND FELL IN LOVE’ een nummer dat vrijwel elke week nog op de radio te horen is.
Elvin Bishop heeft albums opgenomen met o.a. John Lee Hooker, Bo Diddley en The Allman Brothers Band, om nog maar te zwijgen over de mensen waar hij gedurende al die jaren het podium mee heeft gedeeld, want dat zijn er teveel om op te noemen.

Tijd om te gaan luisteren naar: ‘FAT & SASSY’.

‘RED DOG SPEAKS’ is een combinatie van 5 eigen nummers van Bishop en enkele songs van andere grootheden als Jimmy Cliff, Otis Spamm en Leroy Car.
Alleen al het eerste nummer is het kopen van het album waard. Vol liefde vertelt hij daar over zijn gitaar, een rode Gibson ES – 345, uit 1959, alsof dit zijn beste vriend is, hetgeen naar waarschijnlijkheid ook nog wel de waarheid is.
Maar er valt nog veel meer te genieten op het album en niet in de laatste plaats vanwege enkele artiesten die voor het DeltaGroove Label uitkomen. Het label waar Elvin Bishop momenteel ook onder contract staat. Het meest duidelijk komt dit tot uiting bij het nummer ‘BLUES CRUISE’. Daar zien we de namen opduiken van: Tommy Castro, John Németh en Buckwheat Zydeco en neemt Bishop ons mee op een reis om van de oude blues, via de rock en roll naar de zydeco te geraken.

Na die hit uit 1976 heeft Bishop lange tijd tot één van mijn favorieten behoort. In de jaren daarna is die favorietenrol duidelijk minder geworden en was er hooguit alleen maar sprake van enige sympathie voor zijn muziek. Het nieuwe album ‘RED DOG SPEAKS’ , heeft echter alles in zich om de schade te herstellen. Volgens mij is het nieuwe album zijn beste sinds jaren. De ware klasse van Bishop komt naar boven. De manier waarop hij zich op het nieuwe album presenteert en waarmee hij laat zien waar 45 jaar vertoeven in de blues naar kan leiden verdient alle lof. Van mij mag hij nog wel enkele jaren zo doorgaan.

Ik sluit af met: ‘MIDNIGHT HOUR BLUES’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-4-2011

CHRIS CAIN  - ‘SO MANY MILES’

Weer eens iemand die de blues met de spreekwoordelijke paplepel kreeg ingegoten. Chris Cain heeft in zijn jeugd veel tijd doorgebracht op Beale Street in Memphis; het Mekka van elke bluesliefhebber. Verantwoordelijk daarvoor was Cain’s vader die, omdat hij zo’n groot bluesfan was, zijn zoon daar vaker mee naar toe sleepte. Chris Cain was pas 3 jaar oud toen hij daar voor het eerst BB King zag optreden. Daarnaast klonken bij hem thuis voornamelijk bluesklanken uit de speakers , want in huize Cain werd veel muziek van onder andere Ray Charles en BB King gedraaid.
In latere jaren heeft Chris Cain zich verder ontwikkeld tot multitalent; naast zijn muziekstudie gaf hij les in jazz improvisaties en speelt hij behalve op gitaar ook nog eens piano, basgitaar, klarinet en saxofoon.

Ga maar eens luisteren naar de titeltrack: ‘SO MANY MILES’.

Chris Cain heeft een luide soulvolle stem; hij is verder een goed gitarist. Op het nieuwe album worden blues en jazz gemengd. Qua stijl is het overduidelijk dat hij zich daarvoor sterk heeft laten beïnvloeden door BB King. Vermeldenswaard is verder nog dat hij muzikaal wordt ondersteund door Robben Ford en enkele van diens bandleden.
Het is geen album dat je meteen te pakken heeft. Daarvoor zul je het toch een paar keer beluisterd moeten hebben. Het is dan wel weer leuk om te constateren dat je bij elke nieuwe luisterbeurt ook weer iets nieuws op het album ontdekt.
Je zou zeggen, dat na zo’n inleiding het nieuwe album van Chris Cain niet meer stuk kan; toch is dat wat mij betreft niet helemaal het geval, want als ik eerlijk ben doet de stijl me te zeer denken aan BB King en zit ik niet te wachten op een rip- off daarvan. De vonk wil daardoor kennelijk maar niet echt overslaan.
Aan de kwaliteiten van Chris Cain zal het niet liggen; die heeft hij ongetwijfeld; maar wat mij betreft had er iets meer eigenheid naar voren mogen komen.

Ik sluit af met: ‘WHILE THE CITY SLEEPS’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-3-2011

CAITLIN ROSE  - ‘OWN SIDE NOW’

In Amerika wordt zij de sensatie van dit moment genoemd. Hier heeft Caitlin Rose, want daar hebben we het over, die status nog niet bereikt. Dat laatste hoeft ook geen verbazing te wekken. Veel optredens heeft zij hier nog niet gehad en ook qua cd’s valt het nogal mee, want naast enkele ep’tjes is ‘OWN SIDE NOW’ haar eerste album. De titel blijkt een knipoog naar Joni Mitchell’s album ‘Both Sides Now’ te zijn.

Luister naar de openingstrack: ‘LEARNING TO RIDE’.

Caitlin Rose maakt countrymuziek. Ze doet dat op een behoorlijke wijze. Van haar nieuwe album kun je van alles zeggen en als je de recensies leest die erover geschreven zijn kan het ook alle kanten opgaan. Aan de ene kant de geluiden van critici die het album te weinig creatief en te braaf vinden en aan de andere kant die van de liefhebbers die het een schitterend album vinden.
Over één ding is vriend en vijand het wel eens zijn en dat is Caitlin’s fantastische en loepzuivere stem; die door merg en been kan gaan. Er staan 10 nummers op het album. De meeste hebben een luchtig en vrolijk karakter. Maar met een nummer als ‘THINGS CHANGE’ bewijst ze ook met meer ingetogen songs raad te weten. Afgelopen week was het begin van de lente. Alles overdenkend had Ik mezelf geen beter album voor kunnen stellen om te bespreken; niet alleen vanwege het luchtige, opgewekte karakter, maar ook vanwege de symboliek. Caitlin Rose is namelijk pas 23 jaar oud; zij moet nog tot bloei komen en heeft dus ook nog de nodige jaren voor zich waarin ze kan groeien. Dus.. gun haar even die tijd. Wat er ook van gezegd wordt; te veel op safe gespeeld of niet; te braaf en weinig creatief of niet. Al met al is het toch erg hoopgevend wat er op ‘OWN SIDE NOW’ te horen is en is ook hier van toepassing dat iets de tijd en ruimte moet hebben om zich te kunnen ontwikkelen. Ik heb er alle vertrouwen in dat het dan ook met Caitlin Rose goed komt.

Ik sluit af met: ‘NEW YORK’

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 20-3-2011

MAURIZIO PUGNO - ‘KILL THE COFFEE’


Maurizio Pugno maakt al heel lang deel uit van de Italiaanse bluesscene. Hij staat voornamelijk bekend als een uitstekend begeleider van zangers. In die hoedanigheid heeft hij dan ook met de betere blueszangers, waaronder Sugar Ray Norcia, Marc Defresne, Tad Robinson en Lynwood Slim door Europa getoerd. Voor zijn nieuwe album ‘KILL THE COFFEE’ heeft hij net als bij zijn vorige, uit 2007 stammende, album ‘THAT’S WHAT I FOUND OUT’ de samenwerking gezocht met twee van die betere blueszangers, namelijk Sugar Ray Norcia en Marc Defresne.

Ga eerst luisteren naar: ‘ON DOWN THE TRAIL AGAIN’.

Sugar Ray Norcia en Marc Defresne hebben allebei een verleden in o.a. Roomful Of Blues, de band die een reputatie heeft als kweekvijver voor bluesmuzikanten. Maurizio Pugno heeft wat mij betreft groot gelijk door de kwaliteiten van deze mensen optimaal te gebruiken en hen niet alleen te vragen voor de zangpartijen en mondharmonicaspel maar hen ook een groot aandeel in de teksten voor het album te gunnen. Het heeft een absolute meerwaarde voor het album.
Maurizio Pugno is een begenadigd gitarist die de diverse stijlen binnen de blues tot in de puntjes beheerst. Zijn streven is om gewone, melodische muziek te maken daarbij de roots van de zwarte muziek niet uit het oog verliezend.
In dat streven is hij daar met ‘KILL THE COFFEE’ , door de samenwerking met Norcia en Defresne, wel in geslaagd. Het is uiteindelijk een album geworden waar de nodige verrassingen op staan en waar ook diverse stijlen variërend van swing, tot rock ‘n’ roll, funk en jazz aan bod komen.
14 Nummers telt het album. Met uitschieters als het zojuist gehoorde ‘ON DOWN THE TRAIL AGAIN’, maar ook ‘TRONFY THE WEEPER’ en ‘DROWNING ON DRY LAND’ is het een prettige in het gehoor liggend album. Weliswaar geen album met bijzondere gitaartechnische of andere uitspattingen maar wel alleszins de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘GREY MATTERS’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-3-2011

GREG KOCH TRIO - ‘FROM THE ATTIC’


Het komt wel eens voor dat je denkt met een nieuw talent te maken te hebben terwijl achteraf blijkt dat dit zogenaamde talent al veel langer aan de weg aan het timmeren is. Mij overkwam dat bij het uit Milwaukee, Wisconsin afkomstige Greg Koch Trio. Hun album ‘FROM THE ATTIC’ is namelijk al hun twaalfde album. Het trio bestaat uit gitarist Greg Koch, bassist Tom Good en drummer Del Bennett . Samen vormen ze, zoals dat zo mooi heet, een powertrio. Koch is een ontdekking van gitaarvirtuoos, Steve Vai, die hem in 2001 voor zijn eigen platenlabel wist te contracteren.

Ook nieuwsgierig geworden? Luister maar eens naar: ‘AGREE TO DISAGREE’.

Het album is inmiddels al weer ruim een half jaar oud. Het verbaast me nog steeds dat dit trio niet eerder onder mijn aandacht is gekomen want Greg Koch blijkt een uitzonderlijk gitarist te zijn die met een mix van blues, rock, funk, jazz en rockabilly laat blijken van alle markten thuis te zijn. Bij het openingsnummer ‘LEG UP FOOT UP’ wordt, door het duizelingwekkende tempo dat wordt aangehouden, ook meteen de reputatie van powertrio waargemaakt. Bij het daaropvolgende nummer ‘NOVA SCOTIA GOLD’ is dat nog steeds het geval. Maar dat Greg Koch ook anders kan laat hij horen bij het instrumentale ‘SLEEP LIGHT’ . Met dit nummer levert hij het bewijs dat niet altijd woorden nodig zijn om iets duidelijk te maken en laat hij ook blijken in staat te zijn om zijn muziek vrijwel meteen als een warme deken te laten aanvoelen.
‘AGREE TO DISAGREE’ is het nummer met de meeste hitpotentie en het laatste nummer van het album is een sterke afsluiter.
Niet alles is even mooi; zo spreken songs als: ‘PICKED ON’ en ‘HAPPY VERSUS RIGHT’ minder tot mijn verbeelding, maar over het algemeen komen op het album de talenten van het Greg Koch Trio goed tot uiting. Men is er in elk geval in geslaagd om een heel goed bluesrock album af te leveren; een album dat eigenlijk niet gemist mag worden. Ik blijf dan ook nog steeds enigszins verwonderd achter dat het mij toch is overkomen.

Ik sluit af met: ‘YOU’LL ROCK AND LIKE IT’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 27-2-2011

GREG TROOPER - ‘UPSIDE – DOWN TOWN’


Het is al weer vijf jaar geleden dat het album ‘MAKE IT THROUGH THIS WORLD’ van Greg Trooper verscheen. Het maken van het nieuwe album ‘UPSIDE – DOWN TOWN’ heeft heel wat voeten in aarde gehad. Daarom moest er ook zo lang op worden gewacht.
Want ofschoon Greg Trooper toch wel als een begenadigd singer songwriter wordt gezien en zijn vorige acht studio-albums over het algemeen goed werden ontvangen; de realiteit is ook dat hij desondanks bij zijn fans heeft moeten bedelen om het album gesponsord te krijgen. Door het doneren van $25,00 kreeg men een gesigneerd exemplaar daarvoor terug.

Ga eerst luisteren naar: ‘WE’VE STILL GOT TIME’.

Een van de mooiste nummers van het album is: ‘THEY CALL ME HANK’ en gaat over een dronkenlap die de hele dag niets anders doet dan drinken en vissen.
Dit nummer geeft misschien wel het beste het eigenlijke thema van het nieuwe album weer, namelijk dat je nooit de volledige controle over je leven hebt. Ook al heb je alles zorgvuldig gepland, dan nog kan het gebeuren dat het allemaal anders uitpakt.
Als het lang duurt alvorens een nieuw album verschijnt, zijn de verwachtingen vaak hoog gespannen. Misschien wel iets té hoog. Ook Greg Trooper ontkomt daar niet aan. Sommige nummers lijken daardoor iets te gewoon en aan de magere kant te zijn. Anderzijds wordt dat grotendeels ook wel weer goedgemaakt met nummers als ‘BULLETPROOF HEART’; ‘COULD HAVE BEEN YOU’ en ‘JUST ONE HAND’.

Ik vind het iets te gemakkelijk om, wetende op welke manier dit album tot stand heeft kunnen komen, veel kritiek te hebben op het album, al had ik er inderdaad stiekem wel iets meer van verwacht.
Ik hou het er maar op dat het nieuwe album van Greg Trooper gewoon lekkere muziek bevat. Een album waar zijn capaciteiten als singer songwriter worden onderstreept en die het door zijn gevoel voor mooie melodieën zelfs tot een gezellige en niet te missen luisterplaat maken.

Ik sluit af met: ‘EVERYTHING WILL BE JUST FINE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-2-2011

RONNIE EARL AND THE BROADCASTERS - ‘SPREAD THE LOVE’


Voor mijzelf sprekend is het toch al weer ruim 13 jaar geleden dat ik Ronnie Earl voor het laatst live aan het werk heb gezien. In 1997 stond hij nog geprogrammeerd op het Moulin Blues Festival. Daarna is hij nog maar nauwelijks aan deze kant van de oceaan geweest voor een optreden. Waarschijnlijk is het zijn gezondheidstoestand geweest die ervoor heeft gezorgd dat hij de staat Massachusetts niet meer heeft verlaten, want het mag wel bekend worden geacht dat Ronnie Earl’s leven geteisterd werd door de nodige verslavingsperikelen en manisch depressieve periodes.
Die gezondheidstoestand heeft echter niet kunnen beletten dat hij met enige regelmaat nieuwe albums het levenslicht heeft laten zien.
Zijn nieuwe album is een ode aan de liefde; vandaar de titel ‘SPREAD THE LOVE’

Daarvan gaan jullie nu luisteren naar: ‘BLUES FOR DR. DONNA’.

Het bijzondere aan het nieuwe album is dat het in zijn geheel instrumentaal is; er wordt geen woord gezongen; alleen Ronnie’s gitaar begeleid door Broadcasters Dave Limina op toetsen, Jim Mauradian op bas en Lorne Entress op drums zijn te horen.
En zoals tegenwoordig wel vaker gebeurd worden er ook op het album een aantal mensen geëerd; met het nummer ‘BACKSTROKE’ wordt gerefereerd aan Albert Collins; met ‘CHITLINS CON CARNE’ aan Kenny Burell en Otis Spann, de pianist die Muddy Waters in diens hoogtijdagen op piano begeleidde wordt geëerd met het nummer ‘SPANN’S GROOVE’.
Maar waar het natuurlijk eigenlijk om draait is Ronnie Earl; hij is op zijn nieuwe album bijzonder goed in vorm. Zijn gitaarspel zorgt ervoor dat het album aanspreekt, door in zijn spel het gevoel te laten overheersen boven de techniek. Luister naar het nummer ‘SKYMAN’ en je zult begrijpen wat ik bedoel.
De totale speelduur van het album is 80 minuten. Normaal gesproken trekt dit vaak een behoorlijke wissel op de luisteraar, maar in het geval van Ronnie Earl is het helemaal geen straf. Eenmaal het album gehoord hebbende besefte althans ik dat Ronnie Earl heel waardevol is voor de blues in het algemeen.

Ik sluit af met: ‘PATIENCE’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-2-2011

CHRIS HILLMAN AND HERB PEDERSEN - ‘AT EDWARDS BARN’


In menige platenkast zul je muziek van Chris Hillman tegenkomen. Hij heeft dan ook wel een carrière achter de rug die ongeveer 50 jaar bestrijkt. Een carrière ook die wel indrukwekkend genoemd mag worden, want ga maar na; oprichter van bands als The Byrds, The Flying Burrito Brothers en meer recent The Desert Rose Band; bands welke songs hebben voortgebracht die haast iconische proporties hebben aangenomen.
Chirs Hillman is ook al meer dan 45 jaar bevriend met Herb Pedersen en beiden hebben gedurende die tijd samen muziek gemaakt.
Ten behoeve van een benefiet voor de plaatselijke kerk is er in een schuur het live album ‘AT EDWARDS BARN’ opgenomen dat in retrospectief de carrière van Hillman belicht.

Ga eerst luisteren naar: ‘HAVE YOU SEEN HER FACE’.

Het album laat in min of meer chronologische volgorde het verleden van Chris Hillman voorbijtrekken. Daardoor kom je nummers tegen als ‘TURN TURN TURN’; ‘WHEELS’ (dat hij samen met Gram Parsons heeft geschreven), ‘EIGHT MILES HIGH’. Tussendoor nog de Buck Owens’ klassieker ‘TOGETHER AGAIN’ en tenslotte is er ook nog ruimte gevonden voor twee nieuwe songs te weten ‘TU CANCION’ en ‘THE COWBOY WAY’.
Er wordt wel eens gezegd dat kwaliteit met de jaren komt; Bij Chris Hillman en Herb Pedersen is dat helemaal van toepassing, want ‘AT EDWARDS BARN’ is een werkelijk schitterend album geworden. Geheel ontdaan van enige opsmuk. Met Hillman’s mandoline en Pedersen’s akoestische gitaar klinkt het natuurlijk anders dan in de originele versie, maar wel zeker zo mooi. Ik heb in elk geval niet de behoefte gevoeld om de originele versies nog eens te horen. Sterker nog sommige nummers klinken nu zelfs beter.
Reden te meer om ook dit schijfje in de platenkast bij te voegen.

Ik sluit af met: ‘SIN CITY’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 30-1-2011 

SHAWN PITTMAN - ‘UNDENIABLE’


De uit Austin, Texas afkomstige Shawn Pittman is bepaald niet iemand die stilzit. De afgelopen twee jaar is hij bijzonder productief geweest door maar liefst vier albums uit te brengen, daarmee zijn totaal op negen albums brengend. Voor iemand die pas 35 jaar oud is is dit niet mis. De titel van zijn nieuwste album ‘UNDENIABLE’ is volgens Pittman zelf gekozen vanwege het feit dat als je het album hoort je niet kunt ontkennen dat de muziek heel basaal is. Geen moeilijke toestanden. De muziek komt voort uit zijn vingers, gitaar en versterker en verder schrijft en zingt hij zijn eigen songs
Ga maar eens luisteren naar: ‘THE HARD WAY’.

De 11 nummers op het album zijn inderdaad erg basaal; mocht je ingewikkelde akkoordenschema’s of uitgesponnen gitaarsolo’s verwachten dan ben je aan het verkeerde adres. Met Pat Schramm (bas, rhythm gitaar), Bracken Hale (bas) en Jason Moeller (drums) heeft Pittman een solide band om zich heen geformeerd, waarmee gewone rechttoe rechtaan Texas blues wordt gemaakt en waarin je kunt ontdekken dat Jimmy Vaughan een grote inspiratiebron is.

Shawn Pittman weet hoe een gitaar bespeelt moet worden. Maar op dit album hij geeft er ook blijk van goed zijn mannetje achter de toetsen te kunnen staan. Bij ‘BLUES FOR JUANITA’ wordt de gitaar even terzijde gelegd om op heel verdienstelijke wijze zijn kunsten als boogie woogie pianist te laten horen. Met het nummer lijkt hij zijn oma, Juanita James, te willen eren. Want het is met name haar pianomuziek, naast de muziek van Buddy Holly en Chuck Berry, waarmee Shawn Pittman is opgegroeid.

Met het nieuwe album heeft Shawn Pittman aangetoond garant te kunnen staan voor de betere Texas blues. Hij zal dat ook live komen doen want hij staat op het affiche van het Moulin Blues Festival. Hij heeft al laten weten daar erg veel zin in te hebben. Ik ook…!.

Ik sluit af met: ‘LOOKIN’ GOOD’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 23-1-2011 

NICK MOSS - ‘PRIVILEGED’


Nick Moss is een gitarist en zanger die al twintig jaar in het vak zit. Hij maakte ooit deel uit van The Legendary Blues Band en was de afgelopen 10 jaar de frontman van The Fliptops. Met deze laatste band nam hij zeven albums op en behoorde hij tot de betere blues bands van Chicago. Inmiddels is aan het bestaan van The Fliptops een einde gekomen. Voor Nick Moss voldoende reden om zich weer eens te gaan richten op zijn solocarrière. Het eerste resultaat daarvan is een nieuw album met de titel ‘PRIVILEGED’.

Ga luisteren naar: ‘LOUISE’.

In de inleg van het cd-hoesje is de volgende veelzeggende tekst te lezen:
‘Just as Robert Johnson had rambling on his mind and John Lee Hooker had those wandering blues Nick heard the call and has forged a new path’.
De tekst geeft aan dat Nick Moss een andere weg is ingeslagen. Deze voert iets verder weg van de traditionele Chicago-blues en loopt iets meer richting rock. In een notendop is dat Nick- Moss- nieuwe- stijl!

Ofschoon voor een nieuwe richting is gekozen wil dat niet zeggen dat er geen inspiratie bij de oude meesters gehaald kon worden. Op het nieuwe album laat Nick Moss namelijk op geheel eigen wijze horen op welke manier deze oude meesters een eerbetoon gegeven kan worden. Tussen de 11 nummers van het album kom je, naast eigen nummers, dan ook covers tegen als: Howlin’Wolf’s ‘LOUISE’; de Cream klassieker ‘POLITICIAN’ en een werkelijk schitterende uitvoering van Stephen Still’s ‘FOR WHAT IT’S WORTH’.

Met het nieuwe album heeft Moss het bluespalet weten te verbreden. Dat is goed gelukt. Nergens stelt het album teleur. Maar nog beter vind ik dat Nick Moss met het volgen van een nieuw pad, ook in staat wordt gesteld om zichzelf verder te ontwikkelen. Als dat nog meer muziek oplevert, zoals op dit nieuwe album te horen is, dan zullen jullie mij niet horen klagen.

Ik sluit af met: ‘TEAR EM DOWN’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 16-1-2011 

GILKYSON, GORKA, KAPLANSKY - ‘RED HORSE’

Eliza Gilkyson, John Gorka en Lucy Kaplansky zijn niet de minsten. Alle drie hebben ze eigenlijk al een indrukwekkende solocarrière achter zich waarin lovende kritieken de nodige awards en diverse andere prijzen in de wacht werden gesleept. Voor het nieuwe album ‘Red Horse’ werden de krachten gebundeld hetgeen, met hun staat van dienst, door elke rechtgeaarde folk- en americanaliefhebber als de ultieme droom zal worden beschouwd.
Ga eerst maar eens luisteren naar: ‘SCORPION’.

‘Red Horse’ is onder productionele leiding van Ben Wittman en Cisco Ryder opgenomen en bevat twaalf nummers. Naast de covers ‘I AM A CHILD’ van Neil Young, ‘COSHIEVILLE’ van Stuart McGregor en de traditional ‘WAYFARING STRANGER’ blijven er nog negen nummers over die onder elkaar verdeeld zijn. Van elk van hen zijn dat dus drie nummers en het leuke hieraan is dat in een aantal gevallen elkaars liedjes worden vertolkt.
Het album is weldadig om naar te luisteren. Stuk voor stuk prima liedjes die met tijden weten te ontroeren en waarbij sprake is van mooie samenzang. Het aandeel van de studiomuzikanten mag in dit geheel niet onbenoemd blijven; het zijn allemaal snaarvirtuozen en wat mijzelf betreft: het horen van de dobro en viool bij een aantal songs maakt het alleen maar mooier.
Over het geheel genomen wijkt het album niet af van hetgeen we al kennen van deze 3 rasmuzikanten, maar feit is wel dat hun krachtenbundeling wel degelijk gezien mag worden als een meerwaarde van hun afzonderlijke repertoire.

Vooral gaan luisteren dus naar dit nieuwe album; het is de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘IF THESE WALLS COULD TALK’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 2-1-2011 

KENNY WAYNE SHEPHERD BAND - LIVE! IN CHICAGO


33 Jaar oud is hij inmiddels; maar het gitaarspel heeft Kenny Wayne Shepherd zich eigen gemaakt op een leeftijd dat, tegenwoordig, kinderen alleen maar geïnteresseerd zijn in het nieuwste computerspelletje of wat ze van huis uit meekrijgen in hun lunchpakketje naar school. Toen hij dertien was werd hij al door New Orleans’ blueslegende Bryan Lee mee het podium opgenomen om daar zijn kwaliteiten te tonen. Vier Grammy nominaties; twee Billboard Music Awards en miljoenen verkochte albums later is het Shepherd gelukt om een aantal generaties binnen de blues bij elkaar te brengen voor het nieuwe album: ‘LIVE IN CHICAGO’.
Ga daarvan luisteren naar: ‘TRUE LIES’.

Het nieuwe album telt 14 nummers; het zijn overwegend bekendere songs van het inmiddels omvangrijke oeuvre van Kenny Wayne Shepherd, aangevuld met klassiekers, speciaal gekozen voor deze unieke line up. Dat het hier om een unieke samenwerking gaat is duidelijk. Eén van de hoofdredenen voor het maken van dit album voor Shepherd was om zijn muzikale helden; de mensen die hem hebben geïnspireerd, een podium te geven waarop dezen nog eens konden schitteren. En dat is wat er uiteindelijk ook gebeurd. Alle muzikanten op het album schitteren. Naast de eigen bandleden heb ik het dan over een aantal coryfeeën. En of het nu gitarist Buddy Flett met een spetterende cover van BB King’s ‘SELL MY MONKEY’ is; of Willie ‘ Big Eyes’ Smith drummer, mondhamonicavirutoos en tevens oudgediende in de band van Muddy Waters, met ‘BABY, DON’T SAY NO MORE’; of gitarist Bryan Lee met Howlin Wolf’s ‘HOW MANY MORE YEARS’; of Hubert Sumlin’s bijdrage bij de nummers ‘FEED ME’ en ‘ROCKING DADDY’. Het is allemaal een genot om naar te luisteren en de enige conclusie die getrokken kan worden is dan ook dat Kenny Wayne Shepherd in zijn opzet helemaal geslaagd is. Voorwaarde is wel dat je liefhebber van bluesrock en dan met name het gitaarspel bent, want anders heb je hier helemaal niets te zoeken.

Veel pogingen zijn al ondernomen om Kenny Wayne Shepherd eens de oceaan over te krijgen. Het is nog niet zo vaak gelukt en vooralsnog ziet het er ook niet naar uit dat dit op korte termijn gaat gebeuren. Dus ik blijf nog maar even dromen.

Ik sluit af met: ‘BLUE ON BLACK’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 19-12-2010 

MATTHEWS’ SOUTHERN COMFORT - KIND OF NEW


De naam Matthews’ Southern Comfort is eigenlijk niet nieuw. 40 jaar geleden trad Iain Matthews al met een band onder die naam op; destijds nog met leden van Fairport Convention de band waarvan hij deel had uitgemaakt.
In de huidige, nieuwe samenstelling komen we de namen van de Fairport Convention-leden niet meer tegen, maar wel die van BJ Baartmans en toetsenist Mike Roelofs. Daarnaast tref je op de cd ook nog de namen van Terri Binion en Richard Kennedy aan.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ’ROAD TO RONDERLIN’.

KIND OF NEW bestaat uit 13 nummers. We kennen Iain Matthews naast zijn solo-albums natuurlijk ook van zijn werk met o.a. Ad VanderVeen en Eliza Gylkinson. Het zal waarschijnlijk niet verbazen dat daar qua muziek veel overeenkomsten in zitten. Het is vaak muziek waarbij subtiliteiten en mooie samenzang de kernbegrippen zijn. Het nieuwe album vormt daar geen uitzondering op. Het meedoen van Terri Binion blijkt een duidelijke meerwaarde te zijn. Een zuivere stem; de juiste emotie op het juiste moment. Het maakt het album sterker. Een van de hoogtepunten op het album is ontegenzeglijk het Joni Mitchell nummer ´WOODSTOCK; bekend in de uitvoering van Mitchell zelf maar ook in die van Crosby Stills, Nash and Young. Het gaat er hier nu niet aan om aan te geven welke versie het beste dan wel de mooiste is. Feit is wel dat Matthew’s Southern Comfort daar een uitermate boeiende versie van heeft gemaakt waarbij, zonder de overige nummers op dit album te kort te willen doen, de eerdergenoemde sleutelbegrippen subtiliteit en samenzang het beste naar boven komen.
KIND OF NEW is eigenlijk geen album om lang over te praten; het is vooral een album om naar te luisteren. Mensen die folkmuziek, of zo je wil singer-songwritermuziek een warm hart toedragen zullen weten wat ik bedoel.
 

Ik sluit af met: ‘LOCOMOTIVE ’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-12-2010 

24 PESOS - BUSTED BROKEN AND BLUE


Afgaande op de naam zou je denken met een Spaanstalige band te maken te hebben. Hoor je ze daadwerkelijk spelen dan zou de band ook uit Amerika afkomstig kunnen zijn, maar feit is dat 24 Pesos gewoon uit Engeland komt en inmiddels ongeveer twee jaar bestaat. De 4 bandleden hebben voorheen allemaal in verschillende bands gespeeld met onder meer mensen als Paloma Faith, Paul McCartney, The Blues Brothers, Jocelyn Brown, Imelda May en Geno Washington. Met hun tweede album BUSTED BROKEN AND BLUE lijkt de band hun wens meer bekendheid te krijgen in de rest van de wereld meer kracht te willen gaan bijzetten.

Ga eerst maar eens luisteren naar: ’WAITIN AT THE STATION’.

Op BUSTED BROKEN AND BLUE staan 11 (eigen) nummers; wat daarin opvalt is dat er hoewel ook de geijkte (blues)paden worden betreden, er steeds wordt geprobeerd om andere invalshoeken voor de nummers te kiezen waardoor er een eigen draai aan de muziek wordt gegeven. Hierdoor is het ook te verklaren dat er naast bluesmuziek nog een grote variatie aan andere stijlen op het album terug te vinden is; zoals rap, hiphop en rock. De muziek op het album reflecteert hun eigen invloeden variërend van James Brown tot Sly Stone, Muddy Waters en Howlin’Wolf, maar ook Free, AC/DC, Tom Waits en Elvis Costello.
Deze variëteit, maar zeker ook de klasse van de individuele bandleden maakt van BUSTED BROKEN AND BLUE een sterk album. Zelf heb ik geen nummers gehoord waar ik het predicaat slecht op zou kunnen plakken. Wel is het zo dat ik met een enkele stijl op het album weinig heb. Echter over zijn geheel genomen geen verkeerd woord mijnerzijds.
De band komt binnenkort naar Nederland voor een kleine tour; het zou me echter ook niet verbazen als we komend jaar deze band nog vaker tegen zullen komen op diverse podia.
Ik sluit af met: ‘BUSTED BROKEN AND BLUE ’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 28-11-2010 

JJ Grey & Mofro - Georgia Warhorse

JJ Grey & Mofro zijn afkomstig uit Jacksonville, Florida. Georgia Warhouse is het vijfde album van de band. Twee daarvan vielen destijds al behoorlijk in de smaak. Ik heb het dan over Country Ghetto uit 2007 en Orange Blossoms uit 2008. Nu is het niet zo dat deze albums veel stof hebben doen opwaaien, maar het waren wel albums die met zekere regelmaat beluisterd werden en waar je uiteindelijk dan toch een heel positief gevoel aan over hield.  

 

Genoeg reden zou ik zeggen om te gaan luisteren naar: ’The Sweetest Thing’.

                                            

Georgia Warhorse sluit prima aan bij de vorige albums van JJ Grey & Mofro. Op muzikaal gebied lijkt er nauwelijks iets veranderd te zijn, want ook op dit album is er weer veel muziek met swampinvloeden. Het ademt nadrukkelijk de sfeer van de zuidelijke Staten van Amerika en dan niet alleen van Florida; ook Louisiana en  Mississippi worden daarbij aangedaan. De elf nummers op het album klinken in elk geval allemaal even lekker en nodigen uit om heerlijk onderuitgezakt naar te luisteren.

 

Voor hun nieuwe album hebben JJ Grey & Mofro enkele hulptroepen ingeschakeld. Dat we het daarbij niet over de minsten hebben mag blijken uit de illustere namen van bijvoorbeeld  Angelo Petraglia (Kings Of Leon) en Chuck Prophet, welke zijn  aangeschoven bij het maken van de composities. Daarnaast is reggaezanger Toots Hibbert nog daadwerkelijk te horen op het album. Maar het meest ingenomen ben ik nog met het feit dat ook Derek Trucks op slidegitaar zijn kunsten laat horen bij het afsluitende nummer van het album.

 

Kortom:  Georgia Warhorse  is een leuk, fris en authentiek album. De muziek klinkt als een geoliede machine; het swingt; het bruist; het is bijzonder aangenaam om te horen. Je zou zomaar wensen dat veel meer mensen kennis zouden nemen van deze band. Ze zijn absoluut de moeite waard.

Ik sluit af met: ‘Lullaby’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 21-11-2010 

DANIEL NORGREN - HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER


De uiterst sympathieke, uit Zweden afkomstige, Daniel Norgren, wist met zijn debuutalbum ‘Outskirt’ al voor de nodige opwinding te zorgen. Met enige trots durf ik ook te bekennen dat ik persoonlijk heel blij ben dat het Moulin Blues Festival, hem bij de jubileumeditie van afgelopen jaar een podium heeft geboden en er daarmee aan heeft bijgedragen dat meer mensen hem hebben leren kennen. Zijn nieuwe album is nu uit; hij heeft daar niet de meest gemakkelijke titel voor bedacht. Hoe verzin je immers een titel als: HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER.
Uiteindelijk gaat het echter niet om de titel, maar om de muziek.

Luister daarom maar eens naar: ’BLIND’.

Wist hij met zijn debuutalbum al te imponeren; met zijn nieuwe album doet hij er nog een schepje bovenop. Het begint al meteen bij het eerste nummer dat er met enkel drums en een hoge falsetstem al meteen inhakt. Maar daar blijft het niet bij. De overige 11 nummers laten een diversiteit aan Amerikaans aandoende songs horen, waarbij vrijwel alle stijlen van blues, folk, country tot de vroegste rock ‘n roll voorbijkomen.
Op HORRIFYING DEATH EATING BLOOD SPIDER doet Norgren vrijwel alles in zijn eentje. Met de meest minimale middelen weet hij het uiterste uit zichzelf te halen. Hij heeft daarnaast een bijzonder mooie kraakstem die onmiddellijk associaties met een jongere uitgave van Tom Waits oproepen. De 12 nummers op het album zijn stuk voor stuk op hun eigen manier pareltjes te noemen. Wat mijzelf betreft zijn er enkele nummers die daar weer bovenuit steken. Highbird bijvoorbeeld; dit nummer heeft Norgren met een krakkemikkige cassetterecorder bij zich thuis opgenomen. Deze minimale aanpak maakt dat het nummer erg sterk voor de dag komt.
Verder krijg ik bij de nummers Blind en Though It Aches bij elke luisterbeurt telkens weer kippenvel.
Dit alles maakt het een ontroerend mooi album, waarvan ik althans geen genoeg kan krijgen.


Ik sluit af met: ‘THOUGH IT ACHES’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 7-11-2010

LOS LONELY BOYS - KEEP ON GIVING: ACOUSTIC LIVE!


Ze worden wel de regerend vorsten van de Tex Mex Rock genoemd. De drie boers Henry, Ringo en Jojo Garza zijn ooit door Willie Nelson ontdekt. Hij gaf hun carrière een zetje door Los Lonely Boys in zijn voorprogramma te laten optreden en door er voor te zorgen dat zij in zijn studio hun debuutalbum konden opnemen. Daarna is het de band eigenlijk alleen maar voor de wind gegaan; vele malen platina succes en inmiddels spelen ze in Amerika moeiteloos de grotere stadions plat. Logischerwijs zal ook Europa veroverd moeten worden. Vorig jaar hebben we al een voorproefje mogen krijgen waaronder ook een optreden tijdens het Bluesrock festival in Tegelen

Luister naar: ’LOVING YOU ALWAYS’.

KEEP ON GIVING is een akoestisch album. LLB hebben met dit album een stapje terug willen doen om hun fans op een meer intieme sessie te kunnen trakteren. Er staan 13 tracks op het album. Deze geven een overzicht van de songs waar ze veel succes mee hebben geboekt; aangevuld met enkele covers. Ondanks het feit dat men de elektrische gitaren thuis heeft gelaten; staan LLB met hun akoestische set wel degelijk hun mannetje. Het is een album waar de energie van afdruipt; met sublieme gitaarpartijen en passende samenzang. Desalniettemin zal het album ook enige kritiek mogen verwachten, want alhoewel sommigen het album verfrissend zullen vinden, zullen anderen wellicht het rockelement teveel missen op het album.
Wat mijzelf betreft; ik bekijk het album als een hoog kwalitatieve bootleg waarop muziek in zijn pure vorm en zonder verdere manipulaties te horen is. Hoogtepunten van het album zijn Santana’s: EVIL WAYS; maar ook de gastoptredens van Alejandro Escovedo en Carrie Rodriguez bij het nummer BEAST OF BURDON ,van de Stones, en het eigen HEAVEN mogen er wezen.

Genoeg gepraat; laat hier de muziek maar spreken. Met dit album kan ik het daar met een gerust hart aan overlaten.
Ik sluit af met: ‘HEAVEN’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 31-10-2010

THE CHIEFTAINS - SAN PATRICIO


The Chieftains kunnen met recht een instituut binnen de Ierse folkmuziek worden genoemd. Stel je maar eens voor; al bijna vijftig jaar zijn zij de onbetwiste koploper binnen dit muziekgenre. In deze bijna vijftig jaren hebben Paddy Moloney en zijn kompanen ook aangetoond er geen problemen mee te hebben om grenzen op te zoeken en deze zo mogelijk te overschrijden. Hierdoor zijn er samenwerkingsverbanden met artiesten als Joni Mitchell, Mick Jagger, Willie Nelson en Los Lobos tot stand gekomen hetgeen buitengewone muziek heeft opgeleverd. Voor hun nieuwste album zijn ook weer grenzen opgezocht en overschreden. Resultaat is San Patricio een combinatie van traditionele Ierse en de Mexicaanse muziek.

Luister naar: ’THE SANDS OF MEXICO’.

Het verhaal achter San Patricio speelt tijdens in de Amerikaans – Mexicaanse oorlog midden 19e eeuw en gaat over een groep Ierse immigranten van het Saint Patrick Bataljon die gedwongen waren dienst te nemen in het Amerikaanse leger om te vechten tegen de Mexicanen. Echter in plaats van met de Amerikanen te vechten liep het hele bataljon over om zich aan de zijde van de Mexicanen te scharen. Toen het conflict voorbij was werden de bataljonleden geëxecuteerd wegens desertie. Veel bekendheid heeft dit verhaal in de geschiedschrijving niet meer gekregen. Paddy Moloney heeft zich daar wel in verdiept en hij wilde deze mensen alsnog een eerbetoon geven. In samenwerking met Ry Cooder, die naast meespelen en - zingen ook voor de co-productie van het album tekende, werden nog een aantal andere muzikanten benaderd om aan het album mee te werken. Zo komen we dan ook de namen tegen van o.a. Lila Downs; Los Tigres del Norte; de 90-jarige zanger Chavela Vargas, maar ook die van Linda Ronstadt David Hidalgo en Cesar Rosas.
Na kennis te hebben genomen van het oorspronkelijke verhaal ben ik anders naar de muziek gaan luisteren. Dat ik niet de Spaanse taal machtig ben, waardoor ik niet alles woordelijk kan volgen blijkt geen probleem. Uiteindelijk gaat het toch om de muziek en uit de unieke combinatie van traditionele Ierse en Mexicaanse muziek hetgeen een mix van polka’s, bolero’s en strijdliederen oplevert krijg ik toch het gevoel te weten waar het om gaat. De onderliggende emotie is steeds voelbaar.
Normaal gesproken heeft Ierse en Mexicaanse muziek misschien weinig met elkaar gemeen, maar dat het mogelijk is om met deze ingrediënten bijzondere muziek te maken wordt met San Patricio wel bewezen. The Chieftains laten horen hoe het moet. Waarvoor hulde.

Ik sluit af met: ‘LUZ DE LUNA’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 24-10-2010

RAY LAMONTAGNE AND THE PARIAH DOGS - GOD WILLIN’ & THE CREEK DON’T RISE


Eén van mijn favoriete tv-programma’s is het muziekprogramma ‘Later..’; gepresenteerd door Jools Holland en uitgezonden door de BBC. Vaak komen daar opmerkelijke gasten in voor. Zo kwam kwam een aantal jaren geleden ook mijn eerste kennismaking met Ray LaMontagne (spreek uit LaMonteign; want zo doet hij dat zelf ook) tot stand. Ik zag een ietwat sjofel gekleed persoon waarbij een typering als zijnde een nerd helemaal niet verkeerd leek. Naar later bleek kon het dan wel een nerd zijn, maar dat zijn muziek bijzondere was, was ook meteen duidelijk. Helemaal onder de indruk ben ik vervolgens op zoek gegaan naar meer informatie rondom deze Amerikaanse singer songwriter, die na het horen van een lied van Stephen Stills op de radio besloot zijn baan bij een schoenenfabriek te beëindigen en een carrière in de muziek te volgen. Inmiddels zijn er al een aantal cd’s van hem verschenen; ‘God Willin’ & The Creek Don’t Rise’ is zijn vierde studio-album.

Ga maar eens luisteren naar: ’BEG STEAL OR BORROW’.

Het nieuwe album van LaMontagne is op diverse gebieden anders dan we van hem gewend zijn. Allereerst is dit het eerste album zonder zijn vaste producent Ethan Johns; die is vervangen door The Pariah Dogs, mensen die hem al vaker hebben ondersteund. Ook de sfeer op het album is anders; stonden zijn vorige albums nog bol van de melancholie en zat met name zijn vorige album ‘Gossip In The Grain’ nog tegen het depressieve aan. Zijn nieuwe album lijkt toch iets opgewekter en spontaner te klinken. De strijkers die op eerdere albums nog werden ingezet zijn vervangen door meer pedal steel hetgeen de tracks op het nieuwe album een country-feel meegeeft. Daarnaast heeft zijn uiterlijke verschijningsvorm een metamorfose ondergaan en lijkt hij inmiddels in het geheel niet meer op de zonderling zoals ik hem voor het eerst in dat tv programma heb gezien.
Gelukkig is er ook nog iets bij het oude gebleven en dan doel ik op die opmerkelijke stem waarin de nodige weemoed doorklinkt; en die op zijn nieuwe album het beste tot uitdrukking komt bij de nummers ‘Are We Really Through’ en ‘Little Rock & Roll and Radio’.
Ray LaMontagne heeft met zijn Pariah Dogs wat mij betreft een album afgegeven dat me weer heeft weten te raken. Mensen die zijn vorige albums kennen zullen misschien de directe aantrekkingskracht van zijn vorige albums missen, maar ik kan jullie verzekeren dat ‘God Willin’ & The Creek Don’t Rise’ na een aantal luisterbeurten je echt wel te pakken heeft en je voorlopig ook niet meer loslaat.

Ik sluit af met: ‘LITTLE ROCK & ROLL AND RADIO’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 10-10-2010

HAYWARD WILLIAMS - COTTON BELL


Zijn optreden op het Take Root Festival in 2007 kan ik me nog goed herinneren. Na een toch wel indrukwekkende set was een staande ovatie zijn deel. Voor iedereen was het duidelijk dat er een mooie toekomst voor deze uit Milwaukee afkomstige jonge man in het verschiet lag. Hij had inmiddels al twee albums uitgebracht en in 2008 zou zijn nieuwe album op de markt verschijnen. Dat laatste heeft iets langer geduurd, maar uiteindelijk is die langverwachte cd met als titel ‘Cotton Bell’ er dan toch gekomen.

Ga maar gauw luisteren naar: ’MOCKINGBIRD’.

De eerste opnamen voor dit album zijn inderdaad begin januari 2008 gedaan, maar vanwege een paar probleempjes met de platenmaatschappij heeft het uiteindelijk wel tot nu geduurd alvorens het nieuwe album uitgebracht kon worden. Bekijk ik het positief dan kan ik zeggen dat het de moeite waard is geweest om er op te wachten. In de muziek heb ik nu eenmaal een sterke voorkeur in eenvoud en melancholie en wat dat betreft kom ik bij ‘Cotton Bell’ helemaal aan mijn trekken. Vanaf de eerste tot de laatste tonen van het album is het een aaneenschakeling van die elementen die het album, in mijn ogen, zo bijzonder maken. Je hoort een gitaar, soms aangevuld met een viool, af en toe met een elektrische gitaar. In elk geval is het nergens opdringerig. En steeds weer die stem van Hayward Williams; gewoonweg niet te overtreffen. Als toetje zit er nog een verborgen track op het album; het nummer ‘Just Like Us’.
Is er ook iets negatiefs te melden? Jazeker; een album met slechts negen nummers van deze kwaliteit is op zijn zachtst gezegd wat aan de korte kant.

Ik hoop dat er zich een volgende keer geen problemen meer met de platenmaatschappij voordoen, want dat het gewoon zonde is om op dit soort muziek lang te moeten wachten, mag duidelijk zijn.

Ik sluit af met: ‘GREAT PLAINS’.

 

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 3-10-2010

THE BIG TOWN PLAYBOYS - ROLL THE DICE


Het komt niet vaak voor dat jullie een al ouder album in de recensie voorgeschoteld krijgen. Toch is dat vanavond het geval; want ‘Roll The Dice’ van The Big Town Playboys is al in 2004 uitgebracht. Met dit album wilde de band haar 20-jarig bestaan vieren.
In die twintig jaren hadden The Big Town Playboys zich weten te ontwikkelen tot een echte partyband; bij optredens was men er in elk geval van verzekerd dat het dak eraf ging. Er hebben in al die jaren ook veel bezettingswisselingen plaatsgevonden, maar het enig overgebleven en oorspronkelijke lid van de band, bassist Ian Jennings wist zich te omringen met een band met een speciale voorliefde voor de West-Coast R&B, rockabilly en swing aan de dag legde.

Luister eerst maar eens naar: ’MERRY WAY’.

‘Roll The Dice’ is het 7e album van The Big Town Playboys. Het mag gerust een bijzonder album worden genoemd, want de 14 nummers die er op te vinden zijn hebben hun oorsprong in de vijftiger jaren en bevat materiaal van mensen als Little Walter, Johnny ‘Guitar’ Watson, Tom Waits, Charlie Rich, Billy Holliday en Ruth Brown. Meer bijzonder aan het album is dat er een elitekorps aan gasten hun medewerking aan verlenen. Daardoor komen we dan ook de namen van de betere Britse artiesten als Jools Holland, Robert Plant, Jeff Beck en Andy Fairweather Low tegen. De muziek is een mix van stijlen waarbij rockabilly, jazz en swing de boventoon voeren.
Door het grote aantal gasten op het album is er voor gekozen om in de leadzang enige variatie aan te brengen; dit maakt het album eigenlijk wel iets minder consistent. Dat het niet altijd even mooi uitpakt blijkt wel uit de samenwerking van Robert Plant en Jeff Beck bij het nummer ‘Look Out Mabel’. Dit laat namelijk geen erg inspirerende indruk achter.
Desondanks hebben The Big Town Playboys met dit album hun reputatie als partyband weer helemaal waargemaakt en vraag ik me nu ik dit opschrijf ook af waarom ik nu al tijdje niet meer zoveel van hen gehoord heb.

Bovenal echter denk ik dat het album gezien moet worden als een leuke surprise voor een twintigste verjaardag en daar is natuurlijk helemaal niks mis mee.

Ik sluit af met: ‘BIG TOWN’ .

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 26-9-2010

LOS LOBOS - TIN CAN TRUST


Het zou me wel erg verbazen als er nog mensen zijn die nog nooit van Los Lobos hebben gehoord. De band bestaat immers al vanaf 1973 en sinds 1982 speelt ze al in ongewijzigde samenstelling. Ze hadden ooit een monsterhit met ‘La Bamba’, maar om daar na al die jaren hun bekendheid aan op te hangen zou hen onrecht aandoen. Dan liever hun nieuwe album ‘Tin Can Trust’ beluisteren want het heeft wel weer even geduurd, alvorens ze met een nieuw album kwamen.

Ga maar luisteren naar: ’BURN IT DOWN’.

Op het nieuwe album staan 11 nummers; de meeste zijn geschreven door David Hidalgo en Louie Perez. Slechts twee nummers zijn Spaanstalig en 1 is volledig instrumentaal. De rest is dus Engels. Het album overtrof mijn verwachtingen. Hidalgo en Perez tonen weer eens aan goede songs te kunnen schrijven en door gebruikmaking van allerhande instrumenten en uitnodiging van de juiste gastspelers (Susan Tedeschi) en de finishing touch door Steve Berlin die de songs voorziet van toetsen en saxofoon maakt van ‘Tin Can Trust’ een heel smakelijk album, waarop veel ingetogen blues en rock nummers, gedompeld in een enigszins dreigend depressief gevoel voorkomen. Bij dit alles zijn de Mexicaanse invloeden, het oorspronkelijke handelsmerk van de band, natuurlijk niet ver verwijderd. Al met al zit er qua stijlen dus zowat alles in; het is dan ook niet moeilijk om de aandacht vast te blijven houden. Vrijwel nergens zijn er momenten dat het gaat vervelen, terwijl er aan de andere kant ook geen echte uitschieters op het album staan. Aan het eind moet ik gewoon concluderen dat het allemaal goede nummers zijn en dat het nieuwe album van Los Lobos staat als een huis.
Opmerkelijk op het album is the Greatful Dead –cover ’West L.A. Fadeaway’, waarbij maar weer eens duidelijk wordt met welk gemak deze band kan spelen. En er is nog meer richting Greatful Dead op het album te vinden, want het nummer ‘All My Bridges Burning’ heeft Hidalgo samen geschreven met Robert Hunter, de inmiddels 70 jarige tekstschrijver van ‘the Dead’.

Met het nieuwe album lijkt Los Lobos er weer helemaal te zijn; vrijwel alles klopt: de sfeer, de teksten en niet te vergeten het gitaarwerk. Wat is er nog meer te wensen.
Ik sluit af met: ‘WEST L.A. FADEAWAY’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 12-9-2010

PHANTOM PUERCOS - III


Het kan zo maar gebeuren dat je bij het zien van een hoesje van een cd op het verkeerde been wordt gezet; bij het nieuwe album van Phantom Puercos althans is mij dat overkomen. Op het hoesje is te zien dat een oude T-Ford uit de modder wordt getrokken door twee paarden. Bij het zien hiervan gingen mijn associaties dan ook vrijwel meteen naar Amerika, naar de Americana of rootsmuziek en ik dacht dat Phantom Puercos een nieuwe Amerikaanse band zou zijn. Groot was mijn verwondering dan ook toen ik tot de ontdekking kwam dat deze band gewoon uit Nederland komt; uit Nijmegen nog wel; en dat deze band al vijf jaar muziek maakt en dat ze in die tijd, inclusief hun nieuwste, al 3 albums uitgebracht.

Tijd dus om te gaan luisteren naar: ’EIGHTY EIGHT’.

Dit nummer is het openingsnummer van het album; daar het uptempo is, zorgt dit meteen voor een mooie binnenkomer. De muziekstijl van de band valt het beste te omschrijven als altcountry maar dan wel die van de donkere kant; waarvoor men de term country noir heeft uitgevonden en waarin vaak mislukte relaties centraal staan.
Zoekend naar de invloeden van de band, kom je toch al vlug uit bij Neil Young; Drive-By Truckers en Wilco. En eerlijk is eerlijk; de band doet het niet onverdienstelijk. Mooi aan het album is dat de muzikanten de ruimte krijgen om hun kunnen te etaleren. Want naast het feit dat de muziek van de band aanschuurt tegen de rock. Krijg ook de banjo, de mandoline of de lapsteel ruim baan en gaat het album daardoor meteen anders klinken dan bij de doorsnee Nederlandse altcountry band te horen is.
Als hoogtepunten van het album komen voor mij het openingsnummer en de track ‘Me And My Sister’ in aanmerking; met name omdat hier aangetoond wordt dat er, uitgaande van een simpel gegeven, een mooie song tevoorschijn kan komen.

Zo zie je maar; niets hoeft zo te zijn als het lijkt; maar in het geval van Phantom Puercos is dat helemaal niet erg; je kunt je rustig laten meevoeren door hun muziek en genieten.

Ik sluit af met: ‘ME AND MY SISTER’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 4-7-2010

SCOTT MCKEON - TROUBLE


Zijn debuutalbum: ‘CAN’T TAKE NO MORE’ heeft ervoor gezorgd dat de 23 jarige Brit, Scott McKeon al een aantal jaren als veelbelovend talent te boek staat. Het heeft er zelfs voor gezorgd dat hij daarmee in 1998 de titel ‘Young Guitarist Of The Year’ in de wacht kon slepen. Het werd stilaan wel tijd voor een opvolger. Eindelijk is deze er nu onder de titel TROUBLE’; een album met daarop twaalf tracks en waarvan McKeon de productie zelf ter hand heeft genomen.

Luister naar: ’THE GIRL’.

Op zijn nieuwe album zoekt Scott McKeon de grenzen op van wat bluesmuziek eigenlijk is; hij heeft zich hierbij in het geheel niet laten inperken. Daardoor kom je naast bluesrock ook funky jazz (‘BROKEN MAN’) tegen; toont hij affiniteit met Soul en R&B, of tovert hij een blazerssectie tevoorschijn (‘GIVING ME THE BLUES’). Mocht er verder nog iemand zijn die onvoldoende op de hoogte is van McKeon’s kwaliteiten als gitarist, dat overigens sterk wordt beïnvloed door zijn grote voorbeeld Stevie Ray Vaughan; dan raad ik deze aan even naar het ruim 8 minuten durende ‘ALL THAT WE WERE’ te luisteren. Ik heb er alle vertrouwen in dat daarmee de laatste twijfel over zijn kunnen wordt weggenomen.
Het zal waarschijnlijk niet verbazen dat door dit alles de nummers op het album goed in het gehoor liggen en terwijl hij bij deze opnamen er zelf niet voor terugdeinsde om een enkele keer de toetsen van het orgel te bedienen; soms ook eens aan de bas te plukken en de percussie voor zijn rekening te nemen, is het hem ook nog eens gelukt om een paar klasbakken als gastmuzikant aan zijn band toe te voegen. Zodoende komen we de namen van Robbie McIntosh (Pretenders, Paul McCartney; Roger Daltrey) en David Ryan Harris (John Mayer) op het album tegen.
Al met al is ‘TROUBLE’ een erg gevarieerd en veelzijdig album geworden, dat het zeker goed zal gaan doen. Ook al is het naar mijn idee hier en daar een beetje overgeproduceerd en mag het soms nog wel een beetje rauwer klinken. Scott McKeon is echter nog jong; dus dat laatste komt de komende jaren ongetwijfeld ook nog wel goed.

Ik sluit af met: ‘GIVING ME THE BLUES’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 20-6-2010

JOE BONAMASSA - BLACK ROCK


Gezien het gedrag en opstelling van zijn band tijdens het MBF in 2009, mag je wel stellen dat we waarschijnlijk nooit vrienden zullen worden, alhoewel het met Joe Bonamasssa zelf eigenlijk wel meevalt en het zijn hofhouding is die voor de problemen zorgt. Verder kun je van alles over hem zeggen; maar niet dat het iemand is die stilzit. Vrijwel elk jaar verschijnt er een nieuw album van hem, ook nu weer. Voor het opnemen van zijn 10e album is hij zelfs naar Griekenland getogen, naar de Black Rock Studios in Santorini waar hij met naast zijn eigen bandleden ook met locale musici een aantal nummers heeft opgenomen.

Ga maar eens luisteren naar: ’BIRD ON A WIRE’.

De titel van het nieuwe album is een verwijzing naar de studios waar het album is opgenomen. Onder de dertien nummers die het album telt komen we een 8- tal covers tegen waaronder Willie Nelson ‘s: ‘NIGHT LIFE’, waarbij Bonamassa’s ontdekker BB King ook nog even mee komt doen. Ook John Hiatt’s: ‘I KNOW A PLACE’ en Leonard Cohen’s: ‘BIRD ON A WIRE’ staan daartussen, waarvan de laatste wel op een mooie manier op het album is terechtgekomen. Het vormt eigenlijk het enige rustpunt op het album; bij de overige nummers wordt toch wel stevig uitgepakt. Verder komen we qua covers o.a. nog Jeff Beck’s: ‘SPANISH BOOTS’ en Otis Rush’s: ‘THREE TIMES A FOOL’ tegen.
Het gitaarspel van Joe Bonamassa is zoals wel te verwachten was weer erg solide. Hij heeft inmiddels een eigen stijl weten te ontwikkelen waarmee hij een voor hem herkenbaar geluid heeft. Iets dat alleen de betere gitaristen is gegeven.
Toch is er ook een minpuntje te benoemen. Bonamassa is op zijn nieuwe album een beetje aan het experimenteren geweest met Griekse instrumenten als bouzouki en clarino (een soort klarinet). Het is hem daarbij niet echt gelukt om met gebruikmaking van deze instrumenten het echte bluesgevoel op te roepen; hierdoor wekken deze instrumenten dan ook eerder irritatie op dan fascinatie.
Daarmee hebben we het wat de kritiek betreft ook wel weer gehad want verder is het een redelijk veelzijdig album.

Eind dit jaar komt Bonamassa weer naar Nederland voor een aantal optredens; daarna gaat hij zich aansluiten bij een supergroep, samen met Glenn Hughes (Deep Purple) en Jason Bonham (zoon van John Bonham, Led Zeppelin) gaat hij de band Black Country vormen. Benieuwd waar dat op uit gaat draaien.

Ik sluit af met een cover van James Clark: ‘LOOK OVER YONDERS WALL’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 13-6-2010

KING MO - SWEET DEVIL


King Mo is een fenomeen binnen het bluescircuit. In haar korte bestaan heeft deze band een goede reputatie als live-act weten op te bouwen. De bezetting van King Mo kent geen onbekende namen. De leden van de band werden begin 2009 gerekruteerd uit 3 andere bands te weten Phil Bee and the Buzztones, The Strikes en Memo Gonzalez.
Al eerder verscheen van King Mo het veredelde demo-album ‘LIVE AT THE BONBONNIERE’. In de tussentijd hebben de mannen echter niet stilgezeten. Het nieuwe album is er al.

Ga maar eens luisteren naar: ’SUITS ME RIGHT’.

Met ‘SWEET DEVIL’ is er weer gekozen voor een cd met live muziek. Ditmaal opgenomen op diverse lokaties in Nederland. Er staan 9 nummers op het album waarvan 6 eigen. Al vanaf het eerste nummer: ‘NO USE DENYING’ wordt al duidelijk waarom King Mo, momenteel zo hot is. De enige pretentie die de band heeft is om muziek vanuit het hart te maken en dat is ook wat je hoort. Negen sterke nummers met de stem van Phil Bastiaans plus een ritmesectie bestaande uit Jules van Bussel op bas en Henk Punter op drums. Het plaatje wordt compleet gemaakt door het gitaarspel van Sjors Nederlof die daarmee een centrale rol binnen de band krijgt toegemeten en last but not least Colly Franssen op Hammond-orgel; Wat is dat toch een heerlijk instrument; alleen al met gebruikmaking hiervan wordt de muziek naar een hoger plan getild.
Dit alles maakt dat we hier te maken hebben met een prima band en prima muziek; het nodigt uit om vaker te beluisteren. Voor mijzelf is het absolute hoogtepunt de laatste track; tevens klassieker: ‘AIN’T NOBODY’S BUSINESS IF I DO’. Hier valt alles samen en wordt nog eens onderstreept waar het allemaal om te doen is; de passie.
Er schijnt nog een hidden track met de titel ‘Lay It Low’ op het album te staan; ik heb die zelf nog niet kunnen vinden. Het schijnt ook niet echt gemakkelijk te zijn om deze te vinden. Reden te meer om deze cd nog maar weer eens in mijn cd te steken, een straf is het toch al niet om naar deze muziek te luisteren, en overigens is het gewoon zo, dat ik wel alles wil horen wat er op het album staat.

Ik sluit af met: ‘MAKE IT RIGHT’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 6-6-2010

MUMFORD & SONS - SIGH NO MORE


Mumford & Sons is een Londense folk rockgroep bestaande uit Marcus Mumford, Winston Marshall, Ben Levett en Ted Dwane.
De band bestaat sinds eind 2007. Het debuutalbum: ‘SIGH NO MORE’ verscheen al eind 2009 en inmiddels hebben zich al diverse recensenten erg lovend over deze band en het album uitgelaten. Ook aan de radiostations is de muziek van deze band niet onopgemerkt gebleven. ‘LITTLE LION MAN’ het singlenummer van het album is hier al regelmatig te horen geweest.

Tijd dus om zelf eens te gaan luisteren naar: ’WHITE BLANK PAGE’.

Ik ga er zelf verder ook geen doekjes om winden; ik kan maar geen genoeg van het album krijgen; de repeatknop maakt zijn functie deze dagen meer dan waar; zo bijzonder vind ik het allemaal. In de 12 nummers op het album staan veelal liefdesperikelen op de voorgrond, hetgeen met de krassende stem van Marcus Mumford sfeervol in beeld wordt gebracht. En hoewel het in de songs vaak niet goed afloopt, is daar daarentegen in de muziek weinig van te merken. De nummers kunnen dan wel somber worden ingezet; uiteindelijk gaat dit over in een portie opzwepende muziek die zijn weerga niet kent; niet in de laatste plaats door de gebruikmaking van instrumenten als akoestische gitaar, contrabas, banjo en soms een drumkit. De neiging om de volumeknop in de hoogste stand te zetten dringt zich al snel op, als ook de animo om mee te gaan blèren met de muziek.
Het meeste indruk op het album maakt de samenzang van deze mannen. Deze is echt onweerstaanbaar. Het enthousiasme en de uitbundigheid spat er vanaf. De muziek is er een uit de beste Ierse en bluegrass – traditie en zou eerder met een oudere generatie geassocieerd worden dan met een band bestaande uit prille twintigers.

Voor mij kan het niet meer stuk; ik kan geen zwakke momenten op het album ontdekken. ‘SIGH NO MORE’ is een debuut en het zal zeker niet het laatste zijn wat we van Mumford te horen krijgen; wat mij betreft hebben zij nu al een koppositie binnen hun genre veroverd.
Ik hoop dat velen deze ervaring met mij zullen delen.
Ik sluit af met: ‘AWAKE MY SOUL’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 23-5-2010

 

ERIC BIBB - BOOKERS’S GUITAR


Booker T. Washington die we beter kennen onder zijn verbasterde naam: Bukka White is verantwoordelijk voor de start van de carrière van één van ’s werelds bluesgiganten: BB King. King kreeg zijn eerste gitaar van Booker en ook zijn stijl van gitaarspel blijkt een afgeleide te zijn van het slidespel van zijn oudere neef.
Onlangs kreeg Eric Bibb via een fan een National gitaar van Booker in handen. Deze ervaring heeft hem dermate aangegrepen dat hij daar maar meteen een album aan wijdde met daarop 18 tracks. Het album kreeg de toepasselijke titel ‘BOOKER’S GUITAR’ mee; en is het 15e album van Eric Bibb.

Ga luisteren naar het titelnummer: ’BOOKER’S GUITAR’.

De muziekstijl op het album is het beste als blues met folk te omschrijven. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Bibb op dit album doet; de begeleiding wordt hier en daar aangevuld met een mondharmonica maar voor het overige heeft hij niet meer dan zijn stem en een gitaar nodig om zijn boodschap over te brengen. Bibb is in feite een verhalenverteller. Zo vertelt hij in ‘NEW HOME’ over de terpentinekampen waaraan de Afro - Amerikanen probeerden te ontsnappen; en staat de religie centraal in ‘ONE SOUL TO SAVE’; om even later op de educatieve tour te gaan in ‘TURNING PAGES’ waarin hij stimuleert om op zijn tijd een goed boek te lezen. Bij het nummer ‘TELL RILEY’ geloof ik wel dat duidelijk is wie hier bedoeld wordt. Kortom zo heeft elk nummer zijn eigen verhaal.
Gezien het authentieke karakter zou het me niet verbazen als het hele album in één take was opgenomen.
Ik proef het respect dat Bibb heeft voor de deltablues; of het nu een uptempo nummer is of een meer ingetogen bluessong; elk nummer wordt met hart en ziel voor het voetlicht gebracht, precies zoals de echte liefhebber het wil horen.

Bibb heeft niet altijd erkenning voor zijn muziek gehad; vaak werd die afgedaan als middle of the road en de blues niet waardig. Met dit album zal dat wat de erkenning betreft wel gaan veranderen. Hier toont hij in elk geval aan een plaats binnen dit genre waardig te zijn.
Ik sluit af met: ‘EVERYDAY’S BEEN SUNDAY’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 16-5-2010

 

COCO MONTOYA - I WANT IT ALL BACK


De meesten weten wel dat Coco Montoya ooit stergitarist was bij John Mayal & The Bluesbreakers. Wat menigeen ook weer niet zal weten is dat hij zijn eerste schreden op het bluespad zette in de band van Albert Collins maar dan wel als drummer. Collins was het die Montoya gitaar leerde spelen. John Mayal raakte zo van hem onder de indruk dat hij hem vroeg toe te treden tot zijn band. Die samenwerking duurde zo’n kleine twintig jaar; tot Montoya eind jaren tachtig meer heil zag in een solocarrière. Inmiddels zijn we 6 albums verder en heet zijn nieuwste: ‘I WANT IT ALL BACK’.

Ga maar luisteren naar: ’FANNIE MAE’.

Diegenen die op het nieuwe album van Coco Montoya stevig gitaarwerk, toch wel zijn handelsmerk, dachten tegen te komen; zouden wel eens bedrogen uit kunnen komen. Het spetterende gitaarwerk of de stevige bluesrock heeft op het nieuwe album namelijk plaats gemaakt voor songs die meer richting R&B gaan en waar vleugjes funk, soul en zelfs salsa in te ontwaren zijn. De echte bluesliefhebber komt misschien nog wel het meest aan zijn trekken bij het zojuist gehoorde ‘FANNIE MAE’; de track waarbij Rod en Honey Piazza de gelederen zijn komen versterken.
Het album is, om een jargonterm te gebruiken, een open productie. Verantwoordelijk hiervoor is Keb Mo’; hij werd aangetrokken om als producer van het album te fungeren hetgeen aan het uiteindelijke resultaat duidelijk is te merken.
Ondanks dat het album niet geheel aan de verwachting voldoet; aanvankelijk misschien zelfs iets te commercieel klinkt en te veel richting popmuziek neigt, mag je hier toch van een goed album spreken. Na een aantal keren luisteren moet je ook gewoon kunnen concluderen dat het allemaal keurig verzorgd is op het nieuwe album. Montoya zorgt voor prima gitaarwerk en is goed bij stem. Over het algemeen genomen kan gezegd worden dat verzorgdheid, frisheid en melodieuze composities de sleutelwoorden zijn voor het album. Een en ander wordt nog eens ondersteund met mooie achtergrondzang, blazers en Hammondklanken. Eigenlijk ideaal voor een ontspannen voorjaarsavondje.
Ik sluit af met: ‘DON’T GO MAKIN’ PLANS’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 9-5-2010

SUGAR BLUE - TRESHOLD


Geboren als James Whiting groeide Sugar Blue op in Harlem New York. Hij wordt gerekend tot de betere mondharmonicaspelers getuige ook zijn opnames met legendarische figuren als Brownie McGhee, Roosevelt Sykes en Memphis Slim. Maar ook The Rolling Stones kenden ’s mans kwaliteiten. Zij maakten gebruik van diens specialiteit op hun albums: ‘SOME GIRLS’ en ‘TATTOO YOU’. Toch bleef Sugar Blue ook een solocarrière nastreven; zelfs het aanbod om met de Stones op tournee te gaan werd hiervoor afgeslagen. ‘TRESHOLD’ is inmiddels zijn zesde soloalbum

Ga maar eens luisteren naar: ’COTTON TREE’.

Ik weet niet of het nu zo’n goed idee was om een toer met de Stones af te slaan om aan zijn solocarrière te werken. Want laten we wel wezen; iemand mag dan wel een goed mondharmonicaspeler zijn; dat wil nog lang niet zeggen dat hij dan ook een goed songschrijver en bandleider is. In het geval van Sugar Blue en zijn nieuwe album wordt dit op pijnlijke manier duidelijk. Het harmonicaspel is nog wel goed te verteren maar daar blijft het ook wel bij. Voor het overige is er niet veel positiefs te melden over het nieuwe album. Ik kan hier nu wel een verhaal vertellen over de verschillende stijlen die op het album voorbij komen zoals een beetje jazz; een beetje funk; een beetje blues en zelfs een beetje pop. Ook schijnt het zo te zijn dat onder de studiomuzikanten een aantal gerespecteerde namen voorkomen, maar daarmee is dan ook wel alles gezegd, want voor het overige is het een album dat nergens echt interessant wordt. De zang is ingetogen, nergens rauw; eerder vlak en glad. Daarnaast wordt van het potentieel van de studiomuzikanten weinig tot geen gebruik gemaakt. Maar hetgeen de deur helemaal doet dichtslaan is de laatste track bestaande uit een interview; kwalitatief erg slecht opgenomen en uitgevoerd door een dame die het giechelen tot een ware kunst weet op te voeren. De meerwaarde van deze toevoeging ontgaat me totaal.

Dus.. Als ik Sugar Blue was geweest; dan had ik het aanbod van een toer met the Stones met beide handen aangegrepen en had ik me beziggehouden met die dingen waar ik goed in ben. In dit geval mondharmonicaspelen. De rest zou ik overslaan.
Ik sluit af met: ‘DON’T CALL ME’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 2-5-2010

 

RICK ESTRIN & THE NIGHTCATS - TWISTED


Rick Estrin mag geen onbekende heten binnen de wereld van de blues, want al meer dan 30 jaar is hij de frontman geweest van Little Charlie & The Nightcats. Na het vertrek van Litlle Charly lag het misschien dan ook wel voor de hand dat Rick Estrin het stokje over zou nemen en naamgever van de band werd. Nieuw binnen de band werd ook de naam van de Noorse gitarist Kid Andersen die de lege plek die Charly Baty achterliet innam. Deze bezettingswisselingen maakten dat er in feite een nieuwe band was ontstaan die in de nieuwe samenstelling en onder de nieuwe naam een nieuw album heeft uitgebracht, met de titel ‘TWISTED’. Eigenlijk hebben we dus hier te maken met een debuutalbum.

Ga maar eens luisteren naar: ’BIG TIME’.

Het was al vroeg duidelijk dat Rick Estrin een uitzonderlijk mondharmonicaspeler was. Ook Muddy Waters was dat al opgevallen. Hij was het ook die zeer lovende woorden over de verrichtingen van Estrin sprak, toen deze nog aan het begin van zijn carrière stond.
Ook op het nieuwe album zijn het Estrin’s kwaliteiten als mondharmonicaspeler waar het grotendeels om draait. En eerlijkheidshalve moet ik erbij vertellen dat dit ook haast niet anders kan. Estrin is namelijk niet gezegend met een erg sterk stemgeluid; enige compensatie moet dan ook wel uit andere kwaliteiten komen.
Daarnaast wordt hij op het album begeleidt door een band waar hij best trots op mag wezen, want naast een erg goede ritme sectie die weet wat drummen en bassen inhoudt mag ook het gitaarspel van Kid Andersen niet onbenoemd blijven. Met zijn gitaar kan Andersen als geen ander het gevoel dat bij een nummer past etaleren. Hij verstaat ook de kunst om te variëren met van diverse stijlen binnen een en hetzelfde nummer. Luister bijvoorbeeld maar eens naar het nummer: EARTHQUAKE; waarin het gaat van rockabilly naar surf tot blues.
Het is al gezegd; eigenlijk is dit een debuutalbum, maar het zal ook duidelijk zijn dat Estrin door zijn jarenlange ervaring als muzikant weet hoe het hoort. Ondanks het feit dat het alle kanten op gaat met de muziek op dit album, klinkt het allemaal erg vertrouwd en zal het de ware bluesliefhebber niet onberoerd laten. Het album mag dan ook tot een absolute aanrader worden bestempeld.
Ik sluit af met: ‘SOMEONE, SOMEWHERE’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 25-4-2010

WILLY CLAY BAND - BLUE

Overal ter wereld wordt muziek gemaakt. Ook in het uiterste noorden van Zweden in het mijnwerkersplaatsje Kiruna gebeurt dat. Er komt zelfs een band vandaan met een naam die je niet meteen in verband brengt met Zweden, namelijk de Willy Clay Band. Dat de muziek van deze band geschaard kan worden onder de noemer countryrock mag alleen nog maar meer verbazing wekken.
‘BLUE’ is het tweede album van de band. Het is de opvolger van het vier jaar geleden uitgebrachte succesvolle debuutalbum ‘REBECCA DRIVE’.

Ga maar eens luisteren naar: ’STAY DOWN’.

Een hoesje van een album bevat vaak uiterst nuttige informatie. Zo wordt er in de inleg van ‘BLUE’ vermeld dat het leven in het noorden van de poolcirkel soms behoorlijk traag gaat. In het plaatsje Kiruna neigen de mensen ernaar om eerst twee keer na te denken alvorens men tot actie komt. En als er niets belangrijks te melden is, dan moet je stil zijn. Na het album beluisterd te hebben denk ik: ‘Hadden ze maar gedaan wat ze daar opgeschreven hebben’. Hadden deze vijf mannen maar twee keer nagedacht alvorens dit album werd uitgebracht.
Want alhoewel met het openingsnummer ‘MOST OF ALL’ een veelbelovend begin wordt gemaakt kan de band dit niveau over het hele album niet handhaven. Boosdoeners zijn met name de elektrische tracks van dit 13 nummers tellende album. Op een gegeven moment is daar de spanning wel af en biedt het weinig sprankelends. Positieve uitzondering hierop is het nummer: ‘MODERN WORLD’; hier is nog muziek met een enigszins rauw randje te ontdekken. Voor het overige is het alleen maar meer van hetzelfde. Gelukkig staan er ook nog enkele akoestische tracks op het album zoals: JAILBIRD; THE MINER; FAR AWAY en NEVER NEVER. Nummers die door hun eenvoud en begeleiding op banjo, mandoline en steelgitaar een stuk prettiger zijn om te beluisteren.
Je zou wensen dat de band meer van dit soort nummers had laten horen en dat ze bedacht zouden hebben dat ze met een album met enkel akoestische nummers ook iets te melden hadden gehad. Met dit album vertellen ze niets belangrijks, althans niet wat al niet eerder gehoord is. Hier is alleen maar meer van hetzelfde te horen hetgeen een groot risico in zich draagt ….. verveling


Ik sluit af met: ‘NEVER NEVER’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 11-4-2010

MEENA - TRY ME


Een uitnodigende titel op een cd met een voor mij nieuwe naam. De cd is uiteindelijk in mijn speler belandt en inmiddels weet ik ook iets meer over Meena; namelijk dat ze geboren is in 1977; eigenlijk Martina heet; afkomstig is uit Oostenrijk; zij de muziek met de spreekwoordelijke paplepel kreeg ingegoten aangezien zij uit een muzikale familie stamt; dat ze door Europa en Noord Amerika heeft gereisd en dat ze daar verliefd is geworden op Chicago. En dat ze van Thomas Ruf (Ruf Records) de kans geboden kreeg dit debuutalbum ‘TRY ME’ op te nemen in Memphis; het Mekka van de blues. Tijd dus om daadwerkelijk eens iets van haar muziek te gaan proberen.

Luister naar: ’PUT YOUR HANDS OUT OF MY POCKET’.

Enige scepsis was me aanvankelijk niet vreemd; zeker toen ik zag wat een keur van gasten er aan het album meewerkten. Ik kwam de namen tegen van Joanne Shaw Taylor, Eric Sardinas, Donna Grantis, Erja Lyytinen, Coco Montoya en Shakura S’ Aida. De gedachte drong zich op dat met dergelijke namen iedereen wel een debuutalbum op zou willen nemen; de kans dat een album niet goed ontvangen zou worden is daarmee immers tot een minimum beperkt. Toch zou het niet eerlijk van mezelf zijn om deze vooringenomenheid hier te bepalend te laten zijn. Gewoon luisteren en de muziek onbevangen over me heen laten komen leek me daarom de beste optie en achteraf gezien heb ik daar geen spijt van gekregen. Over het algemeen genomen is ‘TRY ME’ namelijk een goed album, zeker voor een debuut. Het album bevat 12 nummers waarvan er 9 door Meena zelf zijn geschreven. De drie nummers die dat niet zijn, zijn het openings- en titelnummer ‘TRY ME’ van James Brown; ‘I’D RATHER GO BLIND’ bekend geworden door de uitvoering van Chiken Shack en ‘JUST AS I AM’ van Luther Allison. De nummers op het album variëren van melancholie naar het meer steviger werk zoals o.a. te horen is bij ‘SEND ME A DOCTOR’ hetgeen gezien de ondersteuning van Eric Sardinas bij dat nummer, niemand vreemd zal doen opkijken. Het, naar mijn mening, absolute hoogtepunt van het album is echter tot het laatst bewaard. Dan is daar Luther Allison’s: ‘JUST AS I AM’ in een werkelijk sublieme uitvoering te horen. Met dat nummer zorgt Meena samen met Coco Montoya en Shakura S’ Aida voor een prima afsluiting van het album.
De vraag of het album ook zo goed zou zijn geweest als Meena niet had kunnen beschikken over het aantal gasten dat nu aan haar album hebben meegewerkt is niet meer bij me opgekomen. Ik geloof namelijk wel dat zij haar weg binnen de blues zal weten te vinden en ook dat we haar in de toekomst nog wel eens gaan horen.
Ik sluit af met: ‘JUST AS I AM’.

De bespreking door fons Daamen (Moulin Blues Ospel) van 4-4-2010

RECKLESS KELLY - SOMEWHERE IN TIME


Voor het eerst maakte ik zo rond 2004 kennis met de muziek van Reckless Kelly. Het internet afstruinend naar muziek belandde ik bij ‘UNDER THE TABLE AND ABOVE THE SUN’; het toen vierde album van deze band. De muziek klonk fris en vernieuwend; naar mijn idee ging het hier toch wel om de betere americana. Reden genoeg dus om dat album rechtsreeks via de site van de band te bestellen. Tijdens het openen van het pakketje dat ik met de post kreeg toegestuurd werd de vreugde alleen maar groter bij de constatering dat alle bandleden het album hadden gesigneerd. Voor mijn gevoel had ik hiermee toch weer een leuk hebbedingetje in huis. Ik heb daarna niet veel meer van de band vernomen, alhoewel er toch nog enkele cd’s uit hun naam zijn verschenen. Een goed moment om eens stil te staan bij hun nieuwste album en kijken hoe de band zich ontwikkeld heeft.

Ga luisteren naar: ’LITTLE BLOSSOM’.

Het album opent goed met het zojuist gehoorde LITTLE BLOSSOM. Stevig gitaarspel en een hoog tempo. De daaropvolgende twee nummers THE BALLAD OF ELANO DE LEON (met als gast Joe Ely) en Bird On A Wire doen daar niet voor onder. Ook hier een hoog tempo, prima gitaarspel en goede zang; deze muziek ligt prima in het gehoor. Helaas kan de band dit hoopvolle begin niet doortrekken over het hele album. Vanaf het vierde nummer zakt het tempo en daarmee ook de spanning in en wordt de muziek een soort alledaagse country met weinig opzienbarende elementen. En dit is toch eigenlijk wel jammer; temeer omdat het duidelijk is dat de band meer in zich heeft. Tussen de 12 nummers zitten gewoon een aantal tracks die de moeite meer dan waard zijn. Het zijn met name die songs waarbij rock meer op de voorgrond staat.
Wellicht dat een en ander te maken heeft met het feit dat Reckless Kelly met dit album een eerbetoon heeft willen geven aan Pinto Bennet; een singer songwriter op respectabele leeftijd die de band in haar beginjaren van de nodige adviezen heeft voorzien en die ook een deuntje op dit album mee komt doen (THELMA).
Voor mij mag het, over het geheel genomen, wel iets steviger en spannender. Ik zou weer graag die frisse, vernieuwende band willen horen die muziek maakt waar je niet moeilijk over hoeft te doen, maar die gewoon lekker uit de speakers knalt. Kortom Reckless Kelly mag zijn naam wel iets meer eer aandoen.
Misschien dat het er ooit weer van komt.
Ik sluit af met: ‘SOMEWHERE IN TIME’.

De bespreking door fons Daamen van 21-3-2010

NICK CURRAN & LOWLIFES - REFORM SCHOOL GIRL


Nick Curran is nu 32 jaar oud, maar al vanaf zijn 19e jaar is hij professioneel muzikant. Qua muziekstijl is hij moeilijk in een hokje te plaatsen. Het hele spectrum van rockabilly tot blues tot punk heeft hij namelijk al gespeeld. Van 2004 tot 2007 maakte hij deel uit van The Fabulous Thunderbirds, maar in die periode begon hij ook, samen met bassist Ronnie James, de punkband Deguello. Een optreden met deze band inspireerde hem in 2008 tot het beginnen van een nieuwe band: The Lowlifes. ‘REFORM SCHOOL GIRL’ heet het nieuwe album.

Luister naar het titelnummer: ’REFORM SCHOOL GIRL’.

Met dit nieuwe album lijkt Curran te zijn teruggekeerd naar zijn roots; al vanaf het openingsnummer ‘TOUGH LOVER’ , waar overigens Jason Ricci nog een schitterende bijdrage levert op zijn mondharp, denk je in de jaren ’50 te zijn aanbeland. Wat je hoort is goeie, ouderwetse rock & roll. De tijd van de de vetkuiven en pettycoats.
Dat is ook het beeld dat het hele album door blijft hangen; de oude tijden blijven prominent aanwezig. De muziek doet vaak nog het meeste denken aan die van Little Richard maar dan wel in combinatie met die van bijvoorbeeld The Ramones. Bij ‘SHEENA’S BABY’ ,de 6e track van het album gaat het even meer richting rhythm & blues en ook dat gaat de band prima af. Het album blijft staan als een huis en gaat nergens vervelen. Zeker niet als op een gegeven moment Phil Alvin (The Blasters) ook nog eens zijn steentje bij komt dragen op het nummer ‘DREAM GIRL’, door samen met Curran de zang en het gitaarspel voor zijn rekening te nemen. Wat meer heb je nodig op zo’n moment?

Neen; deze cd heeft geen zwakke momenten. Vanaf het eerste nummer blijkt Curran in staat om jou als luisteraar steeds meer te boeien.

Curran beleeft momenteel een moeilijke periode. Begin dit jaar werd bij hem mondkanker geconstateerd. Nick heeft laten weten het gevecht daartegen aan te gaan en hij weet zich daarin gesteund door een groot aantal Nederlandse bands, want die hebben hem op 28 februari j.l. een hart onder de riem gestoken door en benefietconcert voor hem te organiseren.

Laten we dus vooral hopen dat het met Nick weer goed komt; want het zou toch mooi zijn als we nog veel meer van dit uitzonderlijke talent krijgen te horen.

Ik sluit af met: ‘FLYIN’ BLIND’.

 

De bespreking door fons Daamen van 7-3-2010

DRIVIN’ N’ CRYIN’ - THE GREAT AMERICAN BUBBLE FACTORY


Na vorige week nog Kevn Kinney in de recensie te hebben gehad is het nu de beurt aan de band waar diezelfde Kinney ook nog deel van uitmaakt en min of meer de frontman van is. De band heet Drivin’ n’ Cryin’ en door het feit dat Kinney de afgelopen jaren meer met zijn eigen carrière bezig is geweest heeft het toch al weer 12 jaar geduurd alvorens deze band nu met ‘The Great American Bubble Factory’ voor de dag komt.

Ga maar luisteren naar: ’I SEE GEORGIA’.

Voor de titel van het album liet Kevn Kinney zich inspireren door het opschrift ‘Made in Taiwan’ dat hij ontdekte op de doos waarin de zeepbellenblazers verpakt waren die hij kocht voor enkele kinderen uit zijn buurt. Het opschrift deed hem beseffen dat zelfs deze doorzichtige zeepbellen werden geïmporteerd en niet uit Amerika afkomstig waren.

Aangezien Kinney ook verantwoordelijk is voor de teksten bij de muziek van Drivin’ n’ Cryin’ zal het niet verwonderlijk zijn dat ook nu weer de maatschappelijke betrokkenheid opvalt en gaan ook nu de songs weer over de gewone man.
Het grote verschil zit hem veel meer in de uitvoering. Drivin’ n’ Cryin’ maakt pure rock ’n roll. Dit varieert van spetterende nummers zoals: ‘Detroit City’ ; ‘I See Georgia’ ‘I Stand Tall’, en de rockversie van het titelnummer van Kinney’s soloalbum ‘Preapproved Predenied’; naar meer ingetogen nummers als ‘Midwestern Blues’ en ‘Train Wreck’.

12 jaar is een lange periode; al die tijd heeft de band geen albums meer gemaakt; en als ik dit album nu hoor moet ik toch concluderen dat Drivin’ n’ Cryin’ het niet verleerd lijkt te hebben. De band geeft er blijk van om ook na 12 jaar nog te weten hoe rock ’n roll gemaakt moet worden. Mocht de uitdrukking ‘een tweede jeugd hebben’ nog altijd opgeld doen, dan is dat zonder enige twijfel op Drivin’ n’ Cryin’ van toepassing, zo enthousiast klinkt het allemaal. Maar wat nog belangrijker is; je wordt het zelf ook. Je hoeft daarvoor alleen maar de volumeknop open te zetten en je helemaal weg te laten blazen door deze band.

Ik sluit af met: ‘GET AROUND KID’.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Recensies van actuele cd's en festivals voor bluesmagazine door Frank Schatorjé

Actueel: 

https://www.bluesmagazine.nl/verslag-bluesrock-festival-tegelen-openluchttheater-de-doolhof-tegelen-2-september-2017/

 

 

Archief:

http://www.bluesmagazine.nl/verslag-bluesrock-tegelen-3-september-2016

http://www.bluesmagazine.nl/recensie-jj-appleton-and-jason-ricci-dirty-memory/

http://www.bluesmagazine.nl/recensie-ben-caplan-birds-with-broken-wings

http://www.bluesmagazine.nl/recensie-eugene-hideaway-bridges-hold-on-a-little-bit-longer/

http://www.bluesmagazine.nl/recensie-shemekia-copeland-outskirts-of-love/

http://www.bluesmagazine.nl/verslag-bluesrock-festival-tegelen-19-september-2015/